Uitgaande van het leven van de heilige Teresia van Jezus

 

Avila is een stad in Spanje waar in 1515 Teresia van Jezus werd geboren. Deze figuur is interessant en is heel actueel om verschillende redenen: haar bewustzijn als vrouw en de stijl van haar vrouw zijn; haar aanwezigheid in de wereld; haar uitzonderlijke mystieke ervaring. Juist krachtens deze ervaring, zeker niet op grond van titels of behaalde diploma’s aan universiteiten (die in die tijd niet door vrouwen werden bezocht), werd Teresia van Jezus in 1970 uitgeroepen tot kerklerares, de eerste vrouw die met deze titel werd onderscheiden.

Uitgaande van het mens-zijn van Christus

In zijn homilie ter gelegenheid van het vierde eeuwfeest van de dood van de heilige Teresia van Jezus herinnerde de heilige Johannes Paulus II eraan dat

“de heilige Teresia, uitgaande van het mysterie van het allerheiligste mens-zijn, dat deur, weg en licht is, is gekomen tot het mysterie van de allerheiligste Drie-eenheid, bron en doel van het leven van de mens, spiegel waarin ons beeld ook is geprent. En vanuit de hoogte van het mysterie van God heeft zij de waarde van de mens, zijn waardigheid, zijn roeping tot het oneindige begrepen”[1].

In hoofdstuk 22 van het door haarzelf geschreven Leven reageert Teresia heftig tegen zoveel geestelijke auteurs van haar tijd, die nadrukkelijk aanraadden zich verre te houden van ieder lichamelijk beeld om de aandacht alleen maar te vestigen op de goddelijkheid. Voor deze auteurs zou het mens-zijn van Christus een obstakel en hindernis zijn voor een volmaaktere aanschouwing.

De paus herneemt in aangehaalde toespraak deze ervaring van Teresia en waarschuwt voor wie ook in onze tijd de nadruk legt op gebedstechnieken die niet geïnspireerd worden door het evangelie, ertoe neigen af te zien van Jezus Christus en een geestelijke leegte begunstigen die, zo gaat de paus verder, in het christendom geen enkele zin heeft.

De Christus van het gebed van Teresia gaat echter veel verder dan iedere lichamelijke voorstelling en figuratieve weergave. Het is de verrezen, levende en tegenwoordige Christus, die de grenzen van tijd en ruimte overstijgt, die tegelijk ware God en ware mens is.

De gebedsmethode van Teresia wordt door haarzelf beschreven, wanneer zij zegt:

“Mijn gebedsmethode bestond erin alles eraan te doen om in mij Jezus Christus tegenwoordig te houden”[2].

Teresia heeft lang gemediteerd over de liefde van Jezus. Zij heeft deze liefde aanschouwd in de beelden die Hem in zijn leven op aarde laten zien door de beelden van het evangelie opnieuw tot leven te brengen. Zij heeft deze scènes zo in haar hart geprent dat zij hiermee vorm geeft aan de Bijbel van het hart.

De waardigheid van de vrouw

De tijd waarin Teresia heeft geleefd, was een tijd die werd gekenmerkt door een zeer sterk antifeminisme. Wij zouden zonder meer moeten blijven stilstaan bij de kwestie van het antifeminisme, van de verachting van de vrouw en haar verbanning uit het gemeenschappelijk en maatschappelijk leven om haar te verbannen naar rollen die ondergeschikt zijn aan die van de man. De kwestie van de waardigheid van de vrouw neemt een steeds centralere plaats in – en zal dat steeds meer doen – in de komende tijd en in heel de wereld, zoals de kwestie van de steeds duidelijkere scheiding van de wereld tussen rijke en arme landen een centrale plaats inneemt.

In die historische tijd van een sterke verbanning van de vrouw onderstreept Teresia met blije innerlijke vrijheid de relatie tussen Jezus en de vrouwen in het evangelie: Magdalena, Martha en Maria van Bethanië, de Kanaänitische vrouw, de Samaritaanse vrouw.

In een tekst van haar, die werd gecensureerd en niet verschijnt in de definitieve versie van de Weg van volmaaktheid, beklaagt Teresia zich bij haar Heer over een wereld die de vrouwen opgesloten houdt, die het hun niet toestaat in het openbaar voor de Heer iets te doen dat van waarde is, en dat zij bepaalde waarheden niet kunnen behandelen die zij in het geheim betreuren[3]. Deze tekst zou voldoende zijn om het grote belang te begrijpen van deze vrouw, deze heilige, deze kerklerares, in onze tijd en onze culturen met sterke macho-kenmerken.

Teresia richt zich tot de Heer, omdat zij weet dat Hij haar liefheeft, allen liefheeft, weet dat in Hem iedere scheidingsmuur is neergehaald (vgl. Ef. 2, 14-16), omdat in Hem “geen sprake meer is van heiden of jood, besnedene of onbesnedene, barbaar en onbeschaafde, van slaaf of vrije mens” (Kol. 3, 11).

Als de cultuur en de gewoonten van haar tijd een bepaalde taal spreken, die ook werd gesproken door de mensen van de Kerk die de smaak voor het evangelie hadden verloren, kan Teresia een andere taal spreken, omdat zij mediteert over het mens-zijn van Jezus en dit in haar hart prent.

Gebed en politiek inzet

Het gebed verwijdert Teresia niet van de geschiedenis en de grote problemen van de wereld.

Als het gebed zijn wortels heeft in Jezus en zijn geschiedenis, dan wordt het een sterke prikkel voor de bouw van een nieuwe wereld.

Het is echter noodzakelijk dat de Jezus die in ons hart is, tegelijkertijd “mijn Jezus” is en ook de Jezus van de evangelies en niet een Jezus die ieder van ons voor zichzelf construeert overeenkomstig zijn kleine en bekrompen belangen of zijn genoegens van het ogenblik.

Daarom lijkt het mij zeer belangrijk de nadruk te leggen op de criteria van een lectuur van de Bijbel. Wanneer het evangelie en het gebed uit onze geschiedenis verdwijnen of worden gereduceerd tot een troostend intimisme, een juridische verplichting waaraan moet worden voldaan, een devotionisme zonder objectieve controle, een persoonlijke interpretatie, een vervreemding van de wereld en de geschiedenis van de mensen van onze tijd, een vlucht om de “eigen vrede” te vinden, ver van de plaatsen waar de mensen lijden en strijden om het Rijk van God te bouwen (een Rijk dat een gave van de Vader is, maar tegelijkertijd ons belast met de verantwoordelijkheid om het te bouwen), wanneer dit alles gebeurt, dan is de Jezus die wij in ons hart hebben en tot wie wij bidden, niets anders dan ons eigen beeld. Een beeld van een oude man, ziek, over zichzelf heen gebogen, die niet in staat is iets anders tegen te komen en naar iets anders te staren dan de eigen navel... Een mens die langzamerhand zo ontaardt dat hij in volmaakte rust ertoe komt Vader, Jezus, Kerk, Volk van God te noemen wat niets anders is dat een projectie van zijn verlangens die hij halsstarrig... God blijft noemen.

Volgens Feuerbach, een van de vaders van het moderne atheïsme, bestaat voor de mens de vervreemding uit het feit dat hij ten gunste van een denkbeeldige werkelijkheid verstoken is van iets dat hem in wezen toebehoort. Wijsheid, willen, liefde, gerechtigheid zijn oneindige attributen die het eigen wezen van de mens vormen en hem niettemin raken, als betrof het een ander wezen. Daarom projecteert hij die spontaan buiten zichzelf en objectiveert hij deze in een subject van de fantasie, louter een product van zijn verbeeldingskracht, en geeft hieraan de naam God. En zo bedriegt hij uiteindelijk zichzelf. Dat is dezelfde daad die de wereld berooft van haar inhoud en deze inhoud overbrengt op God. De arme mens bezit een rijke God of, nauwkeuriger gezegd, hij verarmt zichzelf om zijn God te verrijken: door Hem te vullen maakt hij zichzelf leeg; hij bevestigt in God wat hij in zichzelf ontkent. Godsdienst verandert zo – voor Feuerbach – in een vampier van de mensheid, die zich voedt met haar vlees, haar bloed[4].

Wanneer het gebed zich voedt met en zijn wortels heeft in een vervreemde godsdienst, dan is dat geen gebed. Dit is geen aanschouwen. Dit is alleen maar een slaapmiddel dat je langzaam in slaap doet vallen en je ertoe brengt een mens te worden die rustig zijn eigen lijk mee uit wandelen neemt.

Het ware gebed, het ware aanschouwen is iets anders. Het heeft vroeg of laat altijd een politieke waarde. Niet in de zin van een politiek van de machtigen, maar in de zin van een politiek van de armen. Het is de kracht, de enige kracht van de armen.

De heilige Johannes Paulus II onderstreept dit, wanneer hij zegt dat

“de ontmoeting met God in het gebed in de plooien van de geschiedenis een mysterieuze kracht legt die de harten beroert, tot bekering en vernieuwing brengt en juist hierin ook een machtige historische kracht wordt voor een verandering van de maatschappelijke structuren”[5].

Emilio Grasso

 

 

_____________________

[1] Johannes Paulus II, Avila: Heilige Mis voor het vierde eeuwfeest van de dood van de heilige Teresia van Jezus (1 november 1982).

[2] Teresa di Gesù, Vita di S. Teresa di Gesù scritta da lei stessa, 4, 7, in Teresa di Gesù, Opere, Postulazione Generale O.C.D., Roma 1969, 59.

[3] Vgl. Teresa di Gesù, Cammino di Perfezione, in Teresa di Gesù, Opere..., 552-553, noot 4, waar men de tekst vindt die niet is opgenomen in de officiële uitgave van de Cammino di Perfezione (Weg van volmaktheid).

[4] Vgl. H. de Lubac, Il dramma dell’umanesimo ateo, Morcelliana, Brescia 1949, 25-26.

[5] Johannes Paulus II, Palermo: Toespraak tot de Italiaanse Kerk voor de viering van het 3de Kerkcongres (23 november 1995).

 

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 

 

19/08/2023