Aan de gelovigen van de parochie Sagrado Corazón de Jesús van Ypacaraí (Paraguay)

 

Mijn beste vrienden,

Mijn beste vrienden, weinig dagen geleden heeft paus Franciscus in een boodschap een marginaliteit gesignaleerd waarin de viering van de mis onverbiddelijk lijkt te vervallen, en gevraagd om voorstellen, opdat zij de centrale plaats in het geloof en de spiritualiteit van de gelovigen opnieuw terugkrijgt.

Paus Franciscus heeft opgemerkt dat de missen die werden opgeschort gedurende de lange periode van de COVID 19-pandemie en de daarop volgende moeilijkheden om deze weer op te nemen een alarmerende aanwijzing voor een ver gevorderde fase van de verandering van tijdperk hebben bevestigd.

Maar men moet erop wijzen dat deze tijd van ontbering het mogelijk heeft gemaakt het belang van de goddelijke liturgie voor het leven van de christenen gewaar te worden.

Het Tweede Vaticaans Concilie stelt immers:

“De liturgie is het hoogtepunt waarnaar het handelen van de Kerk streeft en tevens de bron waaruit haar hele kracht voortvloeit. Want de apostolische werkzaamheden zijn daarop gericht, dat allen die door geloof en doopsel kinderen van God zijn geworden, zich verenigen in de samenkomst, God loven te midden van de Kerk, deelnemen aan het Offer en eten van de maaltijd des Heren” (Sacrosanctum Concilium, 10).

De mis is een werk van Jezus en niet een schepping van de mensen: zij is de gedachtenis die het volk van God viert van Jezus en zijn paasmysterie van dood en verrijzenis in gehoorzaamheid aan hetgeen de Heer heeft verwezenlijkt en bevolen heeft door te geven, zoals de heilige Paulus in de Eerste Brief aan de Corinthiërs:

“Zelf heb ik immers van de Heer de overlevering ontvangen die ik u op mijn beurt heb doorgegeven, dat de Heer Jezus in de nacht waarin Hij werd overgeleverd, brood nam, en na gedankt te hebben, het brak en zeide: ‘Dit is mijn lichaam voor u. Doet dit tot mijn gedachtenis’. Zo ook na de maaltijd de beker, met de woorden: ‘Deze beker is het nieuwe verbond in mijn bloed. Doet dit, elke keer dat gij hem drinkt, tot mijn gedachtenis’” (1 Kor. 11, 23-25).

De viering van de eucharistie behoort, evenals heel de liturgie van de Kerk, niet alleen toe aan de priesters, maar aan heel het volk van God.

Paus Franciscus legt dit heel goed uit, wanneer hij zegt:

“De liturgie is leven voor heel het volk van de Kerk. De liturgie is immers van nature van het volk en niet van de clerus,omdat zij een handelen voor het volk, maar ook van het volk is. Zoals zeer veel liturgische gebeden in herinnering brengen, is het de handeling die God zelf verricht ten gunste van zijn volk, maar ook de handeling van het volk dat naar God luistert, die spreekt, en handelt door Hem te prijzen, aan te roepen, door de onuitputtelijk bron van leven en barmhartigheid die uit de heilige tekens vloeit, te ontvangen. De Kerk in gebed verzamelt allen die met hun hart luisteren naar het evangelie, en overwint in Christus iedere grens van leeftijd, ras, taal en natie”.

Er is een nauwe relatie van wederzijdse doordringing tussen de structuur van de mis, het geloof en het leven. Het wordt derhalve fundamenteel te weten hoe de structuur van de mis is.

Vóór het Concilie begreep het merendeel van het volk de woorden die in de liturgie werden uitgesproken, niet, omdat zij geheel in het Latijn werd gevierd. Nu kunnen wij alle woorden goed begrijpen.

Maar de vertaling van de teksten in de taal van het volk is niet voldoende, als men de structuur van de liturgie, de waarde van de gebaren, kleuren en liturgische symbolen en vooral de betekenis van de lezingen niet goed begrijpt. Zonder de Schrift te begrijpen kunnen wij de mis, noch Christus zelf begrijpen.

De heilige Hiëronymus stelt dat de Schriften niet kennen Christus niet kennen is.

De Christus van de eucharistie, die zich aan ons als brood des levens aanbiedt, is dezelfde die zich in de lezing van de Schrift als brood des levens geeft. “Uw woorden zijn woorden van eeuwig leven” (Joh. 6, 68), belijdt Petrus. “Niet van brood alleen leeft de mens, maar van alles wat uit de mond van God voortkomt” (Mat. 4, 4), verklaart Jezus.

Zonder een passende voorbereiding kunnen wij de mis niet begrijpen, noch er met vrucht aan deelnemen.

Laten wij om het belang van een adequate voorbereiding beter te begrijpen als voorbeeld een van de twee centrale mysteries van het christelijk geloof nemen: de menswording van de Zoon van God.

Jezus is niet onvoorzien en onverwachts uit de hemel komen vallen, zoals een meteoriet. Zijn leven, zijn tegenwoordigheid onder ons en zijn verlossend en openbarend werk zijn voorafgegaan en voorbereid door middel van een lange en geduldige geschiedenis, waaraan heel de schepping deelnam. Men spreekt terecht van een kosmische openbaring, omdat alles werd geschapen door hetzelfde Woord dat na verkondigd, verteld en uitgelegd te zijn door de gewijde schrijvers van het Oude Testament vervolgens vlees werd en ons redde. Het hele universum sluit de heerlijkheid van God in en manifesteert deze tegelijkertijd.

Het heil is voorbereid door een geschiedenis die begint met de roeping van een man en de uitverkiezing van een volk waaruit Jezus geboren zal worden, voorafgebeeld in de aartsvaders, verkondigd door de profeten, verwacht door de nederigen en de armen van de Heer.

In de Brief aan de Hebreeën staat geschreven dat nadat God bij verschillende gelegenheden en op verschillende wijzen gesproken had door de profeten, in de laatste dagen heeft gesproken door zijn Zoon, door wie Hij het heelal heeft geschapen (vgl. Heb. 1, 1-2).

Dit is de geduldige pedagogie vol wijsheid van God. Hij bereidt de komst van zijn Zoon voor door een zeer lange geschiedenis, opdat de mensen Hem kunnen herkennen, naar Hem kunnen luisteren, Hem kunnen begrijpen en Hem kunnen liefhebben.

Opdat wij, die zover van Jezus, zijn leven, zijn cultuur, zijn mysterie verwijderd zijn, het mysterie van het geloof, dat de mis is, kennen, kunnen begrijpen en liefhebben, moeten wij ons erop voorbereiden.

Opdat ons geloof, onze viering en ons leven overvloedige vruchten dragen, moeten wij de nederigheid van het bewustzijn hebben dat wij tot deze handelingen moeten naderen met een zorgvuldige voorbereiding zonder de verschillende etappes te verzuimen.

Hetzelfde gebeurt in ons leven en bij alles wat wij doen: zonder voorbereiding is het niet mogelijk ergens goed in te slagen.

En ik sluit af met deze woorden van de heilige Carolus Borromeüs, die ons leert hoe wij ons moeten voorbereiden op de eucharistieviering: “Vlucht zoveel je kunt, voor verstrooiing. Blijf verenigd met God, vermijd nutteloos geklets”.

En kletspraat is voor ons die allen min of meer de gouden medaille in deze specialiteit van de Olympische Spelen zijn, is niets anders dan het equivalent van hetgeen de heilige Carolus Borromeüs “nutteloos geklets” noemt.

En moge de zegen van de almachtige God,

Vader en Zoon en Heilige Geest,

over u neerdalen en altijd bij u blijven.

Amen.

 

Emilio firmaDon Emilio Grasso

 

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 

 

02/10/2021