Aan de gelovigen van de parochie Sagrado Corazón de Jesús van Ypacaraí (Paraguay)

 

Mijn beste vrienden,

Als deze pandemie van COVID-19 zeer veel werkelijkheden heeft blootgelegd, dan heeft zij ook het feit naar voren gebracht dat een groeiend aantal gedoopten het leven van de Kerk heeft verlaten.

Tenzij wij blind zijn, moeten wij constateren dat men dit verschijnsel ook in ons land waarneemt. De tijden veranderen snel en wij moeten niet de illusie hebben dat bij ons alles goed gaat.

U, die mij in deze jaren met aandacht en geduld hebt aanhoord, weet goed hoe vaak ik antwoorden van het type: “Alles gaat z’n gangetje... Spectaculair... Fantastisch... Super... enz.” belachelijk heb gemaakt.

In de meeste gevallen betreft het valse antwoorden, die de werkelijkheid trachten te ontkennen, of oppervlakkige antwoorden die laten zien dat men niet wil zien wat de authentieke werkelijkheid van de situatie is waarin men leeft.

In alle gevallen betreft het antwoorden die de waarheid manipuleren en ons in de slavernij van de leugen achterlaten.

Alleen de waarheid maakt ons vrij, leert ons het evangelie volgens Johannes.

Wij hoeven geen angst te hebben voor de waarheid, wanneer wij haar zoeken, dienen en in al haar aspecten liefhebben. Daarom hoeven wij geen angst te hebben deze realiteit dat veel gedoopten het leven van de Kerk verlaten, onder ogen te zien.

Sommigen maken zich illusies, wanneer zij de menigte mensen zien die bij bepaalde gelegenheden bij elkaar komen, zoals bijvoorbeeld op de dagen van de noveen van de Maagd van Caacupé.

Christen zijn bestaat echter niet uit het deelnemen aan een religieuze manifestatie, een prentje in je zak te hebben, een kaars aansteken, aanwezig zijn bij een begrafenis of het bidden van de rozenkrans voor een overledene, zich een patroonsfeest herinneren...

Wij zijn ware leerlingen van de Heer, wanneer wij, in deze wereld levend, ons niet voor Hem en zijn Woord schamen en ook niet ervoor schamen ons getuigenis af te leggen van het evangelie.

Nu wij zoveel betogen hebben gehoord, is het ogenblik gekomen het gehoorde woord in praktijk te brengen en een persoonlijk en concreet antwoord te geven dat ons aan ons eigen woord houdt.

De Kerk, ik heb het meermalen herhaald, is niet alleen onze Moeder. Zij is ook onze dochter, een dochter die alleen maar leeft en groeit, als wij voor haar zorgen en haar met al onze kracht liefhebben.

Ik wil nogmaals onderstrepen dat men niet kan leven door voortdurend iets van onze Moeder de Kerk te vragen. Het ogenblik van onze volwassenheid is gekomen. Het ogenblik is gekomen dat wij geroepen zijn niet te blijven vragen, maar te beginnen met iets van onszelf te geven, opdat de Kerk, de Bruid van de Heer, te midden van de stad van mensen leeft.

De Heilige Vader Benedictus XVI, die men vroeg of de Kerk misschien niet moest veranderen, omdat een aanzienlijk deel van de gedoopten zich verwijderde, antwoordde met deze episode:Homilia 49 16 01 2021 2 bel

“Aan de heilige Teresa van Calcutta werd eens gevraagd te zeggen wat volgens haar het eerst in de Kerk veranderd zou moeten worden. Het antwoord was: ‘U en ik”. Deze kleine episode maakt ons twee dingen duidelijk: enerzijds wil de heilige Teresa van Calcutta tot de gesprekspartner zeggen dat niet alleen anderen, de hiërarchie, de paus en de bisschoppen de Kerk zijn: Kerk zijn wij allen, de gedoopten. Anderzijds gaat zij feitelijk uit van het veronderstelling: ja, er is een reden om te veranderen. Er is behoefte aan verandering. Iedere christen en de gemeenschap van gelovigen in haar geheel zijn geroepen tot een voortdurende bekering”.

Onze parochie Sagrado Corazón de Jesús verwacht van ieder van u uw samenwerking en hulp, opdat zij steeds meer de missionaire Kerk kan worden die tot aan de uiteinden van de wereld de goedheid en de liefde van de Heer verkondigt.

Het Tweede Vaticaans Concilie heeft gezegd:

“Terecht kunnen wij menen dat het toekomstig lot van de mensheid is gelegen in de handen van hen die erin slagen aan de komende generaties motieven door te geven om te leven en te hopen” (Gaudium et spes, 31).

Wel nu, wij zijn geroepen “motieven om te leven en te hopen door te geven”.

Als wij de Heer met “nee” antwoorden, die ons roept om zijn Kerk op te bouwen als historische plaats van heil en redding, een plaats waar wij elkaar ontmoeten om de motieven van ons leven en hopen te vieren en door te geven, dan zal ons geloof langzaam minder beginnen te worden, totdat het sterft.

Zoals de heilige Johannes Paulus II immer schreef, “is zending een nauwkeurige aanwijzing van ons geloof in Christus en zijn liefde voor ons” (Redemptoris missio, 11).

Alleen al door het door te geven versterkt ons geloof zich en groeit het.

Krachtens de sacramenten van doopsel en vormsel hebben wij allen de roeping gekregen actief deel te nemen aan de zending van de Kerk.

Vanaf vandaag zijn wij geroepen de parochie van na de pandemie voor te bereiden. Het einde van de pandemie mag ons niet onvoorbereid vinden, omdat niets als voorheen zal zijn. Het zal beter of slechter zijn, maar niet meer als voorheen.

De Heilige Vader Benedictus XVI heeft op twee fundamentele dimensies van het leven en de zending van de parochie, dat wil zeggen van iedere gelovige, gewezen: de zondagse eucharistie en het in praktijk brengen van de naastenliefde.

Uitgaande van de trouw aan de zondagse eucharistie, bron en hoogtepunt van het christelijk leven, moeten wij de moed hebben de verplichting op ons te nemen de boodschap van Gods liefde aan alle mensen te brengen.

Bij het in praktijk brengen van het woord van de Heer in de verschillende liturgische bedieningen, het onderricht en de vorming, de naastenliefde, het organiseren van de verschillende werken die ons geloof en onze hoop tot uitdrukking brengen, neemt ieder van ons deel aan de opbouw van het lichaam van de Heer, een lichaam dat in onze stad Ypacaraí en heel de wereld leeft.

Het evangelie zegt dat Jezus bij het zien van de menigte met alle ziekten en kwalen (en hoeveel ziekten en kwalen zien wij iedere dag in deze tijd van een verschrikkelijke pandemie...!) “door medelijden bewogen werd, omdat ze afgetobd neerlagen als schapen zonder herder. Toen sprak Hij tot zijn leerlingen: ‘De oogst is wel groot, maar arbeiders zijn er weinig. Vraagt daarom de Heer van de oogst arbeiders te sturen om te oogsten’” (Mat. 9, 36-38).

Laten wij bidden dat de Heer arbeiders stuurt die het afgetobde volk weer oprichten; aan armen de Blijde Boodschap brengen; aan gevangenen hun vrijlating bekend maken; aan blinden het zicht te geven; verdrukten bevrijden; een genadejaar van de Heer af kondigen (vgl. Luc. 4, 18-19).

En moge de zegen van de almachtige God,

Vader en Zoon en Heilige Geest,

over u neerdalen en altijd bij u blijven.

Amen.

 

Emilio firmaDon Emilio Grasso

 

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 

 

12/03/2021