Bezoek aan het opvangcentrum van de “Foyer de l’espérance” van Yaoundé

 

Aan het einde van de activiteiten die gedurende de zomervakantie op de vorming van de jongeren, die onze gemeenschap van Mbalmayo bezoeken, waren gericht, hebben wij de drempel willen overgaan van het opvangcentrum van de “Foyer de l’espérance” van Yaoundé, een plaats die iets kostbaars te bieden heeft: luisteren, waardigheid en een mogelijkheid die de straatkinderen geboden wordt om opnieuw te beginnen.

Veel grote steden van het Zuiden van de wereld hebben de werkelijkheid van de kinderen die op straat leven, gemeen en deze vormt vaak een onderwerp van analyses en studies.

Wij zijn daarheen gegaan, vóór alles bezield door een geest van delen, ernaar verlangend hen te ontmoeten die deze strijd om aan plekken van hoop te bouwen voortzetten. Zo hebben wij de blik ontmoet van de opvoeders en vooral die van de straatkinderen, hun geschiedenis, hun wonden en hun dromen.

 

separador z

 

De crisis van het gezin vormt de kern van het probleem

Christine, een jongere van de groep vrienden van de Gemeenschap had bij dit centrum, gebouwd in de onmiddellijke nabijheid van de centrale gevangenis van Yaoundé, haar universitaire stage in de psychologie van de geestelijke handicap gelopen. Zij had er met enthousiasme met anderen over gesproken, waarbij zij trachtte de oorzaken van de marginalisering van deze kinderen en de moeilijkheden die zij binnen het gezin hadden meegemaakt, uit te diepen. Wij hebben derhalve besloten samen met haar aan hen een bezoek te brengen.

De verantwoordelijke opvoeder van het opvangcentrum, Donald George Pondi, heeft ons bereidwillig ontvangen en het ons mogelijk gemaakt een dag in broederschap met hen door te brengen om elkaar te leren kennen, te zingen en allen samen de lunch te delen.

Hij heeft ons duidelijk uitgelegd dat de Foyer het gezin van deze kinderen niet wil noch kan vervangen: het doel is zoveel mogelijk hun reïntegratie in het gezin.

Hij heeft de nadruk gelegd op het feit dat de belangrijkste oorzaak van hun leven op straat juist gezocht moet worden in het uiteenvallen van het gezin. De redenen zijn talrijk: uiterste armoede; kinderen die door moeders die op hun beurt veel te jong zijn, worden toevertrouwd aan de grootouders; de onevenwichtigheid in een eenoudergezin zonder een vaderfiguur om naar te verwijzen; het onvermogen van het gezin om de eerste signalen het hoofd te bieden aan ongenoegen, afwijkend gedrag of geestelijke handicap bij kinderen en adolescenten, die men tracht te corrigeren met strenge fysieke straffen met als gevolg dat ze vluchten.

Soms zijn deze adolescenten het slachtoffer geweest van echt misbruik. Ook de meisjes leven op straat en aan hen is een opvangcentrum en begeleiding gewijd.

Wij zijn dus nog verre van het ideaal van een gezin, zoals dat in het bijzonder in het traditionele Afrika vaak wordt opgeroepen, waar ieder kind werd opgevoed door het hele dorp. Ongetwijfeld is in het moderne Afrika de opvoeding van het gezin een dringende noodzaak.

Het merendeel van de gezinnen van herkomst weigert deze kinderen en adolescenten in hun midden te reïntegreren, omdat zij beschouwd worden als een ware vloek, vaak worden gehouden voor “behekst” door de straat, gevaarlijk en niet te genezen. Niemand wil meer over hen horen praten.

De opvoeders hebben ons dienaangaande verteld over moeilijke ervaringen die zij hebben beleefd, toen zij naar de dorpen zijn gegaan om de contacten met het gezin weer aan te knopen en daarbij met gewelddadige reacties – zij werden soms achtervolgd door personen met machete’s gewapend – werden geconfronteerd.

Een geduldig werk van luisteren

De opvoeders gaan vóór alles de straat op, identificeren de kinderen en de adolescenten, zij nodigen hen uit op het centrum, waar zij tenminste een referentiepunt kunnen vinden om zich te wassen, een maaltijd te kunnen voorbereiden en nuttigen, tot rust te kunnen komen, te spelen, te beschikken over een kluisje met schone kleren en hun weinige persoonlijke spulletjes. Dat maakt het de kinderen mogelijk de smaak van een eigen huis te hervinden en te ontkomen aan de bendeleiders die het hun verhinderen uit het circuit van de straat te komen.

De kinderen die regelmatig het centrum bezoeken, zijn in staat met de opvoeders dieper in dialoog te gaan en met hen in te schatten in welke structuur van de Foyer zij zouden kunnen worden opgenomen en begeleid voor een sociale reïntegratie om de studie weer op te pakken of de weg in te slaan van een beroepsopleiding.

De geschiedenis van de kinderen wordt verzameld gedurende de ontmoetingen op het opvangcentrum en getranscribeerd door de opvoeders.

Alleen een klein percentage keert terug en blijft in het eigen gezin, waar de kinderen soms gevolgd blijven worden door de Foyer, ook op financieel vlak wat de scholing betreft.

In een rapport over de activiteiten van het opvangcentrum van de voorafgaande jaren blijkt bijvoorbeeld uit de gegevens dat 7905 jongeren van iedere leeftijd in een jaar zijn opgenomen in het centrum: 23 zijn blijvend geïntegreerd in en ten laste gekomen van een van de verbonden centra en slechts 21 jongeren zijn in hun gezin teruggekeerd of opgenomen door gezinnen van vrijwilligers.

De opvoeders zijn echter zeer trots op iedere persoon die van de straat is gehaald.

Een van hen, Lionel, heeft ons toevertrouwd dat hijzelf een kind van de straat is geweest en dat hij tegenwoordig bijdraagt aan de opvang en de begeleiding van de kinderen van het centrum. Degenen die pas zijn aangekomen, noemen hem liefdevol “teacher”, meester. Hij heeft ons trots een grote foto laten zien aan de muur die ook hem als kind weergeeft en is gemaakt gedurende de eerste jaren van de Foyer, die toen werd geleid door een broeder jezuïet, aan wie vandaag het centrum is opgedragen: Antonio Mason.

Het leven op straat

“Het leven op straat is hard en gewelddadiger in vergelijking met enkele jaren geleden”, vertrouwde Donald ons nog toe.

De kinderen en de adolescenten komen op allerlei manieren aan de kost door in het beste geval kleine werken te verrichten zoals het vervoeren van waren met een kruiwagen voor de klanten van de markten of de koffers van de reizigers op de trein- en busstations. Velen overleven dankzij kleine diefstallen en gebruiken drugs, synthetische lijm en cannabis, waarvan zij moeten afkicken.

Het is een leven vol gevaren, dat zonder perspectieven van dag tot dag wordt geleefd. Aan het begin kunnen de adolescenten worden aangetrokken door het nachtleven van de bars in de stad, maar zij moeten vervolgens met moeite een plaats vinden waar zij de volgende dag kunnen afwachten (en zo vermijden dat zij door de ouderen worden beroofd) en zich beschermen tegen de felle regenbuien of de kou.

Soms worden deze kinderen ziek en krijgen de eerste medische verzorging bij het centrum en worden, indien noodzakelijk, naar het ziekenhuis gebracht. Velen van hen sterven op straat na nachten van koorts of malaria of ten gevolge van ruzies of verkeersongelukken waarbij niemand hun hulp biedt.

Het leven op straat maakt de kinderen wantrouwend en men moet met hen langzaam een klimaat van vertrouwen creëren.

De straten van de hoofdstad worden vooral in de schoolvakantie overspoeld met kinderen die van alles verkopen – papieren zakdoekjes, snoepjes, pinda’s, frisdranken – om het eigen onderwijs te kunnen betalen. In deze context van algemene armoede is het moeilijk de kinderen die zich alleen overdag op straat bevinden, te onderscheiden van degenen die er permanent leven en definitief iedere band met de eigen familie hebben verbroken.

Soms ontmoeten hele families elkaar op straat: gevluchte vreemdelingen of mensen die in de hoofdstad een beter leven hebben gezocht zonder erin te slagen en op allerlei manieren aan de kost komen of leven van aalmoezen.

De mentaliteit veranderen

Voor de jongeren die bij het opvangcentrum op bezoek waren, is het een echte shock geweest deze werkelijkheid te ontdekken. Vaak beleven wij immers het christelijk geloof alleen maar in zijn cultische dimensie en lopen daarbij het risico van een farizeïsche schijnheiligheid, die ons een gevoel geeft dat wij een rustig geweten hebben. Men vergeet dat veel jongeren in de jeugdgevangenissen en op straat uit onze eigen wijken, onze eigen gezinnen afkomstig zijn. Zij zijn aan zichzelf overgelaten en men stelt zich niet de vraag over wat er fout is gegaan, over wat niet heeft gefunctioneerd, over wat – buiten hun persoonlijke verantwoordelijkheden – de schuld van de maatschappij is.

De jongeren zijn zich dankzij deze ontmoeting bewust geworden van het belang om de eigen horizon te verbreden, iedere stigmatisering te overwinnen ten opzichte van deze gemarginaliseerde kinderen, die niet de liefde en de zorg hebben gekregen die noodzakelijk zijn voor hun groei, om hen als door het leven gewonde broeders en zusters te zien.

Christine sluit in deze zin af:

“Genegenheid, liefde zijn een fundamentele behoefte van deze kinderen, die vaak verwaarloosd en in de steek gelaten zijn. Er is veel medelijden en empathie nodig om hen te helpen het vertrouwen in zichzelf terug te vinden en op te bouwen”.

Wij hebben onze dag afgesloten bij de basiliek Marie Reine des Apôtres in Yaoundé, gekozen als basiliek van het Jubeljaar. Met een hernieuwd geweten hebben wij bij de Heer de dankbaarheid gebracht voor deze dag die ons hart naar deze kinderen van de straat toe heeft verruimd en ons diepgaand heeft bevraagd over het leven van onze gezinnen, onze wijken en de kwaliteit van onze inzet om aan de hoop voor allen te bouwen.

Antonietta Cipollini

  

 

         
   

De “Foyer de l’espérance” is een diocesane vereniging zonder winstoogmerk, erkend als van publiek belang door de staat Kameroen, gewijd aan de bescherming van de jeugd in moeilijkheden. Op weg naar zijn bijna 50-jarig bestaan, is zijn zending de opname, de bescherming en de reïntegratie in gezin en maatschappij van de kinderen, de jongeren van de straat en in de gevangenis van de stad Yaoundé.

Dans lespérance le chemin des enfants de la rue TeacherDe Foyer werd in 1977 gesticht op initiatief van Yves Lescanne van de Kleine Broeders van het Evangelie. Toen hij tot gevangenisaalmoezenier was benoemd, realiseerde hij zich dat het merendeel van de gedetineerde jongeren van de straat afkomstig was. Het was derhalve noodzakelijk te handelen voor de bescherming en de reïntegratie van deze jongeren. Dit werk heeft zich geleidelijk ontwikkeld en telt op vandaag vier huizen in Yaoundé.

Er is vooral het centrum voor dagopvang “Frère Antonio”, dat wij hebben kunnen bezoeken, waar de opvoeders direct met de jongeren van de straat werken en hen uitnodigen om naar het centrum te komen.

Er bestaat ook een opvang- en oriëntatiecentrum dat specifiek gericht is op meisjes.

Er is vervolgens het Huis “Frère Yves”, dat vast een dertigtal jongens tussen de 8 en de 16 jaar opneemt, die worden opgevoed en worden voorbereid, voor zover mogelijk, op een terugkeer binnen het eigen gezin.

Het Huis “De ark van Noach” neemt daarentegen de jongeren op die uit de gevangenis komen en worden toevertrouwd door een rechterlijke beslissing om hun een menselijke en professionele vorming te bieden, steeds in het perspectief van een reïntegratie in het gezin.

Ten slotte is er een socio-educatief centrum opgericht binnen de gevangenis zelf, bestemd voor de gedetineerde jongeren en voor juridische bijstand.

 

         
   

Het bezoek aan het opvangcentrum voor straatkinderen heeft mij ten diepste geraakt. Hun veerkracht en levensvreugde zijn ondanks de moeilijkheden die zij doormaken, waarlijk een bron van inspiratie. Deze ervaring heeft mij herinnerd aan het belang van empathie en solidariteit jegens de meest kwetsbaren en het belang van de sensibilisering om deze kinderen nog meer te ondersteunen.

Jephté, middelbare scholier
 

  

         
   

Ik heb een bijzondere bewondering gevoeld voor de opvoeders van straatkinderen. Ik weet dat het christenen zijn en zij de oorsprong en de kracht van hun activiteit aan God ontlenen, maar ik blijf mij verwonderen over het feit dat zij met volharding vechten om deze jongeren een richting te wijzen en hen te volgen. Ik heb het goede gewaardeerd dat zij voor deze kinderen wensen. Ik heb begrepen dat wij deze jongens en meisjes niet moeten veroordelen, maar wij hen van dichtbij en veraf behoedzaam moeten ondersteunen door middel van gespecialiseerde organen.

William, universiteitsstudent

 

 

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 

 

19/12/2025