Aan de gelovigen van de parochie Sagrado Corazón de Jesús van Ypacaraí (Paraguay)
Mijn beste vrienden,
In deze tijd van de pandemie bidden veel mensen de rozenkrans en bij het aanroepen van de Maagd Maria herhalen ze de woorden: “... bid voor ons zondaars, nu en in het uur van onze dood”.
“Nu en in het uur van onze dood” is een afspraak die wij met Maria maken.
Om aan deze afspraak met de Moeder van God trouw te zijn moeten wij ons eraan wennen trouw te zijn in de kleine dingen.
Om de cultuur van een volk te evangeliseren is er de moed vereist te beginnen met de kleine dingen, opdat – zoals het evangelie zegt – aan het einde der tijden, in het laatste uur, de Heer tot ieder van ons kan zeggen: “... over weinig waart ge trouw, over veel zal ik u aanstellen. Ga binnen in de vreugde van uw heer” (Mat. 25, 23).
Wij mogen het dagelijks leven niet scheiden van de eisen van het geloof. Als wij dit doen is het alsof wij in Jezus zijn God zijn van zijn mens zijn zouden scheiden.
Zo zou Jezus niet meer tegelijkertijd ware God en ware mens zijn.
Nu vertel ik u een verhaaltje dat ik meemaakte.
Ze lieten mij eens, toen ik naar huis terugkwam, weten dat een heer mij had gezocht en zijn telefoonnummer had achtergelaten.
Het is mijn gewoonte, wanneer het mogelijk is, punctueel een gemaakte afspraak na te komen.
Wanneer men een afspraak uitstelt zonder een werkelijke en dringende reden, komen er langzamerhand nieuwe naar boven, die de voorafgaande doen vergeten.
Daarom belde ik de heer die mij had gezocht, onmiddellijk op. De secretaresse antwoordde mij dat hij op dat ogenblik bezet was, maar dat hij mij na een ogenblikje zou terugbellen.
Overeenkomstig het weinige dat ik weet van het beroemde hora paraguaya en wat uitdrukkingen als “een ogenblikje” betekenen, vroeg ik haar of het een ratito of een ratón betrof[1].
De secretaresse benadrukte dat de verantwoordelijke mij onmiddellijk zou terugbellen.
Na 23 minuten, terwijl ik op het punt stond om een zieke te gaan bezoeken, waarschuwden ze mij dat deze heer was “verrezen”.
Ik nam de telefoon, luisterde naar wat de heer wenste, en ten slotte legde ik hem het verschil uit tussen een heel korte tijd (ratito) en een lange tijd (ratón) en dat ieder verhaal altijd begint met de trouw in de kleine dingen.
Punctualiteit is niet iets dat behoort tot de cultuur van een volk. Het is veeleer een van de uitdrukkingen van een cultuur die gebaseerd is op het geloof, op het geloven dat God de mens heeft geschapen naar zijn beeld en gelijkenis en dat “de Zoon van God door zijn menswording zich in zekere zin met iedere mens heeft verenigd” (Gaudium et spes, 22).
Daarom verdient iedere mens ons respect.
Het rechtvaardigen van een gebrek aan punctualiteit in naam van de Paraguayaanse cultuur is een van de zovele dwaasheden die worden herhaald, zonder dat men begrijpt wat men zegt. En het is ook een racistisch standpunt dat van de Paraguayaan iemand maakt die inferieur is aan de ander, niet in staat te leven met respect voor het woord dat hijzelf heeft gegeven, iemand die alleen, helemaal alleen leeft, als was hij “een eiland, omgeven door land”[2].
No man is an island (Niemand is een eiland) – is een titel van een van de mooiste boeken van Thomas Merton – en geen eiland zijn wil zeggen leven met de ander zonder van het eigen ik of de eigen vrijheid te verabsoluteren, waarvoor iedere knie zich zou moeten buigen, omdat allen ons ten dienste zouden moeten staan, als waren wij de absolute heer en meester van tijd en ruimte.
Wanneer de vrijheid van het ik absoluut wordt, bestaat er geen objectieve waarheid meer die voor allen waarde heeft. Ieder heeft zijn uur en zijn waarheid en het gevolg hiervan is het verdwijnen van iedere mogelijkheid van sociaal leven. Daarom vervalt men tot wat genoemd wordt “de dictatuur van het relativisme”, waar het ontbreekt aan de absolute waarden voor een oordeel, omdat ieder zijn vrijheid, zijn waarden, zijn uur heeft.
Helio Vera schrijft in zijn klassieke traktaat over de Paraguayaanse cultuur En busca del hueso perdido (Op zoek naar het verdwenen bot), wanneer hij het heeft over het hora paraguaya:
“De tijd komt onder andere juist tot uitdrukking in het hora paraguaya, dat een uur eerder of later kan zijn. Of misschien twee. Maar het zal nooit het aangegeven uur zijn, ook niet voor de belangrijkste vergadering, bevestigd door een convocaat met zeer veel wapenschilden en gouden letters. De volkstaal spot met punctualiteit. Niemand heeft het recht verontwaardigd te worden over het hora paraguaya. Dat iemand te laat op een vergadering komt, of een dag later, is geen weloverwogen gebaar van onbeleefdheid, noch een belediging. Zelfs niet een ongewilde nalatigheid. Het betreft eenvoudigweg het feit dat onverbiddelijke roosters niet horen tot onze cultuur”.
En Aníbal Romero Sanabria heeft het in zijn Más paraguayo que la mandioca (Meer Paraguayaan dan de maniok) als volgt over het hora paraguaya:
“Het hora paraguaya (acht uur is geen acht uur, maar half negen of zelfs negen uur)! Er is niet veel hierover te zeggen, zelfs bij officiële vieringen stelt men een uur eerder vast, ‘omdat wij al weten dat zij vervolgens te laat komen’. Zo zal geen enkele ondernemer zijn agenda kunnen maken, geen enkel administreren van de tijd gestructureerd kunnen zijn”.
Degenen die je van boven tot beneden opnemen als om je te zeggen: “Arme ziel!... Je kent de Paraguayaanse cultuur niet. Wat kun jij begrijpen van onze cultuur?”, wil ik alleen eraan herinneren dat gebrek aan punctualiteit iets is dat niet alleen hoort bij de Paraguayanen, maar bij alle menselijke wezens.
Het hoort ook bij de Italianen en op een heel bijzondere wijze bij de Romeinen. Ik als Romeins burger ken deze lelijke gewoonte heel goed.
Ik eindig met een kleine anekdote die het persbureau Reuters op 25 april 2005 om halfdrie uur deed uitgaan:
“Toen Benedictus XVI met enkele minuten vertraging voor de eerste audiëntie met zijn landgenoten was aangekomen, heeft hij zich verontschuldigd en vervolgens heeft hij in het Duits geschertst: ‘Misschien ben ik al geïtalianiseerd!’”.
Het is alleen maar een anekdote. Maar het zou goed zijn uit dit kleine feit een les te trekken en niet te doen zoals sommige jongetjes en meisjes die hun gebreken verabsoluteren, geen opmerking weten te accepteren, geen excuses weten aan te bieden, kwaad worden en geen woord meer tegen je zeggen. Bovendien, als je het je permitteert iets te zeggen, classificeren ze je onmiddellijk als argel (arrogant).
Als het ons in kleine dingen aan punctualiteit ontbreekt, is het nutteloos een verandering in grote dingen te verwachten.
En de cultuur van het opareí (alles loopt op niets uit) zal blijven overheersen, ook al verandert de kleur van het hemd dat men draagt[3].
Moge Maria, Jezus en onze Moeder, vooral in deze tijd van het coronavirus, bidden “voor ons zondaars, nu en in het uur van onze dood”.
En moge de zegen van de almachtige God,
Vader en Zoon en Heilige Geest,
over u neerdalen en altijd bij u blijven.
Amen.
_______________________
[1] In het Spaans is er een woordspeling, die in het Nederlands niet vertaald kan worden, betreffende de uitdrukking “een ogenblikje”, dat wordt vertaald met een ratito, maar dat met een linguistische tour de force ook “een muisje” (ratita of ratoncito) betekent. Wanneer een ratito een lange wachttijd wordt, dan is men gewoon schertsend te zeggen dat het een ratón is, “een grote muis”. Hier komt de titel van deze homilie voort: Un ratito no es un ratón.
[2] Hier wordt verwezen naar de uitdrukking van de grootste de Paraguayaanse schrijver Augusto Roa Bastos, die het heeft over Paraguay als over een isla rodeada de tierra.
[3] Hier wordt gezinspeeld op het verschijnsel van het politieke transformisme en het kiezen voor de partij van de overwinnaar in de laatste verkiezingsstrijd.
(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)
21/11/2020
