Aan de gelovigen van de parochie Sagrado Corazón de Jesús van Ypacaraí (Paraguay)
Mijn beste vrienden,
Van de vele bisschoppen die ik in mijn leven heb gekend, blijft mgr. Jean Zoa, aartsbisschop van Yaoundé (Kameroen), in mijn geheugen gegrift als één der grootste en meest geliefde.
In onze bibliotheek in België bewaar ik op een prominente plaats het kostbare souvenir van een van zijn foto’s met de heilige paus Johannes Paulus II. Wat mij altijd ontroerd heeft, is de eenvoud en de schoonheid van het opschrift (dat ik uit het Frans vertaal): “Aan mijn geliefde Padre Emilio, die ik liefheb, richt ik deze woorden van heilige Augustinus: ‘Iedereen bezit de Heilige Geest slechts in de mate hij de Kerk van Christus bemint’”.
Ook ik mag zeggen dat ik mgr. Jean Zoa heb bemind en nog steeds bemin. Ik vergeet niet dat ik hem telkens het volgende antwoordde, wanneer hij zich tot mij richtte en mij iets vroeg: “Monseigneur, het is nutteloos dat u me dat vraagt en me probeert te overtuigen van de reden van uw vraag, want u zou ik nooit neen kunnen antwoorden”.
Ik hield van mgr. Jean Zoa, want hij wist die liefde te winnen door zoveel gebaren en daden.
Om die reden heb ik onmiddellijk na zijn overlijden een kerkelijk colloquium georganiseerd over zijn nalatenschap en onderrichting. Kardinaal Jozef Tomko, toenmalig prefect van de Congregatie voor de Evangelisatie der Volken, en kardinaal Angelo Sodano hebben me in naam van de Heilige Vader Johannes Paulus II twee persoonlijke brieven geschreven om publiek deze "grote figuur tussen de Afrikaanse bisschoppen" te erkennen.
Telkens als ik in Kameroen aankwam, was mgr. Jean Zoa altijd zo beminnelijk en vriendelijk mij voor de lunch in zijn residentie uit te nodigen.
Er is in mijn leven geen enkele keer geweest dat ik van een ontmoeting met mgr. Zoa terugkwam zonder gesticht te zijn.
Het werkwoord stichten wordt in eigenlijke zin gebruikt om, vooral bij het metselen, het werk van het opbouwen aan te geven.
In het evangelie wordt bijvoorbeeld degene die een hechte woning bouwt die winden en stormen weerstaat, omdat zij is gebouwd op de rots, geplaatst tegenover degene die bij de eerste windstoot of de eerste regen zijn bouwwerk in het niets ziet opgaan, omdat hij bouwt op zand.
In deze letterlijke en evangelische zin was mgr. Zoa een bisschop die bij iedere ontmoeting je achterliet met de zekerheid dat hij in jou iets had gebouwd.
Hij liet je niet achter, zoals je was vóór de ontmoeting die je met hem had. De conversatie met hem was altijd aangenaam en vermoeide je nooit. Tegelijkertijd was die echter nooit oppervlakkig of, zoals men pleegt te zeggen, gepraat in het luchtledige.
Hij liet je altijd een diep onderricht na, maar hij ondervroeg je ook in je diepste wezen over je handelen. Voor mij was de grootheid van mgr. Zoa onder andere kenmerken gelegen in zijn vermogen iedere kwestie terug te brengen tot de Bijbels-theologische wortel ervan. Hierin was hij een ware leraar en herder.
In deze tijd van het coronavirus, bij deze beproeving in de woestijn die wij geroepen zijn door te trekken, keer ik graag terug naar mijn grote vader in het geloof en deel ik graag met u de volgende woorden van hem:
“Het verschrikkelijke van het menselijk leven is die neiging om een onmiddellijke, radicale oplossing te zoeken en dan is iemand voor eens en altijd verlost van ieder risico van het avontuur. Terwijl God heeft gekozen voor een oplossing die nooit definitief is. Wij moeten iedere dag opnieuw beginnen. Iedere dag het manna, iedere dag de kwartels verzamelen. Het manna dat tot de volgende dag wordt bewaard, gaat vol wormen zitten en rot”.
Zonder geloof komt het ogenblik dat het gemakkelijke enthousiasme van het eerste uur verdwijnt; de reis in de woestijn beangstigt en vermoeit; soms loochent iemand het woord dat hij heeft gezegd, en houdt zich niet meer aan zijn woord, maar aan zijn eigen braaksel, zoals de tweede brief van de heilige Petrus zegt: “Een hond keert terug naar zijn eigen braaksel en een schoongewassen zeug naar de modderpoel” (2Petr. 2, 22).
Als wij zegevierend uit de woestijn willen komen, moeten wij ons geloof versterken, dat, zoals wij hebben gezegd, niets te maken heeft met de wijd verbreide ketterij van het fideïsme.
Op dit punt hamert inderdaad het onderricht van de grote bisschop en herder mgr. Jean Zoa.
Voor mgr. Jean Zoa,
“moet dit geloof worden gevoed, verdiept en, indien noodzakelijk, verdedigd. Een bloedeloos geloof kan geen weerstand bieden aan het fideïsme dat elke menselijke verantwoordelijkheid direct wil afschuiven op God”.
Daarom waarschuwt hij voortdurend de mensen voor
“gebeden voor genezing die zich zo vaak verspreiden en de mensen in slaap wiegen voor hun verantwoordelijkheden op het vlak van de basiszorg voor hun gezondheid, omdat zij geloven dat wanneer eenmaal de groep is komen bidden, zij zich van hun kant niet meer hoeven te bekommeren om de hygiëne, de verzorging enz. De waarheid vraagt van ons op die punten te letten... Christus is gekomen om ons de weg te wijzen die wij moeten volgen. Nee tegen ontwrichtende vormen van fideïsme die ervoor zorgen dat de mens nergens meer verantwoordelijk voor is”.
Voor hem
“moet catechese zich erom bekommeren in hun leden rationele en wetenschappelijke reflexen op te roepen en te bemoedigen. Zij moet het ontwrichtend fideïsme vermijden en bestrijden, dat met het gebed alleen iedere stap wil vervangen die de verantwoordelijkheid van de mens ten opzichte van ziekte, mislukking, ongelukken enz. erkent”.
“Al deze praktijken verstikken in het volk de twee essentiële functies van de intelligentie en de vrijheid: de rationaliteit en het gevoel voor menselijke verantwoordelijkheid”.
“Het is een duivelse illusie zijn toevlucht te nemen tot devotiepraktijken om te vluchten voor eigen menselijke verantwoordelijkheid”.
Te midden van een volk dat hongert en dorst naar het sacrale, in welke vorm zich dat ook voordoet, had mgr. Zoa de moed in een van zijn homilieën te zeggen:
“Laten wij ons niet laten dwingen in het keurslijf van een sacramentenpraktijk die op een gegeven ogenblik heel de evangelische praxis heeft gereduceerd tot alleen de sacramenten. Het sacrament is niet het doel van de pastoraal; het is vooral het aannemen van het Woord, de weg van bekering”.
“Wij weten het, herhaalt mgr. Jean Zoa, zonder het geloof redt het sacramentele teken niet. Het is het Woord dat het geloof voedt. Anders is er het gevaar dat fetisjisme en bijgeloof, die zowel onze gedoopte massa’s als elites bedreigen, de sacramenten zelf van het Nieuwe Verbond een andere betekenis toekennen en deze van hun inhoud ontdoen”.
Met het geloof en de woorden van mgr. Zoa durven wij zeggen dat wij deze grote beproeving van het coronavirus moeten zien als de tijd waarin
“de God van de Verantwoordelijkheid en menselijke rijpheid, die verborgen was, onverwachts naar buiten is getreden en ons heeft verplicht vragen te stellen over de zin en de ernst van onze inzet door het christelijk geloof”.
“Geschapen naar het beeld en de gelijkenis van God, moet de christen zich bewust zijn van zijn vrijheid ten opzichte van de wereld, de dingen, de mensen. God heeft ons vertrouwen gegeven door ons de ontzagwekkende waardigheid en het vermogen te verlenen zijn medewerkers te zijn”.
Wij moeten eerlijk ten opzichte van onszelf zijn. Wij moeten, ook voor onszelf, de diepzinnige waarheid van de volgende woorden van mgr. Jean Zoa erkennen:
“Soms dient de christelijke godsdienst die wij belijden, ons tot een vlucht om onze plichten als mens te weigeren. Wij spannen ons niet in om onze toestand te verbeteren; wij verwachten alles onmiddellijk van God. Welnu, God heeft ons een rede willen geven, een verstand, een wil. Hij heeft ons armen gegeven om iets ermee te kunnen doen; om deze wereld die Hij ons heeft toevertrouwd, te veranderen.
Welnu, wat doen wij? Wij hebben ervan afgezien. Wij wachten tot alles vanzelf verandert! Wie moet de dingen voor ons komen veranderen?... Wie moet de dingen voor ons komen verbeteren?... En ik beklemtoon dit, omdat de christenen nog niet goed deze fundamentele plicht hebben begrepen. Zij hebben geloofd en verkeerd geloofd dat het christendom een toevluchtsoord was waar men na tot God te hebben gebeden van alles verder afziet: de Hemel koopt men met de aarde. Wie zich niet bedient van de aarde, zal niet naar de Hemel gaan. Wie zich niet bedient van zijn armen, zal niet naar de Hemel gaan. Jezus brengt ons een hoop. Deze hoop is ook gericht op het lichaam. Christus belooft ons een nieuwe wereld: het zal de verandering zijn van deze wereld. Hij vraagt ons te beginnen met deze te veranderen en Hij zal de laatste hand eraan leggen”.
“Onze God heeft ons gemaakt naar zijn gelijkenis en Hij wil door ons zijn schepping voortzetten! Hij heeft ons zijn intelligentie, zijn rede gegeven en het is een plicht van de mens, als beeld van God, in zijn gedrag die intelligentie, rede, rationaliteit te weerspiegelen! ”.
Na de dagen van het Pasen van de verrijzenis wachten wij op Pinksteren, de dag waarop de Geest en het vuur van de Heer ons verstand zullen verlichten en ons hart zullen reinigen, opdat wij de Heer kunnen antwoorden met een authentiek geloof en rationeel kunnen handelen in navolging van Haar die wij aanroepen als Zetel van Wijsheid en Ster van de komende morgen, de Ster die onze weg verlicht met haar Wijsheid in deze donkere nacht van de tijd van het coronavirus.
En moge de zegen van de almachtige God,
Vader en Zoon en Heilige Geest,
over u neerdalen en altijd bij u blijven.
Amen.

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)
25/05/2020
