Aan de gelovigen van de parochie Sagrado Corazón de Jesús van Ypacaraí (Paraguay)

 

Mijn beste vrienden,

Op een muur van Asunción is een van de zovele slogans verschenen die typisch zijn voor een bepaald christelijkHomilia 33 11 09 2020 1 fundamentalisme dat zo karakteristiek is voor wie pretendeert anderen te bekeren op basis van voorgekookte en zinloze frasen. Ik zou ook willen zeggen dat het frasen zijn die de menselijke intelligentie beledigen en tegelijkertijd eigen zijn aan een idioot infantilisme dat verstoken is van de krachtsinspanning van een diepgaande evangelisatie die vandaag meer dan ooit vraagt om die intellectuele naastenliefde en pastoraal van de intelligentie zonder welke men niet verder komt dan een karikatuur van de evangelische boodschap.

De idiote frase die ook ik verscheidene keren in verschillende straten heb gelezen, zei: “God is het antwoord”.

Ik laat een interpretatie van het tweede gebod rusten en beperk mij tot hetgeen de Catechismus van de Katholieke Kerk zegt:

“Het tweede gebod verbiedt het misbruik van de naam van God, dit wil zeggen elk ongepast gebruik van de naam van God, van Jezus Christus, van de maagd Maria en van de heiligen” (nr. 2146).

Dit gezegd zijnde, lijkt mij interessant hetgeen een intelligente hand onder die bewering geschreven heeft: “Maar wie heeft de vraag gesteld en op welke vraag antwoordt hij?”.

Welnu, eenvoudigweg God aanwijzen als antwoord veronderstelt van de kant van de mens een vraag.

Een intelligente evangelisatie stelt zich vragen over de werkelijke vragen van de mens van vandaag: wat zijn die? En is betreffende deze vragen de God van Jezus Christus en niet het door mensenhand geschapen idool een antwoord of een desillusie?

Als wij de heilige naam van God niet willen reduceren tot een projectie van onze verlangens, tot een vertroostend opium voor deHomilia 33 11 09 2020 shutterstock 697812880 Bel volken of een noodhulp die wij op een magische wijze overal instoppen, moeten wij de moed hebben te verkondigen dat God meestal helemaal niet het antwoord is dat wij aan het zoeken waren.

COVID-19 is voor ons bijvoorbeeld een vraag waarop wij een antwoord moeten geven.

De God van Jezus Christus loopt langs paden die niet de onze zijn. Wij moeten ons tot Hem bekeren en niet Hij moet zich tot ons bekeren.

In het boek van de profeet Jesaja lezen wij de volgende woorden:

“Want mijn gedachten zijn niet uw gedachten, en u wegen niet mijn wegen, zo luidt de godsspraak van de Heer, want zoals de hemel hoger is dan de aarde, zo gaan ook mijn wegen uw wegen te boven, en mijn gedachten uw gedachten” (Jes. 55, 8-9).

Op onze voortdurende en ziekelijke vraag naar tekenen en wijsheid antwoordt God ons met de aanstoot en de dwaasheid van de gekruisigde Christus, die al werden aangekondigd bij zijn geboorte in een kribbe.

Als wij niet het vermogen hebben om de werkelijke vragen op te roepen, lopen wij gevaar anderen niet de God van Jezus Christus voor te houden, maar alleen de vrucht van onze gedachten.

Ik geef een voorbeeld: hier in Paraguay zijn er veel bussen die opschriften van het religieuze type dragen.

Wanneer men over de belangrijkste verbindingsstraten rijdt, maakt men iedere dag het zich herhalen van monotoon identieke gedragingen mee.

Onverwachts haalt je van rechts een bus in zonder aan te geven dat hij je wilt inhalen. Terwijl hij je de weg afsnijdt, vliegt er eenHomilia 33 11 09 2020 2 plastic fles uit een raampje, alsof het niets was.

Vervolgens trekt de chauffeur op en als de fles je niet heeft geraakt, heb je nauwelijks de tijd om het opschrift te lezen dat op de achterkant van het voertuig verschijnt: “Met Christus zul je gelukkig zijn”.

Een sympathieke uitnodiging tot het geluk, ook als de fles je raakt en jij in een slip raakt en een ongeluk veroorzaakt!

Dat is een typisch teken van de scheiding tussen geloof en leven, van het onvermogen de geloofsinhoud te vertalen in de alledaagsheid van de gedragingen.

Ik geef een ander voorbeeld: als je, wanneer je ’s nachts op een onverlichte straat rijdt, niet goed oplet, loop je het risico te pletter te slaan op een vrachtwagen die met gedoofde lichten midden op de linkerrijbaan stilstaat. Maar waartoe dienen lichten die wijzen op de aanwezigheid ervan? Nergens voor. Meer dan voldoende is het opschrift op de achterkant: “Jezus is mijn licht en mijn heil”.

Op plaatsen waar een stoplicht staat, rijden velen rustig door rood. Bussen rijden altijd met volle snelheid, omdat chauffeurs de andere concurrenten willen inhalen op ieder punt van de straat op zoek naar nieuwe passagiers. Hoe harder je rijdt, hoe meer je verdient.

Wie niet aan dit alles gewend is, zou bang kunnen zijn. Bussen rijden altijd onder andere met de deuren wijd open en chauffeurs remmen en trekken onverwachts op.

Kom je misschien daarom opschriften tegen als: “Wees met Jezus niet bang”?

Als je vervolgens een vrachtwagen tegenkomt die met een slakkengangetje op de inhaalstrook rijdt, dan moet je niet toeteren, met je lichten knipperen of je al te zeer opwinden erop wachtend totdat de chauffeur van die vrachtwagen van rijbaan verandert.

Hij zal hiervan niet veranderen en niet kunnen veranderen. Het feit is eenvoudig en wordt goed uitgelegd in het opschrift dat aanHomilia 33 11 09 2020 3 de achterkant van de vrachtwagen prijkt: “De verandering is Jezus”.

Op een kruising kun je iemand vinden die stopt, omdat hij blijkbaar niet kan besluiten wat hij moet doen: ga ik naar rechts of naar links? Of ga ik rechtdoor?

In een dergelijke omstandigheid is het enige wat je moet doen, wachten.

Op de achterkant van het voertuig kun je echter lezen: “Kies voor Jezus”.

Dit zijn alleen maar enkele eenvoudige voorbeelden uit het leven van iedere dag. Maar het zijn de problemen van de alledaagsheid die bij uitstek de plaats zouden moeten zijn waar men getuigt van de waarheid van ons geloof: het goddelijk wordt niet gescheiden van het menselijke; de twee werkelijkheden zijn verschillend, maar lopen niet door elkaar heen.

De “ander” bestaat en door hem ontmoet en herken ik God. “De mens – zo zei de heilige Johannes Paulus II – is de eerste en fundamentele weg van de Kerk” (Redemptor hominis, 14).

Want - zoals de heilige Johannes ons waarschuwt -, als iemand “zijn broeder die hij ziet niet liefheeft, kan hij God niet liefhebben die hij nooit heeft gezien” (1Joh. 4, 20).

Dan alleen zal het een zin en een fundament hebben in het openbaar en zonder schaamte “Jezus Christus, de enige Heiland” te verkondigen: een God die lichaam en bloed en niet een hol woord zonder enige inhoud, geschreven op een muur van de stad, is geworden.

Wij hopen dat deze lange periode van quarantaine ons leert Gods naam niet te misbruiken, maar te begrijpen wat zijn wil is en die in praktijk te brengen.

 

separador z

 

Ter gelegenheid van de 133ste verjaardag van de stad Ypacaraí bid ik de Heer dat in ons allen een gemeenschappelijk gevoelHome Rispettare le distinte competenze van sterke eenheid ontstaat, opdat wij allen tezamen één front weten te vormen in deze wereldoorlog tegen een gemeenschappelijke vijand: COVID-19.

Wij zijn een oorlog aan het voeren. En in de oorlog tegen deze onzichtbare en laffe, maar uiterst gevaarlijke vijand, moeten wij allen de wapens voor de strijd opnemen.

Deze wapens zijn, zoals de heilige Paulus schrijft, de vrucht van de Geest: “Liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtheid, ingetogenheid” (Gal. 5, 22).

En moge de zegen van de almachtige God,

Vader en Zoon en Heilige Geest,

Over u neerdalen en altijd bij u blijven.

Amen.

 

Emilio firmaDon Emilio Grasso

 

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 

 

14/11/2020