Aan de gelovigen van de parochie Sagrado Corazón de Jesús van Ypacaraí (Paraguay)

 

Mijn beste vrienden,

Op zondag 15 augustus vieren wij het hoogfeest van de Tenhemelopneming van de Maagd Maria, patrones van Paraguay.

De Heilige Schrift spreekt niet expliciet over de tenhemelopneming van Maria. In het Nieuwe Testament wordt naar deze gebeurtenis niet verwezen. Er zijn alleen maar enkele aanwijzingen, enkele sporen van reflectie.

Toen de Kerk na de dood van Jezus en zijn verrijzenis de Geest van de Heer had ontvangen, die haar aan alles wat Jezus heeft gedaan, doet herinneren en dit ten diepste doet begrijpen, houdt zij niet op te vorderen in het begrip van de geopenbaarde mysteries.

Bijgestaan door de Heilige Geest, heeft de Kerk in haar goddelijke wijsheid erkend dat die vrouw die de Heer nooit in de steek heeft gelaten, in haar lichaam het bederf van de dood niet kon kennen. De innige vereniging van Maria met het vlees geworden Woord en de Verlosser kon niet eindigen met het einde van haar aardse bestaan.

Daar de dood van Jezus ook de dood van Maria is, werd zij, zoals Jezus uit de dood verrees en opsteeg naar de rechterhand van de Vader, in de hemel opgenomen, toen de loop van haar bestaan op aarde ten einde was. Paus Benedictus XVI heeft gezegd dat Maria ons verzekert van haar hulp en ons eraan herinnert dat het wezenlijke is te zoeken naar en te denken aan de dingen hierboven, niet aan die van de aarde. In beslag genomen door de dagelijkse beslommeringen, lopen wij immers gevaar te denken dat hier, in deze wereld waar wij slechts op doortocht zijn, het uiteindelijke doel van het menselijk bestaan is. Het paradijs is daarentegen het ware doel van onze aardse pelgrimstocht (vgl. Benedictus XVI, Angelus, 15 augustus 2006).

Waar het verrezen en verheerlijkte lichaam van Jezus is, daar is ook het lichaam van Maria, verenigd met de triomf van haar verrezen Zoon.

De afkondiging van het dogma van de tenhemelopneming van Maria met haar verheerlijkt lichaam – die plaatsvond met de apostolische constitutie Munificentissimus Deus van 1 november 1950 en door Pius XII werd gepromulgeerd na raadpleging van de bisschoppen over heel de wereld, waarbij bleek dat deze cultus al eeuwen bestond, zoals ook de datum van de stichting van de stad Asunción in Paraguay in 1537 aangeeft – laat een nauwe samenhang zien met het christelijk geloof in de verrijzenis van het vlees.

In feite neemt onze godsdienst niet eenvoudigweg de onsterfelijkheid aan van een van het lichaam gescheiden ziel, zoals de Griekse filosofen dachten. Wat eigen is aan het christelijk mysterie, is de prediking van de verrijzenis van het vlees, een ware aanstoot voor de Grieken die Paulus hoorden en zijn discours op prijs stelden, totdat hij begon te spreken over de verrijzenis, die zij als een fabel beschouwden (vgl. Hand. 17, 16-34).

In een van zijn eerste homilieën stelde paus Franciscus, toen hij sprak over de tenhemelopneming van Maria:

“Wanneer de apostel Paulus aan de Corinthiërs schrijft, benadrukt hij het feit dat christen zijn betekent geloven dat Christus waarlijk uit de doden is opgestaan. Heel ons geloof is gebaseerd op deze fundamentele waarheid, die niet een idee is, maar een gebeurtenis. En ook het mysterie van de tenhemelopneming met lichaam en ziel van Maria staat geheel geschreven in de verrijzenis van Christus. Het mens-zijn van de Moeder is door de Zoon in zijn door de dood heen gaan aangetrokken. Jezus is voor eens en altijd binnengegaan in het eeuwige leven met heel zijn mens-zijn, dat Hij van Maria had gekregen; zo is zij, de Moeder, die hem trouw gedurende heel haar leven heeft gevolgd, Hem met haar hart heeft gevolgd, met Hem binnengegaan in het eeuwige leven, dat wij ook hemel, paradijs, huis van de Vader noemen. Ook Maria heeft de marteling van het kruis gekend: de marteling van haar hart, de marteling van haar ziel. Zij heeft in haar hart zeer veel geleden, terwijl Jezus op het kruis leed. Het lijden van haar Zoon heeft zij ten diepste in haar ziel beleefd. Zij is ten volle verenigd met Hem in de dood en daarom is haar de gave van de verrijzenis geschonken. Christus is de eersteling van hen die zijn verrezen en Maria is de eersteling van hen die verlost zijn, de eerste van die hen die Christus zijn. Zij is onze Moeder, maar wij kunnen ook zeggen dat zij onze vertegenwoordigster is, onze zuster, onze eerste zuster, de eerste van de verlosten die in de hemel is aangekomen” (Paus Franciscus, Homilie, 15 augustus 2013).

De christelijke leer leert de eenheid tussen lichaam en ziel zonder echter de twee realiteiten terug te brengen tot één. Bovendien beperkt het heil dat de christen verwacht, zich niet tot het lichaam, maar het omvat de hele schepping.

In het Document van Puebla hebben de Latijns-Amerikaanse bisschoppen gesteld:

“In de tenhemelopneming openbaart zich aan ons de zin en de bestemming van het door de genade geheiligd lichaam. In het glorierijke lichaam van Maria begint de materiële schepping deel te nemen aan de heerlijkheid van het verrezen lichaam van Christus. De in de hemel opgenomen Maria is de onbedorven mensheid die nu met een lichaam en een ziel heerst die ten beste spreekt voor de mensen op pelgrimstocht in de geschiedenis. Die waarheden en mysteries verlichten een continent waarop de profanatie van de mens een constante factor is en velen zich terugtrekken in een passief fatalisme” (nr. 298).

De Kerk beschouwt de tenhemelopneming van Maria in het beeld dat de Apocalyps voorhoudt, van een vrouw die bekleed is met de zon, met de maan onder haar voeten, omgeven door twaalf sterren (vgl. Apok. 12, 1). Dat betekent dat ook de zon, de maan, de hemel, de sterren, het licht en alle elementen van de schepping deelhebben aan haar verheerlijking. Immers, als iemand liefheeft, hoort hem alles toe.

De heilige Johannes van het Kruis zong:

“Van mij zijn de hemelen en van mij is de aarde. Van mij zijn de heidenen, de rechtvaardigen horen mij toe en de zondaars. De engelen zijn van mij en de Moeder van God en alles is van mij. God zelf is van en voor mij, omdat Christus de mijne is en helemaal voor mij. Wat vraagt ge dan nog en wat zoek ge, zijn ziel? Van u is dit alles en alles is voor u”. (Heilige Johannes van het Kruis, 2. Spreuken van licht en liefde. Geestelijke raadgevingen en kernachtige gezegden, 25. Gebed van een op God verliefde ziel, in heilige Johannes van het Kruis, Volledige werken, Uitgeverij Paus Brand N.V., Hilversum-Antwerpen 1963, 1090).

Hier wordt ook het ecologisch vraagstuk gesteld. Als iemand werkelijk liefheeft, komt in zijn lichaam heel de aarde binnen, heel de schoonheid van de natuur en de menselijke werken.

Al het schone, alles dat waarde heeft, wordt gered. Dat is het wonder van ons geloof, dat de verrijzenis van het vlees en het eeuwige leven verkondigt. Daarom is het onderricht dat voortkomt uit de tenhemelopneming van de Maagd Maria, het onderricht van het eeuwige liefde.

Mijn beste vrienden,

Ik bid dat uw levens, vooral het leven van de jongsten die hun eerste stappen op de aarde beginnen te zetten, niets anders zijn dan een eeuwig liefde.

En moge de zegen van de almachtige God,

Vader en Zoon en Heilige Geest,

over u neerdalen en altijd bij u blijven.

Amen.

 

Emilio firmaDon Emilio Grasso

 

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 

 

15/09/2021