Aan de gelovigen van de parochie Sagrado Corazón de Jesús van Ypacaraí (Paraguay)
Mijn beste vrienden,
Veel aandachtige lezers hebben mij geschreven en onderstreept dat zij, soms voor de eerste keer in hun leven, de woorden hadden gevonden dat wij nooit moeten vergeten dat Maria als Kerk niet alleen maar Moeder is. Zij is ook dochter, de kleinste onder ons allen en als de kleinste zijn het leven van Maria en het leven van de Kerk afhankelijk van
ieder van ons. Daarom, “vraag je niet af wat Maria en de Kerk voor jou kunnen doen, maar vraag je af wat jij voor hen kunt doen”.
Voor mij, en ik heb het zo vaak herhaald, is het zonde dat wij in onze prediking over zoveel dingen spreken die ons als herders van het volk van God niet toekomen, en het fundament van de kernwaarheden van ons geloof vergeten, die heel de verkondiging van het evangelie dat wij geroepen zijn te verkondigen, en tegelijkertijd heel onze pastorale activiteit zouden moeten doordrenken.
Bij de grote meerderheid van degenen die belijden christen te zijn, is het fundamentele idee betreffende God blijven bestaan van een God die alles doet, terwijl de mens niets doet. Dat gaat volslagen voorbij aan de fundamentele waarheid van ons geloof: de menswording. De genade zonder welke wij niets kunnen doen, is belangrijk, maar de genade van God is niet alleen belangrijk, maar ook de vrijheid van de mens.
Zonder de genade kan de mens niets doen, ook niet een geloofsdaad. Maar zonder de vrijheid van de mens die deze genade ontvangt, kan God evenmin iets doen om hem te redden.
“God die jou zonder jou heeft geschapen, kan jou niet zonder jou redden”, herhaalde de heilige Augustinus, en daarbij onderstreepte hij de grote rol die de vrijheid van de mens heeft in zijn heilswerk dat God verricht.
Daarom is het noodzakelijk een miraculeus idee te bestrijden dat alles van boven of van de ander verwacht. Kerstmis is God die mens is geworden, maar opdat de mens God werd.
Men moet nooit de fundamentele woorden in de Catechismus van de Katholieke Kerk vergeten:
“Het Woord is vlees geworden om ons deel te laten krijgen aan Gods eigen wezen (2 Petr. 1, 4). Het Woord van God is mens geworden en Hij die Gods Zoon is, werd de Mensenzoon, opdat de mens zoon van God wordt door het Woord in zich te dragen en het kindschap te ontvangen” (nr. 460), aldus de heilige Ireneüs van Lyon.
Wij moeten de moed en de nederigheid hebben te erkennen dat men vaak mensen tegenkomt die, hoewel ze buiten de institutionele Kerk zijn geboren en opgevoed, de kern van Gods leven hebben begrepen, beleefd en tot de dood toe getuigenis ervan hebben afgelegd.
Deze kern bestaat in het worden als Jezus, de eniggeboren Zoon van de Vader, die, hoewel Hij rijk was, arm werd, opdat zijn armoede ons rijk maakte (vgl. 2 Kor. 8, 9).
Onze mentaliteit is daarentegen tot God, Jezus, de Maagd Maria, de engelen en de heiligen te naderen om iets te vragen, om over wat voor genade dan ook te onderhandelen.
God en de hele stoet die Hem omgeeft, zouden altijd klaar moeten staan om aan onze behoeften te voldoen. Vervolgens gaan wij, als alles loopt overeenkomstig onze verlangens, naar de kassa en betalen de prijs die wij zelf hebben vastgesteld.
Een van de grote getuigen in onze tijd van het vermogen om God te geven van onze armoede en God zelf niet te zien als de rijkste onder de rijken, maar als de arme die aan de deur van ons huis staat, de arme die om onze hulp vraagt en ons roept, is ongetwijfeld Etty Hillesum.
Etty Hillesum, een jonge Nederlandse jodin, las graag de Belijdenissen van de heilige Augustinus en zij had de hele Bijbel van het Oude en het Nieuwe Testament. Zij helpt ons nog beter het christelijke mysterie begrijpen van een God die zijn Zoon offert, die mens wordt en aan het kruis sterft voor het heil van de mensen.
Op 7 september 1943 werd Etty Hillesum naar Auschwitz gedeporteerd ̶ het concentratie- en vernietigingskamp van nazi-Duitsland ̶ , waar zij op 30 november 1943 stierf. Toen Benedictus XVI allen eraan herinnerde dat “de genade van God in het leven van zeer veel personen aan het werk is en wonderen verricht”, zei hij over haar:
“Aanvankelijk ver van God in haar verloren en onrustige leven, vond Etty Hillesum Hem juist te midden van de grote tragedie van de twintigste eeuw, de Shoah. Deze broze en onvoldane jonge vrouw, die door het geloof was veranderd, verandert in een vrouw vol liefde en innerlijke vrede, in staat om te zeggen: “Ik leef voortdurend in een intimiteit met God”.
Als voorbereiding op het hoogfeest van Kerstmis, de Kerstnacht waarin God ons verrijkt met zijn armoede, geef ik u deze bladzijde uit het dagboek van Etty Hillesum, geschreven terwijl ze de dood tegemoet ging, alleen omdat zij jodin was, en het grote satanische beest van de nazi-ideologie niet kon accepteren dat het bloed van de jood Jezus nog tegenwoordig was in de wereld van het Derde Rijk.
Laten wij luisteren naar wat een van de diepzinnigste bladzijden is van de spiritualiteit en de mystiek van de twintigste eeuw:
“Mijn God, het zijn zo’n angstige tijden. Vannacht was ik voor het eerst wakker in het donker met mijn ogen die brandden, voor mij kwamen beelden na beelden van menselijk verdriet. Ik beloof U één ding, God, slechts een klein ding: ik zal proberen het heden niet te belasten met het gewicht van mijn zorgen voor morgen - maar ook dit vereist een zekere ervaring. Iedere dag heeft zijn deel. Ik zal proberen U te helpen, opdat U in mij niet wordt vernietigd, maar ik kan niets a priori beloven. Eén ding wordt echter steeds duidelijker voor mij, en dat is dat U ons niet kunt helpen, maar wij U moeten helpen, en op deze wijze helpen wij onszelf. Het enige dat wij van deze tijd kunnen redden en ook het enige dat telt, is een stukje van U in onszelf, mijn God. En misschien kunnen wij er ook aan bijdragen U op te graven uit de verwoeste harten van andere mensen. Ja, mijn God, het lijkt dat U niet veel kunt doen om de huidige omstandigheden te veranderen, maar ook die maken deel uit van dit leven. Ik klaag niet uw verantwoordelijkheid aan, later zult U ons schuldig verklaren. En met bijna iedere slag van mijn hart groeit mijn zekerheid: U kunt ons niet helpen, maar het is aan ons U te helpen, uw huis in ons tot het laatste te beschermen”.
Etty Hillesum leert ons de ware groei die degene begeleidt die God liefheeft, niet “met woorden en leuzen, maar met concrete daden” (1 Joh. 3, 18). Etty Hillesum leert ons God te beminnen zoals de Zoon de Vader bemint en zijn wil doet, koste wat het kost, en God niet te reduceren tot een eigen trooster, als waren wij altijd het meisje van een paar maanden dat zich niet weet los te maken van de moederborst.
En moge de zegen van de almachtige God,
Vader en Zoon en Heilige Geest,
over u neerdalen en altijd bij u blijven.
Amen.
(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)
13/02/2021
