De band tussen Paulus VI en paus Franciscus is welbekend.
Aan het einde van zijn homilie van 19 oktober 2014 ter gelegenheid van de zaligverklaring van Paulus VI bracht paus Franciscus zijn diepe gevoelens van dankbaarheid met de volgende woorden tot uitdrukking:
“Ten opzichte van deze grote paus, van deze moedige christen, van deze onvermoeibare apostel kunnen wij ten overstaan van God alleen maar een even eenvoudig als oprecht en belangrijk woord zeggen: dank u!”.
Paus Franciscus wilde dezelfde gevoelens opnieuw tot uitdrukking brengen in de korte homilie die hij op dezelfde dag hield gedurende het Angelusgebed: “Hij is een krachtig ondersteuner geweest van de missio ad gentes; vooral de apostolische exhortatie Evangelii nuntiandi is een getuigenis hiervan: hij wilde hiermee het elan en de inzet voor de zending van de Kerk opnieuw tot leven brengen. Deze exhortatie is nog steeds actueel, behoudt nog steeds haar actualiteit! Het is belangrijk dit aspect van het pontificaat van Paulus VI te overwegen, vooral nu men vandaag Wereldmissiedag viert”.
De overeenstemming tussen Paulus VI en paus Franciscus weerklinkt nogmaals in de woorden die de huidige paus uitsprak in de homilie van 14 oktober 2018 ter gelegenheid van de heiligverklaring van zijn voorganger: “Paulus VI heeft naar het voorbeeld van de apostel van wie hij de naam aannam, zijn leven aan het evangelie van Christus besteed en is daarbij over nieuwe grenzen heengegaan en heeft zich daarbij tot zijn getuige gemaakt in de verkondiging en de dialoog, tot een profeet van een extraverte Kerk die kijkt naar hen die veraf zijn, en zich bekommert om de armen. Ook bij zijn inspanningen en te midden van onbegrip heeft Paulus VI op een hartstochtelijke wijze getuigd van de schoonheid en de vreugde die men ervaart wanneer men Jezus geheel volgt”.
In het licht van deze hermeneutische cirkel van continuïteit, die van het verleden naar het heden gaat en van het heden weer teruggaat op de herinnering aan het verleden, leek het ons nuttig het volgende artikel te publiceren, dat reeds is verschenen in het tijdschrift “Neue Zeitschrift für Missionswissenschaft”[1].
![]()
Marc Bloch, een van de grootste historici van de 20ste eeuw die op een beslissende en blijvende wijze een grote invloed heeft gehad op de vernieuwing van de historische wetenschap, beweerde dat als het niet begrijpen van het heden onvermijdelijk voortkomt uit het niet kennen van het verleden, het ook waar is dat men het verleden moet begrijpen door middel van het heden.
Zo tekent zich het belang af van hetgeen de “regressieve methode”[2] wordt genoemd.
De missiologische terminologie die wij vandaag gebruiken, kan niet begrepen worden, als wij met het verleden ervan niet bekend zijn. Anderzijds is het, nog steeds volgens Bloch, ook waar dat het heden een licht werpt op en een begrip mogelijk maakt van het verleden waaraan het ons anders zonder een interpretatie die verder gaat dan een korte periode, zou ontbreken.
De Boodschappen van Paulus VI ter gelegenheid van Wereldmissiedag bieden een gelegenheid om bepaalde wortels van de huidige missiologische terminologie uit te diepen[3]. Zij wekken immers opnieuw onze belangstelling om verschillende redenen.
-
Het pontificaat van Paulus VI begint op 21 juni 1963 en eindigt op 6 augustus 1978. Het conciliedecreet Ad gentes werd op 7 december 1965 goedgekeurd. Met Paulus VI bevinden wij ons dus in een periode van transitie, formulering en receptie van de missiologische theologie en terminologie.
-
Wereldmissiedag werd op 14 april 1926 met het rescript van de Heilige Congregatie voor de riten ingesteld als “Dag van gebed en missionaire propaganda in heel de katholieke wereld”[4]. Maar met de verkiezing van Paulus VI tot het pontificaat is de praktijk ingesteld van het publiceren van een speciaal daarvoor bestemde pauselijke Boodschap, die op de dag van Pinksteren bekend wordt gemaakt.
-
Vanwege het karakter van “waar feest van apostoliciteit, grote dag van katholiciteit”[5] van die dag krijgen de Boodschappen een functie van synthese, verspreiding, voorstel en stimulans. Daarom reageren zij op de gemeenschappelijke gevoeligheid van het over de wereld verspreide volk van God en weerspiegelen de gangbare mentaliteit inzake het betreffende onderwerp.
In de Boodschappen hebben wij daarom meer te maken met het hernemen van een gangbare en gevestigde terminologie dan met een uitwerking en systematisering van een theologische reflectie.
-
Men dient ook voor ogen te houden dat de Boodschappen tamelijk specifiek gericht zijn om het doel te bereiken waarvoor Wereldmissiedag werd ingesteld.
En daar “men het verleden door middel van het heden moet begrijpen”, is het feit dat men het in de encycliek Redemptoris missio in paragraaf 81, gewijd aan de “vele materiële en economische noden van de missies”, over Wereldmissiedag heeft, is niet geheel zonder betekenis.
Aan het einde van de paragraaf wordt immers gezegd dat “de Wereldmissiedag die gericht is op de sensibilisering betreffende het probleem van de missionering, maar ook op het inzamelen van hulpgoederen, een belangrijke afspraak in het leven van de
Kerk is, omdat hij leert hoe te geven: in de eucharistieviering, dat wil zeggen als een offergave aan God en voor alle missies van de wereld”[6].
Dit specifieke karakter van Wereldmissiedag vindt men terug in de Boodschappen en beïnvloedt het idee over zending, zoals dat zich daarin aftekent. Ook daarom ligt het voor de hand dat de Boodschappen op zich absoluut niet de missiologische lijnen van een paus en in het specifieke geval van Paulus VI kunnen schetsen. Wij staan hiermee alleen maar tegenover een uitdrukkingsvorm van het denken van de paus, een vorm die vergeleken en aangevuld moet worden met de andere handelingen van het leergezag[7].
Doel van de zending
In zijn eerste Boodschap ziet Paulus VI twee doelstellingen in de zending van de Kerk:
-
Zo snel mogelijk de aarde vervullen van de naam en de genadegaven van Christus, opdat iedere tong belijdt dat Hij de enige Heer en Heiland van allen is.
-
Het hele menselijke geslacht naar de vrede en het heil brengen[8].
In deze dubbele doelstelling hebben wij de synthese tussen de twee belangrijkste missiologische scholen die zich in de periode vóór het Concilie vormden: de school van Leuven van pater Pierre Charles[9] en de school van Münster van pater Joseph Schmidlin[10].
De weerklank van de school van Leuven vindt men terug in de eerste, door Paulus VI gestelde doelstelling. Immers, “de aarde vervullen van de naam en de genadegaven van Christus” vereist een planten van de Kerk in de verschillende gebieden. Deze plantatio Ecclesiae is een voorwaarde, “opdat iedere tong belijdt dat Christus de enige Heer en Heiland van allen is”.
De tweede, door Paulus VI gestelde doelstelling sluit in het bijzonder aan bij de school van Münster. Voor deze school bestond het hoofddoel van de zending in het meedelen van de leer en het heil van de Heer aan alle mensen, en in het bijzonder aan hen die deze nog niet kennen en niet bezitten. Paulus VI drukt dit idee uit met de woorden “het hele menselijke geslacht naar de vrede en naar het heil brengen”[11].
De Boodschap van 1966 verrijkt de missionaire activiteit van de Kerk met een nieuwe inhoud.
Er wordt immers het probleem van de verschillende culturen gesteld.
“De katholieke Kerk – zo zegt de paus – wil deze niet alleen leren kennen om ze te respecteren, maar ook om ze te verrijken met de bovennatuurlijke waarden van de genade door hierin te integreren, hun eigen kenmerken te ervaren, het voorbeeld van de apostel Paulus, die ‘in de schuld staat bij Griek en niet-Griek, bij ontwikkelden en ongeletterden’ (Rom. 1, 14), uit te breiden”[12].
Ook als de theologie van de inculturatie haar volledige ontwikkeling pas vanaf het midden van de jaren ’70 zal vinden, hebben
wij hier duidelijk de bipolariteit in de relatie tussen evangelie en culturen in het proces van inculturatie gesteld.
De termen van de kwestie zijn reeds alle aanwezig: kennis van en respect voor de culturen, hierin integreren, kénosis en naar het voorbeeld van de apostel Paulus het overnemen van de kenmerken ervan, de verrijking ervan met de waarden van de genade.
In de Boodschap van 1967 heeft men het over een “keten van behoeften” die van God uit door middel van Christus en de Kerk door het werk van de missionaris het aannemen van het geloof en het doopsel mogelijk maakt. In dit verdergaan “bewaart de missionaire activiteit vandaag zoals altijd ten volle haar geldigheid en haar noodzaak”[13].
In deze Boodschap blijft de vraag onopgehelderd of met de plantatio Ecclesiae de missionaire activiteit uitgeput raakt[14]. Immers, tegen de vraag of de echte taak van de missies onderdehand niet beëindigd is, wanneer de verkondiging van het evangelie intussen de grenzen van de aarde heeft bereikt[15], brengt men in dat “het grootste gedeelte van de mensheid nog steeds verstoken is van de regenererende en verlossende verkondiging van het evangelie”[16]. Dat laat het probleem van de relatie tussen missionaire activiteit en de plantatio Ecclesiae onopgelost, zij het met een zekere voorkeur voor een verband tussen beide.
Ook al wordt het specifiek niet gezegd, omdat het geen onderwerp van de Boodschappen is, het lijkt voor de hand te liggen dat de terminologie in het bijzonder de gebieden betreft die meer terecht “missiegebieden” worden genoemd[17].
______________________
[1] E. Grasso, La terminologia missiologica nei messaggi di Paolo VI per la Giornata missionaria mondiale (1963-1978), in “Neue Zeitschrift für Missionswissenschaft” 54 (1998) 125-131.
[2] Vgl. J. Le Goff, Una vita per la storia. Intervista con Marc Heurgon, Laterza, Roma-Bari 1997, 114.
[3] Vgl. Giornata missionaria mondiale. Messaggi di Paolo VI del 1963 e dal 1965 al 1978, in Enchiridion della Chiesa missionaria. A cura di Pontificie Opere Missionarie. Direzione Nazionale Italiana, II, EDB 1997, 165-168; 173-251. Het Enchiridion zal met ECM worden afgekort, gevolgd door het paginanummer.
[4] Istituzione della Giornata missionaria mondiale. Rescritto della Sacra Congregazione dei riti, in ECM, 4; over desbetreffend onderwerp, vgl. P. Giglioni, Giornata missionaria mondiale, in Pontificia Università Urbaniana, Dizionario di missiologia, EDB, Bologna 1993, 269-270.
[5] De uitdrukking van kard. Van Rossum, de vroegere prefect van de Heilige Congregatie Propaganda Fide, wordt door Paulus VI hernomen in de Boodschap van 1974, vgl. ECM, 223.
[6] Redemptoris missio, 81.
[7] De studies over het missiologisch magisterium van Paulus VI zijn grotendeels geconcentreerd op de apostolische exhortatie Evangelii nuntiandi. Voor enkele meer algemene syntheses vgl. R. Cordier, Les messages du Pape et la Journée Missionaire, in “Mission de l’Eglise” 43/5 (1968) 3-13; vgl. L. Lopetegui, La cátedra de San Pedro en acción. Teología y práctica misional de Pablo VI, in “Misiones Extranjeras” nr. 59 (1968) 357-386; vgl. G. Zampetti, Papa Paolo VI nella Chiesa missionaria, in In Ecclesia, LAS, Roma 1977, 417-434; vgl. P. Gheddo, Paolo VI, papa missionario, in “Mondo e Missione” 107 (1978) 571-599; vgl. P.G. Falciola, L‘Evangelizzazione nel pensiero di Paolo VI, Pontificia Unione Missionaria, Roma 1980; vgl. R. Dziura, La persona e l’opera del Missionario nell’insegnamento di Paolo VI. Estratto della Tesi di Laurea in Missiologia, Pontificia Università Urbaniana, Roma 1981; vgl. W. Henkel, Le Pape Paul VI et la Mission, in “Le Christ au Monde” 28 (1983) 340-347; vgl. J. Gadille, La pensée missiologique de Paul VI, in Paul VI et la modernité dans l’Église. Actes du colloque organisé par l’École Française de Rome (Rome 2-4 juin 1983), (Collection de l’École Française de Rome 72), Rome 1984, 787-805.
[8] Vgl. Giornata missionaria mondiale 1963. Radiomessaggio di Paolo VI, in ECM, 165.
[9] Vgl. A. Santos Hernández, La escuela de Lovaina. P. Pierre Charles, in A. Santos Hernández, Teología sistemática de la misión. Progresiva evolución del concepto de misión, Editorial Verbo Divino, Estella (Navarra) 1991, 154-236.
[10] Vgl. A. Santos Hernández, La escuela de Münster, o alemana. Dr. Joseph Schmidlin, in A. Santos Hernández, Teología sistemática..., 25-86.
[11] Vrede en heil worden hier niet beschouwd als object van de missie, maar als einde waartoe heel het menselijk geslacht geroepen is. Met andere woorden, het betreft de theorie van de bekering, die meer de school van Schmidlin kenmerkt.
[12] Giornata missionaria mondiale 1966. Radiomessaggio di Paolo VI, in ECM, 179.
[13] Giornata missionaria mondiale 1967. Messaggio di Paolo VI, in ECM, 183.
[14] Er dient onderstreept te worden dat er in de Boodschappen een fluctueren is van termen die vaak worden gebruikt als synoniemen en zonder bijzondere specificaties: missie, missies, missionaire organisatie, missionaire verantwoordelijkheid, missionair apostolaat, missionair feit, missionair idee, missionaire activiteit, enz.
[15] Giornata missionaria mondiale 1967. Messaggio di Paolo VI, in ECM, 183.
[16] Giornata missionaria mondiale 1967. Messaggio di Paolo VI, in ECM, 184.
[17] Vgl. Giornata missionaria mondiale 1968. Messaggio di Paolo VI, in ECM, 188.
(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)
30/09/2023