In maart 1979 stierf Ugo La Malfa, politicus en een van de grote hoofdrolspelers van Italië na het fascisme. Ook al had La Malfa met de democratische katholieken in verschillende regeringen na de oorlog samengewerkt, hij hield tot het laatste vast aan een levensvisie die sterk laïcistisch was geïnspireerd.

De Italiaanse krant “Corriere della Sera” van 27 maart 1979 vermelde een episode die ons veel kan leren in een tijd waarin het verlies van identiteit gepaard gaat met goedkoop proselitisme en alles vloeibaar, kleurloos, smakeloos, geurloos wordt.

De verslaggevers van die tijd vertellen dat “op de dag van de dood, wanneer de Apostolisch Nuntius bij de Italiaanse Staat, bij zijn bezoek aan de chapelle ardente, ingericht in Palazzo Chigi, de zetel van de Italiaanse regering, zijn hand optilde om het stoffelijk overschot te zegenen, de familie La Malfa plotseling zich verwijderde naar de naburige kamer. Het was een weigering, een schok van laïcisme. ... De zoon Giorgio liet bleek begrijpen dat zijn vader het niet zou hebben gewaardeerd”. Ook bij het ritueel van de dood hebben de familieleden dus een levenskeuze willen respecteren.

Wanneer wij denken allen te willen redden, respecteren wij zo vaak niet meer de vrije keuze van anderen en zonder vragen te stellen aan vrijheid en verantwoordelijkheid, door de betreffenden gedurende de hele levensloop tot uitdrukking gebracht, eigenen wij ons het recht toe die te verbinden met onze Kerk, alsof er zonder onze kerkelijke riten geen ons onbekende wegen van heil kunnen zijn.

In wezen vergeten wij dat God groter is dan zijn Kerk en dat de wegen van het heil – ook voor wie vrij in heel zijn leven dat geloof en die riten niet heeft aanvaard, maar voor andere heeft gekozen – niet verplicht gaan via het opleggen van ons geloof, een geloof dat nooit losgekoppeld mag worden van de vrijheid van ieder individu.

Een pastorale of sacramentele praktijk die niet gepaard gaat met de vrijheid van wie deze ontvangt, is, behalve dat ze een belediging van God en de mens is, ook een praktijk die gedoemd is tot een zekere mislukking.

Ik ga niet in het bijzonder in op dit specifieke geval, daar het mij volkomen onmogelijk is de juistheid van de vermelde bijzonderheden te controleren.

Het respecteren van de vrijheid van een religieuze keuze

Ik heb al gewezen op de relatie geloof-vrijheid en op het niet verabsoluteren van het principe van het extra Ecclesiam nulla salus (“buiten de Kerk is er geen heil”).

Hoewel met uiterste behoedzaamheid lijkt het mij dat de kwestie voortkomt uit een zekere “toe-eigening” van een lichaam en uit het verlangen het bij ons geloof te betrekken, wanneer dat lichaam niet meer de mogelijkheid heeft van een vrije keuze en zich niet kan verzetten tegen een dwingend geweld dat het slechts behandelt als ... een dood lichaam en niet als de laatste fysieke werkelijkheid van een vrijheid die zich had uitgedrukt, ook al was dat op een door ons niet gedeelde wijze, en alle recht heeft om te worden gerespecteerd.

Ik schrijf vanuit Paraguay, vanuit een plaats waar ik dagelijks word geconfronteerd met de dood.

Wij kunnen niet ontkomen aan een catechese over de dood, het enige serieuze probleem van het leven, en wij kunnen God niet alleen op de moeilijke ogenblikken in ons leven binnen laten komen, als was Hij een noodhulp, waarbij wij Hem vragen onze problemen op te lossen en ons tot Hem richten, opdat Hij alles wat wij willen, uitvoert.

Met Dietrich Bonhoeffer – een Duitse Luteraanse pastor en theoloog die zich vastberaden tegen het nazisme verzette en streed tegen wat naar zijn oordeel een onderwerping van de Duitse Kerk aan Hitler was, en daarom ter dood werd veroordeeld, toen hij negenendertig jaar was – keer ik graag terug naar een door hem vanuit de gevangenis geschreven brief:

“God is geen noodhulp: men moet Hem niet alleen erkennen op het ogenblik dat wij aan het einde van onze middelen zijn, maar vol in het leven staan; in het leven en niet wanneer de dood nabij is, bij gezondheid en in de kracht van ons leven, niet in het lijden, wanneer wij actief zijn en niet alleen in de zonde. De openbaring van God in Jezus Christus is de reden hiervan. Hij is het middelpunt van het leven en in het geheel niet expres gekomen om een antwoord te geven op onze onopgeloste problemen”[1].

Emilio Grasso

 

 

___________________

[1] D. Bonhoeffer, Resistenza e Resa. Lettere e appunti dal carcere, Bompiani, Milano 1969, 241.

 

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 

 

06/08/2022