In het bekende interview dat aan de journalist Vittorio Messori werd gegeven, merkte kardinaal Ratzinger/Benedictus XVI op dat er een tendens bestaat het probleem van God als Schepper ter zijde te schuiven. Er zijn voor de catechese teksten die, zo zei Ratzinger, niet van Adam uitgaan, van het begin van het boek Genesis, maar van de roeping van Abraham of van Exodus. Men concentreert zich namelijk alleen maar op de geschiedenis en vermijdt zo zich te meten met het zijn.
Van zijn kant sprak theoloog-kardinaal Jean Daniélou in zijn boek Het mysterie van de advent over een
kosmische godsdienst die het goddelijke herkende in de regelmaat van de loop van de sterren die God had gegarandeerd door middel van het verbond met Noach.
Het volgen van het verbond met Abraham op het verbond met Noach betekent, nog steeds volgens Daniélou, evenmin als het volgen van het verbond van Christus op dat van Abraham geen vervanging van de ene godsdienst door de andere, zodat de eerste geheel verdwijnt. Het betreft integendeel een opvolging waarbij een nieuwe orde verre van de oude te onttronen door deze te overtreffen, haar vervult en in zich opneemt.
In het boek Numeri wordt in de vorm van een ster de komst van de Messias vooraf aangekondigd: “Ik zie hem, maar niet in het heden, ik aanschouw hem, maar niet van nabij; een ster komt op uit Jakob, een scepter rijst op uit Israël” (Num. 24, 17).
Deze ster is voor de Wijzen de aanwijzing van de geboorte van de Messias (“Toen dan Jezus te Betlehem in Juda geboren was, ten tijde van koning Herodes, kwamen er te Jeruzalem Wijzen uit het oosten en vroegen: ‘Waar is de pasgeboren koning der Joden? Want wij hebben zijn ster in het oosten gezien en zijn gekomen om Hem onze hulde te brengen’” Mat. 2, 1-2), terwijl in het boek van de Openbaring de ster Christus zelf is (“Ik, Jezus, heb mijn engel gezonden om u deze openbaringen aangaande de kerken bekend te maken. Ik ben de Wortel uit het geslacht van David, de stralende morgenster”, Op. 22, 16).
De ster is dus, Bijbels gezien, de weg die leidt naar Jezus en tegelijkertijd vertegenwoordigt hij Jezus zelf.
Wij kunnen zeer terecht zeggen dat in de ster de kosmische en de profetisch-christelijke openbaring hun punt van vereniging vinden.
Het grote probleem van de evangelisatie komt er vandaag op neer in het hart van de mens het verlangen naar God te doen ontstaan.
Zonder dit verlangen naar God is alles gedoemd te mislukken, welk verhaal wij ook houden of aan welke hervorming wij ook beginnen.
Wanneer wij antwoord geven op de vragen die ons niet worden gesteld, lopen wij gevaar van de weg af te dwalen waarop de ster ons leidt.
Verlangen naar God (“Zoals het hert de beekjes zoekt, zo zoekt mijn geest naar U, mijn God. Mijn ziel heeft dorst naar God, de God die leeft, zal ik Hem ooit bereiken en zijn aanschijn zien?” Ps. 42, 2-3) en de ster zijn twee dingen die met elkaar gepaard gaan: de een houdt zonder de ander geen stand, omdat zij samen voortbestaan en samen vallen.
Het verlangen sterft van de dorst, als het de ster niet tegenkomt.
De ster is stom, als hij zich niet baseert op het verlangen, en dwaalt in de ruimtes zonder zijn doel te bereiken.
Een Kerk die de ster niet weet te verkondigen en het diepe verlangen hiernaar niet weet op te wekken, is een Kerk die onbetekenend wordt, zout zonder smaak...; “het deugt noch voor het land noch voor de mest, maar men gooit het weg” (Luc. 14, 35).
Over dit verband tussen verlangen en ster heeft paus Franciscus bij de Algemene Audiëntie van 12 oktober 2022 zeer mooie en ophelderend woorden gesproken.
Paus Franciscus heeft gezegd:
“Het verlangen is niet de gril van het ogenblik, nee. Het Italiaanse woord voor verlangen (desiderio) komt van een heel mooie Latijnse term, en dat is merkwaardig, de-sidus, letterlijk ‘het ontbreken van de ster’, het ontbreken van een referentiepunt dat richting geeft aan de levensweg; het roept lijden op, gebrek en tegelijkertijd een spanning om het goede te bereiken waaraan het ons ontbreekt. Het verlangen is dan ook het kompas om te begrijpen waar ik mij bevind en waarheen ik op weg ben, wat meer is, het is het kompas om te begrijpen of ik stilsta of ga; iemand die nooit verlangt, is iemand die stilstaat, misschien ziek is, bijna dood. Het is het kompas, als ik ga of stilsta”.
In zijn populair lied met een grote theologisch diepgang wees de heilige Alfonso Maria de’ Liguori op de nauwe relatie tussen verlangen-ster-verandering van hart van de mens, die zich manifesteert in de concrete liefde voor de arme:
U daalt neer uit de sterren,
Koning van de hemel,
en U komt in een grot
in koude en vorst.
Mijn goddelijk Kind,
ik zie U hier beven.
Heilige God!
Ach, hoeveel kostte het U
mij liefgehad te hebben!
U, die van de wereld
de Schepper zijt,
ontbreekt het aan kleren en vuur,
mijn Heer!
Lief, bemind Kleintje,
Hoezeer doet deze armoede
mij nog meer liefhebben!
Want de liefde maakt U
nog armer!
Mijn goddelijk Kind,
ik zie U hier beven.
Heilige God!
Ach, hoeveel kostte het U
mij liefgehad te hebben!
(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)
24/12/2022