De boodschap van de Heilige Vader voor Wereldmissiedag 2013 bevat deze uitdrukking die hij vanaf het begin van zijn
pontificaat volhardend blijft herhalen:
“De Kerk is geen verzorgingsorganisatie, geen onderneming, geen NGO, maar zij is een gemeenschap van mensen, bezield door het werken van de Heilige Geest, die de verwondering over de ontmoeting met Jezus Christus hebben beleefd en beleven en deze ervaring van diepe vreugde, de heilsboodschap wensen te delen die de Heer ons heeft gebracht”.
Om de spirituele-theologische achtergrond van paus Franciscus te begrijpen moeten wij naar de wortels gaan van zijn roeping als lid van het “Sociëteit van Jezus”.
In de heilige Ignatius van Loyola zijn contemplatie en zending zo nauw met elkaar verenigd in dezelfde handeling dat Nadal, de eerste biograaf van de stichter van het Sociëteit van Jezus, voor de heilige Ignatius van Loyola de beroemde uitdrukking “contemplatief in actie” bedenkt, een uitdrukking die de heilige Johannes Paulus II zal opnemen in nr. 91 van de encycliek Redemptoris missio over de permanente geldigheid van de missionaire opdracht.
Wanneer Nadal spreekt over de heilige Ignatius drukt hij zich als volgt uit:
“Deze genade om in alle vrijheid te kunnen bidden en God in alles, zaken of gesprekken, gewaar te worden... heeft onze Vader als een groot voorrecht ontvangen...; hij zag deze tegenwoordigheid en was simul in actione contemplativus (contemplatief in actie)”.
Nadal denkt dat de genade van dit gebed en deze contemplatie in alle leden van het Sociëteit is gelegd en erkent dat zij verbonden is met hun roeping.
In zijn homilie van 31 juli 2013 ter gelegenheid van het feest van de heilige Ignatius onderstreept paus Franciscus, wanneer hij de betekenis uitlegt van het wapen van de Jezuïeten – “Iesus Hominum Salvator” (IHS, Jezus Heiland van de mensen), – dat dit wapen herinnert aan een werkelijkheid die men nooit mag vergeten:
“De centrale plaats van Christus voor ieder van ons en het hele Sociëteit, dat de heilige Ignatius nu juist wilde noemen ‘van Jezus’ om het referentiepunt aan te geven. ... En dit brengt ons, Jezuïeten, en heel het Sociëteit ertoe gedecentraliseerd te zijn, de ‘altijd grotere Christus’ voor ogen te hebben, de ‘Deus semper maior’ (altijd grotere God), de
‘intimior intimo meo’ (inniger dan mijn diepste wezen), die ons voortdurend buiten onszelf brengt, ons tot een zekere kenosis (ontlediging) brengt, ons ertoe brengt ‘buiten de eigen liefde, de eigen wil en het eigen belang te treden’”.
Deze spirituele kern van het gedecentraliseerd zijn vormt ongetwijfeld de reden van bestaan van de christen als “missionaire leerling” van de Heer, een spirituele en theologische kern die paus Franciscus in zijn toespraak tot de verantwoordelijke bisschoppen van de CELAM heeft uitgelegd.
Reeds in de homilie van 12 mei 2013 had paus Franciscus ervoor gewaarschuwd
“zich niet op te sluiten in zichzelf, in zijn eigen problemen, in zijn eigen ideeën, in zijn eigen belangen, in deze kleine wereld die ons zoveel schade berokkent, maar naar buiten te komen en degene die behoefte heeft aan aandacht, begrip, hulp, tegemoet te gaan om hem de warme nabijheid te brengen van de liefde van God”.
In zijn toespraak tot de bisschoppen van de CELAM op 28 juli 2013 in Rio de Janeiro stelt de paus dat
“de positie van de missionaire leerling niet een positie is in het centrum, maar aan de periferieën: hij leeft gericht op de periferieën... ingesloten die van de eeuwigheid in de ontmoeting met Jezus Christus. In de verkondiging van het evangelie decentraliseert het spreken over existentiële periferieën en wij hebben gewoonlijk angst om uit het centrum te komen. De missionaire leerling is een gedecentraliseerd iemand: het centrum is Jezus Christus, die bijeenroept en zendt. De leerling wordt gezonden naar de existentiële periferieën”.
Er dient te worden opgemerkt dat de spanningspolen Jezus Christus en de existentiële periferieën zijn, maar deze spanningen moeten wij lezen in verband met de eschatologische dynamiek van de zending (“eeuwigheid in de ontmoeting met Jezus Christus”) en niet in een eenvoudigweg immanente spanning.
Deze spanningen hebben de essentiële bemiddeling van de Kerk nodig.
“De Kerk – zo heeft paus Franciscus de bisschoppen van de CELAM in herinnering gebracht – is een instelling, maar wanneer men in het centrum opricht, wordt deze gefunctionaliseerd en verandert langzamerhand in een NGO. Dan pretendeert de Kerk een eigen licht te hebben en houdt op het mysterium lunae (het mysterie van de maan) te zijn
waarover ons de heilige Vaders spreken. Zij wordt steeds meer autoreferentieel en haar noodzaak missionair te zijn verzwakt”.
Op dit punt keert een centraal idee van paus Franciscus, ik zou willen zeggen een idee waarop hij voortdurend hamert, terug:
“Wanneer een gemeenschap gesloten is, altijd onder dezelfde personen die spreken, dan is deze gemeenschap geen gemeenschap die leven geeft. Het is een onvruchtbare gemeenschap, niet vruchtbaar” (Toespraak tot het Kerkelijk Congres van het bisdom Rome, 17 juni 2013).
En uit het feit dat men niet buiten zichzelf treedt
“vloeit nu juist de onvoldaanheid van sommigen voort, die tenslotte bedroefd zijn en veranderen in een soort verzamelaars van oudheden of nieuwigheden in plaats van herders te zijn met de geur van de schapen” (Paus Franciscus, Chrismamis, 28 maart 2013).
(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)
26/08/2023

