Aan de gelovigen van de parochie Sagrado Corazón de Jesús van Ypacaraí (Paraguay)

 

Mijn beste vrienden,

Op 10 augustus viert de Kerk het feest van de patroonheilige van ons bisdom: de heilige Laurentius, diaken en martelaar.

Dit feest biedt ons de gelegenheid om met bijzondere genegenheid alle diakens van ons bisdom en alle diakens die naar deze homilie zullen luisteren, te groeten.

Ook al beschikken veel bisdommen reeds over permanente diakens, de taak en het charisma van het diaconaat zijn niet altijd op een juiste manier bekend. Niet alleen de mensen beschouwen de taak van de diaken als iets vervangends, als iets dat zijn rechtvaardiging vindt in het gebrek aan priesters, maar niet zelden beschouwt de diaken zelf zich als iemand die onder de priester staat of bijna als een priester die echter niet de mis mag vieren, geen biecht mag afnemen. Dit is een zeer beperkt en verkeerd idee van de taak van de diaken.

In de Handelen van de Apostelen lezen wij:

“In die tijd, toen het aantal leerlingen steeds toenam, begonnen de Hellenisten tegen de Hebreeën te morren, omdat bij de dagelijkse ondersteuning hun weduwen achtergesteld werden. De twaalf riepen nu de leerlingen in vergadering bijeen en zeiden: ‘Het past niet dat wij het woord Gods verwaarlozen door de zorg voor de ondersteuning. Ziet dus uit, broeders, naar zeven mannen uit uw midden, van goede faam, vol van geest en wijsheid. Hen zullen wij dan met dit ambt bekleden, terwijl wij onszelf zullen blijven wijden aan het gebed en de bediening van het woord’. Dit voorstel vond instemming bij de gehele vergadering en zij kozen Stefanus, een man vol geloof en heilige geest, Filippus, Próchorus, Nikánor, Timon, Parmenas en Nikolaüs, een proseliet uit Antiochië. Dezen werden aan de apostelen voorgedragen, die na gebed hun de handen oplegden” (Hand. 6, 1-6).

Met de aanwezigheid van de diakens in de Kerk is er geen reden meer, voor bisschoppen en priesters, het luisteren naar het Woord, de studie, de meditatie en het gebed te verwaarlozen met als motief (of voorwendsel) dat er werk van naastenliefde verricht moet worden.

Als de gelegenheid van het instellen van het ambt van diaken “de dienst van de tafel” was, is in werkelijkheid wat men over hen in de Handelingen van de Apostelen vertelt, onmiddellijk na hun uitverkiezing de grote redevoering van Stefanus, tegen wie zijn vijanden “niet op konden tegen de wijsheid en de geest waarmee hij sprak” (Hand. 6, 10). Hij zet trouw het heilsplan uiteen en klaagt moedig de zonde aan van hen die naar hem luisteren. Dat zal zijn marteldood veroorzaken die hem nog meer gelijk aan Jezus zal maken.

Na de marteldood van Stefanus ontmoeten wij de diaken Filippus, die ook de taak van de prediking uitoefent, samen met die van de viering van het sacrament van het doopsel. Om goede “dienaren van de tafel” te zijn moeten de diakens vóór alles “dienaren van het Woord” zijn, omdat “de mens niet alleen van brood leeft, maar van alles wat uit de mond van God voortkomt” (Mat. 4, 4). Zonder te luisteren naar het woord van God is er geen authentieke dienst van de mens.

De diaken heeft dientengevolge een eigen spiritualiteit.

Getrouwde diakens die werken, brengen in de kerkelijke hiërarchie de spiritualiteit van het gezin, van het huwelijk, van de liefde en de seksualiteit evenals ook de spiritualiteit van het werk mee.

De diaken maakt het zo de vrouw mogelijk op een zekere wijze binnen te treden in de hiërarchie van de Kerk met haar mentaliteit, haar charisma, haar identiteit van vrouw, haar specificiteit, haar “vrouwelijke genius” en met haar affectief-seksuele werkelijkheid. Het sacrament van het huwelijk wordt immers niet ongedaan gemaakt met de wijding tot diaken.

Tegelijkertijd kan de diaken, die leeft van zijn werk en niet van het altaar, het volk dienen naar het hart van God, beter dan degenen die hiervoor een salaris verdienen. Dat is zijn kracht: hij wordt gewijd voor het dienstwerk.

Men zou kunnen zeggen dat het diaconaat het sacrament van de vrijheid is, omdat de diaken in zijn noden niet van het altaar afhankelijk is. Hij staat te midden van het volk, niet gescheiden ervan. Doordat hij gehuwd is, brengt hij bovendien de Kerk een ervaring die een priester niet heeft.

De geboden die Jezus de zijnen in de nacht van het Laatste Avondmaal naliet, waren er twee, als twee kanten van een sacramentele herinnering aan zijn liefde: “Doet dit tot een gedachtenis aan Mij” (Luc. 22, 19) met een verwijzing naar de eucharistie, naar het gebaar van de priester, naar het sacrament van het altaar, en “Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat gij zoudt doen zoals Ik u gedaan heb” (Joh. 13, 15), met een verwijzing naar de voetwassing, naar het gebaar van de dienaar, naar het sacrament van de liefde voor de arme.

Uit deze twee geboden vloeit voort dat heel de Kerk geroepen is om de Heer en in de Heer de mensen, vooral de armsten, te dienen; en dat Christus zelf, die wij aanbidden en dienen in de eucharistie, dezelfde is die lijdt in de onderdrukten en in hen bemind en gediend wil worden.

De diakens zijn derhalve belangrijker om wat zij zijn dan om wat zij doen. Zij genieten vooral een charismatische en niet functionele rol: zij zijn niet alleen maar in de Kerk aanwezig om iets te doen. Zij zijn het beeld, de figuur, het sacrament, de “levende iconen” van de Dienaar Jezus. In de Kerk zijn zij voor allen een levende oproep tot het dienstwerk.

Men vertelt dat Laurentius de prefect van Rome, die hem beval het geld van de Kerk te overhandigen en op te houden met spreken, na door de stad op zoek naar de armen die de Kerk ondersteunde, te zijn getrokken, hen presenteerde als de kostbaarste schatten ervan.

De prefect ontstak in woede, denkend dat Laurentius ongestraft het Romeins gezag belachelijk wilde maken.

En Laurentius werd ontkleed op een rooster gebonden waarop hij op een laag vuur begon te branden.

De heilige Augustinus zegt dat het grote verlangen van de heilige Laurentius om zich met de Heer te verenigen, hem de hardheid van de marteling zo deed vergeten dat hij glimlachend zich tot de rechter wendde om hem te zeggen: “Beveel hen mij om te draaien, omdat deze zijde al goed geroosterd is”.

Ik wil zeker niet zeggen dat de liefde van Christus ons in zoveel spiesjes moet veranderen waarmee wij na de processie het feest van de heilige Laurentius moeten beëindigen.

Maar het verhaal is eenvoudig: de armen, en niet het braadstuk op onze tafel, zijn de schat van de Kerk, die wij altijd moeten weten te verdedigen, niet alleen met woorden, maar ook met ons leven.

En moge de zegen van de almachtige God,

Vader en Zoon en Heilige Geest,

over u neerdalen en altijd bij u blijven.

Amen.

 

Emilio firmaDon Emilio Grasso

 

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 

 

04/09/2021