Aan de gelovigen van de parochie Sagrado Corazón de Jesús van Ypacaraí (Paraguay)
Mijn beste vrienden,
Vaak hebben wij herhaald dat de liefde zichtbaar moet zijn, anders is het alleen maar een geluid dat uit de mond komt. Men moet haar kunnen aanraken, zij moet tastbaar zijn.
Het geloof is een feit. Daarom leert de Kerk dat het geloof altijd gepaard moet gaan met werken: zonder werken kan er geen geloof zijn.
Voor de heilige Paulus heeft alleen “geloof, zich uitend in de liefde” (Gal. 5, 6), waarde.
De Heilige Schrift leert dat ook de duivel weet dat God bestaat. De bevestiging van het bestaan van God is echter niet voldoende om geloof te hebben, omdat geloven in het bestaan van God moet leiden tot een totale verandering van leven door de wijze van eten, zich kleden, het huis op orde brengen, kinderen opvoeden, en een relatie met de ander hebben te veranderen.
Waar kan men het geloof constateren? Op straat, in commerciële activiteiten, in het politieke en economische leven, op de markt, op school, op kantoor, in de werkplaats enz.
De heilige paus Johannes Paulus II herhaalde dat “een geloof dat geen cultuur wordt, een geloof is dat niet volledig is ontvangen, niet geheel is doordacht, niet trouw is beleefd”.
Heel duidelijk in dezen is wat wij vinden in de brief van Jakobus:
“Broeders, wat baat het een mens te beweren dat hij geloof heeft, als hij geen daden kan laten zien? Kan zo’n geloof hem soms redden? Stel dat een broeder of zuster geen kleren heeft en niets om te eten, en iemands van u zou zeggen: ‘Geluk ermee! Houd u warm en eet maar goed,’ en hij zou niets doen om in hun stoffelijke nood te voorzien – wat heeft dat voor zin? Zo is ook het geloof, op zichzelf genomen, zonder zich in daden te uiten, dood. Misschien zal iemand zeggen: ‘Gij hebt de daad en ik heb het geloof’. Dan antwoord ik: ‘Bewijs me eerst dat ge geloof hebt, als ge geen daden kunt tonen: dan zal ik u uit mijn daden mijn geloof bewijzen’. Gij gelooft dat er slechts één God is? Uitstekend; ook de boze geesten geloven dat, en sidderen!” (Jak. 2, 14-19).
Daarom, wie leerling van de Heer wil zijn, moet als Maria zijn: Dochter, Bruid en Moeder van het Woord.
De grote kerkvaders hebben in Maria de bruid van het Hooglied gezien en hebben een gelijkwaardigheid vastgesteld tussen de Kerk, Maria en de ziel van iedere gelovige. Maria is Bruid, omdat zij heel haar leven heeft gegeven door zich volledig aan het Woord van God over te geven, dat, gehoord en overwogen, zijn vrucht heeft gegeven door van haar de Moeder van God en onze Moeder te maken
Dit is fundamenteel in de cultuur van Paraguay en Latijns-Amerika, dat van de vrouw vooral voor ogen houdt dat zij moeder is. Haar alleen in aanmerking te nemen vanwege het moederschap zonder het feit dat zij dochter en bruid is, op zijn juiste waarde te schatten, schept misverstanden omtrent het beeld van de vrouw en de opvoeding van de jongeren.
Allen, niet alleen de vrouwen, moeten Maria worden door uiteindelijk het Woord van God voort te brengen.
De maagdelijkheid van Maria betekent dat zij niet een vrouw is bij wie men in- en uitgaat naar eigen smaak. En evenmin dat zij dat toelaat.
Hetzelfde geldt voor de Kerk. De Kerk is geen servicestation waar wij in- en uitgaan, wanneer wij iets nodig hebben om haar vervolgens te vergeten. Integendeel, de Kerk is tegelijkertijd onze Moeder en onze Dochter. Als Moeder geeft zij alle middelen die wij nodig hebben om te leven en te groeien tot de laatste dag van ons leven. Anderzijds leeft en versterkt de Kerk zich echter, als wij de moed en de edelmoedigheid hebben om haar onze genegenheid te schenken en haar te voeden met ons werk, onze deelname en ons leven.
Bij de verschijning in Guadelupe, en wij moeten niet vergeten dat Onze-Lieve-Vrouw van Guadelupe de patrones van Amerika is, wendt de Juan Diego zich tot Onze-Lieve-Vrouw die zich presenteert als de “heilige Maagd Maria, Moeder van God” en haar daarbij “mijn Kind” noemt.
Maria, die wij Paraguayanen liefdevol de Virgencita noemen, is dus onze Moeder en ons Kind.
Maria is de Kerk in haar volheid.
Daarom moeten wij de Kerk nog meer liefhebben als ons kind: een kind dat leeft of sterft, als wij in onze vrijheid en verantwoordelijkheid zo handelen dat zij kan leven of sterven.
Wij moeten de blik gericht houden op wat de parochie zal zijn na deze verschrikkelijke pandemie die wij meemaken en waaruit wij, laten wij dat niet vergeten, nog niet gekomen zijn.
De Heilige Vader Benedictus XVI wees op twee fundamentele dimensies van het leven en de zending van de parochie, dat wil zeggen van iedere gelovige: de zondagse eucharistie en de praktijk van de naastenliefde. Verenigd rond de eucharistie, voelen wij gemakkelijker hoe de zending van iedere christengemeenschap het brengen van de boodschap van Gods liefde aan alle mensen is.
De katholieke Kerk die in de stad Ypacaraí zich tegenwoordig stelt en zichtbaar wordt in onze parochie Sagrado Corazón de Jesús, leeft, als wij willen dat zij leeft. Zij is als het Kind Jezus dat in onze handen is gelegd.
Het werk is veel en arbeiders zijn er weinig!... Wij moeten de liturgische inzet versterken, nieuwe koren oprichten; er zijn goed voorbereide lectoren nodig. De catechese bereikt zeer veel kinderen en jongeren van onze parochie nog niet. Velen mislukken in hun leven, omdat niemand hun een andere weg heeft gewezen die de cirkel van de dood waarin ze vastzitten, verbreekt.
Als men ontdekt, zoals wij in deze jaren hebben gedaan, dat “zonder brood en wijn, vrucht van de aarde en van het werk van de mens, er geen eucharistie is”, is het werk van de manzaneras[1] een werk dat edelmoedigheid en intelligentie van mensen vereist die buiten zichzelf treden en niet erop uitgaan om geld te verzamelen, maar om te verkondigen dat het Kind Jezus en zijn Kerk leven en sterven, als wij hen doen leven of sterven.
En sta mij toe op dit ogenblik te herinneren aan alle manzaneras en alle manzaneros die het leven hebben verloren in deze verschrikkelijke pandemie. Voor allen en namens allen breng ik de zeer dierbare en voor mij onvergetelijke Gregoria Ríos de Giménez in herinnering, beter bekend als Ña Chiquita. En met haar gedenk ik ook alle dierbare leden van Marialegioen.
Er is vooral de inzet van de authentieke naastenliefde die vereist dat wij, te beginnen bij degenen die ons het meest nabij zijn, het gelaat zien van de zoveel verdrukten en gekruisigden die leven, in de steek gelaten door allen. Daarom moeten wij de inzet van onze parochiële Caritas versterken, die in stilte en zonder ophef werkt en toch het Hart van de Kerk vormt.
Wij moeten niet bang zijn. Er is niets mooiers dan ervoor te werken dat iedere mens zijn geluk vindt in de opbouw van het Rijk Gods in het hart van alle mensen en te midden van deze wereld die God ons heeft toevertrouwd.
En moge de zegen van de almachtige God,
Vader en Zoon en Heilige Geest,
over u neerdalen en altijd bij u blijven.
Amen.
______________
[1] Het woord komt van “manzana”, dat overeenkomt met een blok huizen. Het betreft vrijwilligers die maandelijks de huizen langsgaan, ieder in zijn eigen zone, om de gezinnen van de parochie te bezoeken en hen uit te nodigen, ieder naar zijn eigen mogelijkheid, bij te dragen aan de kosten die het behoud van de structuren van de Kerk vereist.
(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)
01/09/2021

