Aan de gelovigen van de parochie Sagrado Corazón de Jesús van Ypacaraí (Paraguay)

 

Mijn beste vrienden,

Na de cyclus van Kerstmis, die begint met de Adventstijd en eindigt met het feest van de doop van de Heer, neemt de liturgische kalender een korte periode op die “Tijd door het Jaar” wordt genoemd.

Na deze korte periode van de Tijd door het Jaar begint met Aswoensdag de Paascyclus.

De Paascyclus bestaat uit twee gedeelten:

  1. Het eerste is de Veertigdagentijd, die gaat van Aswoensdag tot aan de mis van Witte Donderdag.
  2. Het tweede begint met de avond van Witte Donderdag, vanaf het uur dat het Laatste Avondmaal van de Heer wordt gevierd, en eindigt met het hoogfeest van Pinksteren.

Ik geef hier korte overwegingen die enkele beoordelingscriteria, bepalende waarden, punten van belangstelling, gedachtelijnen, bronnen van inspiratie en levensmodellen van de mensheid onderstrepen waarvan wij moeten onderzoeken of zij in strijd zijn met het woord van God en het heilsplan (vgl. Evangelii nuntiandi, 19).

Op Kerstdag maken wij een zich vermenigvuldigen van gebaren van goedheid mee, voelen wij ons onverwachts en voor een dag een goed mens. De communicatiemiddelen wedijveren met elkaar in het verspreiden van beelden en berichten van ontroerende sprookjes van goedheid.

Ook de meest versteende harten ontdooien als rituele sneeuw voor de zon en ook de fameuze arme wordt voor een dag belangrijk. De arme geeft op deze wijze zovelen de mogelijkheid met hun geweten in het reine te komen, de energie te herstellen en vervolgens met hernieuwde krachten weer rustig en sereen te beginnen aan dezelfde werken waarin ze geheel opgingen.

Kerstmis loopt zo in het collectieve bewustzijn vooruit op carnaval.

De oude spreuk zegt dat met carnaval “het eens per jaar geoorloofd is dwaas te doen”.

Gedurende de Middeleeuwen, een hoog sacraal tijdperk, bloeide er in enkele streken van Europa een feest dat het “feest van de dwazen” heette. Gedurende dat feest onttrok geen enkel gebruik of conventie zich aan het belachelijke en zelfs de meest hooggeplaatste persoonlijkheden van het rijk moest erin berusten dat er met hen gespot werd.

Soms werd er om het feest voor te zitten een heer van slecht bestuur gekozen, een schertskoning of een kindbisschop gekozen. Op bepaalde plaatsen parodieerde de kindbisschop zelfs de mis. Dat feest diende als uitlaatklep. Het stelde de macht gerust en maakte een betere controle van het volk mogelijk. Vervolgens werd alles weer als vanouds.

Met Kerstmis zijn we allen blij een goed werk te hebben gedaan; maar natuurlijk..., zonder te overdrijven.

Dit goede werk verzacht en verbergt de problemen. En er is niemand die dit min of meer niet goed uitkomt.

De Kerk is echter geroepen zeer veel mechanismen te onthullen die, terwijl ze schijnbaar de goedheid van de Heer nabijkomen, de subtiele valstrik verbergen de authentieke zin van dezezelfde goedheid te parodiëren en uit te hollen.

Voor goedheid laten doorgaan wat alleen maar een gebrek aan karakter is, wil zeggen de diepste kern van de evangelische boodschap aanvallen.

Evangelische goedheid heeft niets te maken met de goedmoedige en laffe goeddoenerij op gelijke afstand van wie nooit een standpunt weet in te nemen, partij te kiezen, zich in de strijd te werpen.

De goedheid waar het evangelie het over heeft, heeft niets te maken met de berustende en fatalistische houding van wie bang is de afgrond van kwaad te zien dat leeft in het hart van de mens en de geschiedenis, om hiertegen te strijden.

Een afgrond van kwaad die om de kracht van het woord vraagt, de moed van een nederige, maar vastberaden uitdaging.

Hoe anders is de Jezus van de evangelies!...

Iets heel anders zijn goedheid. De goedheid van de Heer, dat mogen wij nooit vergeten, is niet een goedkope goedheid, maar de goedheid van God die tot ons komt dankzij de aanstoot en de dwaasheid van de gekruisigde Christus.

Daarom moeten wij het mysterie van de menswording, het mysterie van Kerstmis, weten te lezen in het licht van het Paasmysterie, dat Aswoensdag verkondigt.

Alfredo Neufeld, die stichter en decaan was van de Faculteit Theologie van de Evangelische Universiteit van Paraguay, schrijft, wat dit betreft:

“De goedkope genade is de passieve houding die de dingen en omstandigheden hetzij in de persoonlijke heiliging, hetzij in de maatschappelijke werkelijkheid, op hun beloop laat. Men stelt zich derhalve tevreden met het individuele heil van de eigen ziel. De goedkope genade laat de wereld ten prooi vallen aan de eigen wetten, om niet te zeggen aan het toeval. De wereld, ook de religieuze en gekerstende, past de goedkope genade toe om zonden te verbergen waarover men nooit berouw heeft gehad en waarin men denkt te volharden zonder te trachten ervan bevrijd te worden. Echte genade is derhalve die welke de gehoorzaamheid vereist aan het gebod van Jezus in de wereld. Dit veronderstelt een houding van een actieve confrontatie met de cultuur en de daarmee verbonden omstandigheden. Dat is alleen maar mogelijk door middel van de genade, maar een dure genade, want Christus betaalde duur hiervoor en de kosten in termen van lijden kunnen duur zijn voor zijn leerlingen”.

Goedheid is dus absoluut niet een medeplichtig stilzwijgen dat alles laat zoals het is gevonden terwijl men probeert niemand ontevreden te maken en, indien mogelijk, allen tevreden te stellen.

In het hart van een door de zonde getekende wereld verschijnt de goedheid van God alleen maar, als zij met het zwaard gewapend is.

“Denkt niet dat Ik vrede ben komen brengen op aarde: Ik ben geen vrede komen brengen, maar het zwaard”, zegt Jezus (Mat. 10, 34).

De Kerk verraadt haar Heer, als zij de mensen te midden van wie zij leeft, verraadt. En zij verraadt hen, als zij hun alles geeft met uitzondering van het Woord dat haar is toevertrouwd.

Trouw aan dit Woord is de enige rijkdom van de Kerk, de enige reden van haar bestaan. Al het andere buiten dit vrije en indringende Woord rechtvaardigt haar bestaan niet.

In een vloeibare maatschappij zoals de onze, waar alles door elkaar wordt gehaald en vermengd, waar alles verloren gaat in een naamloze samensmelting, waarin men hoe meer men goed is, des te meer ieder met rust laat en gelukzalig laat doen wat hij wil, en daarbij hem iedere last van verantwoordelijkheid ontneemt, verraadt de christen zijn Heer, als hij zich blijft lenen voor dit macabere spel.

Zonder een diepgaande religieuze en culturele verandering en een nieuwe Bijbelse reflectie op de aanwezigheid van God, is ieder betoog over politieke verandering en structurele hervormingen gedoemd te mislukken.

De as die ons hoofd aanraakt, gaat gepaard met deze woorden die gericht zijn tot ieder van ons: “Bekeert u en gelooft in het evangelie”.

Laten wij niet alles reduceren tot een magische handeling, zoals dat zou gebeuren zonder onze inzet voor een persoonlijke bekering en het geloof, dat wil zeggen voor een gehoorzaamheid aan het woord van God.

En moge de zegen van de almachtige God,

Vader en Zoon en Heilige Geest,

over u neerdalen en altijd bij u blijven.

Amen.

 

Emilio firmaDon Emilio Grasso

 

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 

 

23/03/2021