Aan de gelovigen van de parochie Sagrado Corazón de Jesús van Ypacaraí (Paraguay)

 

Mijn beste vrienden,

Vaak heb ik herhaald dat deze pandemie zeer veel problemen aan het licht heeft gebracht die in ons hart, onze intermenselijkeHomilia 48 09 01 2021 1 relaties en onze maatschappij verborgen bleven.

Een van deze problemen, die men vaak bij jongeren tegenkomt die niet hebben geleefd in een gezin dat op de trouwe liefde van de ouders was gebaseerd, is in alle kracht naar voren gekomen, omdat maatschappelijk isolement met al zijn gevolgen ons ook ertoe brengt ons te concentreren op en na te denken over onze identiteit als ouder. En dat veroorzaakt bij zeer veel jongeren en in zeer veel gezinnen verdriet, angst, onzekerheid.

Daar dit probleem in onze maatschappij meer verbreid is dan wij denken, wil ik vandaag deze brief die ik enkele jaren geleden schreef aan een jongen van ons land, lezen, een brief die, lijkt mij, zeer actueel blijft en die voor veel jongeren en veel gezinnen die dit probleem hebben, nuttig zou kunnen zijn.

Dit is de brief die ik aan die jongere schreef.

Mijn beste vriend,

Ik was zeer onder de indruk van wat jij mij eergisteren hebt verteld.

Met dat gezicht van jou waarop altijd een glimlach is die een diepe droefheid verbergt, heb jij me jouw verhaal verteld. Jij hebt me gezegd dat het op die avond precies vijftien jaar geleden was dat jouw vader zonder iets tegen je te zeggen en zonder je te strelen definitief het huis had verlaten waar jij woonde, en hij bij een andere vrouw was gaan wonen. En sindsdien woont er met jou, je moeder en je zussen een andere man in huis, die jij nooit papa hebt kunnen noemen.

Vanaf je vierde jaar maak je mee wat voor jou een drama is dat van jou een gespleten persoon maakt: schijnbaar altijd joviaal Homilia 48 09 01 2021 197250673 123rfbeen vrolijk, maar bedroefd en vol rancune in je hart.

Jij hebt me gezegd dat jij je toekomst zag als het binnengaan in een donkere tunnel zonder uitgang.

Ik heb in grote stilte naar je geluisterd en gedacht aan je ouders zonder iemand te veroordelen, omdat het mysterie van het hart van de mens zo diep is dat niemand, zelfs niet de persoon in kwestie zelf, erin slaagt daarin door te dringen.

Het woord is het heiligste wat wij hebben. In onze vrijheid kunnen wij ja zeggen, zoals wij ook nee kunnen zeggen. Maar wanneer wij eenmaal onze wil vrij tot uitdrukking hebben gebracht, dan is ons hele wezen in dat woord gelegen.

Ja is ja. Nee is nee. Dat zegt het evangelie. En ja bevat, zoals dat van Abraham of dat van Maria, reeds van tevoren alle consequenties van het binnengaan in het avontuur van de liefde.

De liefde is of een avontuur of het is eenvoudigweg geen liefde. Bij fundamentele keuzes betrekt de liefde heel het leven erbij.

Wanneer de Heer Abraham roept (vgl. Gen. 12, 1), gebruikt hij enerzijds een werkwoord in de gebiedende wijs: “Trek weg uit uw land, uw stam en uw familie” en anderzijds een werkwoord in de toekomstige tijd: “Naar het land dat Ik u aan zal wijzen”.

Dit is de lege ruimte die er bestaat tussen de gebiedende wijs en de toekomstige tijd, de ruimte en de tijd van het avontuur van het geloof.

Het woord avontuur wil in zijn etymologische betekenis zeggen: “Wat zal gebeuren”.

Welnu, in het ja dat wij uitspreken, is heel een lege ruimte en tijd die wij met onze trouw moeten vullen en daarbij vooraf alles wat er zal gebeuren, moeten aanvaarden, en dat zonder nog terug te keren naar het verleden.

Als wij het leven beschouwen als een groot theater (en de grote Spaanse dichter en toneelschrijver Pedro Calderón de la Barca, sprak over het leven als over een theater), kunnen wij ongetwijfeld zeggen dat, van een christelijk standpunt uit gezien, het gehele script al geschreven wordt in het ja dat wij hebben uitgesproken.

Zie je, beste vriend, er is een punt dat voor jou duidelijk moet zijn en dat je moedig onder ogen moet zien. Er is iets dat je moet doorknippen, als je niet voor je hele leven een bedroefd iemand wil zijn, gebonden aan een verleden dat niet van jou is, en dientengevolge niet in staat een leven op te bouwen dat van jou is.

Het ja waarover wij het hebben gehad, werd door jou nooit uitgesproken. Het kan deel uitmaken van je natuur, maar het hoort zeker niet tot jouw unieke, oorspronkelijke, eenmalige vrijheid; een vrijheid van jezelf te bepalen en niet te laten reduceren tot een klein aanhangsel van anderen.

Voor jou is het ogenblik gekomen, als je je wilt redden en je persoonlijk avontuur als mens en gelovige wilt beleven, om eindelijk de navelstreng door te knippen die je opgesloten houdt in een placenta van een verleden dat dood is.

“Er is geen toekomst zonder herinnering” – heeft heilige Johannes Paulus II zo vaak tegen ons herhaald.

Maar, let goed op, de herinnering is er om een toekomst op te bouwen, niet om ons en anderen op te sluiten in het verleden.Homilia 48 09 01 2021 3

Jaren geleden zag ik een heel mooie film die de geboorte van de republiek Ierland weergeeft, deze romantiserend. Een groep jongetegenstanders, van wie Michael Collins de militaire bevelhebber is, bedrijft verzetsdaden tegen de Engelse regering in Ierland. Aan het hoofd van de politieke partij staat Éamon de Valera.

Na wisselend succes en bloedige aanslagen staan de Engelsen het begin van een onderhandeling in Londen toe, waarnaar een delegatie wordt gezonden met aan het hoofd Collins. Na veel nutteloze pogingen wordt Collins gedwongen een verdrag te aanvaarden.

De partij aan het hoofd waarvan De Valera staat, trekt haar vertegenwoordigers terug en start zo een burgeroorlog, waartegen Collins zich op alle mogelijke manieren probeert te verzetten, tevergeefs. Hij zal sterven, gedood in zijn graafschap Cork, terwijl hij tracht zijn ex-hoofd De Valera te ontmoeten om een einde aan de oorlog te maken.

De film is interessant en boeiend. Van deze film is mij het meest bijgebleven een zin die door Michael Collins wordt gesproken tegen hen die in naam van een herinnering die niet op een toekomst is gericht, je gevangenzetten in een verleden van wraak, bloed, dood, zonder hoop.

“Geef ons onze toekomst – schreeuwt Michael Collins –. Wij hebben het gehad met jullie verleden”.

Tot de jongeren van de hele wereld heeft paus Franciscus meermalen krachtig gezegd: “Laat jullie niet van jullie hoop beroven”.

Grijp weer jouw toekomst, mijn beste vriend.

Heb het gehad met ons verleden. Jij hebt het recht ertoe.

En laat je door niemand van je hoop beroven!

 

Separador de poemas

 

Wat ik heb geschreven aan deze jongere, geldt voor ieder van ons: men kan niet heel het leven leven als gevangen in een verleden dat – en dat is wat het meest telt – evenmin van ons is.

En moge de zegen van de almachtige God,

Vader en Zoon en Heilige Geest,

over u neerdalen en altijd bij u blijven.

Amen.

 

Emilio firmaDon Emilio Grasso

 

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 

 

06/03/2021