De zaak Baba Simon, missionaris op blote voeten

Deel twee

 

De instrumenten voor de bevrijding

Lange tijd had de koloniale regering geprobeerd de Kirdi van de bergen naar beneden te doen komen en de bevolking leerplichtig te maken, maar alle pogingen ontmoetten altijd een hardnekkige tegenstand. De mens van de berg verzette zich tegen iedere poging die werd gezien als culturele agressie, die geen rekening hield met de identiteit van het volk.

Ook Baba Simon hamerde aan op het belang van scholing. Hij begreep echter na de eerste mislukkingen dat het erom ging vóór alles het vertrouwen van de Kirdi te winnen. Dit is mogelijk, wanneer men elkaar kent, wanneer men voortdurend aanwezig is temidden van het volk, daar waar het leeft, lijdt, liefheeft, werkt, bidt.

Hieruit kwam voort wat werd genoemd “de school onder de boom”. Een school voor de ogen van allen, in het middelpunt van het leven van de Kirdi.

Jaren later zal Jean-Marc Ela, een Bulupriester, die in het voetspoor van Baba Simon vanuit het zuiden was vertrokken om naast hem te gaan werken, spreken over “theologie onder de boom”. Een theologie die niet meer wordt uitgewerkt in de zekere omgeving van bibliotheken en het comfort van kantoren met airconditioning, maar in het broederlijk schouder aan schouder met hen die de verantwoordelijkheid voor de eigen toekomst in eigen hand proberen te nemen[1].

Wanner Jean-Marc Ela jaren later zal terugkomen op de ervaring van Tokombéré, zal hij schrijven:

“Door middel van vormen van een alfabetisering die erop was gericht bewustwording te verschaffen, moesten wij de mensen in staat stellen zich te verdedigen. Voor mij is er een bevrijdingstheologie, telkens als er een arm omhoog gaat, een stem probeert te zeggen wat niet deugt, wanneer men zich ontworstelt aan de angst, wanneer men omstandigheden van onderdrukking onder ogen ziet. Deze theologie heeft in het volk een nieuw bewustzijn doen ontstaan, een zekere trots zichzelf te zijn. De Kirdi, deze mensen van de rotsachtige bergen, hebben zich als gerehabiliteerd gevoeld te beginnen bij het evangelie dat zij ontvingen als een boodschap van hoop”[2].

“U weet... – zei Baba Simon – de school is heel het leven. Zij is een passe-partout die tot uw beschikking staat. Wanneer ik u eenmaal mijn sleutel heb gegeven, ben ik er niet meer om te zeggen: ga hierlangs, ga daarlangs. Wee mij, als ik u zou willen beïnvloeden, omdat in dat geval u noodzakelijkerwijs een andere deur zoudt openen”[3].

In een tijd waarin missie zich bewoog binnen een logica die de “pastoraal van de afhankelijkheid” zal worden genoemd, roept Baba Simon ieder op om de eigen waardigheid en verantwoordelijkheid als mens opnieuw te ontdekken en de zin van de eigen geschiedenis in eigen hand te nemen.

Dit principe ligt ook ten grondslag aan de liturgische vieringen, die zo in het middelpunt van de belangstelling van veel missionarissen heeft gestaan in de periode tijdens en na het concilie.

Naar aanleiding hiervan maakt Grégoire Cador, die namens de bisschop van Maroua-Mokolo, mgr. Stevens, de documentatie heeft verzameld die noodzakelijk is voor het openen van het zaligverklaringsproces[4], deze belangrijke aantekening:

“Baba Simon was ondanks nieuwe inzichten door zijn ontdekkingen, zijn vorming door de Zwitsers-Duitse benedictijnen van Engelberg, in het seminarie gekregen, niet vergeten. Zeer klassiek als hij was in zijn manier van handelen, hield hij niet erg van vernieuwingen, die hij liever voor de komende generaties bewaarde. Hij zei dat, ‘wanneer de mensen van hier hun eigen priesters zullen hebben, zij dan authentiek de eigen gebaren in de christelijke liturgie zullen kunnen vertalen. Als ik dat zou doen, zou het een vervalsing zijn’”[5].

Zonder dat wij theoretische veronderstellingen over inculturatieprocessen uitwerken, lijkt ons de missionaire praktijk die Baba Simon volgt, uitermate belangrijk.

Naast scholing zal de pastoraal van de gezondheidszorg een centrale plaats innemen. Christian Aurenche heeft dit type pastoraal beschreven, waarin de strijd tegen de ziekte een ogenblik van bewustwording en verantwoordelijkheid wordt voor iedere mens en voor heel het dorp.

De strijd tegen de omstandigheden die ziekte en dood veroorzaken, gaat samen met de strijd tegen de zonde, die de mens verhindert verantwoordelijk te zijn voor zichzelf en de omgeving.

Steeds staat in het middelpunt van zijn verkondiging Jezus Christus.

“Jezus Christus – zei Baba Simon –, is hier het schone water. God heeft het vuile water niet geschapen. Het is de mens die het vuil heeft laten worden. Het werk voor het heil van de mens bestaat erin het schoon te maken. Wanneer het opnieuw schoon zal zijn, dan zal de mens betere gezondheidsomstandigheden kennen en zo meer naar het beeld van God zijn”[6].

Dit zal echter niet mogelijk zijn, zoals Baba Simon en de pastorale equipe die met hem zal werken, zullen constateren, zonder kennis van de cultuur en de godsdienst van het volk en zonder het savoir-faire dat het mogelijk maakt daarin door te dringen[7].

Ongetwijfeld ontdekt Baba Simon in het contact met de Kirdi avant la lettre en door de intuïtie van de liefde de noodzaak van een inculturatieproces van het evangelie en hoe dit niet kan worden gereduceerd tot een ideologie of godsdienst.

Het evangelie is Jezus Christus en krachtens zijn niet-ideologisch karakter kan men tot alle mensen spreken, ook tot de Kirdi van de bergen. Het is immers de taal van de mens, taal van een liefde die in het woord-getuigenis van Baba Simon begrijpelijk wordt.

Baba Simon stierf op 13 augustus 1975 in Edéa na een verblijf om gezondheidsredenen in Frankrijk, ver van Tokombéré zonder dat hij zijn Kirdi had kunnen weerzien.

In hem verenigden zich missie en contemplatie in één en dezelfde handeling.

De formulering aanhalend die Nadal, de eerste biograaf van de heilige Ignatius bedacht en vervolgens werd hernomen door Johannes Paulus II in Redemptoris missio, kan men zonder meer Baba Simon een ware “contemplatief in actie” noemen, zonder dat men gelogenstraft wordt[8]. Heel de zin van zijn leven vindt men terug in zijn eigen woorden: “Ik zou willen dat allen Jezus Christus zagen, dat allen God zagen, zoals ik Hem zie, dat allen de mensen zagen, zoals ik hen zie”[9].

Weinig maanden voor hij stierf, maakte hij deze aantekeningen:

“Alles wat mij omgeeft, ademt God. Het heelal is een haard van leven. Om zich in tegenwoordigheid van God te stellen hoeft men zich Hem op geen andere plaats voor te stellen dan in ons, waar Hij is, in ons handelen, waarin Hij handelt, in onze naaste, in wie Hij leeft. Wanneer ons lichaam eenmaal is gestorven, zal het worden begraven in de aarde van God, waar het in God zal ontbinden en het zal ontwaken in de oceaan van het eeuwige Leven... Geloven is zich bewust worden van het Leven... in God!”[10].

De stelling van Johannes Paulus II dat “Christus zelf in de ledematen van zijn lichaam Afrikaan is”[11], vindt in Baba Simon een exegetische aanvulling, een theologische plaats die een begrip, kennis en groei van de tekst mogelijk maken die veel verder reiken dan het slechts lezen van andere teksten.

Emilio Grasso

 

 

______________________

[1] Vgl. J.-M. Ela, Ma foi d’africain, Éd. Karthala, Paris 1985, 216. Over zijn ervaring in Tokombéré, vgl. J.-M. Ela, El caminar de la misión. Reflexión sobre la experiencia de Tokombéré (Camerún), in “Misiones Extranjeras” nr. 70-71 (1982) 409-413.

[2] Y. Assogba, Jean-Marc Ela. Le sociologue et théologien africain en boubou. Entretiens, L’Harmattan, Paris-Montréal 1999, 61.

[3] J.-B. Baskouda, Baba Simon..., 44.

[4] Vgl. G.-M. Cador, Mpeke, Simone, in Bibliotheca Sanctorum, II appendice, Città Nuova, Roma 2000, 995-998. De procedure voor het proces van Baba Simon, die zich heeft moeten conformeren aan de nieuwe regels van het Decreet van de Congregatie voor heiligverklaringen Sanctorum Mater van 17 mei 2007, is aan het einde van de maand mei 2012 afgerond. Gedurende de audiëntie van 20 mei 2023, toegestaan aan zijne Hoogwaardige Eminentie kardinaal Marcello Semeraro, prefect van het dicasterie voor de Heiligverklaringen, heeft de paus dit dicasterie gemachtigd het decreet betreffende de heldhaftige deugden van de dienaar Gods Simon Mpeke (Baba Simon geheten) te promulgeren.

[5] G. Cador, On l’appelait..., 162-163.

[6] C. Aurenche, Sous l’arbre..., 113.

[7] Vgl. C. Aurenche, Tokombéré, au pays des Grands Prêtres. Religions africaines et Évangile peuvent-ils inventer l’avenir? En collaboration avec H. Vulliez, Éd. de l’Atelier/Éd. Ouvrières, Paris 1996.

[8] Vgl. Redemptoris missio, 91; vgl. G. Thils, Nature et spiritualité du clergé diocésain, Desclée de Brouwer, Bruges 1946, 286-294.

[9] J.-B. Baskouda, Baba Simon..., 38.

[10] J.-B. Baskouda, Baba Simon..., 117.

[11] Ecclesia in Africa, 127.

 

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 

 

18/09/2023