Aan de gelovigen van de parochie Sagrado Corazón de Jesús van Ypacaraí (Paraguay)

 

Mijn beste vrienden,

Sta mij toe dat ik vandaag een jonge vriend antwoord die na deze homilieën te hebben gehoord mij geschreven heeft om mij Homilia 50 23 01 2021 1twee vragen te stellen.

De eerste vraag is heel eenvoudig. Mijn jonge vriend wil weten wat voor mij de zin van mijn leven is.

De tweede is iets over mijn leven, mijn leven als kind en jongere, te weten te komen.

Beste vriend,

Ik verheug mij het mooie en gelukkige gezicht van anderen te zien. Er is niets mooiers voor mij in het leven dan onder de mensen geluk te brengen: wanneer wij iets doen, opdat onze broeders en zusters gelukkig kunnen zijn, dan zijn wij erin geslaagd aan ons leven een ware zin te geven.

De schoonheid van het leven is gelegen in het aanknopen van relaties met anderen, in het zich niet opsluiten in zichzelf.

Ik herinner mij mijn hele leven: ik herinner mij bijvoorbeeld dat ik een heel gierig kind was, dat alleen aan zichzelf dacht en een ander nooit liet komen aan wat van hem was.

Met een grote wijsheid en een diepe pedagogische zin bevrijdde mijn moeder mij van deze droefenis, dat wil zeggen van het in mijzelf opgesloten zijn, door langzaam alle dingen te laten verdwijnen waaraan ik mij aan het hechten was. Daarom werd ik heel boos, toen ik ontdekte dat zij achter deze verdwijningen zat, en beschuldigde haar ervan slecht, een dievegge te zijn. Op deze wijze heeft zij mij echter geleerd dat geluk niet bestaat in het gehecht blijven aan de vele dingen die men vroeg of laat zal verliezen, maar in het geven, in het zich wijden aan anderen en vooral in de edelmoedigheid jegens hen die er het meest behoefte aan hebben.

In ben geboren in 1939, het jaar waarin de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Mijn vader moest de oorlog ingaan en ik zag hem pas zes jaar later.

Ik herinner mij een episode die ik al zo vaak heb verteld: op een dag in 1943 – toen Italië op het punt stond de oorlog te verliezen en de koning, een grote lafaard die alleen aan zichzelf dacht en ons land had overgeleverd aan de fascistische dictatuur, uit Rome was gevlucht om zich met de groep van zijn meest intieme vrienden in veiligheid te brengen, het Italiaans leger zonder orders en ontspoord achterlatend –, vluchtte een arm soldaatje, van achttien of negentien jaar, naar de flat waar ik woonde.

Toen was er een grote solidariteit onder de mensen van de wijk en de bewoners van de flat waar ik woonde. Zij begonnen iets bijeen te brengen voor die soldaat en kwamen bij ons langs. Mijn moeder had alleen maar een ei en ik was al aan het dromen hoe ik het kon eten. Ik had ook twee zussen die moesten eten, maar het ei was al van mij.

Mijn moeder bakte dat ei echter voor dat soldaatje. Toen ik zag dat zij het aan die soldaat gaf, die alleen maar vluchtte om aan de SS te ontkomen – de keurtroepen van Hitler, die reeds bezit van Rome hadden genomen –, begon ik te schreeuwen en te huilen. Ik herinner mij dat mijn moeder met groot geduld mij uitlegde, na het ei aan de soldaat te hebben gegeven, dat er altijd iemand is die armer is en meer honger heeft dan wij. Zij leerde mij dat ook die jonge man een kind van God was. Ik herinner mij dat zij mij vroeg: “Schaam je je niet, vlegel?”. Het was de eerste keer dat ik dat woord hoorde.

Door deze kleine episoden heb ik ontdekt dat de mens een kind van God is en dat schoonheid bestaat in het samen delen. DeHomilia 50 23 01 2021 3 liefde tot Jezus heb ik zo begrepen. Mijn moeder was niet iemand met een grote ontwikkeling, zij had niet gestudeerd aan de universiteit, maar tot op de laatste dag heeft zij mij met deze zo eenvoudige voorbeelden de liefde geleerd.

Bovendien heb ik ontdekt dat men niet van God kan houden, als men niet van de mens houdt, vooral de meest behoeftige mens.

Toen mijn vader uit de oorlog terugkwam, leerde hij mij iets anders: het is niet voldoende daden van naastenliefde te stellen, wij moeten ook de moed hebben te spreken, te verdedigen. Het volstaat daarom niet een ei te geven, zoals mijn moeder deed, maar wij moeten ook krachtig het recht verkondigen dat alle mensen hebben op gerechtigheid, vrede, waarheid, liefde, respect voor hun waardigheid.

Daarom volstaat het niet van de eucharistie die op het altaar is, te houden; wij moeten ook van de eucharistie houden die te midden van ons gaat. De liefde voor de armen vraagt ook dat wij de gerechtigheid en hun rechten verdedigen. Dit moeten wij krachtig verkondigen, zonder angst en lafheid.

Men kan bijvoorbeeld niet toelaten dat een man tot tien uur per dag werkt en dat men hem niet het minimumsalaris betaalt dat door de wet van dit land is vastgesteld.

Het houden van de armen betekent dit: niet alleen een ei geven, niet alleen vrijwillig geschonken voedsel verzamelen, niet alleen het werk van de Caritas verwezenlijken – dat moet wel gebeuren, en ik zegen mijn moeder dat zij mij dat heeft geleerd –, maar hen verdedigen, vooral de zwaksten, beschermen.

Men kan niet bedriegen, verwarren door woorden van liefde te spreken waarachter geen enkele werkelijkheid is.

Een typische uitdrukking die wij Paraguayanen vaak herhalen, is: “Het leven is één gevecht”.

De strijd bestaat niet vóór alles erin dat wij onze uitbuitende vijand van buitenaf bestrijden, maar wij moeten die strijd op ieder ogenblik binnen in ons hart verwezenlijken. Het gaat er niet om met de vinger te wijzen naar iemand anders: de eerste vijand van Emilio is Emilio.

Door de ervaring heb ik begrepen dat de plaats waar de strijd het hevigst is, waar beslist wordt wie er wint, het menselijk hart is. Wij kunnen alle wetten van een land veranderen, wij kunnen de macht veroveren en morgen president van de republiek, senator, afgevaardigde, burgemeester, gemeenteraadslid, zijn: wij bereiken niets, als wij ons hart niet veranderen.Homilia 50 23 01 2021 4

Het hart verandert echter alleen maar, als de mens Jezus ontmoet, als hij alleen maar voor Hem weet te knielen in plaats van te knielen voor zoveel idolen die de wereld biedt.

Ieder van ons is de eerste vijand van zichzelf: onze eerste vijanden zijn niet de personen die ons het meest nabij zijn zoals een moeder, een vader, een verloofde, een kind, een schoonmoeder, een buurman…

Daarom, beste vrienden, moeten wij de woorden die wij uitspreken, omzetten in concrete daden. Ik heb in mijn leven zeer veel woorden gehord en ik blijf geloven in het woord dat iemand uitspreekt. Wij moeten vertrouwen schenken, wij moeten niemand veroordelen, maar het woord moet geleefd worden.

Open je hart voor het Heilig Hart van Jezus. Wees niet bang dat Jezus de koning is van jullie hart. Wees alleen maar bang voor de zonde die binnen in jullie hart en niet daarbuiten is.

Wanneer jullie voor niemand angst zullen hebben, zullen jullie waarlijk vrije mensen zijn; vrije mensen, vooral in deze tijd van pandemie, die de moed van verantwoordelijkheid hebben om wat wij zo vaak herhaald hebben in praktijk brengen: wij redden ons samen of wij verdrinken afzonderlijk.

En moge de zegen van de almachtige God,

Vader en Zoon en Heilige Geest,

over u neerdalen en altijd bij u blijven.

Amen.

 

Emilio firmaDon Emilio Grasso

 

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 

 

15/03/2021