Aan de gelovigen van de parochie Sagrado Corazón de Jesús van Ypacaraí (Paraguay)

 

Mijn beste vrienden,

Van de commentaren die mij over mijn laatste homilie “Het ei was al van mij” hebben bereikt, hebben in het bijzonder twee mij doen nadenken.

Het eerste begint met deze woorden:

“Soms heeft de wijsheid van een moeder of een vader geen universitaire opleiding nodig om enkele essentiële waarden bij te brengen”.

Het tweede begint als volgt:

“De geschiedenis van de jeugd van don Emilio heeft mij ontroerd, maar nog meer de manier van geduldig opvoeden van zijn heilige moeder. Het is bewonderenswaardig en wat de homilie betreft, ben ik het zeer eens met hem, omdat het moeilijk te begrijpen en te accepteren is dat het kwaad in de mens zelf zit, en nog meer in deze tijd van pandemie. Het lijkt gemakkelijker altijd de ander de schuld te geven, wanneer hij ons aanvalt, maar wij moeten God vragen dat Hij ons verlicht en ons laat zien dat wat er fout is, binnen in onszelf zit”.

Deze twee commentaren - en ik dank van harte alle mensen die mij schrijven en mij helpen nadenken - hebben mij erop gewezen dat het belangrijk zou zijn te spreken over de kunst van het opvoeden.

In het opvoedingsproces van de jongeren is de waarde van correctie fundamenteel.

Overeenkomstig het woord van God is het niet corrigeren van kinderen, wanneer men dat zou moeten doen, een zonde waarvan de gevolgen ten overstaan van God worden afgerekend.

Het principe is duidelijk: correctie is absoluut noodzakelijk. Als iemand iets heeft gezien dat niet juist is, dan wordt hij geroepen dit te corrigeren. Als iemand op de verkeerde weg zit, moet men hem op het rechte pad terugbrengen.

Niemand vindt het leuk gecorrigeerd te worden. God houdt van ons en daarom richt Hij zijn woord tot ons en wijst ons terecht, opdat wij onze weg corrigeren. Dan moeten wij ook niet bedroefd zijn, omdat dit een manifestatie is van zijn liefde.

Echte ouders moeten corrigeren. Wie niet wordt gecorrigeerd, is geen kind, maar een bastaard, een in de steek gelaten schepsel, waarvan niemand houdt, met de opvoeding waarvan niemand zich belast. Bij het corrigeren lijden kind en ouders; maar zo geeft men het ware leven.

In de opvoeding kan men niet altijd ja zeggen. Er zijn ouders en grootouders die alles geven wat hun wordt gevraagd, en ze geloven dat zij door zo te doen goed zijn.

Wie denkt alles te kunnen doen zonder de hulp van meer ervaren personen die van hem houden, heeft niets begrepen. Wanneer de terechtwijzing komt, onderzoekt een intelligent en nederig iemand zich zeer aandachtig en als hij ontdekt dat hetgeen hem is gezegd, waar is, corrigeert hij zijn gedrag en zichzelf. Het probleem is niet gelegen in de terechtwijzing, maar in het weten of deze terecht is of niet. De terechtwijzing moet worden uitgelegd met een overtuigende redenering.

Het schenken van het leven aan een kind betekent niet alleen het te eten geven, maar ook het opvoeden en corrigeren.

Bij het corrigeren spreekt men niet alleen over een weg, maar wijst deze ook. Het is niet voldoende alleen maar een theoretisch betoog te houden; men moet concreet worden. Opvoeden bestaat erin de prijs laten ontdekken die moet worden betaald voor een begane fout. Daarom voeden ouders die altijd bereid zijn de prijs te betalen voor hetgeen hun kinderen doen, niet op, maar zij voeden slecht op.

Corrigeren is pijnlijk, maar leidt vervolgens tot vreugde. Om gerust te kunnen zijn moet men op het juiste ogenblik handelen, spreken en een gesprek voeren, wanneer het noodzakelijk is. Dit vermoeiende, maar onvermijdelijke werk zal rust geven en ook voldoening aan wie zijn eigen taak heeft vervuld, zoals de Heilige Schrift ons in herinnering brengt.

“Wie zijn zoon goed opvoedt, zal er wel bij varen en zal zich op hem kunnen beroemen in de kring van zijn kennissen” (Sir. 30, 2).

Een slechte opvoeding heeft daarentegen haar terugslag op opvoeders, ouders en maatschappij:

“Voed uw zoon goed op en maak zijn juk zwaar: anders struikelt gij over zij onbehoudenheid” (Sir. 30, 13).

Wijsheid is afhankelijk van het accepteren van correctie en de aanwezigheid van iemand anders die ons op deze weg begeleidt:

“Wie een vermaning liefheeft, heeft het inzicht lief; wie een terechtwijzing schuwt, is stom” (Spr. 12, 1).

Het woord stom beantwoordt in de Bijbel aan het woord imbeciel, dat etymologisch zonder stok betekent.

In de oudheid werd wijsheid geassocieerd met ouderdom en soms voorgesteld met de afbeelding van een oude heer die op een stok leunt. Derhalve was degene die zonder wijsheid was, iemand die geen stok had.

In de Bijbel vindt men de tegenstelling tussen de wijze, die op God steunt, veilig loopt, en de imbeciel die geen steun heeft en valt.

Zoals wie een been heeft gebroken, en een stevige ondersteuning, een stok, nodig heeft, zo moet een jongere die opgroeit, een ondersteuning hebben om een zeker pad te volgen. Deze ondersteuning is iemand die hem opvoedt.

Men moet ook nadenken over de noodzaak voor de opvoeders het vermogen te hebben om zichzelf te bekritiseren en te beoordelen zonder met de vinger te wijzen naar de anderen, als waren zij schuldig aan de gebreken van de opvoeding.

Men moet in feite degenen die altijd goed spreken over zichzelf, zeer wantrouwen. Wij zijn allen zwak, broos en zondaars.Homilia 51 30 01 2021 2bel Daarom moeten wij voorzichtig zijn met naar de ander met de vinger te wijzen, omdat wij deze vaak op onszelf moeten richten. De eerste voorwaarde om met hun kinderen te kunnen spreken, is dat de ouders zelf op een correcte wijze hun eigen leven weten te leiden.

Het is tenslotte belangrijk en zeer actueel te wijzen op de volgende woorden van paus Franciscus die hij uitsprak tijdens een audiëntie tegen enkele opvoeders en die verwijzen naar enkele persoonlijke herinneringen:

“In de vierde klas van de lagere school toonde ik eens geen respect voor de juf en de juf liet mijn moeder roepen. Mijn moeder kwam en ik bleef in de klas, de juf ging naar buiten. Toen riepen ze mij en mijn moeder zei heel rustig tegen mij -ik vreesde het ergste –: ‘Heb jij dit, dit en dit gedaan? Heb jij dit tegen de juf gezegd?’. ‘Ja’, antwoordde ik. ‘Verontschuldig je bij haar’. En zij deed mij ten overstaan van haar mijn excuses aanbieden. Ik was blij. Het was gemakkelijk geweest. Maar het tweede bedrijf was, toen ik thuis kwam! Tegenwoordig maakt, althans op heel veel scholen in mijn land een juf een aantekening in het schrift van een jongen of een meisje en de dag erna klaagt de vader of de moeder haar aan”.

Wie denkt dat zijn kind nooit gecorrigeerd moet worden en dat zijn kind, wat het ook doet, altijd gelijk heeft om de eenvoudige reden dat… het zijn kind is, kan er zeker van zijn dat hij al bezig is met het vormen van een toekomstige delinquent, een arme mislukkeling, die zij aan het doden zijn, omdat zij hem in al zijn grillen tevredenstellen en de arme ziel zo zoet is opgevoed dat het alleen maar zal kunnen sterven met een overmaat aan “suiker” in het lichaam.

En moge de zegen van de almachtige God,

Vader en Zoon en Heilige Geest,

over u neerdalen en altijd bij u blijven.

Amen.

 

Emilio firmaDon Emilio Grasso

 

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 

 

18/03/2021