De actualiteit van Charles de Foucauld

 

Op het einde van de encycliek Fratelli tutti heeft paus Franciscus als model die er een synthese van geeft de figuur geplaatst van Charles de Foucauld, die hij zeker zeer bewondert. Afgelopen Kerstmis – zo meldde de site vaticannews.va – heeft hij de verantwoordelijken van de Romeinse Curie de Italiaanse vertaling geschonken van een nieuwe biografie van de “universele broeder”, geschreven door de vice-postulator van het heiligverklaringsproces[1]. De talrijke keren dat paus Franciscus Charles de Foucauld heeft geciteerd, getuigen van zijn verering voor deze zo originele figuur, die een diepgaande vernieuwing in de Kerk heeft opgewekt. Toen men aan het begin van het Concilie zich interesseerde voor de “Kerk van de armen”, had de beroemde theoloog Yves Congar, aan wie gevraagd werd om een lezing te houden over het onderwerp, niet toevallig de Foucauld gedefinieerd als “een lichtbaken, aangestoken door Gods hand voor onze tijd”.

Hoe moeten wij zijn leven samenvatten? De Foucauld zelf gaf een priester die, nieuwsgierig geworden, hem geschreven had met de vraag op welke titel hij zich bevond op een afgelegen plaats in de Sahara, het volgende antwoord:

“Ik ben een oude zondaar die na zijn bekering bijna twintig jaar geleden sterk is aangetrokken door Jezus om het leven van Nazaret te leiden... Ik heb veel jaren doorgebracht in dat dierbare en gezegende Nazaret als dienaar en koster van het klooster van de clarissen. Ik heb die gezegende plaats alleen verlaten om vijf jaar geleden de heilige wijdingen te ontvangen. Als ‘vrije priester’ van het bisdom Viviers hadden de laatste retraites voor het diaconaat en het priesterschap mij getoond dat ik dat leven van Nazaret, mijn roeping, niet in het zo geliefde Heilige Land moest leiden, maar onder de ziekste zielen, de meest verdwaalde, in steek gelaten schapen; het goddelijk feestmaal, waarvan ik de dienaar werd, moest ik niet aan mijn broeders, verwanten, rijke buren aanbieden, maar aan de meest kreupelen, de meest blinden, de armsten, aan de meest in de steek gelaten zielen, die gebrek aan priesters hadden. In mijn jeugd had ik Algerije en Marokko doorkruist: in Marokko, dat met tien miljoen inwoners even groot als Frankrijk is, was er geen enkele priester in het binnenland; in de Algerijnse Sahara, zeven of acht maal groter dan Frankrijk en meer bevolkt dan men eens dacht, was er een tiental missionarissen. Daar geen volk mij meer in de steek gelaten leek dan dezen, vroeg ik aan de hoogeerwaarde apostolisch prefect voor de Sahara het verlof en ik kreeg het om mij in de Algerijnse Sahara te vestigen en daar in eenzaamheid, afzondering en stilte een leven dat zoveel mogelijk in de buurt kwam van het verborgen leven van de Beminde van Nazaret, te leiden met het werk van mijn handen en in heilige armoede, alleen of met enkele priesters of leken, broeders in Jezus, in voortdurende aanbidding van het Allerheiligste Sacrament”.

Zijn bekering

Charles de Foucauld, geboren in Straatsburg in 1858 uit een adellijke familie, had aanvankelijk gekozen voor een militaire carrière als cavalerieofficier, waarbij hij zich onderscheidde door weinig discipline, relaties met vrouwen van twijfelachtige zeden, een neiging om zijn fortuin te verkwisten bij het organiseren van feestjes en door een zich te buiten gaan aan geschenken. In dienst in de Algerijnse woestijn dwong hij zijn superieuren hem op non actief te stellen vanwege voortdurende overtredingen. Hij ondernam toen een verkenning van Marokko, dat resulteerde in een boek, Reconnaissance au Maroc, en dat bekroond werd met de Gouden Medaille van de Société de Géographie. Teruggekeerd in Frankrijk leerde hij in het huis van een nicht een priester kennen, Henri Huvelin, en weinig later ging hij, ten prooi aan een heftige innerlijke nood, naar hem toe om in het katholieke geloof te worden onderricht. Maar Huvelin liet hem onmiddellijk knielen en nodigde hem uit om te biechten na vele jaren, doorgebracht zonder religieuze praktijk en zonder geloof.

Het was het begin van zijn bekering, die radicaal werd beleefd: “Met dat ik geloofde dat er een God was, begreep ik dat ik niet anders kon doen dan alleen voor Hem leven”. Omdat hij de roeping die God voor hem weglegde, wilde ontdekken, deed hij op aanraden van dezelfde Huvelin een pelgrimstocht naar het Heilige Land.

Het bezoek aan Nazaret was een diepe schok. Hij raakte er snel van overtuigd dat het leven van Jezus niet zoals dat van hem moest zijn (hij verplaatste zich te paard, begeleid door een palfrenier), maar als dat van de armen die hij in die vuile straatjes tegenkwam. Hij stelde zich een God voor die gegaan was en gewerkt had met die ambachtslieden, en vergeleek zijn leven met dat van hemzelf: dat van een aristocraat die zich bewust was van zijn rang, die heel veel belang hechtte aan een verfijning van kleding, aan belangrijke bezoeken, reizen en feesten; dat van een onderzoeker die in de Academies werd bejubeld en aan wie de eerste plaats wordt toegekend. En hij herinnerde zich een zin die hij in een preek van Huvelin had gehoord: “Jezus heeft zo goed de laatste plaats ingenomen dat niemand Hem die ooit meer kan afnemen”. Jezus navolgen zou voor hem dan betekenen niet alleen maar onbekend, maar ook veracht te leven. In de logica van de ideeën van de Foucauld kon Jezus, wanneer men de verlaging in aanmerking neemt waaraan hij zich met de menswording onderwierp, alleen maar de armste mens van Nazaret zijn, en, waarom niet, de slechtst geklede. Voor een ontdekkingsreiziger kon het beroep van timmerman alleen maar verachtelijk en eentonig zijn; zoveel temeer moest het dat voor de Zoon van God zijn. Hij bleef niet stilstaan bij de schoonheid van het handwerk, de rust van de alledaagsheid van een dorpje, maar hij stelde zich het leven van Jezus voor in Nazaret, als vernederend en verachtelijk.

Gedreven door het verlangen Jezus na te volgen, besloot hij derhalve het grootst mogelijke offer te brengen door voor altijd de familie te verlaten die heel zijn geluk was, door ver ervandaan te gaan leven en sterven.

Een originele roeping

In deze confrontatie met Nazaret zijn er de drie pijlers van zijn leven: hij zal deze geleidelijk aan gaan ontwikkelen in een voortdurend zoeken naar authenticiteit, dat hem aanvankelijk ertoe zal brengen om in te treden in een trappistenklooster van Syrië, vervolgens te leven als kluizenaar ten dienste van de clarissen van Nazaret en uiteindelijk als priester in Algerije.

De eerste van deze pijlers bestaat erin dat hij als model de Jezus van het verborgen leven in Nazaret neemt, waarbij hij alleen maar met het werk van zijn handen in zijn levensonderhoud voorziet zonder een gave te aanvaarden en nog minder hierom te vragen.

De tweede is te blijven aan de voeten van Jezus die aanwezig is in de Eucharistie, een keuze die voor de Foucauld al een missionaire waarde heeft. De viering van de mis en de aanwezigheid van het tabernakel in een niet christelijk land zullen voor hem het equivalent zijn van het bezoek waarmee de Maagd Jezus – zonder te treden uit het verborgen leven – in het huis van Zacharias had gebracht, en het begin zijn van de uitstraling van de genade over dat land.

De derde pijler is deze stijl van leven volgen niet dicht bij de familie, maar in een missieland.

Deze drie pijlers vinden hun synthese in de toewijding aan het Heilig Hart van Jezus – een constante factor in zijn leven van bekeerling – die het verlangen naar de navolging van Jezus, de eucharistische aanbidding, als herstel en deelname aan het op het kruis verwezenlijkte heilsplan, en een sterk missionair verlangen (talrijk waren de onder de bescherming van het Heilig Hart gestelde missionaire instituten) verenigde.

Hoewel hij trouw was aan deze drie, niet van elkaar te scheiden, aspiraties, wist hij in de loop der jaren ook de letter ervan te overstijgen. Zo werd het handwerk in zijn laatste levensjaren vooral een linguïstisch werk; hij verzamelde poëzie en proza in de taal van de Toeareg, waarvan hij ook een woordenboek en een grammatica samenstelde, zodat de autochtonen zeiden: “Hij kent onze taal beter dan wij”. En toch drong hij, onverbiddelijk in zijn verlangen verborgen te blijven, eropaan dat die publicaties nooit, maar dan ook nooit zijn naam zouden dragen: zijn doel was instrumenten te geven aan toekomstige missionarissen.

Michele Chiappo

(Wordt vervolgd)

 

 

_________________

[1] P. Sourisseau, Charles de Foucauld. 1858-1916. Biografia, Effatà Editrice, Cantalupa (Torino) 2022, 768 vv. Een ‘postulator’ is een aanvrager en officiële begeleider van een proces tot zalig- of heiligverklaring.

 

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 

 

15/07/2023