Aan de gelovigen van de parochie Sagrado Corazón de Jesús van Ypacaraí (Paraguay)

 

Mijn beste vrienden,

In deze tijd van de pandemie van het coronavirus zijn er veel gelovigen die klagen over het gemis van de openbare eucharistieviering.

Vaak zij degenen die het meest klagen, degenen die het minst deelnemen, in alle betekenissen van het woord, aan het leven van de Kerk.Homilia 17 05 2020 1

Dat zou echter een ander hoofdstuk zijn van een lang verhaal over onze hypocrisie, die zich op diverse en verschillende manieren manifesteert.

Ik richt me niet tot hen, maar tot de zovele gelovigen die werkelijk lijden onder het gemis van de openbare eucharistieviering.

Wij moeten deze eerlijke en authentieke mensen uitleggen dat de beslissing die de openbare eucharistieviering verbiedt of regelt, niet een samenzwering tegen de Kerk is, maar veeleer de gehoorzaamheid en de nederigheid laat zien van de Kerk die het volk, heel het volk, verdedigt tegen het gevaar dat voortkomt uit de besmetting waar er een opeenhoping van mensen is.

Wat men van COVID-19 weet, is veel minder dan wat men niet weet.

Totdat er een adequaat vaccin komt, zijn preventiemiddelen de enige bescherming.

Door met de grootste eerlijkheid en intelligentie aan deze preventieve maatregelen te gehoorzamen laat de Kerk zien dat zij het leven van het volk liefheeft en dat – zoals de heilige Ireneüs, een van de grote kerkvaders, zei – “de heerlijkheid van God de levende mens is en het leven van de mens bestaat in het schouwen van God”.

Om te komen tot het schouwen van God is het noodzakelijk dat de mens leeft en wij gaan tegen de wil van God in, als wij de mens blootstellen aan het gevaar van de dood, alleen al omdat een klein en een geselecteerd aantal mensen (niet heel het volk van God) deelneemt aan een beperkte eucharistieviering. En ze zouden alleen maar enkele malen per jaar deelnemen, als wij ook bij een eucharistieviering de bekende praktijk van smeergeld niet willen invoeren waarmee de bevoorrechten, die kunnen rekenen op vriendschappen die hen bevoordelen, binnenkomen en plaatsnemen.

Dit moeten wij goed begrijpen, omdat de wereld die na het coronavirus zal worden opgebouwd, anders zal zijn dan die welke wij vóór het coronavirus hadden.

Toen de pandemie van het coronavirus nog niet was uitgebroken, zei paus Franciscus profetisch, zich tot de Romeinse Curie richtend:

“De geschiedenis van het volk van God – de geschiedenis van de Kerk – wordt altijd gekenmerkt door vertrek, verplaatsing, verandering. De weg is vanzelfsprekend niet louter geografisch, maar vooral symbolisch: het is een uitnodiging om de beweging van het hart te ontdekken, die paradoxaal er behoefte aan heeft te vertrekken om te kunnen blijven, te veranderen om trouw te kunnen blijven. Dit alles heeft een bijzondere waarde in onze tijd, omdat wat wij doormaken, niet eenvoudigweg een tijdperk van veranderingen is, maar een verandering van een tijdperk. Wij bevinden ons derhalve op een van de ogenblikken waarop de veranderingen niet meer lineair, maar baanbrekend zijn; zij vormen keuzes die de wijze van leven, van sociale vaardigheden, van het communiceren en uitwerken van ideeën, van onderlinge verhoudingen tussen de menselijke generaties en het begrijpen en beleven van geloof en wetenschap snel veranderen. Het gebeurt vaak dat men een verandering beleeft door zich ertoe te beperken nieuwe kleding te dragen en vervolgens in werkelijkheid blijft, zoals men vroeger was”.

Ik beschouw deze tijd van het coronavirus, ik herhaal het nogmaals, als een gunstige tijd die God in zijn goedheid ons verleent, opdat de Kerk zich kan voorbereiden op de verandering van een tijdperk waarover paus Franciscus het heeft.

Als in deze tijd onze werkelijke deelname aan de eucharistie onmogelijk is (en een vermenigvuldiging aan virtuele vieringen, waaraan wij alleen als kijkers en niet als acteurs deelnemen heeft een verborgen gevaar ten gevolge, omdat men het risico loopt de authentieke zin van de liturgie te verliezen), kunnen wij de betekenis van de liturgie in ons christelijk leven verdiepen, omdat de liturgie “het hoogtepunt is waarnaar het handelen van de Kerk streeft en tevens de bron waaruit haar hele kracht voortvloeit” (Sacrosanctum Concilium, 10).

De gelovigen zijn geroepen aan de liturgische handeling “bewust, actief en met vrucht” (Sacrosanctum Concilium, 11) deel te nemen.

Als wij het betoog van paus Franciscus over de verandering van een tijdperk goed begrijpen en tot het onze maken, moeten wij gebruik weten te maken van deze gunstige tijd, die ons wordt gegeven om van kijkers te veranderen in acteurs.

Het ogenblik is gekomen dat de herders van het volk van God 57 jaar na het promulgeren ervan de zorg op zich nemen voor het in praktijk brengen van de constitutie van het Tweede Vaticaans Concilie Sacrosanctum Concilium over de heilige liturgie.

Wij moeten in de continuïteit van de enige Kerk van de Heer de tijd voorbereiden waarin heel het volk van God “aan de heilige handeling bewust, godvruchtig en actief” (Sacrosanctum Concilium, 48) deelneemt.

Volgens de profetische woorden van paus Franciscus is dit de tijd waarin

“wij worden aangespoord de tekenen van de tijd te lezen met de ogen van het geloof, opdat de richting van deze verandering nieuwe en oude vragen opwekt die men terecht en noodzakelijkerwijs onder ogen moet zien”.

Als het waar is dat de liturgie “het hoogtepunt is waarnaar het handelen van de Kerk streeft en tevens de bron waaruit haar hele kracht voortvloeit”, moeten wij de intelligentie hebben om te begrijpen dat wij in deze tijd van het coronavirus niet geroepen zijn de bron en evenmin het hoogtepunt van de activiteit van de Kerk te beleven, maar geroepen zijn tot de strijd om aan de weg te bouwen die van de bron leidt naar het hoogtepunt en van het hoogtepunt weer terug naar de bron.

Wij zijn – volgens de woorden van het Tweede Vaticaans Concilie – geroepen “samen met alle mensen te werken aan een menswaardiger uitbouw van de wereld” (Gaudium et spes, 57).

Het zou een zeer zware zonde zijn, een verkeerde interpretatie van de tekenen van deze tijd (en de pandemie van het coronavirus is ongetwijfeld een teken van onze tijd) zijn, als wij om “onze mis” of, erger nog, onze gewoontes te verdedigen het leven van onze broeders en zusters in gevaar zouden brengen.

En moge de zegen van de almachtige God,

Vader en Zoon en Heilige Geest,

over u neerdalen en altijd bij u blijven.

Amen.

 

Emilio firma

Don Emilio Grasso

 

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 

 

06/06/2020