Aan de gelovigen van de parochie Sagrado Corazón de Jesús van Ypacaraí (Paraguay)
Mijn beste vrienden,
Deze tijd van de pandemie van COVID-19 heeft een hoop problemen aan het licht gebracht die al bestonden, maar heel goed verborgen waren en die vooral de conflicten niet veroorzaakten die het leven in opsluiting met zich meebrengt.
Van dit soort problemen is een van de meest verbreide dat van de relatie tussen ouders en kinderen.
Ik zou vandaag bij dit probleem dat veel ouders en ook zoveel kinderen doet lijden en dat in de loop van de tijd het mislukken van zoveel levens vormt, willen blijven stilstaan met enkele eenvoudige overwegingen, voor een groot gedeelte de vrucht van mijn lange ervaring die gerijpt is door het luisteren naar ouders en kinderen.
Vanaf het begin moet vader/moederschap altijd verantwoordelijk zijn en aan de kinderen geven wat ze nodig hebben om te leven: tijd, genegenheid, bereidheid om hen te volgen, bij hen zijn en met hen de dialoog aangaan. Wanneer eenmaal het leven aan een kind is gegeven, is het een verschrikkelijke zonde tegen de liefde het in de steek te laten, zich te bevrijden van de desbetreffende plichten.
Ouders zijn geen eigenaar van hun kinderen. God heeft hen geschonken en toevertrouwd aan de ouders om hen te doen groeien en op te voeden, tot ze meerderjarig zijn.
Wanneer de ouders God teruggeven wat van Hem is gekomen, erkennen zij dat het leven hun niet toebehoort. Zij zijn niet de scheppers van het leven, maar alleen de bemiddelaars en de rentmeesters.
Deze houding maakt het mogelijk twee tegengestelde fouten te vermijden, twee onevenwichtigheden waartoe men
gemakkelijk vervalt en waarover men zelfs pedagogische en ideologische standpunten heeft ontwikkeld.
De eerste fout bestaat in een autoritaire en egocentrische houding die kinderen beschouwt als een privé- en exclusief eigendom van de ouders. Zo gebeurt het dat ouders hun eigen verlangens op hun kinderen projecteren, hun toekomst plannen en bepalen - de keuze van een beroep, een echtgenoot/echtgenote, de plaats waar ze gaan wonen... - om zich vervolgens te blijven bemoeien met het leven van hun kinderen, ook wanneer ze al volwassen en zelfs getrouwd zijn: dat alles heeft verschrikkelijk verwoestende gevolgen.
De kinderen worden beschouwd als een biologisch verlengstuk van de ouders: zij bestaan om hun troost en voldoening te geven door hen te compenseren voor de frustraties die zij hebben moeten lijden en door de resultaten te behalen die zij in hun jeugd niet hebben kunnen bereiken.
Daarom moeten ouders hun kinderen niet naar hun ideeën en verlangens vormen, alsof de kleinen een tabula rasa waren, een stuk hout waarin ze kunnen kerven wat ze willen, of iets dat naar eigen believen gemodelleerd kan worden. Kinderen zijn personen die hun autonomie hebben, hun hart, hun wil, hun vrijheid. God heeft immers op het hart van ieder van ons een stempel gedrukt van zijn aanwezigheid, waarvan de ouders de schoonheid moeten respecteren en bewaken.
De tweede fout is een libertaire houding, die tot uitdrukking komt in een algehele permissiviteit, zodat de kinderen kunnen doen wat ze willen. Als de ouders in het eerste geval zich beschouwen als de eigenaars van hun kinderen, geloven ze in het tweede geval dat de kinderen heer zijn over hun eigen leven en dat dit hun vanaf de allerjongste leeftijd het recht geeft om zowel in grote als in kleine aangelegenheden dit te bepalen.
Willen ze eten wat zij lekker vinden, en wanneer? Willen ze niet opstaan om naar school te gaan? Willen ze de hele nacht voor de televisie zitten? Laat ze maar: het is hun leven.
Wanneer ze dan eenmaal de leeftijd van adolescent hebben bereikt: willen ze drinken of roken? Uitgaan met vrienden van wie de ouders vermoeden dat ze een slechte invloed uitoefenen? Vroeg in de morgen thuiskomen? De hele dag chatten zonder enige controle en enige kennis van de risico’s die ze kunnen lopen, tot en met de gevolgen die hun leven kunnen gaan verwoesten? Ze zijn vrij dit te doen.
Niet zelden worden op dit traject kinderen die beschouwd worden als heer over hun eigen leven, uiteindelijk ook heer over het leven van hun ouders.
Met deze permissieve houding zien de ouders ervan af “nee” tegen hun eigen kinderen te zeggen. Ze zijn bang dat iedere weerstand hun psycho-emotieve ontwikkeling kan verhinderen.
Permissieve ouders willen alle verlangens van hun kinderen bevredigen door hen met geld te overladen, hun alles te geven en zelfs vooruit te lopen op hun eisen. Ze geloven dat ze door zo te handelen hun kinderen liefhebben, maar in werkelijkheid zien ze af van hun missie als ouders en opvoeders. Dit is geen opvoeding, geen liefde.
Er zijn ouders die heel hard werken en daarbij grote offers brengen en vervolgens al het geld uitgeven om aan hun kinderen dingen te schenken die tot niets dienen. En na alles te hebben gegeven vragen ze zich zelfs af, wanneer ze het mislukken van hun kinderen zien, wat ze hun nog hadden moeten geven en niet gegeven hebben.
Kinderen opvoeden betekent niet hun dingen geven, maar hun liefde, genegenheid, tederheid, menselijke warmte geven. Vaak wordt er heel veel gegeven, maar niet het wezenlijke. Een vader die liefheeft, is bij zijn kinderen, praat met hen, luistert naar hen en corrigeert hen, geeft hun normen en waarden. Dat vereist veel aandacht, tijd, geduld, krachtsinspanning, vastberadenheid en tederheid.
Het is noodzakelijk te begrijpen dat een permissieve houding, die tot uitdrukking komt, wanneer men de kinderen in volledige autonomie laat opgroeien, al hun wensen en grillen bevredigt, ervoor zorgt dat de kinderen mislukken in hun leven. Wanneer een kind kan doen wat het wil, zal het op dezelfde wijze handelen, ook wanneer het een bepaalde leeftijd heeft. Maar wanneer men in een gemeenschap leeft, kan men niet alles doen wat men wil. Daarom is het fundamenteel dat de ouders “nee” leren zeggen en de kinderen eraan wennen te begrijpen dat er voor alles een tijd is.
De uitdaging van de opvoeding is een onderscheid weten te maken tussen hetgeen het mogelijk maakt te groeien, en hetgeen dit verhindert, en de kinderen te begeleiden, opdat ze eens de ware vrijheid kunnen bereiken en verantwoordelijk voor zichzelf kunnen zijn.
De kinderen beschouwen als een geschenk van God en zichzelf als rentmeesters van dit geschenk helpt de ouders niet te vervallen tot deze twee tegengestelde fouten.
In feite is in de christelijke visie niemand heer over iemand: noch over de eigen kinderen, noch over de eigen ouders.
Laten wij bidden dat de ouders door deze aanwijzingen te volgen hun kinderen goed kunnen opvoeden, opdat zij de volheid van de vrijheid en de liefde bereiken en een mooi en gelukkig leven hebben. En dat ook zij gelukkig zijn.
En moge de zegen van de almachtige God,
Vader en Zoon en Heilige Geest,
over u neerdalen en altijd bij u blijven.
Amen.
(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)
24/04/2021
