Een overweging vanuit Paraguay
God en de mens
In Paraguay is er een uitdrukking die bijvoorbeeld wordt gebruikt om iemand die de tijd van een afspraak meedeelt, te antwoorden. Bij het bevestigen dat men op het vastgestelde uur zal verschijnen voegt men toe: “Als God en ook de Maagd het wil”. Met deze zin wordt enerzijds een religieus gevoel tot uitdrukking gebracht dat de historische omstandigheden van leven en dood afhangen van een goddelijk plan en de wil van God[1], anderzijds schuift men echter hierop ons wel of niet verantwoordelijk zijn voor het gegeven woord om aanwezig te zijn af.
Daarom heeft men in de prediking en de catechese moeten onderstrepen dat het belangrijk is te bidden zonder een logica van geven/hebben, typisch voor “beloften”, waarbij men een wonder verwacht dat van boven neerdaalt als in een muntmachine. Het is juist uit te leggen dat het beste gebed het gebed is dat Jezus ons met het Onze Vader geleerd heeft, waarin wij vragen om zijn wil te leren kennen en de kracht krijgen om deze te doen; maar vragen dat men doet zoals God wil, betekent dat ook wij ons deel doen, begrijpen dat wij een verantwoordelijkheid hebben, dat de geschiedenis het werk van God is, maar ook van de mens, dat de rede (en de wetenschap en de techniek die hieruit voortvloeien) moet samenkomen met een werkzaam geloof. Men kan niets bereiken zonder God, maar ook niets zonder de mens. De werkelijkheid is de vrucht van inspanning en niet van magie, God vervangt ons niet in hetgeen wij kunnen en moeten doen.
Naar een eucharistische Kerk
Het is noodzakelijk de redenen te prediken om dit type religiositeit over te brengen naar het middelpunt ervan dat de eucharistieviering is. Naar voren te brengen dat men daarin de mogelijkheid heeft de Heilige Schrift te leren kennen en lief te hebben die ook door de homilie wordt verkondigd, uitgelegd en geactualiseerd wordt. De Mis, plaats van het Woord dat wordt verkondigd en het Woord dat vlees is geworden, is de mogelijkheid om het Mysterie te ervaren door de verheven elementen van de liturgie, die gevierd moet worden in een religieus luisteren volgens de orde en de sacraliteit die daarbij passen (een sacraliteit die niet wordt geholpen door concertuitvoeringen van koren of door toneelstukjes, die het idee geven van een schouwspel dat voor andere ogenblikken geschikt is).
Wanneer de christenen aan de Mis deelnemen, verenigen zij zich op dezelfde plaats voor een eucharistische bijeenkomst. Christus zelf, die de hoofdrolspeler van de Eucharistie is, roept hen bijeen en gaat hen voor. Hij zit op onzichtbare wijze iedere eucharistieviering voor[2]. Terwijl bij de devoties van de volksreligiositeit wij het zijn die bidden, is het in de Mis Christus die in en met ons bidt. De eucharistieviering is de ontmoeting van een gemeenschap die bijeengeroepen wordt door de Heer, waarbij Hij zich geeft als voedsel van eeuwig leven. De vriendschap met de Heer beleven wij “op de eerste plaats in het liturgisch en gemeenschappelijk gebed, waar wij niet beslissen wat wij moeten horen van het woord van God, maar Hijzelf door middel van de Kerk tot ons spreekt”[3].
Wij moeten zover komen dat wij met overtuiging zoals de martelaren van Abitene in de 4de eeuw stellen dat “wij niet zonder de zondag kunnen leven”, dat wil zeggen zonder voor ogen te houden dat het de dag van de Heer is en niet op de eerste plaats de dag van de voetbalwedstrijd, het uitstapje, de schranspartij is... Die martelaren gaven er de voorkeur aan liever te sterven dan gedwongen te worden niet de Eucharistie te vieren.
Vanaf het beging leek het voor de Kerk vanzelfsprekend de sacramentele tegenwoordigheid van de Heer op zondag liturgisch te
vieren ter herinnering aan de “dag van de verrijzenis van de Heer”. Dat wordt ook ingegeven door de verschijningen van de Verrezene, die zondag na zondag plaatsvinden (vgl. Joh. 20, 19-26) en het ritme geven van een afspraak met de Heer. Het betreft niet alleen maar een voorschrift, het betreft een relatie van liefde waarbij Christus ons samenroept, op ons wacht, ons verandert, ons tot Lichaam maakt, ledematen van elkaar. Uit deze nieuwe gemeenschap wordt de nieuwe samenleving geboren. Van de Mis, die onder andere dezelfde structuur als ons leven heeft, begrijpt men nog veel te weinig, het ontbreekt aan een catechese hierover om haar te beleven: het is belangrijk haar te leren kennen om haar lief te hebben en haar lief te hebben om haar te leren kennen.
Voor een menselijkere cultuur
Het geloof is niet een product van de cultuur, verstaan als tradities, gewoontes, instellingen, vormen van werk en leven, maar van de openbaring van God.
Wanneer wij staan tegenover een werkelijkheid in de familie of de maatschappij die niets menselijks meer heeft, moeten wij opnieuw van Christus, de openbaring van de Vader, uitgaan om door middel van de kracht van het evangelie de beoordelingscriteria, de bepalende waarden, de punten van belang, de gedachtelijnen, de inspiratiebronnen en de levensmodellen van de mensheid die in strijd zijn met het woord van God en zijn heilzaam plan, “te bereiken en als het ware omver te werpen”[4].
Om het geloof te zuiveren en het steeds meer te brengen bij de kern van het onderricht van Jezus moeten wij verenigd in een geloofsgemeenschap leven, moeten wij erkennen dat wij niet individueel, maar alleen samen de uitdagingen het hoofd zullen kunnen bieden die wij elke dag voor ons hebben.
De Kerk heeft ons van oudsher eraan herinnerd in overweging te nemen dat een van de ernstige problemen van onze tijd het van elkaar loskoppelen, dat men bij velen constateert, is van het geloof dat men belijdt, en de wijze waarop men dagelijks leeft[5].
Johannes Paulus II zei dat “geloof dat geen cultuur wordt, een geloof is dat niet ten volle wordt aanvaard, niet geheel wordt gedacht, niet trouw wordt beleefd”[6]. Dat wil zeggen, het is een geloof dat niet alle immense mogelijkheden onderzoekt die het heeft om de duistere gebieden van de maatschappij te overwinnen, om een werkelijke bevrijding van het kwaad en de door de zonde veroorzaakte wanorde te brengen en de volle waarheid van de dingen te leren kennen[7].
De laatste woorden van de Mis zijn een uitnodiging tot de zending, om in vrede heen te gaan om vrede te brengen, om zich behalve in de parochie in te zetten in de gezinnen, op school, in de werkomgeving, om desem te zijn van een nieuwe mensheid.
Laten wij daarom het gebed naast de nicho met de kleinsten en de bejaarden, in het gezin en met de buren niet verwaarlozen, maar laten wij ons bewust worden van de noodzaak om allen samen het eucharistisch brood te delen dat in de Mis wordt gebroken. Laten wij ontdekken dat ook wij met de anderen in gemeenschap (ook al is die een van verlangen[8]) het Lichaam willen eten van Hem die reeds hier op aarde ons bestaan verandert en die door ons offer van een beetje brood en een beetje wijn ons openstelt voor de overwinning op de dood en voor het eeuwige leven.
_______________________
[1] Vgl. M.C. Pedrozo, La Religiosidad Popular Paraguaya..., 55.
[2] Vgl. Catechismus van de Katholieke Kerk, 1348.
[3] Leo XIV, Algemene audiëntie (14 januari 2026).
[4] Vgl. Paulus VI, Apostolische Exhortatie Evangelii nuntiandi, 19.
[5] Vgl. Tweede Vaticaans Concilie, Pastorale Constitutie over de Kerk in de wereld van deze tijd Gaudium et spes, 43.
[6] Johannes Paulus II, Toespraak tot het Nationale Congres van de Kerkelijke beweging voor een culturele inzet (16 januari 1982).
[7] Vgl. Johannes Paulus II, Encycliek Fides et ratio, 71.
[8] Zij die de communie niet kunnen ontvangen vanwege hun situatie, zullen hoe dan ook in een “gemeenschap van verlangen” en in de deelname aan de eucharistische liturgie een kracht en heilzame doeltreffendheid vinden, vgl. Benedictus XVI, Homilie (22 juni 2008).
(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)
29/04/2026