Aan de gelovigen van de parochie Sagrado Corazón de Jesús van Ypacaraí (Paraguay)
Mijn beste vrienden,
Vanaf de eerste homilie heb ik beklemtoond dat wij deze tijd van de pandemie moeten beschouwen als een kairós, een gunstige
tijd, waarvan wij moeten weten te profiteren om – zoals de heilige Paulus VI schreef – “de beoordelingscriteria, de bepalende waarden, de punten die de belangstelling hebben, de denkwijzen, de inspiratiebronnen en de levensmodellen van de mensheid die in strijd zijn met het woord van God en zijn heilsplan” (Evangelii nuntiandi, 19) te verbeteren.
Onder deze levensmodellen is onze wijze van het op bedevaart gaan naar een heiligdom of een heilige plaats en tegelijkertijd de manier waarop wij ons tot de Maagd Maria richten.
In de manier waarop men op bedevaart gaat naar het heiligdom van de Maagd van Caacupé, zijn er vele dingen die herzien moeten worden.
Verbonden als het is met de volksvroomheid, is het op bedevaart gaan zeker een symbool met grote mogelijkheden voor creativiteit en aanpassing en juist daarom is het een van de religieuze tekens die het meest aan het gevaar van manipulering is blootgesteld.
Op bedevaart gaan is niet eenvoudigweg een reis die wordt gemaakt om van de ene plaats naar de andere te gaan. Men is niet alleen maar op weg om aan te komen, maar ook om een tocht te beleven: het op bedevaart gaan voegt aan de rituele handeling gevoelens van berouw, smeekbede, dank toe en dit speelt zich af op plaatsen waar mensen de alledaagsheid beleven.
-
In zijn eerste aspect is op bedevaart gaan een teken van een geloofsgetuigenis dat de gemeenschap van de gelovigen brengt aan haar Heer.
Dit geloof is vóór alles altijd een persoonlijke beslissing en daad. Men is geen christen door geboorte. Men wordt christen door een persoonlijke en vrije keuze. Het luisteren naar het Woord, het ontvangen in het eigen hart, het openstaan voor de vragen en eisen ervan vragen van de mens een antwoord dat vóór alles persoonlijk is, dat zijn leven betreft, zijn bestemming en niet die van zijn ouders of zijn familie in het algemeen.
Bovendien vraagt het geloof ook om een publieke dimensie. Het “ik geloof” blijft niet een privé- of intimistisch feit, maar wordt iets publieks, dat wil zeggen iets waarvan allen in kennis worden gesteld.
-
De tweede dimensie van op bedevaart gaan is dat het een teken is van de toestand van de Kerk, volk van God op weg dat zich ervan bewust is met Christus en achter Christus aan in deze wereld geen vaste verblijfplaats te hebben (vgl. Heb. 13, 14), trekt langs de wegen van de aardse stad naar het hemels Jeruzalem.
Het vaderland van een gelovige is de hemel en op bedevaart gaan herinnert allen eraan dat wij een nomadische Kerk zijn. “Mijn vader was een rondzwervende Arameeër” zijn de woorden waarmee de geloofsbelijdenis van een vrome Israëliet begint. Deze nomadische ervaring van Israël behoort alle kinderen van de Kerk toe, die in Abraham hun vader in het geloof vinden, tot wie God zegt zijn land te verlaten zonder hem een precieze bestemming aan te geven. Daarom gaan gelovigen op pelgrimstocht, omdat zij kinderen zijn van een pelgrimerend en nomadisch volk dat weet dat het op geen enkele plaats vast gevestigd is.
Op bedevaart gaan herinnert er ook aan dat de Maagd de gelovigen op tocht hier op aarde begeleidt en “totdat de dag des Heren komt, het lichtend teken is van de vaste hoop en vertroosting van het pelgrimerende volk van God” (Lumen gentium, 68).
Heel vaak heeft men geen authentiek en echt gevoel voor de aanwezigheid van Maria, omdat men in haar als het ware een godin ziet. Wij moeten nooit vergeten dat Maria een schepsel is, een arme dochter van het volk Israël. Haar armoede en nederigheid vormen haar grootheid.
Een engel brengt haar de boodschap van God over die haar leven, plannen, projecten op hun kop zet.
Geloof is een God aanvaarden die de geschiedenis van de mens binnentreedt, die iets anders vraagt dat wat wij zouden verwachten; iets wat op zijn kop zet, dat oproept tot een algehele verandering van het hart, van mentaliteit, tot een aanvaarden van zijn wil.
“Moge uw woord in mij vervuld worden”, antwoordt Maria de engel en zo maakt zij het God mogelijk mens te worden onder de mensen en hun vreugde en lijden, hun leven en sterven te ervaren.
God heeft de mens nodig, een scheppend antwoord op zijn oproep, zijn openbaring, zijn schepping.
In dit antwoord van de menselijke vrijheid op het woord van God is de waarde van de mens gelegen en in het totale en onvoorwaardelijke ja van de vrijheid van Maria ligt juist haar grootheid. Maria is zo arm en zo ontledigd van zichzelf dat zij niets tegenover God stelt. Wanneer de engel haar boodschapt dat zij een zoon zal krijgen, laat zij hem alleen maar weten dat zij geen man bekent. En Maria geeft de engel, die haar eraan herinnert dat wat voor de mens onmogelijk is, voor God mogelijk is, in vrijheid het ja dat het God mogelijk maakt de Immanuël, God-met-ons, te zijn. “Moge uw woord in mij vervuld worden”.
De liefde voor Maria betekent liefde hebben voor de Heer, ervoor zorgen, zoals het Tweede Vaticaans Concilie zegt, dat, terwijl de Moeder wordt vereerd, wordt de Zoon juist gekend, bemind, verheerlijkt en worden zijn geboden onderhouden” (vgl. Lumen gentium 66).
Maria liefhebben betekent worden zoals zij in het luisteren naar en het in praktijk brengen van het Woord, in het beleven ervan en in het voortdurend zeggen van: “Moge uw woord in mij vervuld worden”.
Onder de last, het duister van de gebeurtenissen beleeft en ervaart Maria het Woord en in haar wordt het vlees en bloed. Iedere gelovige moet Maria worden, omdat iedere ziel die gelooft, zegt de heilige Ambrosius, het Woord van God ontvangt en voortbrengt.
Begeleid door Maria op zijn tocht op aarde, leert de gelovige zijn leven te leggen in de handen van de Heer door zijn wil te volbrengen.
Velen gaan naar Caacupé, omdat ze zeggen dat ze hun beloften moeten inlossen. Het zou nuttig zijn te leren hoe men zich kan bevrijden van dit commercieel taalgebruik dat de Moeder van God behandelt als een manager of een directrice van een financieringsmaatschappij, waar leningen vooraf worden gegeven en schulden worden betaald.
De enige manier om een relatie aan te gaan met deze Vrouw is haar navolgen in haar trouw aan het Woord dat zij heeft voortgebracht.
In eenvoudige woorden: worden zoals zij.
Moge het hoogfeest van de Onbevlekte Ontvangenis van de Maagd Maria – ook al is het in de tijd van de pandemie en met alle beperkingen die de gesel van COVID-19 ons ter bescherming van ons leven en dat van anderen oplegt –, voor ons vol van genade zijn en ons leven veranderen. Moge ieder van ons aan het einde van zijn leven kunnen zeggen: “Ik heb het woord van de Heer leven gegeven. Het is vlees geworden in mijn lichaam, het is vlees van mijn vlees geworden”.
Om op de wegen van de mens aanwezig te zijn, heeft God het nodig dat wij, zoals Maria, Hem ons vlees en bloed geven, onze handen, onze voeten, onze mond, ons hart: wij hebben God niet nodig, maar God heeft ons nodig.
En laten wij ons alsjeblieft van dit taalgebruik bevrijden dat niets te maken heeft met de Moeder van God, een taalgebruik waarbij termen worden gebruikt die de betekenis hebben van verkopen en kopen en die uiteindelijk zich beperken tot de woorden: “Wij gaan naar Caacupé om onze beloften aan de Maagd in te lossen...”.
En moge de zegen van de almachtige God,
Vader en Zoon en Heilige Geest,
over u neerdalen en altijd bij u blijven.
Amen.
(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)
30/01/2021
