Aan de gelovigen van de parochie Sagrado Corazón de Jesús van Ypacaraí (Paraguay)

 

Mijn beste vrienden,

Op maandag 29 juni 2020 heeft paus Franciscus ter gelegenheid van het hoogfeest van de heilige Petrus en Paulus een homilie gehouden die naar mijn mening van fundamenteel belang is.Homilia 22 04 07 2020 1 nl

Vaak horen wij in Paraguay homilieën waarin altijd dezelfde aanvallen worden herhaald op de politieke klasse van het land, nutteloze aanvallen, omdat – zoals men met de klassieke uitdrukking zou kunnen zeggen die in het taalgebruik van de politieke analyse haar intrede heeft gedaan, een uitdrukking die gattopardisme wordt genoemd – men uiteindelijk vraagt dat “alles verandert om niets te veranderen”.

In feite worden steeds dezelfde betogen gehouden, krijgt men altijd hetzelfde applaus en vervolgens gaat alles verder zoals tevoren.

Niemand, laten we dat duidelijk zeggen, heeft de bedoeling de politieke klasse van het land te verdedigen.

Ik maak alleen een kleine opmerking: het is zeer naïef, om niet te zeggen, kinderachtig de politieke klasse te demoniseren als verantwoordelijk voor al de rampen die het land teisteren, en tegenover deze politieke klasse een niet bestaand, denkbeeldig volk te stellen, een goed, eerlijk, arbeidzaam, in niets verdorven volk, dat het slachtoffer zou zijn van deze verdorven politici.

Heel de verantwoordelijkheid zou te vinden zijn aan de top van de “kaste” en heel het onschuldig lijden in wat wij “de maatschappij van de slachtoffers” zouden kunnen noemen.

De grote schrijver Alessandro Manzoni, die paus Franciscus zeer dierbaar is, schreef dat “het gelijk en het ongelijk nooit zo scherp te verdelen zijn dat ieder deel alleen maar van het een of het ander heeft”.

Na deze korte inleiding komen wij bij de Bijbeltekst die door paus Franciscus wordt becommentarieerd.

Hij is genomen uit de Handelingen van de Apostelen, waar wordt gesproken over de dood van Jacobus en de vervolging van de Kerk in wording ten tijde van koning Herodes.

In deze homilie biedt paus Franciscus ons een grote les over wat het profetische getuigenis van de Kerk zou moeten zijn: geen inhoudsloze verhalen en evenmin een reeks beledigende verwensingen tegen onze bestuurders; geen onmogelijke beloften, verkondigingen van utopistische programma’s, dat wil zeggen programma’s die buiten de werkelijkheid staan en de intelligentie en de wil van het volk bedriegen en corrumperen.

Dit zijn de woorden van paus Franciscus:

De pas ontstane Kerk ging door een kritieke fase heen. De gemeenschap lijkt onthoofd, ieder vreest voor zijn eigen leven. Maar toch slaat op dit tragische ogenblik niemand op de vlucht, niemand denkt eraan om zijn eigen huid te redden, niemand laat de anderen in de steek, maar allen bidden samen. Uit het gebed putten ze moed, uit het gebed komt een eenheid voort die sterker is dan welke bedreiging ook.

In die hachelijke, dramatische situaties klaagt niemand over het kwaad, de vervolgingen, Herodes. Niemand scheldt op Herodes en wij zijn toch zo eraan gewend op de verantwoordelijken te schelden. Het is nutteloos, en ook hinderlijk dat christenen tijd verspillen aan het klagen over de wereld, over de maatschappij, over hetgeen niet klopt. Geklaag verandert niets.

De heilige Paulus spoorde de christenen aan om voor allen en vóór alles te bidden voor wie regeert (vgl. 1 Tim. 2, 1-3). Vandaag hebben wij behoefte aan profetie, maar dan wel aan ware profetie: niet aan praatjesmakers die het onmogelijke beloven, maar aan getuigenissen dat het evangelie mogelijk is. Wonderbaarlijke verschijningen hebben geen nut. Het doet me pijn – zo gaat paus Franciscus verder –, wanneer ik hoor verkondigen: “Wij willen een profetische Kerk”. Goed. Wat doe je, wil de Kerk profetisch zijn? Nut hebben levens die het wonder van Gods liefde laten zien. Geen macht, maar coherentie. Geen woorden, maar gebed. Geen proclamaties, maar dienstbaarheid. Wil je een profetische Kerk? Begin met te dienen, en houd je mond. Geen theorie, maar getuigenis. Wij hebben er geen behoefte aan om rijk te zijn, maar om de armen lief te hebben; geen behoefte eraan om voor onszelf te verdienen, maar om ons op te offeren voor de ander; wij hebben de instemming van de wereld niet nodig, het goed kunnen vinden met iedereen: dat is geen profetie. Maar wij hebben de vreugde om de wereld die zal komen, nodig; niet de pastorale projecten die in zich de eigen doeltreffendheid lijken te hebben, als waren ze sacramenten, doeltreffende pastorale projecten, nee; maar wij hebben behoefte aan herders die het leven aanreiken; aan mensen die verliefd zijn op God. Dat is profetie, geen woorden. Dat is profetie, een profetie die de geschiedenis verandert.

Op dit punt is er, hoewel er een historisch-cultureel verschil is, een continuïteit tussen paus Franciscus en paus Benedictus XVI.

Om deze continuïteit in verschil naar voren te brengen haal ik deze woorden van paus Benedictus XVI aan, uitgesproken in zijn homilie van 6 oktober 2006.

Paus Benedictus XVI zegt:

Dit is onze zending: bij de spraakzaamheid van onze tijd en die van andere tijden, bij de inflatie van de woorden de wezenlijke woorden present te stellen. In de woorden het Woord present te stellen, het Woord dat komt van God, het Woord dat God is.

De gehoorzaamheid aan de waarheid zou onze ziel “kuis” moeten “maken”, en zo leiden naar het juiste woord en naar het juiste handelen. Met andere woorden: spreken om applaus te zoeken, spreken en zich daarbij richten op wat de mensen willen horen, spreken in gehoorzaamheid aan de dictatuur van de openbare mening wordt beschouwd als een soort prostitutie van het woord en de ziel. De “kuisheid” waar de apostel Petrus op zinspeelt, is niet zich onderwerpen aan deze maatstaven, niet zoeken naar applaus, maar zoeken naar de gehoorzaamheid aan de waarheid.

Om steeds meer vrij te zijn van ieder soort van prostitutie van het woord moeten wij veranderen in het Lichaam van Christus.

En als wij het Lichaam van Christus niet sacramenteel kunnen ontvangen, niet vanwege een dictatoriale vervolging van de vijanden van het christelijk geloof, maar ten gevolge van een pandemie, waartegen wij allen gezamenlijk moeten strijden zonder allerlei vormen van een belachelijke en idiote verdeeldheid en beschuldigingen, kunnen wij altijd de geestelijke communie ontvangen door met een gezuiverd en vrij hart deze woorden uit te spreken die ons onze Heilige Vader Franciscus leert:

“Mijn Jezus, ik geloof dat U in het Allerheiligst Sacrament tegenwoordig bent. Ik bemin U boven alles en wens U in mijn hart te verwelkomen. Nu ik niet de communie daadwerkelijk kan ontvangen, vraag ik van U de genade van de geestelijke communie. Omhels mij en zuiver mijn verlangen naar de hemelse Vader. Draag mij in uw Geest, en laat mij nooit van U gescheiden worden” (Homilie uit de kapel van Casa Santa Marta, 16 mei 2020).

En moge de zegen van de almachtige God,

Vader en Zoon en Heilige Geest,

Over u neerdalen en altijd bij u blijven.

Amen.

 

Emilio firmaDon Emilio Grasso

 

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 

 

21/07/2020