Aan de gelovigen van de parochie Sagrado Corazón de Jesús in Ypacaraí (Paraguay)
Mijn beste vrienden,
Het thema van de liturgie van vandaag, de “vijfde zondag van de Veertigdagentijd”, vinden wij, zoals iedere zondag, in de eerste lezing en in het evangelie.
De eerste lezing begint met deze woorden van de profeet Ezechiël: “Dit zegt de Heer: ‘Ik ga uw graven openen: Ik wek u in groten getale daaruit op...’”.
En het evangelie sluit van zijn kant af met de woorden van Jezus die, toen hij bij het graf kwam waar ze Lazarus hadden neergelegd, met luide stem riep: “Lazarus, kom naar buiten!”.
Evenals Lazarus zijn wij allen geroepen uit onze zowel persoonlijke als gemeenschappelijke graven naar buiten te komen.
Ik spreek vandaag in een tijd waarin deze ramp van het coronavirus in heel de wereld aanwezig is.
Als gelovigen in Jezus Christus is dit het moment waarop wij geroepen zijn ons geloof te beleven, ons daarbij de woorden herinnerend van de eerste brief van de heilige Johannes: “Het wapen waarmee wij de wereld overwinnen is geen ander dan ons geloof” (1 Joh. 5,4).
Het geloof is echter niet een magische en bijgelovige daad.
Het is het antwoord van de mens op het woord van God, die zich niet volgens onze, maar volgens zijn wil openbaart.
Daarom is het belangrijk nogmaals terug te keren naar de woorden van de grote kerkvader, de heilige Augustinus: “Wie jou zonder jou heeft geschapen, zal jou niet zonder jou redden” (Preek CLXIX).
Dat wil zeggen dat zonder een intelligente en actieve medewerking van de mens God zelf niets kan doen.
De heilige Johannes Paulus II heeft ons geleerd ons vragen te stellen niet over een abstract geloof, maar eerder over een geloof dat gestalte krijgt in de problemen die de wereld stelt: problemen waarmee wij elke dag worden geconfronteerd en die vaak onoplosbaar schijnen.
Ten overstaan van de duizenden problemen waarmee de mens van vandaag te maken krijgt, wijst de heilige Johannes Paulus op het geloof als het antwoord dat wij geroepen zijn te geven.
Dat geloof speelt zich af in het binnenste van het hart van de mens, maar speelt zich ook af in de geschiedenis van de mensen.
Het geloof blijft niet opgesloten in het verborgene van de harten. Het wordt geschiedenis en verandert daarbij de ideeën, de gewoonten, de structuren. Het geloof roept op tot een proces van inculturatie van de evangelische beginselen in het maatschappelijke milieu.
Het staat duidelijk geschreven in het onderricht van de heilige Johannes Paulus II dat “een geloof dat geen cultuur wordt, een geloof is dat niet ten volle is aanvaard, niet geheel is doordacht, niet trouw is beleefd”.
Over dat geloof, dat een rol speelt in het binnenste van het hart, maar ook in de geschiedenis van de mensen, heeft paus Franciscus ons gesproken in de homilie van afgelopen 27 maart.
Op een verlaten, bijna donker, in stilte gehuld plein en onder een voortdurende regen heeft de paus gezegd:
“Wij zijn op volle snelheid voortgegaan, wij voelden ons sterk en tot alles in staat. Begerig naar winst, hebben wij ons laten opslokken door de dingen en verdoven door de haast. Wij zijn niet blijven stilstaan voor de waarschuwingen van de Heer, wij zijn niet opnieuw wakker geworden ten overstaan van oorlogen en wereldwijd onrecht, wij hebben de kreet van de armen van onze ernstig zieke planeet niet gehoord. Wij zijn onverschrokken verder gegaan, denkend dat wij altijd gezond blijven in een zieke wereld”.
Als God wil, zullen wij dit thema van een geloof dat cultuur wordt, nog verder uitdiepen.
Om deze overgang door te maken en dit door het coronavirus bepaalde drama met een intelligent en niet magisch of bijgelovig geloof het hoofd te b
ieden, een drama dat ook een economisch drama aan het worden is in alle landen en dat zeker geen oplossing vindt in vormen van bijstand, maar in diepgaande culturele en bijgevolg structurele hervormingen, moeten wij de grote nederigheid hebben om een krachtig woord te aanvaarden dat ons oproept onze wijze van denken en handelen te veranderen.
Ik eindig met de volgende woorden van Justo Pastor Benítez, een van de belangrijkste intellectuelen van Paraguay van de eerste helft van de 20ste eeuw. In een studie over de maatschappelijke vorming van het volk van Paraguay (Formación social del pueblo paraguayo) onderstreepte Justo Pastor Benítez dat het volk van Paraguay
“het fijner vindt dat men veeleer de bijzondere daden van de helden ervoor zingt dan dat het op zijn gebreken en tekortkomingen wordt gewezen. Het geeft de voorkeur aan de lof voor weinig geld boven de objectieve bestudering van de oorzaken van de onderontwikkeling”.
Om als Lazarus uit onze graven, waarin wij ons geloof begraven hebben, naar buiten te komen heeft het lied van de daden van helden geen nut, maar wel de moed om te wijzen op onze gebreken en onze tekortkomingen en onze wijze van denken en handelen te verbeteren.
En moge de zegen van de almachtige God,
Vader, Zoon en Heilige Geest,
over jullie neerdalen en altijd bij jullie blijven.
Amen.
(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)
08/04/2020
