Aan de gelovigen van de parochie Sagrado Corazón de Jesús van Ypacaraí (Paraguay)

 

Mijn beste vrienden,

Het menselijk woord heeft deel aan het goddelijk Woord, de tweede Persoon van de Heilige Drie-eenheid, de Eniggeboren Zoon, die vlees werd, onder ons woonde en die wij met de lieflijke naam van Christus Jezus noemen.

Hoe dan ook spelen met het woord, het gebruiken en manipuleren voor onze belangen, het niet ten dienste stellen van de Waarheid, betekent het prostitueren om de ongeordende lusten van de schaamteloze genoegens die de naam van begeerte dragen, te bevredigen.

De heilige Johannes waarschuwt in zijn Eerste Brief voor de drie grote verleidingen die van de wereld komen. Het zijn: de begeerte van het vlees, dat wil zeggen al de slechte neigingen die de mens juist ertoe brengen datgene te zoeken wat men moet afwijzen; de begeerte van de ogen, die niet alleen slechts het schaamteloze en onzuivere verlangen is, maar een inhoudsloos leven, gefascineerd door schijn; de hovaardij van het leven, die niets anders is dan het pronken met rijkdom (vgl. 1 Joh. 2, 16).

Als wij medewerkers van de Waarheid zijn, kunnen wij het woord niet prostitueren om toe te geven aan de begeerte van de wereld, die in ons en ook in het hart van degenen die naar ons luisteren, aanwezig is.

In de homilie, gehouden in Ñu Guasu (Paraguay), sprak paus Franciscus over twee logica’s die op het spel staan, twee wijzen om het leven onder ogen te zien.

Voor de paus gaat het erom van de logica van overheersing, onderdrukking, manipulatie over te gaan naar de logica van het verwelkomen, het ontvangen en het de zorg op zich nemen.

In deze radicale tegenstelling tussen de logica van God en de logica van de wereld hoort men de echo van de Ignatiaanse spiritualiteit. Hierop doelt dezelfde paus Franciscus in zijn toespraak die was voorbereid voor de jongeren op de Costanera van Asunción en schriftelijk werd bezorgd zonder dat zij werd voorgelezen.

De paus herinnert eraan dat de heilige Ignatius in de beroemde zogenaamde meditatie van de twee banieren, enerzijds het banier van de duivel en anderzijds het banier van Christus, beschrijft. En de heilige Ignatius zegt dat de duivel om spelers te rekruteren aan hen die met hem zullen spelen, rijkdom, eer, roem, macht belooft. Zij zullen beroemd zijn. Allen zullen hen aanbidden. Anderzijds houdt hij ons de stijl van spelen van Jezus voor. Niet als iets fantastisch. Jezus houdt ons geen leven als sterren, als beroemdheden voor, maar Hij zegt ons integendeel dat met Hem spelen een uitnodiging tot nederigheid, tot liefde, tot dienstbaarheid jegens de naaste is. Jezus liegt niet tegen ons. Hij neemt ons serieus.

Op dit punt herneemt paus Franciscus een van de thema’s waarop hij vaak terugkomt: de duivel als vader van de leugen (vgl. Joh. 8, 44).

In een eenvoudige, maar doordringende taal schetst hij een fenomenologie van het handelen van de duivel in de wereld en in het hart van de jongeren.

In de Bijbel – zo zegt paus Franciscus – wordt de duivel de vader van de leugen genoemd. Hij die je beloofde of, beter, je deed geloven dat je door bepaalde dingen te doen gelukkig zou zijn. En vervolgens realiseerde je je dat hij je, verre van je het geluk te verschaffen, leger, droeviger deed voelen. Vrienden, de duivel is een “verkoper van gebakken lucht”. Hij doet je beloften, maar houdt zich nooit aan hetgeen hij belooft. Hij laat je je hoop vestigen op iets dat je nooit gelukkig zal maken. Dat is zijn spel, zijn strategie: veel praten, veel beloven en niets doen. Hij is een grote “verkoper van gebakken lucht”, omdat alles wat hij ons voorhoudt, de vrucht is van verdeeldheid, van het wedijveren met anderen, van het anderen het hoofd inslaan om onze dingen te verkrijgen. Hij is een “verkoper van gebakken lucht”, omdat alles gebaseerd is op schijn. Hij laat je geloven dat jouw waarde afhangt van wat je bezit.

De twee logica’s. De logica van de wereld en de logica van God, botsen met elkaar in het hart van de mens.

De logica van God is een logica van vrijheid. En de vrijheid – zo zegt paus Franciscus – is een gave van God, die men echter moet weten te ontvangen.

Het evenwicht van het katholieke geloof komt naar voren in de dialectiek tussen genade en vrijheid van de mens om beslissingen te nemen.

De mens is geroepen om te beslissen, te beslissen tussen het zijn en de schijn van het zijn, de gemakkelijke weg, de weg van het hebben.

Het ware geluk waartoe ons de Heer roept, dat het hart vervult, is niet gelegen in dure kleding die wij dragen, in schoenen die wij aantrekken, in het etiket van een bepaald merk. Hij weet dat het ware geluk niet bestaat uit de schijn van het zijn en de opeenhoping van dingen, maar in de diepgang van het zichzelf zijn en in de vreugde van het geven.

Één ding is immers geluk en vreugde... en iets anders is het vluchtige genot. Geluk bouwt op, is hecht, sticht. Geluk vraagt om inzet en toewijding.

Het wordt niet opgebouwd met hoogdravende verhalen, alleen maar woorden, puur nominalisme. Nee – zo waarschuwt de paus –. Broederschap, gerechtigheid, vrede en waardigheid zijn of concreet of dienen tot niets. Zij zijn van iedere dag.

Daarvoor is echter opoffering nodig, moet men tegen de stroom ingaan.

En de paus stelt met evangelische kracht:

“Wij willen geen jongeren zonder ruggengraat, jongeren van ‘tot hier en niet verder’, van noch ja, noch nee. Wij willen geen jongeren die onmiddellijk moe worden en moe leven met een verveeld gezicht. Wij willen sterke jongeren. Wij willen jongeren met hoop en kracht. Waarom? Omdat zij Jezus kennen, omdat zij God kennen. Omdat zij een vrij hart hebben”.

Een vrij hart is de sleutel van heel het spreken van paus Franciscus tot de jongeren van Paraguay.

Een vrij hart is de enige mogelijkheid van een vrij en bevrijdend antwoord op de genade van God die aan onze beslissing voorafgaat.

Op dit punt wordt het discours gebed en het gebed doet ieder discours verdwijnen, omdat het het hart openbaart van wie verkondigt in woord en daad.

De gezegde dingen beleven: dat is het onderricht van paus Franciscus. Want wie naar hem heeft weten te luisteren en de gebeurtenis van zijn bezoek in Paraguay heeft kunnen aanschouwen, kan alleen maar terugdenken aan hetgeen de eerste biograaf van de heilige Franciscus, Thomas van Celano, zei over de arme van Assisi: “Hij was niet zozeer een man van gebed, als wel veeleer geheel veranderd in een levend gebed”.

In een vrij hart ligt heel het geheim van de in de akker verborgen schat, dat ons zegt dat het de moeite waard is het te verbergen, alles te verkopen en die akker te gaan kopen.

En moge de zegen van de almachtige God,

Vader en Zoon en Heilige Geest,

over u neerdalen en altijd bij u blijven.

Amen.

 

Emilio firmaDon Emilio Grasso

 

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 

 

13/11/2021