De zaak Baba Simon, missionaris op blote voeten

 Deel een

 

Abbé Mpeke wordt Baba Simon

In Tokombéré zal abbé Simon Baba Simon worden en in 1961 de missie stichten.

Christian Aurenche, een Franse priester en arts die in het ziekenhuis van Tokombéré heeft gewerkt, vertelt deze episode:

“Toen wij met de equipe van TF 1 de film Le Lieu du combat over de problemen van de gezondheidszorg in Tokombéré draaiden, zei de regisseur tegen mij: ‘Je begrijpt hun taal niet, maar wanneer de mensen op het punt staan om iets heel belangrijks te zeggen, dan hoor je voortdurende herhalen Baba, Baba Simon. Zodra iemand die naam zegt, dan weet men dat er iets belangrijks gezegd gaat worden’”[1].

Baba betekent vader, patriarch, wijze, leidsman, een naam die is uitgevonden om de intimiteit van een relatie aan te geven en die komt uit de cultuur van de Sahara-volken. En allen, mannen en vrouwen, volwassenen en kinderen, Kirdi en moslims, allen noemden hem spontaan Baba.

In Tokombéré werd abbé Simon Baba Simon, omdat in hem de belofte van God aan Abraham in vervulling ging en zijn uittocht, zijn zending, de geboorte van een volk mogelijk maakte.

Jean-Baptiste Baskouda, die later staatssecretaris in de regering van Kameroen zal worden, zal het vaderschap van Baba Simon zo samenvatten: “Hij heeft ons trots erop gemaakt dat wij Kirdi zijn. Dankzij hem worden wij erkend, zoals wij zijn, met ons verleden. Hij heeft ons de mogelijkheid gegeven een toekomst te hebben”[2].

Wij kunnen zeggen dat Baba Simon geloof heeft gehad in de mens. En dit geloof van hem was een geheel met zijn geloof in God.

Het geloof van Baba Simon heeft zijn middelpunt in Jezus Christus.

“Voor mij – zo stelde Baba Simon – is Jezus Christus alles. Jezus Christus is het leven. Voor mij is Jezus Christus… de incarnatie van de mensheid... De menswording is God die de menselijke natuur huwt… Jezus Christus is het hoogtepunt van de schepping... In Jezus Christus is het heel de mensheid die mens is geworden”[3].

Baba Simon is zeker niet “op blote voeten” tot zijn pastorale weg gekomen door middel van een theologische reflectie of een verdieping van de teksten van het Concilie, waarvan hij ongetwijfeld een voorloper is. Maar hij sluit zich opnieuw aan bij dezelfde theologisch-pastorale aanwijzing van Johannes Paulus II door een kennis die voortkomt uit de liefde[4].

Door de mens als “weg van de Kerk” te nemen verwijdert Baba Simon volgens pater Grégoire Cador zich van zijn geestelijke meester Charles de Foucauld volgens de laatste “moeten personen die ver van Jezus afstaan, zonder boeken of woorden het evangelie leren kennen, wanneer ze mijn leven zien... Door mij te zien moeten ze zien wat Jezus is”[5].

Voor Baba Simon

“is het gelaat van Christus in welk van onze werken dan ook willen tonen, het willen onttrekken aan het mysterie van Christus – en door alles hier op in te zetten moeten wij van alles verwachten. Laten wij Christus – zo schrijft hij – zich tonen aan wie en hoe Hij wil. Laten wij toe dat de mensen het alleen met Hem redden. Het willen laten zien van het gelaat van Christus door welk van onze werken dan ook is derhalve in werkelijkheid willen dat ze ons beschouwen als Christussen, zijn gelijken. Het gelaat van Christus ziet men in het geloof, ook in de aanstoot, want de heilige Paulus zegt nu juist dat het kruis een aanstoot is, maar dan wel voor hen die verloren gaan, omdat ze geen geloof hebben. Zoekt het gelaat van God. Zoekt het altijd – tracht het te vinden waar het zeker aanwezig is: in de naaste in al zijn verschijningsvormen – tracht, wat de naaste betreft, hem niet te stichten, tenzij door middel van dit zoeken – waarbij u niet moet trachten hem erbij te betrekken, als God zelf hem niet roept – er is een roeping op het elfde, evenals op het eerste uur”[6].

Christus aan de mensen onthullen – zo concludeert Grégoire Cador – is vóór alles zijn aanwezigheid aanvaarden in mijzelf enBabaSimon missionnaire 2 2a Hem naderen als iemand wiens aanwezigheid ik heb herkend in ieder van mijn broeders en zusters.

“Uw roeping is – en het is nog altijd Baba Simon die dit schrijft – is Jezus zoeken, letten op de aanwezige Jezus. Dat is de ware betekenis van samen met Christus op weg zijn. Waar Christus is, daar zijn zijn gelaat en zijn liefde. Welnu, Christus bevindt zich in de naaste. Als wij Christus willen vinden, dan is het in de naaste dat wij Hem vinden”[7].

Deze centraliteit van Jezus Christus maakt het derhalve mogelijk te zeggen dat Baba Simon niet een godsdienst aan de Kirdi heeft gebracht, een ideologie, zomaar een systeem van waarden. Hij zei graag:

“Ik ben gekomen om hun een Vriend te brengen. Aan deze en aan de andere kant van de godsdienst is er vóór alles een boodschap van trouw: Immanuel, God met ons. Jezus Christus, de verheven openbaring van Gods trouw aan de mens”[8].

Zo getuigt een werker in de gezondheidszorg van een dorp van Tokombéré:

“Baba Simon zag in ieder van ons het gelaat van God. Voor hem waren wij menswordingen van de godheid. Over onze stammen, talen, rassen en godsdiensten heen zag hij in ons kinderen van God”[9].

Deze visie komt ongetwijfeld voort uit het praktiseren van het geloof.

Het geloof is immers in zijn theologische betekenis het begin van een zien. Het vond in hem zijn ontwikkeling en ontplooiing in het gebed als een voortdurende dialoog met God en in de liefde als dialoog in de diepte van de wortels van de mens.

De getuigenissen over Baba Simon, man van gebed, zijn eensluidend. Het gebed was zijn leven en zijn leven was een gebed. Trouw aan het brevier, het bidden van de rozenkrans, de geestelijke lectuur, de dagelijkse mis.

Zijn spiritualiteit, die verbonden was met die van pater de Foucauld kwam in het bijzonder tot uitdrukking in de trouw aan de nachtelijke aanbidding van het Heilig Sacrament.

Zijn gebed begon altijd in stilte en concentratie. Dit was de tijd van luisteren. Het was de voorbereiding op de ontmoeting met God.

Vervolgens was er de tijd van de dialoog. God stelde de vragen en Baba Simon antwoordde. Het was de tijd van gewetensonderzoek, van het hart dat zich opende, van een vruchtbare uitwisseling: het leven van Baba Simon trad in God binnen met heel de last die hij droeg, en Gods leven trad binnen in het hart van de trouwe vriend met heel zijn genade, zijn vrede, zijn vreugde.

Vervolgens was er de tijd van de lofprijzing, de tijd van het gezang op het leven.

Er is geschreven dat het gebed de wijze van zijn van Baba Simon was. Inderdaad, in de vader van de Kirdi is geen gebed te vinden dat op de een of andere wijze los staat van het leven.

Wanneer hij vertrok voor zijn lange tournees het woud in of over de rotsmassieven, altijd blootsvoets en in witte toog, had Baba Simon alleen het brevier, de rozenkrans en het draagbare altaar bij zich. De intense en diepe relatie met God die door Baba Simon werd beleefd, was in hem niet te scheiden van de liefde voor het volk.

Één passie bezielde Baba Simon: Jezus Christus aan de Kirdi geven.

In een televisie-interview drukt Baba Simon zich zo uit:

“Ik zou willen dat allen zijn als Jezus Christus, dat allen God zien, zoals Jezus Hem zag. En dat allen alle mensen zien, zoals Jezus hen zag”[10].

Toen hij de Kirdi leerde kennen, achten en liefhebben, wilde hij onder hen leven als Jezus Christus, in de hoop dat zij zouden wennen aan zijn boodschap, die zij eens misschien zouden aannemen.

De liefde tot Jezus Christus en de liefde voor de Kirdi zetten abbé Simon op de weg van een apostolische bekering. Hij ontdekt voor alles dat hijzelf een Kirdi moet worden, een Kirdi die het evangelie beleeft. Hij moet zijn lange pastorale ervaring achter zich laten en meer dan 50 jaar jonger worden. Hij moet zijn mentaliteit van man van het zuiden achter zich laten en vermijden methodes en organisatievormen waarmee hij in andere gebieden heeft kennis gemaakt te exporteren. Dit brengt hem vóór alles ertoe een dimensie van persoonlijke armoede te beleven.

Men vertelt dat een dief die in de kamer van Baba Simon verborgen onder het bed was gevonden, verklaarde: “Als je wil stelen, ga niet de kamer van Baba Simon in. Daar is er alleen maar papier. Ik heb nog nooit zo’n arme ‘blanke’ gezien”[11].

Armoede wilde echter bij Baba Simon niet zeggen ellende. En wanneer men zijn eenvoud verwarde met ellende, voelde hij zich beledigd:

“Ellende is een vijand van God, stelde hij. Het evangelie wil de vooruitgang van de mens, zijn levensomstandigheden verbeteren. Werken voor God temidden van de mensen wil zeggen getuigen van zijn onuitputtelijke rijkdom”[12].

Steunend op de zekerheid dat de mens is geschapen naar Gods beeld en gelijkenis, dacht Baba Simon dat het noodzaak was de Kirdi de instrumenten te geven om zich van iedere slavernij te bevrijden. De Kirdi van de bergen bevrijden wilde zeggen hun leren uit hun eigen ellende te treden en te naderen tot het christelijk leven.

Hem kwam het toe de instrumenten te geven en te roepen.

“De rest – zei hij – wat het belangrijkste is, dat wil zeggen de bekering, behoort God toe. Onze rol beperkt zich tot die van de eenvoudige zaaier. Wij moeten werken zonder ons druk te maken over het resultaat: het doopsel hangt van een persoonlijke beslissing af, waardoor ieder zich inzet op de weg van een nieuw leven. Wij zijn niet het doel, maar God, God alleen, niets anders dan God die in vrijheid wordt ontmoet”[13].

 Emilio Grasso

(Wordt vervolgd)

 

 

_____________________

[1] C. Aurenche, Sous l’arbre sacré. Prêtre et médecin au Nord-Cameroun, Éd. du Cerf, Paris 1987, 111.

[2] C. Aurenche, Sous l’arbre..., 115.

[3] J.-B. Baskouda, Baba Simon..., 38-39.

[4] Contemplatie = liefde, visioen = liefde zijn de formuleringen van Gregorius van het contemplatieve leven en de mystieke ervaring. Wij aanschouwen de schoonheid van onze Schepper, omdat wij deze door middel van de liefde kennen. “Per amorem agnoscimus” (“wij kennen door de liefde”), Gregorius de Grote, Moralium Libri, lib. X, 8, 13, PL 75, 927. En nog beter: “Dum enim audita supercoelestia amamus, amata jam novimus, quia amor ipse notitia est” (“immers, wanneer wij de bovennatuurlijke waarheden liefhebben die ons zijn verkondigd, kennen wij ze in feite al, omdat de liefde zelf kennis wordt”), Gregorius de Grote, Homiliae in Evangelia, lib. II, 27, 4, PL 76, 1207.

[5] G. Cador, L’héritage de Simon Mpeke…, 115.

[6] G. Cador, L’héritage de Simon Mpeke…, 115-116.

[7] G. Cador, L’héritage de Simon Mpeke…, 116.

[8] J.-B. Baskouda, Simon..., 39.

[9] J.-B. Baskouda, Simon..., 54.

[10] G. Cador, On l’appelait Baba Simon, Presses de l’UCAC/Éd. Terre Africaine, Yaoundé 2000, 156.

[11] J.-B. Baskouda, Baba Simon..., 136. In het noorden worden al de mensen uit het zuiden als blanken beschouwd.

[12] J.-B. Baskouda, Baba Simon..., 56.

[13] J.-B. Baskouda, Baba Simon..., 58.

 

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 

 

11/09/2023