Aan de gelovigen van de parochie Sagrado Corazón de Jesús van Ypacaraí (Paraguay)
Mijn beste vrienden,
Vandaag eindigt met de viering van Pinksteren de paastijd.
Wij hebben deze tijd beleefd in de greep van het coronavirus. Het is, zoals ik vaak heb herhaald, geen tijd geweest waarin op ons de vervloeking van God is neergekomen, maar een gunstige tijd die het ons mogelijk heeft gemaakt ons geloof als gave aan God en onze broeders en zusters te verdiepen.
Het woord van God leert ons in het boek Prediker dat in het leven van de mens verschillende tijden elkaar afwisselen:
“Alles heeft zijn uur, alle dingen onder de hemel hebben hun tijd.
Er is een tijd om te baren en een tijd om te sterven.
Een tijd om te huilen en een tijd om te lachen.
Een tijd om te omhelzen en een tijd om van omhelzen af te zien” (vgl. Pr. 3, 1-7).
In de theologie en in de leer van de Kerk worden alle gebeurtenissen die ons een dieper begrip van de wezenlijke fases van de geschiedenis van de mensheid mogelijk maken, “tekenen der tijden” genoemd.
Deze gelukkige uitdrukking hebben wij te danken aan de heilige paus Johannes XXIII, die met profetische kracht de oorspronkelijke betekenis ervan opnieuw voorhield.
In de constitutie voor het bijeenroepen van het Tweede Vaticaans Concilie stelde de paus:
“Wanneer wij de vermaningen van Christus de Heer volgen, die ons aanspoort ‘de tekenen der tijden’ (Mat. 16, 3) te interpreteren, worden wij in de zo grote duistere nevel niet weinig aanwijzingen gewaar die ons voortekenen lijken aan te reiken van een betere tijd voor de Kerk en de mensheid” (Humanae salutis, 4).
Uitgaande van dit document, hebben andere pausen veelvuldig deze uitdrukking gebruikt, die vooral in de pastorale constitutie over de Kerk in de wereld van deze tijd wordt vastgelegd en waar wordt gezegd dat
“de Kerk te allen tijde de opdracht heeft de tekenen des tijds te doorzoeken en in het licht van het evangelie te interpreteren. Op deze wijze kan zij dan, op een aan elke generatie aangepaste wijze, een antwoord geven op de voortdurende vragen van de mensen over de zin van het huidige en toekomstige leven en over de onderlinge verhouding daartussen” (Gaudium et spes, 4).
Welnu, de pandemie van het coronavirus moet gezien worden als een teken der tijden, dat wij in het licht van het evangelie diep moeten weten te doorzoeken en te interpreteren.
Het lijkt mij dat deze tijd van quarantaine ons oproept tot een verdieping van de relatie tussen woord en sacrament.
Vanaf het begin van de evangelisatie van het Zuid-Amerikaans continent beperkte de zending van de Kerk zich om historisch-theologische redenen, die wij in deze homilie niet aanroeren, voornamelijk tot de sacramentalisering. Wat voor het christen zijn en het paradijs binnengaan telde, was het ontvangen van het doopsel.
De heilige Franciscus Xaverius schreef aan de heilige Ignatius van Loyola in 1542 en1544:
“Vanaf het ogenblik dat ik dus hier aankwam, ben ik geen ogenblik gestopt; ik trek met volharding door de dorpen, dien het
doopsel toe aan de kinderen die het nog niet hebben ontvangen. Zo heb ik een zeer groot aantal kinderen gered die, zoals men zegt, rechts van links niet konden onderscheiden. De jongens en meisjes laten mij vervolgens niet het goddelijk officie bidden, noch voedsel tot mij nemen, noch rusten, totdat ik hun enkel gebeden heb geleerd.
Omdat ik zonder goddeloos te zijn een zo gerechtvaardigde vraag niet kon weigeren, leerde ik hun, te beginnen met het belijden van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, daarom de geloofsbelijdenis, het Onze Vader en het weesgegroet. Ik heb gemerkt dat zij zeer intelligent zijn en dat, als er iemand zou zijn om hen te onderrichten in de christelijke wet, zij – ik twijfel daar niet aan – uitstekende christenen zouden worden.
Zeer velen op deze plaatsen worden nu geen christen, alleen omdat het ontbreekt aan wie hen christen maakt. Heel vaak komt het bij mij op de universiteiten van Europa langs te gaan en hier en daar als een gek beginnen te schreeuwen en hen die meer wetenschap dan naastenliefde hebben, met deze woorden wakker te schudden: ‘Ach, wat een groot aantal zielen wordt door jullie schuld van de hemel uitgesloten en naar de hel gejaagd!’”.
De heilige Franciscus Xaverius schreef dit slechts dertig jaar voordat een andere grote heilige jezuïet, de evangelisator van Paraguay, werd geboren: de heilige Roque González de Santa Cruz.
Wij moeten zeker niet met de mentaliteit van onze tijd de toen verrichte activiteiten beoordelen. In die tijd concentreerde de missie zich geheel op de sacramentalisering. Men geloofde dat men zonder het doopsel naar de hel ging.
In de dogmatische constitutie over de goddelijke openbaring wordt gezegd dat
“de van de apostelen stammende overlevering in de Kerk vordert onder bijstand van de Heilige Geest. Want het inzicht zowel in de overgeleverde werkelijkheden als in de overgeleverde woorden groeit” (Dei Verbum, 8).
Paus Franciscus herhaalt graag deze uitdrukking van Gustav Mahler: “De overlevering is het behoud van de toekomst en niet het bewaren van as”. Voor paus Franciscus “Betreft het de authentieke overlevering van de Kerk, die niet een statisch depot, noch een museumstuk is, maar de wortel van een boom die groeit” (Querida Amazonia, 66).
De pandemie van het coronavirus is ongetwijfeld een gunstige tijd om het vuur van de authentieke overlevering van de Kerk te verdiepen en geen suppoosten te worden die de as trachten te bewaren.
In deze dagen heb ik gelezen dat een pastoor zou hebben verklaard dat vandaag in ons Paraguay “de vrijheid van eredienst wordt belemmerd” en hij bovendien zou hebben gezegd “dat de inkomsten van de parochies gebonden zijn aan de sacramenten”.
In de social media gaan deze berichten rond. Ik hoop dat dit alleen maar fake news is.
Fake news of niet, ik herinner in ieder geval graag aan de volgende woorden van paus Franciscus:
“Behalve dat de Tempel een religieus centrum was, was hij ook een plaats van economische en financiële handel: de profeten, en ook Jezus zelf (vgl. Luc. 19, 45-46), hadden meermaals deze beperking fel aangevallen. Maar hoe vaak denk ik hieraan, wanneer ik sommige parochies zie waar men denkt dat geld belangrijker is dan de sacramenten! Alstublieft! Een arme Kerk: laten wij dat aan de Heer vragen” (Algemene audiëntie, 7 augustus 2019).
En laten wij de Heer vragen ons arm in alles, maar rijk, zeer rijk, oneindig rijk te maken aan zijn liefde en onze liefde voor Hem.
Ter gelegenheid van het patroonsfeest van de capilla Santa Maria Virgen de la Victoria zend ik mijn hartelijkste groeten aan de gelovigen van deze capilla, waar wij vaak de heilige mis hebben gevierd.
Moge de Maagd, de moederlijke gids voor ieder van ons, ons geleiden op de weg van de navolging van haar Zoon Jezus en ons de gave van de overwinning van het goede op het kwade schenken! En moge deze gave doordringen in het hart van al haar kinderen, die altijd verenigd zijn met haar Zoon, onze Heer Jezus Christus!
En moge de zegen van de almachtige God,
Vader en Zoon en Heilige Geest,
over u neerdalen en altijd bij u blijven.
Amen.
(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)
20/06/2020
doopsel toe aan de kinderen die het nog niet hebben ontvangen. Zo heb ik een zeer groot aantal kinderen gered die, zoals men zegt, rechts van links niet konden onderscheiden. De jongens en meisjes laten mij vervolgens niet het goddelijk officie bidden, noch voedsel tot mij nemen, noch rusten, totdat ik hun enkel gebeden heb geleerd.