Aan de gelovigen van de parochie Sagrado Corazón de Jesús van Ypacaraí (Paraguay)
Mijn beste vrienden,
Wij vieren vandaag het Hoogfeest van de Allerheiligste Drie-eenheid.
Zoals de Catechismus van de Katholieke Kerk zegt
“is het mysterie van de Allerheiligste Drie-eenheid het centrale mysterie van het christelijk geloof en het christelijk leven. Het is het mysterie van God in zichzelf. Het is dus de bron van alle andere geloofsmysteries, het licht dat hen verlicht. Het is de meest fundamentele en essentiële leer in de ‘hiërarchie van de geloofswaarheden’. De
gehele heilsgeschiedenis is dezelfde als de geschiedenis van de wegen waarlangs en van de wijze waarop de ware en enige God, Vader, Zoon en Heilige Geest, zich aan de mensen openbaart en zich met de mensen, die zich door de zonde van Hem afgekeerd hadden, verzoent en verenigt” (nr. 234).
Een oude legende vertelt dat de heilige Augustinus, terwijl hij nadenkend over het mysterie van de Drie-eenheid op het strandwandelde, een kind ontmoette dat een kuil in het zand had gemaakt en met een schelp deze vulde met zeewater.
Het kind liep tot aan de oever, vulde de schelp met zeewater en schonk het water in de kuil. De heilige Augustinus vroeg hem waarom het dat deed, en het kind antwoordde hem dat het probeerde al het water van de zee in de kuil te gieten.
- Dat is onmogelijk!
- Nog onmogelijker is het voor een mens – zei het kind hem – het mysterie van de Drie-eenheid te ontcijferen!
Het mysterie van het geloof gaat altijd verder dan welke menselijke redenering dan ook. Het is iets dat de verstandelijke vermogens van een mens te boven gaat en alleen maar met nederigheid en liefde kan worden aanvaard.
Wanneer de mens eenmaal het mysterie van het geloof heeft aanvaard, kan hij echter begrijpen dat het niet rationeel (een vrucht van het verstand) is, maar redelijk (het gaat niet tegen ons verstand in, omdat de mens op grond van de menswording van het Woord in zich de sporen van de Drie-eenheid heeft).
Toen de heilige Augustinus nadacht over het feit dat de mens deelneemt aan het wezen van God, die Vader, Zoon en Heilige Geest is, omdat hij geschapen is naar het beeld en de gelijkenis van God, vroeg hij zich af waar deze sporen gevonden konden worden.
Hij antwoordde dat deze sporen de drie geestelijke vermogens zijn: herinnering, verstand en wil.
De herinnering is het spoor van de Vader (Bron van de Zoon en de Heilige Geest).
Het verstand is het spoor van de Zoon (Woord van de Vader waardoor alles is geschapen en alles wordt verklaard).
De wil is het spoor van de Heilige Geest (Liefde die de Vader met de Zoon en de Zoon met de Vader verenigt. Door middel van deze liefde is heel de Vader in de Zoon en heel de Zoon in de Vader).
In de mens zijn deze drie vermogens niet verenigd en met elkaar in overeenstemming gebracht, omdat in hem de zonde van de verdeeldheid leeft: hij is in zichzelf gescheiden en heeft een verdeeld hart.
In God zijn de drie Personen daarentegen verenigd, omdat zij dezelfde natuur bezitten.
God is eenheid en bij het Laatste Avondmaal bidt Jezus, zich tot de Vader richtend, dat zijn leerlingen “één mogen zijn zoals wij” (Joh. 17, 11).
God is, wij moeten daarentegen met zijn hulp worden.
De herinnering is het begin van de eenheid, omdat het de continuïteit van de persoon gedurende het hele leven een basis geeft door de verschillende veranderingen en gebeurtenissen heen. Het verstand herkent de waarheid en de wil voert wat waar is, uit.
Alles wat wij hebben gezegd, heeft zin, als wij in ons leven het trinitaire leven ervaren. Dat betekent dat wij in ons de eenheid tussen geheugen, verstand en wil moeten herstellen.
In het leven van de heiligen vinden wij enkele voorbeelden die ons dichter bij een begrip brengen van wat de Drie-eenheid is.
In een geschrift van de heilige Gregorius van Nazianze vinden wij deze woorden met betrekking tot de ervaring van zijn vriendschap met de heilige Basilius de Grote:
“Tussen ons is er geen enkele afgunst, wij waarderen echter wel de wedijver. Dit was onze wedstrijd: niet wie de eerste was, maar wie het de ander gunde de eerste te zijn. Het leek dat wij één ziel in twee lichamen hadden. Al moet men absoluut geen geloof schenken aan hen die beweren dat alles in allen is, moet men ons zonder aarzeling geloven, want de een was werkelijk in en met de ander”.
Deze ervaring brengt ons dichter bij het mysterie van de Drie-eenheid. Zij verklaart het niet, maar brengt het dichter bij ons leven. Het is niet meer iets dat aan ons leven vreemd is, maar iets dat een plaats krijgt binnen de zin van ons leven.
Daarom mogen wij de zonde tegen de Vader, tegen de herinnering aan alles wat wij om niet hebben gekregen, ondankbaarheid noemen. Mensen vergeten die ons hebben geholpen, toen wij dat nodig hadden, is een zonde.
Wij mogen de zonde tegen de Zoon, tegen het verstand domheid noemen. Dingen doen zonder na te denken en daarbij als papagaaien te herhalen wat wij van buiten hebben geleerd, is een zonde, omdat het betekent de gave van het verstand begraven.
Wij mogen de zonde tegen de wil luiheid noemen. De herinnering laat ons zien wat wij hebben gekregen, en het verstand wat wij moeten doen, maar de wil zet ons niet in beweging en wij doen niet wat wij moeten doen, waarbij wij altijd ten laste van anderen blijven leven.
En wij zijn ook lui ten opzichte van God: wij blijven met de armen over elkaar zitten en doen wat wij leuk vinden en pretenderen daarbij dat God onze problemen oplost, als een noodhulp ten dienste van ons.
Verschillende keren heb ik herhaald dat wij niet meer uit deze pandemie van het coronavirus zullen komen zoals wij erin gegaan zijn. Wij zullen er beter of slechter uitkomen. Zeker is dat wij er niet uit zullen komen precies zoals wij vóór de pandemie waren.
De Kerk, de trouwe bruid van haar Heer Jezus Christus, wijst ons erop dat het geloof in de Allerheiligste Drie-eenheid geroepen is trinitaire cultuur te worden.
Denken wij aan hetgeen de heilige Johannes Paulus II ons zei: “Een geloof dat geen cultuur wordt, is een geloof dat niet ten volle is ontvangen, niet geheel is doordacht, niet trouw wordt beleefd”.
In zijn toespraak, voorafgaande aan het Mariagebed van het Angelus op 15 juni 2014 zei paus Franciscus dat
“de Heilige Geest, de gave van de verrezen Jezus, ons het goddelijke leven meedeelt en ons zo doet binnengaan in de dynamiek van de Drie-eenheid, die een dynamiek is van liefde, gemeenschap, wederzijdse dienst, samen delen. Iemand die de ander liefheeft om de vreugde zelf van het liefhebben, is een weerspiegeling van de Drie-eenheid. Een gezin waar men elkaar liefheeft en elkaar helpt, is een weerspiegeling van de Drie-eenheid. Een parochie waar men elkaar liefheeft en de geestelijke en materiële goederen worden gedeeld, is een weerspiegeling van de Drie-eenheid”.
Mogen de Vader, de Zoon en de Heilige Geest ons helpen een parochie op te bouwen die een weerspiegeling is van de Drie-eenheid, die niet een tankstation, een sacramentenmarkt is, een plaats waar men ondankbaarheid, domheid, luiheid ervaart, maar die verandert in een gemeenschap van broeders en zusters die elkaar liefhebben en de geestelijke en materiële goederen samen delen.
En moge de zegen van de almachtige God,
Vader en Zoon en Heilige Geest,
over u neerdalen en altijd bij u blijven.
Amen.
(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)
26/06/2020

