Een veelbetekenend aspect van de pastoraal in Ypacaraí

 

Vanaf het begin van de aanwezigheid van de Gemeenschap Redemptor hominis in de parochie Sagrado Corazón de Jesús van Ypacaraí is het element van het delen met mensen in werkelijke economische moeilijkheden, aanwezig in de stad, altijd onderstreept.

De pastorale lijnen die in een parochie worden voortgezet, mogen nooit van bovenaf worden gegeven, maar zijn veeleer de vrucht van een uitwerking in contact met de bevolking.

Als enerzijds een herder noodzakelijk is die de armsten onder de armen op de eerste plaats en in het hart zelf van de Kerk zet, dan is het belangrijk dat er ook mensen zijn die een onderricht weten op te pakken en zich eigen te maken door een nieuw stukje toe te voegen aan de opbouw van de christelijke gemeenschap. Zo is juist het initiatief geboren dat intussen een gewoonte is geworden in onze parochie, om de Caritasgroep een mand (canasta zoals men in het Spaans zegt) levensmiddelen met een lange houdbaarheidsdatum te geven bij de terugkeer van feesten, verjaardagen of bijzondere gelegenheden.

Een gedeelde pastoraal

Het idee werd door een jongen, Willians, geboren, die besloot zijn 15 jaar (het ogenblik dat in Paraguay een soort overgang naar de wereld van de volwassenen is) met een Mis te vieren en op het moment van de offergaven een canasta voor de armsten te schenken. Willians had gedurende lange tijd bij ons de catechese en de vorming tot misdienaar gevolgd en had vaak horen spreken over het belang van het samen delen van wat men heeft, met de armen. Dit gebaar van hem was nog belangrijker door het feit dat het gebeurde ter gelegenheid van de verjaardag van 15 jaar, dat in Paraguay wordt gevierd op een overdreven luisterrijke wijze (wanneer men ook denkt aan de context van armoede waarin het land leeft), met een onzinnig feest waarvoor de ouders zich vaak in de schulden steken of alles wat zij in jaren hebben vergaard, uitgeven in plaats het vervolgens te gebruiken voor de studie of de medische zorg voor hun kinderen.

Zijn gebaar was een binnenkomen van iets nieuws: vanaf dat ogenblik wordt, telkens als de 15 jaar wordt vermeld in de eucharistieviering, een canasta aan het altaar gepresenteerd. De betekenis van die handeling, die hetzij door de priester wordt verkondigd, die haar vaak in de preek onderstreept, hetzij door degene die schenkt door middel van een concreet getuigenis, is ook de armsten, met wie Christus zich heeft vereenzelvigd, te laten deelnemen aan de vreugde van een belangrijke gebeurtenis.

Ook de volwassenen hebben langzamerhand dit voorbeeld gevolgd bij het vieren van verjaardagen, verjaardagen van een huwelijk of het bereiken van een belangrijk einddoel, evenals de kinderen die een schooljaar of een jaar van de catechese afsluiten of de Eerste Communie ontvangen.

De canasta is ook van bijzonder belang geweest voor mensen die een familielid hebben verloren. In de homilieën van de begrafenis is vaak het belang naar voren gebracht van het gedenken van de mensen die ons hebben verlaten, door middel van een verandering van ons leven.

Als men iemand heeft liefgehad, is het mooi dat wij in gemeenschap met hem blijven: daarom vragen wij de Heer dat Hij het goede dat wij, die er de tijd nog voor hebben, vandaag in zijn naam verrichten om een groter evenwicht in de maatschappij te doen ontstaan, beschouwt als door hem gedaan. Wij verwijzen hiernaar, wanneer wij iedere zondag bij het bidden van het Credo in de Mis spreken van de gemeenschap van de heiligen, een begrip waarover men het niet zo vaak heeft, maar dat een heel mooi aspect is van ons geloof of de diepe band die alle christenen verenigt:

“Het geringste dat wij uit liefde doen, strekt allen tot voordeel op grond van deze solidariteit met alle mensen, levenden en doden, die steunt op de gemeenschap van de heiligen” (Catechismus van de Katholieke Kerk, 953).

De gave van de canasta is derhalve een gebaar dat evangeliseert, dat ons doet begrijpen wat de Kerk en de hetzij geestelijke hetzij materiële gemeenschap onder de christenen zijn.

Zo worden er honderden manden ieder jaar verzameld.

Wat ook deze praktijk heeft bevorderd, is het feit dat Caritasgroep, die de gaven beheert, door middel van de bezoeken die zij doet en de informatie die zij verzamelt, ervoor zorgt dat de levensmiddelen naar mensen gaan die zich werkelijk onder de armsten bevinden.

Een ander fundamenteel aspect van de canasta is de totale belangeloosheid van deze solidaire daad, die geheel niet voor de hand ligt. In Paraguay neemt men in feite op zeer veel terreinen zijn toevlucht tot solidariteit: om bijvoorbeeld het hoofd te bieden aan de medische noden – die niet gedekt worden door een geheel en al wankele nationale gezondheidszorg –, om een school te verbouwen, voor een maatschappelijk centrum... Men hoort echter in deze gevallen zeggen door de organisatoren dat om de solidariteit te activeren men ervoor moet zorgen dat wie eraan deelneemt, “daarvoor iets in ruil krijgt”; in de praktijk biedt wie zich erbij aansluit aan, maar tegelijkertijd ontvangt hij als tegenprestatie een deel van de gebraden kip, een bord carne asada, (gegrild vlees), de mogelijkheid om een prijs te winnen enz.

In het geval van de canasta ontvangt wie geeft, echter niets in ruil, hij verricht een daad van pure edelmoedigheid, die ook anderen opvoedt tot de vreugde van de belangeloosheid van het samendelen en het solidair zijn. Het bezorgen van de mand wordt immers gedaan tijdens de eucharistieviering in de processie van de gaven. Het is een openbare handeling, allen zien deze, het is een getuigenis dat anderen ertoe aanzet hetzelfde te doen. Het is een geheel vrijwillig gebaar, het is geen verschuldigde daad of een prijs die betaald moet worden. Daarom is het roerend, wanneer arme mensen dit doen die in ieder geval van het weinige dat zij hebben, willen geven, zoals de weduwe over wie het evangelie het heeft en die door de Heer wordt geprezen, omdat zij alles gaf wat zij had om te leven (vgl. Luc. 21, 1-4).

Een eucharistisch gebaar

De Algemene Ordening van het Romeins Missaal zegt bij nr. 73 dat gedurende het aanbieden van de gaven behalve brood en wijn “er ook gaven in geld aangeboden of andere gaven voor de armen of de Kerk gepresenteerd kunnen worden”.

Het feit dat de canasta wordt gepresenteerd bij het aanbieden van de gaven is dus en gebaar dat nauw verbonden is met de eucharistie. Dit is immers het meest aangewezen moment om een gave te presenteren, omdat daar door de sacramentele werking van Jezus Christus God en mens elkaar ontmoeten. God schenkt zichzelf en de mens ontdekt, ook al erkent hij dat alle goederen van de Heer komen, dat hij in staat is Hem deze te vergelden, ook al is dit op een andere wijze: de goederen die hij presenteert, zijn de vrucht van de aarde, van de scheppende activiteit van God, maar tegelijkertijd van het werk van de mens. Zonder deze twee elementen – de genade van God en de verantwoordelijkheid van de mens – kan er geen aanbieden zijn. En op het altaar verandert deze uitwisseling op haar beurt in een nieuwe wederzijdse, veel diepere gave; deze woorden weerklinken immers:

“Gezegend zijt Gij God, Heer van al wat leeft. Uit uw milde hand hebben wij het brood (de beker) ontvangen. Aan U dragen wij op de vrucht van de aarde, het werk van onze handen. Maak het voor ons tot brood (bron) van eeuwig leven”.

In het brood en in de wijn die worden geschonken, worden ons het Lichaam en het Bloed van Christus teruggegeven: wij brengen een materiële spijs om in ruil hiervoor een hemelse spijs te ontvangen. In het brood en de wijn, die heel de schepping vertegenwoordigen, hebben wij heel ons leven aangeboden, ons verdriet en onze vreugde, onze edelmoedigheid jegens de armen en in deze mysterieuze ruil, in de eucharistie, ontvangen wij onze Verlosser en Heiland, Hij die onze menselijke natuur in goddelijke natuur verandert, ons sterfelijk leven in eeuwig leven. Wij zijn geroepen één met Hem te worden, met Hem de dood te verslaan, voor eeuwig in vreugde te leven.

Laten wij, wat dit betreft, weer luisteren naar de woorden van paus Franciscus:

“Ons offer is weinig, maar Christus heeft behoefte aan dit weinige. Hij vraagt weinig van ons, de Heer, en Hij geeft ons zoveel. Hij vraagt weinig van ons. Hij vraagt in het gewone leven van ons goede wil; Hij vraagt van ons een open hart; Hij vraagt van ons de wil beter te zijn om Hem te ontvangen die in de eucharistie zichzelf aan ons aanbiedt. ... Moge de spiritualiteit van de zelfgave, die dit ogenblik van de Mis ons leert, onze dagen kunnen verlichten, de relaties met de anderen, de dingen die wij doen, het lijden dat wij tegenkomen, door ons te helpen de aardse stad in het licht van het evangelie te bouwen” (Algemene Audiëntie, 28 februari 2018).

Het woord eucharistie wil in zijn etymologische wortel dankzegging zeggen: in de Mis wordt onze dankzegging concreet, wordt zij gebracht door de overvloed van de oneindige gave die wij ontvangen, en waaraan wij hebben deelgenomen met ons leven en onze nederige gave.

Mariangela Mammi

 

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 

 

09/06/2024