Aan de gelovigen van de parochie Sagrado Corazón de Jesús van Ypacaraí (Paraguay)

 

Mijn beste vrienden,

In de homilie van afgelopen 17 april vanuit de kapel van Casa Santa Marta heeft paus Franciscus ons gewaarschuwd voor het gevaar gewend te raken aan de virtuele mis die door de verschillende communicatiemiddelen wordt uitgezonden.

Paus Franciscus heeft letterlijk gezegd:

“Deze vertrouwdheid van de christenen met de Heer is er altijd een van gemeenschap. Een vertrouwdheid zonder gemeenschap, een vertrouwdheid zonder het Brood, een vertrouwdheid zonder Kerk, zonder volk, zonder sacramenten is gevaarlijk. Wij maken vandaag een gevaarlijke toestand mee, die de Heer toestaat, maar het ideaal van de Kerk is altijd met het volk en met de sacramenten. Altijd. Laten wij erop letten de sacramenten niet te viraliseren, het volk van God niet te viraliseren. Kerk, sacramenten, volk van God zijn concreet”.

Wanneer men de mis in streaming ziet, is wat men ziet, in werkelijkheid het resultaat van een elektronische uitzending die een beeld op een scherm vormt. Het beeld op een scherm is niets in de zin dat het geen mis is.

Wij moeten nu begrijpen wat het verschil is tussen herinnering en wat wij “gedachtenisviering” noemen.

Wanneer een zeer dierbare sterft, bewaren wij vaak zijn foto’s of films waar hij samen met ons staat, of luisteren wij naar geluidsopnamen die ons zijn stem laten horen.

Dit alles vormt een herinnering aan deze persoon. De herinnering stelt ons echter deze niet werkelijk present, terwijl de gedachtenisviering ons met deze persoon gelijktijdig laat zijn en maakt hem of haar tegelijkertijd tot tijdgenoten van ons.

De gedachtenisviering is een werkelijke gedachtenisviering, het opnieuw present stellen van wat in herinnering wordt gebracht, de werkelijke tegenwoordigheid van wat historisch verleden is, en wat hier en nu op een reële wijze wordt gecommuniceerd.

Daarom drukt het Tweede Vaticaans Concilie zich met de volgende woorden uit, wanneer het over het heilig mysterie van de eucharistie spreekt:Homilia 24 05 2020 4

“Onze Verlosser heeft bij het Laatste Avondmaal, in de nacht waarin Hij werd overgeleverd, het eucharistisch offer van zijn Lichaam en Bloed ingesteld, om het kruisoffer te laten voortduren door de eeuwen heen tot aan zijn komst en om zo aan de Kerk, zijn geliefde Bruid, de gedachtenisviering toe te vertrouwen van zijn dood en verrijzenis: het sacrament van goedheid, teken van eenheid, band van liefde, het paasmaal, waarin Christus wordt genuttigd, het hart met genade vervuld en ons een onderpand wordt gegeven van de toekomstige heerlijkheid. Daarom richt de Kerk er haar bekommernis en zorg opdat de christengelovigen dit mysterie van het geloof niet bijwonen als buitenstaanders of stomme toeschouwers, maar – een goed begrip ervan door middel van riten en gebeden  bewust, godvruchtig en actief deelnemen aan de heilige handeling, onderricht worden door Gods Woord, verkwikking vinden aan de tafel van het Lichaam des Heren, God dank brengen, zichzelf leren offeren in het opdragen van het onbevlekte offer  niet alleen door de handen van de priester, maar ook tezamen met hem , en van dag tot dag door Christus de Middelaar uitgroeien tot een volmaakte eenheid met God en met elkaar, opdat ten slotte God alles in allen moge zijn” (Sacrosanctum Concilium, 47-48).

Ik heb met grote belangstelling de volgende wekelijkse overweging van mgr. Felipe Arizmendi Esquivel, emeritus bisschop van het Mexicaanse bisdom San Cristóbal de Las Casas, gelezen en deel deze volledig.

Hij begint met te zeggen dat

“de pandemie van COVID-19 ons heeft gedwongen concentraties van mensen te vermijden, daar ieder van ons een drager van het virus zou kunnen zijn en het, zonder dat hij het zich realiseert, zou kunnen overdragen op anderen. Daarom hebben wij de kerken moeten sluiten, niet om de mensen ver van God en de Kerk te houden, maar om samen te werken in de strijd tegen de verspreiding van de ziekte. De bedoeling is het volk te beschermen.

Het heeft echter niet ontbroken aan degenen die zeggen dat dit een vervolging is tegen de Kerk, dat dit het werk is van vrijmetselaars en rampzalige figuren met veel geld die voor eigen doeleinden de loop van de geschiedenis willen veranderen. Dat zijn theorieën die wij horen, maar er is geen serieuze basis om deze te onderbouwen. Zieken en doden zijn geen theorieën, maar verpletterende feiten, zelfs met mensen die ons zeer nabij zijn, die ons dwingen bijzondere maatregelen te nemen, die, naar wij hopen, tijdelijk zijn, als wij allen samenwerken”.Homilia 24 05 2020 3

Naar aanleiding van de huidige situatie die wij in Paraguay meemaken, heeft dr. Guillermo Sequera, generaal directeur van de Inspectie Gezondheidszorg, op 20 mei uitgelegd dat

“hoewel de getallen van ons land met betrekking tot de strijd tegen het coronavirus werkelijk goed zijn, deze ogenschijnlijke overwinning  in voetbaltermen  alleen maar de eerste helft zou betreffen, aangezien de volgende beslissende ‘45 minuten’ in juni zullen beginnen met de komst van de kou. Men kijkt ook met een schuin oog naar Brazilië, waarvan de situatie erger dreigt te worden”.

Voor mgr. Arizmendi

“zijn er mensen die de viering van missen zonder de fysieke deelname van de gelovigen niet accepteren, alsof deze niet geldig zouden zijn of niet ertoe zouden dienen om het geloof te voeden. Zij grijpen ter ondersteuning naar Bijbelteksten om zelfs de kerkelijke hiërarchie aan te vallen, alsof wij te zeer onderworpen zouden zijn aan de burgerlijke autoriteiten, alsof wij de mensen zouden willen beroven van het eucharistische voedsel, alsof wij, bang en laf, van gemak zouden houden uit angst om besmet te raken en zo het volk niet zouden willen beschermen. Ik ben van mening dat wat ons beweegt, zoals de heilige Ireneüs zei, de heerlijkheid van God is, die bestaat in het feit dat de mens het leven heeft; dus gezond is, omdat zonder gezondheid er geen leven is. Het mooiste van God en zijn meest geliefde werk is de mens en wij moeten zowel in het lichaam als in de geest zorg voor hem dragen”.

En mgr. Arizmendi sluit zijn overweging af met eraan te herinneren dat

“het heel belangrijk is dat wij, priesters en bisschoppen, dagelijks de mis vieren, ook zonder veel gelovigen, om de zorg op ons te nemen voor de gezondheid en het leven van het volk; wij vieren haar nu juist voor het welzijn van de gemeenschap. Het is een overgangsvorm; het moet niet altijd zo zijn. De normale toestand is de fysieke aanwezigheid van de gelovigen en de sacramentele communie, omdat Jezus heel duidelijk is: ‘Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, als gij het vlees van de Mensenzoon niet eet en zijn bloed niet drinkt, hebt gij het leven niet in u’ (Joh. 6, 53). Zo moet het zijn, met concrete personen en de sacramentele communie. Gedurende deze pandemie laten wij het volk niet zonder voedsel, maar voeden wij het met het Woord, dat een werkelijk feestmaal is, en met de geestelijke communie. Wij hopen dat deze toestand snel voorbijgaat om terug te keren tot de normale toestand.

Ook het virtuele is immers voedsel, ook al is het dit niet ten volle. Erger is zonder iets te blijven”.

Sta mij toe, mijn beste vrienden, u te zeggen dat ik elke dag bij het vieren van de heilige mis uw vreugde en hoop, droefheid en angst, vooral die van de armsten en van hen die lijden, in mijn hart draag en deze op het altaar breng (vgl. Gaudium et spes, 1).

Heb geduld en wees niet bang!

God is met ons en wij zullen zegevierend te voorschijn komen uit de verschrikkelijke beproeving.

En moge de zegen van de almachtige God,

Vader en Zoon en Heilige Geest,

over u neerdalen en altijd bij u blijven.

Amen.

 

Emilio firma

Don Emilio Grasso

 

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 

 

12/06/2020