Aan de gelovigen van de parochie Sagrado Corazón de Jesús van Ypacaraí (Paraguay)
Mijn beste vrienden,
In het boek Exodus lezen wij:
“Toen Farao het volk had laten vertrekken, liet God hen niet door het gebied van de Filistijnen gaan, hoewel deze weg korter is. Want als het volk aangevallen zou worden, dacht God, zou het spijt kunnen krijgen en terugkeren naar Egypte. God liet het volk dus de omweg door de Rietzeewoestijn maken. Geheel tot de strijd uitgerust
trokken de Israëlieten weg uit Egypte” (Ex. 13, 17-18).
Vandaag staat voor ons dit dwalen door de woestijn voor de periode van de Veertigdagentijd, de tijd gedurende welke de Kerk zich erop voorbereidt het mysterie van de dood en de verrijzenis van Jezus binnen te gaan.
De Veertigdagentijd is de herinnering aan de tijd dat het volk Israël zich in de woestijn bevond, aan de tijd dat God zijn volk oproept uit de slavernij te komen om naar het beloofde land te gaan, maar wel door de woestijn.
De woestijn is een plaats waar geen water is, en waar geen water is, is geen leven. Deze mensen die in de woestijn zijn en sterven, hebben het woord van God als hun enige kracht. Als deze mensen iedere dag trouw naar het woord van God luisteren en het in praktijk brengen, kunnen zij uit de woestijn komen. Als zij hun trouw verliezen, sterven zij in de woestijn.
Als dit volk trouw blijft, komt het uit de woestijn en gaat het het beloofde land binnen. Niet allen gaan het beloofde land binnen, zegt de heilsgeschiedenis, omdat niet allen tot het einde toe trouw blijven.
Heel het mislukken van het volk Israël en van allen die een weg beginnen en niet het einde halen, is gelegen in het verliezen van de trouw aan Gods woord.
God is volheid van liefde, barmhartigheid, goedheid en uit zijn mond komt nooit een leugen, valsheid. Wanneer Hij een woord spreekt, kan dat nooit met een ander verward worden, omdat het Woord van God de Vader de Zoon is, Jezus is, en God de Vader geen andere Zoon heeft dan Jezus.
God kent ons, ziet onze zwakheid, blijft van ons houden en strekt zijn machtige hand over ons uit en kan onze harten veranderen, als wij het willen. God is almachtig, maar kan in ons niets doen, als wij het niet willen.
Wanneer iemand een woord spreekt, dan moet hij zich aan dat woord houden. En als dat woord hem veel kost, maakt dat de mens groot die er trouw aan blijft. Een authentieke mens is hij die, wanneer hij een woord spreekt, liever wil sterven dan het woord dat hij heeft gesproken, verraden.
Soms kost de herinnering veel, betaalt men ervoor, heeft zij een prijs. Maar wanneer een authentiek mens een woord spreekt, bewaart hij altijd de herinnering hieraan.
Wij kunnen derhalve zeggen dat de waarheid van een mens in zijn woord is gelegen.
Er is een woord dat in ons Paraguay in de betogen van zeer veel personen meermaals wordt gehoord: dit woord is gevecht. Wij moeten strijden met verstand, behoedzaamheid, met grote aandacht, met grote vastberadenheid. Christenen strijden door voortdurend te herinneren aan het gehoorde en verkondigde woord. Dit woord is tegelijkertijd liefde voor God en bescherming van het leven van iedere menselijke persoon, omdat het leven heilig is, een grote waardigheid en een transcendent doel heeft.
Op dit ogenblik van geweldige moeilijkheden, dat wordt gekenmerkt door de pandemie van COVID-19, zijn wij geroepen krachtig te onderstrepen dat gerechtigheid een recht is, niet een aalmoes.
De menselijke samenleving is samengesteld uit structuren die bestaan uit de relatie tussen een politiek systeem, een sociaal systeem, een economisch systeem en een cultureel systeem.
Op deze relaties hebben de mensen soms hun destructief stempel gedrukt en de structuren, getekend door diepgaande ongerechtigheden, veranderen in structuren van zonde. Deze
“Wortelen in de persoonlijke zonde en houden derhalve verband altijd met concrete handelingen van de personen die ze ingang doen vinden, consolideren en moeilijk te verwijderen maken. En zo worden deze versterkt, verspreiden ze zich en worden een bron van andere zonden en bepalen zo het gedrag van de mensen” (Sollicitudo rei socialis, 36).
Verschillende personen hebben het idee verspreid dat God de wereld op deze wijze heeft geschapen en daarom zij die treuren en lijden op aarde, vervolgens in het paradijs beloond zullen worden.
Men heeft eigenlijk weinig gesproken over de gerechtigheid en over het feit dat “God de aarde heeft gegeven aan heel het menselijk geslacht om al de leden ervan te ondersteunen zonder iemand uit te sluiten of te bevoorrechten” (Centesimus annus, 31).
Daarom spreekt het evangelie en spreekt het krachtig en hebben velen angst voor het evangelie.
Jezus is waarlijk God, maar ook waarlijk mens. Zoals alle mensen heeft Hij in de woestijn de verleiding ervaren. Ook Hij heeft iemand gekend die tegen Hem zei: “Als je jouw geweten verkoopt, zal ik je alle rijkdommen van de wereld geven, ik zal je dat alles geven, als je je ter aarde werpt en mij aanbidt”.
Jezus antwoordt aan de verleider: “Ga weg, Satan, ga weg!”. Ook wij moeten de moed hebben te zeggen: “Ga weg! Gij zult alleen de Heer uw God aanbidden en Hem alleen vereren”.
God vereren betekent niet zich op een plaats opsluiten en dat alles daar eindigt. Ware eredienst, ware catechese is de bescherming van de mens, van het leven van de mens. Ik kan alle gebeden opzeggen die ik ken, alle afbeeldingen hebben die ik wil, alle rozenkransen bidden, deelnemen aan alle missen, maar als ik niet moedig en vastberaden het woord zeg ter bescherming van de arme, de uitgebuite en de verdrukte, van al de gekruisigden van deze wereld, dient die verering nergens toe.
Ongetwijfeld moeten wij bidden, maar het ware gebed verandert in een bescherming van het leven, in een woord te midden van de mensen, een woord waar mensen worden vertrapt.
Daarom bestaat de ware eredienst, zoals God bij monde van de profeet Jesaja zegt, in het slaken van de boeien die de mens verhinderen vrij te zijn.
Bevrijden betekent de mogelijkheid geven om te werken, te genieten van de vrucht van het eigen werk, door kennis uit de onwetendheid te komen.
Bevrijden betekent de mogelijkheid geven om over straat te gaan zonder angst om gedood te worden.
Bevrijden betekent de mogelijkheid geven om zich te laten behandelen, wanneer men ziek wordt. Hoeveel mensen kunnen zich niet laten behandelen, omdat zij de mogelijkheid hiervoor niet hebben!
Laten wij gaan kijken wat er zal gebeuren in de arme landen met het vaccin tegen COVID-19 en de mutaties ervan.
Hoeveel vrijheden moeten wij nog elke dag veroveren!
God heeft ons vrij geschapen en niemand mag aan deze vrijheid komen, wie aan de vrijheid van de mens komt, komt aan God, wie een mens doodt, doodt God. De Almachtige is mens geworden en deze mens, dit kind, gewikkeld in doeken, heeft zich in onze handen gelegd.
Laten wij het niet toestaan dat ze hem doden.
En moge de zegen van de almachtige God,
Vader en Zoon en Heilige Geest,
over u neerdalen en altijd bij u blijven.
Amen.
(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)
30/03/2021

