Aan de gelovigen van de parochie Sagrado Corazón de Jesús van Ypacaraí (Paraguay)
Mijn beste vrienden,
In deze tijd hebben wij in heel de wereld ten gevolge van de pandemie van COVID-19 de plechtigheden van Palmzondag en de andere dagen van de Goede Week niet kunnen vieren, zoals de liturgie van de Kerk voorschrijft.
De liefde voor het leven van onze broeders en zusters heeft van ons gevraagd en vraagt van ons de maatregelen om tegen COVID-19 te beschermen en dit te voorkomen strikt in acht te nemen.
Wij maken een wereldoorlog mee tegen dit virus.
En in deze wereldoorlog roept God ons op om allen verenigd te zijn tegen deze gemeenschappelijke dodelijke vijand.
Daarom is het een schande en een daad van heiligschennis dat fanatiekelingen zich samenrapen en met takken van de dood zwaaien, alsof Jezus de ineenstorting van gezondheidscentra en de verheviging van de besmetting nodig zou hebben om geëerd en verheerlijkt te worden. Dat werd in naam van een geloof gedaan dat niets van doen heeft met het katholieke geloof; het katholieke geloof verzet zich immers niet tegen de intelligentie van en het respect voor het wetenschappelijke werk en de opoffering van zovelen, vóór alles de vrouwen en mannen van het personeel in de gezondheidszorg.
God wil niet dat de mens sterft, maar dat de zondaar zich bekeert en leeft.
Deze manifestaties van fanatisme, wie ze ook doet, kunnen besmetting en dood veroorzaken. Het zijn manifestaties die tegen de goddelijke intelligentie, de vlees geworden Logos, Jezus Onze Heer, ingaan en wij hebben derhalve de plicht luid te roepen dat men zo God niet verheerlijkt.
Met Palmzondag roept de katholieke Kerk alle priesters op om te bidden, daarbij onder de verschillende lezingen en psalmen, deze woorden van de heilige Andreas van Kreta lezend:
“Laten wij dus voor Christus meer onszelf uitspreiden dan tunieken en onbezielde takken en groene twijgen die alleen het oog voor enkele uren verblijden en gedoemd zijn met hun sap ook hun groen te verliezen. Laten wij onszelf uitspreiden, bekleed met zijn genade, of beter, met Hemzelf. Laten wij ons ter aarde werpen aan zijn voeten als uitgespreide tunieken om aan de Overwinnaar van de dood niet eenvoudige palmtakken, maar
overwinningstrofeeën te kunnen aanbieden”.
En wat anders zou de overwinningstrofee zijn die het meest welgevallig aan God is, dan onze gemeenschappelijke overwinning op dit vervloekte virus?
Dit zijn de ware palmtakken die wij geroepen zijn aan de Overwinnaar van de dood aan te bieden: ons hardnekkig gevecht en onze offers om tot de eindoverwinning te komen.
Niemand kan waarlijk de verrijzenis beleven, als hij niet eerst zijn kruis heeft beleefd, omdat wat deze twee werkelijkheden verenigt, de liefde is. Als wij immers niet in staat zijn uit liefde afstand van onszelf en alles wat het ware leven van anderen verhindert, te doen; als wij niet weten uit liefde zelfs ons bestaan te geven, zoals Jezus deed, kunnen wij niet tot de verrijzenis komen.
Het ware leven vereist het offer, het afstand van iets doen, de strijd, vóór alles in het eigen hart.
Wanneer de donkere nacht komt, is het het ogenblik dat men ziet wie liefheeft en wie niet liefheeft. Als wij niet met trouw de donkere dagen door de nauwe deur door weten te komen, ook door van zovele van onze tradities en levensgewoonten af te zien, zullen wij nooit kunnen komen tot de verrijzenis. Christus is waarlijk verrezen, omdat Hij gekruisigd is, omdat Hij door de dood heen is gegaan. Wij moeten niet bang zijn om de moeilijke ogenblikken van het leven te beleven, op zoek naar het bedrog van een gemakkelijke oplossing, omdat daarin geen mogelijkheid van verrijzenis is, maar alleen eeuwige dood en nederlaag.
De wil van God is soms moeilijk te accepteren, zij is het kruis, maar het kruis is liefde, terwijl wat ik leuk vind, vaak niet de waarheid en niet de liefde is.
Welnu, de fundamentele vraag die wij ons stellen, is de volgende: waar vinden wij de Christus die is gekruisigd en verrezen?
In het evangelie verkondigt de engel aan de vrouwen die naar het graf zijn gegaan, dat Hij die ze zoeken, “niet hier is” (Mat. 28, 6).
Dat is de blijde boodschap, de zin van ons leven: “Hij is niet hier”. Hij is verrezen. Dat is ons geloof: geloven dat Jezus niet meer in het graf is, dat wij Hem niet vinden in het rijk van de dood, in de herinnering aan het verleden, aan alle oude dingen.
Om de Heer te ontmoeten moeten wijzelf tot een nieuw leven geboren worden: ons verleden van zonde en duisternis moet sterven en wij moeten nu al het nieuwe van de verrijzenis beleven.
Waar ontmoeten wij dan met ons hart, met ons verstand en met heel ons leven de Christus die gekruisigd en van de doden verrezen is?
De engel geeft ons het antwoord: “Nu gaat Hij u voor naar Galilea, daar zult u Hem zien” (Mat. 28, 7).
Wij ontmoeten de Heer niet, als wij niet naar “Galilea” gaan, dat wil zeggen als wij niet aan een traject beginnen, als wij
geen missionaris worden en het nieuwe van ons leven verkondigen. Wij vinden Hem niet, als wij in onszelf opgesloten blijven, gescheiden van de anderen, als wij de ramen van ons huis, de deuren van ons hart en ons verstand niet openzetten.
De verrijzenis beleven nodigt ons uit om onze horizon te verruimen. Zo wordt het in de buurt zijn van het evangelisch ideaal sterker, als voornemen van authentieke vrijheid voor onszelf en anderen.
Wij zullen de gekruisigde en van de doden verrezen Heer alleen ontmoeten door op weg te zijn, ons open te stellen voor het avontuur van het christelijk leven, buiten onze kleine problemen en moeilijkheden te treden, onszelf te vergeten en de hele wereld in ons hart te omarmen.
Pasen is derhalve een uitnodiging om het mogelijk te maken dat de duisternis van ons hart en ons verstand door het licht van de Heer wordt verdreven. Door buiten onszelf te treden kunnen wij in het gelaat van onze broeders en zusters, vooral in dat van de meest kwetsbare, het gelaat zelf van de vlees geworden God vinden, het gelaat van de Gekruisigde, die niet meer in het rijk van de doden is, maar ons voorgaat naar “Galilea”.
Terwijl wij tot aan de dood, over de dood heen op weg zijn, hebben wij de zekerheid Jezus te ontmoeten in het nieuwe leven, waar geen rouw, geween, dood is, maar alleen de schoonheid van de dans, het gezang, het feest van de Heer, de schoonheid van deze liefde die gekruisigd en verrezen is om aan allen haar licht en leven te geven.
En moge de zegen van de almachtige God,
Vader en Zoon en Heilige Geest,
over u neerdalen en altijd bij u blijven.
Amen.
(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)
17/04/2021

