Aan de gelovigen van de parochie Sagrado Corazón de Jesús van Ypacaraí (Paraguay)

 

Mijn beste vrienden,

Een vraag die velen zich gedurende deze tijd van pandemie stellen, is de volgende: “Waarom is deze tijd die wij doormaken, zo moeilijk? Wat voor kwaad hebben wij gedaan om een zo grote straf van de kant van God te verdienen?”.

Het is een vrij wijd verspreide gewoonte te klagen over de huidige tijd, over een geïdealiseerd verleden zijn beklag te doen en hieraan met weemoed terug te denken of zich te richten op een toekomst met illusies en verwachtingen waaraan nooit wordt beantwoord. Wij doen ons beklag over het heden, wij betreuren het onrecht ervan en plaatsen het goede altijd in het verleden of in de toekomst.

Men hoort vaak zeggen, vooral door mensen van een bepaalde leeftijd: “Ach, in mijn tijd deed men dat niet, gebeurde dat niet...! Vroeger was het anders...! Het waren andere tijden...!”.

In Paraguay kennen allen de guaranì-mythe die ons vertelt over het zoeken naar het tierra sin mal, als het onophoudelijk zoeken naar een verloren paradijs, een bevoorrechte, onverwoestbare plaats, waar de aarde vanzelf haar vruchten voortbrengt en waar geen lijden en dood bestaan. Het is de ideale plaats van de volmaaktheid die in het verleden was en in de toekomst wordt gezocht, maar die nooit in het heden is.

Het heden is de tijd die aan de mens is gegeven, en het is verkeerd te denken dat al het goede of al het kwaad in het verleden of in de toekomst is gelegen: goed en kwaad zijn altijd aanwezig en in iedere tijd van de mensheid, ook in die waarin wij vandaag leven, met elkaar vermengd zijn.

Tot het uur van de uiteindelijke oogst, en wanneer dat uur komt, weet alleen de Vader, groeien het graan en het onkruid, goed en kwaad, samen op (vgl. Mat. 13, 24-30).

Wij moeten altijd de tijden van God weten te respecteren en in de gebeurtenissen van het leven weten te onderscheiden wat de ware tekenen van de aanwezigheid of van het plan van God zijn (vgl. Gaudium et spes, 11).

Het obstakel waarmee wij ons op onze levensweg moeten meten, is ons gedrag in het alledaagse leven, omdat wij in het voorbijgaan van onze dagen goed en kwaad tegenkomen.

Alle tijden van de mensen zijn getekend door de moeilijkheden van de weg. Soms hebben de problemen gemeenschappelijke en maatschappelijke dimensies, dan weer betreffen ze ons persoonlijk of in familiekring. Dat is een aspect van de menselijke toestand, die ons uitdaagt in de dagelijkse strijd te midden van allerlei moeilijkheden, die ons echter tegelijkertijd de mogelijkheid geven om te groeien en steeds dichter bij de volheid van het mens zijn waartoe wij geroepen zijn, te komen.

De tijden zijn in deze zin tegelijkertijd goed en slecht.

De slechte tijden wekken gevoelens op, brengen houdingen tot stand en bevorderen gedragingen die ons ten goede of ten kwade kunnen veranderen. Als wij niet waakzaam zijn, als wij niet alert zijn, attent en voorzichtig, worden wij blootgesteld aan negatieve gevolgen voor ons leven.

Maar hoe kan men profiteren van de huidige tijd? Door te letten op ons gedrag, door te denken aan de wijze waarop wij leven, door hierover te waken en door niet als onbezonnen en dwaze personen te handelen.

Onbezonnen is wie niet handelt volgens de rede en vergeet dat de mens het enige levende wezen is dat het vermogen van het verstand heeft.

En het verstand brengt het vermogen met zich mee om te redeneren, te lezen in het binnenste van de dingen, te zien wat de structuur van de werkelijkheid is.

Vaak ziet men alleen maar het genoegen van het huidige ogenblik en rekent men niet met de gevolgen van wat men doet. Dat is het gedrag van de dwaas: hij redeneert niet, omdat redeneren betekent weten dat wanneer men een daad stelt, deze consequenties heeft.

Wij kunnen aan zeer veel zaken, te beginnen bij de meest eenvoudige dingen van het dagelijkse leven, denken.

Bijvoorbeeld, wanneer men eet, gebeurt het dat men op het ogenblik van het handelen alleen maar denkt aan het genot dat men ervaart, aan de geneugte van het eten, maar men de gevolgen verwaarloost die zich vroeg of laat zullen voordoen.

Hoeveel basisziekten, die veroorzaakt worden door de zonde van de gulzigheid, heeft deze pandemie aan het licht gebracht!

Veel mensen zijn niet direct ten gevolge van COVID-19 gestorven, maar aan een tevoren al bestaande ziekte die COVID-19 heeft opgewekt en tot het hoogtepunt van de mogelijke ontwikkeling ervan heeft gebracht.

En zeer veel basisziekten zijn ontstaan en gegroeid ten gevolge van een onevenwichtige voeding onzerzijds of van de kant van onze ouders, die ons de aanleg voor bepaalde ziekten hebben doen erven.

Het is hard, maar het moet gezegd worden.

Om een ander voorbeeld te geven, het gebeurt dat iemand zich bedrinkt, vervolgens de auto neemt en rijdt. Het ongeluk dat hij veroorzaakt, is het gevolg van de voorafgaande onbezonnen en onverantwoordelijke handeling dat hij er niet aan heeft gedacht dat men, als men moet rijden, zich niet moet bedrinken.

Op dezelfde wijze is er, als iemand graag rookt en per dag veel sigaretten rookt, er niets meer aan te doen is, als de gevolgen ervan zichtbaar worden. Hoe vaak laat de autopsie van verstokte rokers volkomen zwarte en verbrande longen zien!

Zich zonder redeneren gedragen en handelen, zonder te denken aan de toekomstige gevolgen van een daad, is eigen aan een dwaas iemand. Het is altijd noodzakelijk te waken over ons gedrag, te redeneren alvorens te handelen en men moet altijd weten dat wat men doet, consequenties heeft.

Een verstandig iemand wacht niet op morgen om te handelen. Hij weet dat de dingen moeten worden gedaan op het huidige ogenblik, omdat niemand de zekerheid heeft de dageraad van de nieuwe dag te zien.

Men kan niet leven zonder het waarom te weten van wat men aan het doen is, en zonder een antwoord te geven op de fundamentele vragen van ons leven.

Wat dit betreft, houdt het Tweede Vaticaans Concilie ons deze tekst voor:

“Wat is de mens? Wat is de zin van het lijden, van het kwaad, de dood, die toch steeds blijven bestaan, hoe grotevooruitgang er ook is gemaakt? Waartoe die overwinningen welke voor zo’n hoge prijs zijn verworven? Wat kan de mens doen voor de maatschappij, wat ervan verwachten? Wat volgt er na dit aardse leven?” (Gaudium et spes, 10).

Welnu, de enige mogelijkheid die ieder heeft, is goed van het heden te profiteren zonder zijn toevlucht te nemen tot de nostalgie naar het verleden, dat al voorbij is, en ook niet tot de droom van een toekomst die misschien nooit zal komen, omdat het heden in de tussentijd ontglipt en wat men vandaag moet doen, niet wordt verwezenlijkt.

Ieder moet weten te profiteren van deze tijden die, zoals alle tijden, goed en slecht zijn, bepaalde mogelijkheden ontzeggen, maar andere mogelijk maken en altijd de mogelijkheid bieden om verstandige mensen te zijn, goed te leven in de volheid van de gaven die God aan ieder heeft gegeven.

En moge de zegen van de almachtige God,

Vader en Zoon en Heilige Geest,

over u neerdalen en altijd bij u blijven.

Amen.

 

Emilio firmaDon Emilio Grasso

 

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 

 

07/08/2021