Louis Massignon en de moslims
Hij is misschien de grootste islamoloog van de 20e eeuw. Maar hij is vooral een mysticus met een originele weg, die na een losbandige jeugd dankzij het contact met de islam zijn christelijk geloof terugvindt, zoals dat ook Charles de Foucauld was overkomen, die zich zozeer in hem herkent dat hij hem aanwijst als zijn geestelijke opvolger.
Als leermeester van generaties oriëntalisten heeft Louis Massignon de kijk van het Westen op de islam vernieuwd. Als adviseur van drie pausen is hij een van de grote inspiratoren van de paragrafen die de moslims betreffen, in het conciliedecreet Nostra aetate over de relaties met degenen die tot de niet-christelijke godsdiensten behoren. Maar zijn rol reduceren tot pionier of voorloper zou te beperkend zijn. Zijn denken openbaart immers de steeds nieuwe vruchtbaarheid die alleen maar eigen is aan wie de hoogste toppen van de menselijke wederwaardigheden heeft bereikt.
![]()
Bagdad, 1908. Louis Massignon is in Mesopotamië voor een archeologische campagne, de tweede na een periode, doorgebracht in Egypte als lid van het Frans Instituut voor Oosterse Archeologie in Caïro. In Caïro had hij bij toeval de figuur van al-Hallâj ontdekt, een
islamitische mysticus uit de 10e eeuw die het martelaarschap onderging, omdat hij de mogelijkheid van een wederzijdse liefde tussen God en de mens had verdedigd: “Wij zijn dus twee geesten, samengevoegd in één lichaam”. Massignon had zo besloten van al-Hallâj het onderwerp te maken van zijn proefschrift, omdat hij “uit weerbarstigheid”, zoals hij aan zijn vader schreef, aan hem de voorkeur gaf boven de dode cultuur van de prestigieuze opgravingen in Luxor, hem toevertrouwd door Gaston Maspero, een van de grootste egyptologen van die tijd, vader van Henri, zijn boezemvriend uit de tijd van de middelbare school.
De gelegenheid van een archeologische zending naar Mesopotamië aangrijpend, had de jonge Massignon een mogelijkheid gezien om al-Hallâj naderbij te komen door de plaatsen waar hij had geleefd en ter dood was gebracht, te bezoeken, door geestelijke leraren die zijn leer doorgaven, te ontmoeten en de handschriften, die anders niet toegankelijk waren, te raadplegen.
In Bagdad verblijft hij in een uitsluitend Arabische wijk, als gast van de Alussi, een familie van geletterden en religieuze persoonlijkheden die zich bij de Turkse autoriteiten voor hem garant stelt. Hij eet en kleedt zich op de lokale manier en geeft daarbij de voorkeur aan de fez en de keffiah boven de koloniale helm en stort zich in het leven van de bevolking. De “Copernicaanse revolutie” in de benadering van de islamitische cultuur die hij wil bewerkstelligen, levert hem de hoon van de lokale gemeenschap van Europeanen op. Ook al heeft hij meer dan twee jaar een verhouding met een jonge actrice uit Parijs, hij probeert in zijn “wereldlijke verbetenheid” om de Arabische beschaving “te begrijpen” na een zekere aanvankelijke huivering homoseksuele relaties, nadat een adviseur in Egypte hem op een meer dan betwistbare wijze heeft doen geloven dat die een middel zouden zijn om de Arabische wereld beter te leren kennen. Als lezer van Schopenhauer en Nietzsche brengt zijn wil naar macht en overwinning hem ertoe zonder onderscheid
goed en kwaad te doen “om mij van niets uit te sluiten, noch van de geneugten, noch van de moeilijkheden”.
“Het bezoek van de Vreemdeling”
Als agnost in Mesopotamië aangekomen, is Massignon na weinig maanden van verblijf als een diep christelijk iemand weer vertrokken ten gevolge van een mystieke ontmoeting die vervolgens heel zijn leven tot aan zijn dood richting heeft gegeven. Massignon definieerde deze innerlijke ommekeer als “het bezoek van de Vreemdeling”, dat plaatsvond te midden van een betreurenswaardige morele toestand en gevaren die hem voor zijn leven deden vrezen en waaraan hij alleen maar kon ontsnappen dankzij zijn Arabische gastheren die aan het gegeven woord zich voor hem garant te stellen trouw bleven.
De omstandigheden waarin deze ontdekking van God door hem plaatsvond, in een “nacht van vuur”, waaraan een vergelijking met Pascal doet denken, bepaalden vervolgens de grote thema’s van zijn reflectie en zijn spiritualiteit hierna.
![]()
Schematische levensloop
| 1883 | 25 juli. Geboren in Nogent-sur-Marne in een gezin van kunstenaars. |
| 1893-1899 | Middelbare school in Parijs op het Montaigne- en het Louis-le-Grand- lyceum. |
| 1901 | Met 17 jaar, eerste reis naar islamitische landen (Algerije). |
| 1902 | Doctoraal letteren. |
| 1902-1903 | Militaire dienst bij de infanterie. Laatste biecht en laatste gebed van zijn jeugd. |
| 1904 | Eerste reis naar Marokko. |
| 1905 | Diploma literair Arabisch en het Arabisch van het dialect van de Maghreb aan de School van Oosterse Talen. |
| 1906 | Benoemd tot tijdelijk lid van het Frans Instituut voor Oosterse Archeologie van Caïro. Eerste brief van Charles de Foucauld: “Ik bid voor u”. |
| 1907-1908 | Archeologische missie naar Mesopotamië. |
| 1908 | Tussen 3 en 4 mei: bekering. Terugkeer naar Frankrijk. Begin van een langdurige correspondentie met Paul Claudel. |
| 1909 | Studie filosofie in Caïro (al-Azhar). |
| 1911 | Hij ontmoet Charles de Foucauld in Parijs. |
| 1912-1913 | Hoogleraar aan de nieuwe Universiteit van Caïro. |
| 1914 | Huwelijk met zijn nicht Marcelle Dansaert-Testelin. Zij krijgen drie kinderen. |
| 1916 | Charles de Foucauld schrijft, kort voordat hij wordt vermoord, hem zijn laatste brief. |
| 1914-1918 | Eerst Wereldoorlog aan het front in het Oosten: Dardanellen, Macedonië, Servië. |
| 1919 | Toegevoegd aan de Hoge Commissaris Picot, belast met de overeenkomsten over het Nabije Oosten. Hij ontmoet Lawrence van Arabië. Hij draagt bij aan de stichting van het koninkrijk Syrië, een plan dat na zes maanden mislukt. |
| 1919-1924 | Waarnemend hoogleraar aan het Collège de France. Directeur van de “Revue du monde musulman”. |
| 1922 | Hij verdedigt zijn proefschrift over al-Hallâj. |
| 1926-1954 | Hoogleraar islamitische sociologie aan het Collège de France. |
| 1929-1962 | Avondcursussen voor Noord-Afrikaanse arbeiders. |
| 1931 | Hij wordt Franciscaanse tertiaris. Hij ontmoet Gandhi in Parijs. |
| 1933 | Lid van de Academie voor Arabische Taal van Caïro. |
| 1934 | Oprichting van de Badaliyya. |
| 1939 | Gemobiliseerd als lid van de Generale Staf. |
| 1945-1946 | Door de Gaulle naar het Nabije Oosten gezonden om de culturele betrekkingen opnieuw aan te halen. |
| 1948 | Audiëntie bij Pius XII. Hij mag overgaan naar de melchitische ritus. |
| 1950 | Priester gewijd volgens de melchitische ritus. |
| 1959 | Audiëntie bij Johannes XXIII. |
| 1962 |
31 oktober: hij sterft. |
![]()
“Massignon was een mens van een bijzondere grootheid en een buitengewoon talent. Al degenen die hem hebben benaderd, hebben van zijn geest een of andere bezielende vonk gekregen. Dat ik gedurende vele jaren een van zijn intiemste vrienden ben geweest, is voor mij een geschenk
waarvoor ik God dank.
In hem verbaast de radicale eenheid tussen de meest erudiete, meest diepe en verfijnde wetenschap en een verslindende mystieke dorst naar gerechtigheid en het absolute en een buitengewoon en oprecht geloof. Hij heeft als hartstochtelijke christen de islam liefgehad om de islam zelf en zonder enig tweede doel van proselitisme. Een dorst naar gerechtigheid die zich uitstrekte naar alle mensen en alle vervolgden, en die zich door het wortelen in de diepten van het Oude Testament, als ook in de diepten van het evangelie een, als ik het zo mag zeggen, Abrahamitisch karakter had, dat men in heel de houding van Louis Massignon kon vinden. Heel zijn leven staat in het teken van het offer. Voor zichzelf was hij meedogenloos... Grootheid bestaat niet zonder nederigheid en die van Massignon was extreem. Ik herinner mij een geleerde lezing in San Luigi dei Francesi in Rome, waar ik toen woonde: voor de verbaasde kardinalen begon hij hierin te spreken over zijn persoonlijke bekering en de fouten in zijn voorbije leven. Wat belangrijk was, het ging erom getuigenis af te leggen”.
Jacques Maritain
Bibliografie
-
Keryell Jacques, Il giardino di Dio. Con Louis Massignon incontro all’islam, EMI, Bologna 1997.
-
Massignon Daniel, Voyage en Mésopotamie et conversion de Louis Massignon en 1908, in “Islamochristiana” 14 (1988) 127-199.
-
Massignon Louis, La Passion de Husayn Ibn Mansûr Hallâj. Martyr mystique de l'Islam. Étude d'histoire religieuse, 4 vol., Gallimard, Paris 2010.
-
Ventura Alberto, Il crocefisso dell’Islam. Al-Hallaj, storia di un martire del IX secolo. A cura di G. Caramore, Morcelliana, Brescia 2000.
(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)
28/01/2023
waarvoor ik God dank.