Aan de gelovigen van de parochie Sagrado Corazón de Jesús van Ypacaraí (Paraguay)
Mijn beste vrienden,
In een toespraak tot de bisschoppen van heel de Kerk, dus ook tot ons die tot de Kerk behoren die in Paraguay leeft, heeft paus Franciscus gezegd dat wij geroepen zijn om ons te bekleden met de apostolische moed die zich geen angst laat aanjagen ten overstaan van de verleidingen van de wereld, die ertoe neigen in het hart van de mensen het licht van de waarheid te doven en dit te vervangen door kleine en voorbijgaande lichten.
Wij zijn geroepen tot de apostolische moed leven te brengen en van ons christelijk leven geen museum van herinneringen te maken.
Wij hebben er behoefte aan – zo heeft paus Franciscus ons gewaarschuwd – dat de Geest ons nieuwe ogen geeft, onze geest en ons hart opent om het huidige moment en de toekomst met een geleerde les het hoofd te bieden: wij zijn één mensheid. Niemand redt zich alleen. Dat weten wij, dat wisten wij, maar deze pandemie die wij meemaken, heeft het ons op een veel dramatischere wijze laten ervaren.
Wanneer wij uit deze pandemie zullen komen, zullen wij niet kunnen blijven doen wat wij aan het doen waren en hoe wij het aan het doen waren. Nee, het zal heel anders zijn. Uit de grote beproevingen van de mensheid, en hieronder is de pandemie, komt men beter of slechter te voorschijn. Men komt er niet hetzelfde uit tevoorschijn.
Daarom moeten wij de moed hebben afscheid te nemen van onze min of meer geliefde musea van de herinneringen om het avontuur van nieuwe tijden die ons bevragen, aan te gaan.
De heilige paus Johannes XXIII definieerde de Kerk, wanneer hij over haar sprak, als “de oude fontein van het dorp die water geeft aan de generaties van heden, zoals het dat gaf aan die van het verleden”.
Deze definitie van de heilige Johannes XXIII kan zonder meer worden toegepast op de parochie krachtens hetgeen het Tweede Vaticaans Concilie zegt in de Constitutie over de Heilige Liturgie: “De parochies stellen in zekere zin de zichtbare, over heel de wereld, gevestigde Kerk tegenwoordig”.
De fontein van het dorp blijft daar staan. De wijsheid van de oude fontein weet weliswaar dat wij er morgen misschien heen zullen gaan, als wij er vandaag niet heen zullen gaan of wanneer wij oud zullen zijn en wij een dorst zullen ontdekken die als een vuur is dat ons verbrandt en dat geen enkel water zal kunnen blussen.
De werklieden van de fontein moeten geduld hebben. Wat vandaag niet gebeurt, zal morgen of met het voorbijgaan van de tijd misschien kunnen plaatsvinden.
Wat telt, is dat de fontein allen het water blijft geven dat leven en eeuwig leven geeft; water dat opwelt uit een fontein van een unieke schoonheid, omdat – zoals de heilige Augustinus zei – het een “oude en steeds nieuwe schoonheid” is.
De vruchtbaarheid, de goedheid en de heilzaamheid van het water worden niet gegeven – zoals paus Franciscus zegt – door succes, noch door mislukking, volgens criteria van de menselijke beoordeling, maar door zich te conformeren aan de logica van het kruis van Jezus, die de logica is van het buiten zichzelf treden en zich geven, de logica van de liefde.
Daarom moet de fontein eraan herinneren dat, zoals paus Franciscus leert,
“De verspreiding van het evangelie noch wordt gegarandeerd door het aantal personen, noch door het prestige van de instelling, noch door de hoeveelheid van de beschikbare middelen. Wat telt, is doordrenkt zijn van de liefde van Christus, zich laten leiden door de Heilige Geest en het eigen leven enten op het kruis van de Heer”.
In een artikel van een diepgaande interpretatieve waarde schetste Adriano Irala Burgos een interpretatie van de geschiedenis van Paraguay, onder andere gebaseerd op de mythe van de eeuwige terugkeer.
Wij leven allen min of meer bijna altijd buiten de geschiedenis, in een mythe van de eeuwige terugkeer, die het ons niet toestaat de geschiedenis van vandaag te beleven, de tegenwoordige tijd die de enige historische tijd is die ons toebehoort en dientengevolge dromen wij altijd van een toekomst die niet bestaat, en een verleden dat reeds dood is.
Vanaf de eerste keer dat ik voet zette op Paraguyaanse bodem, leerde ik een woord dat men zeer frequent gebruikte: argel.
Argel slaat op een persoon (man of vrouw) die niet erg geliefd is, onsympathiek, niet erg vriendelijk, hooghartig, arrogant is.
In Paraguay schrijft men het gebruik van dit woord toe aan het feit dat het zeer moeilijk was de paarden te temmen die uit Algerije kwamen, en het woord argel werd vanaf het de XIX eeuw ook gebruikt voor personen.
Ik begreep langzamerhand dat men door een persoon met het epitheton argel te definiëren heel een discours en de tot uitdrukking gebrachte oordelen kan diskwalificeren zonder moeite te doen om de waarheid of de valsheid ervan te onderzoeken.
Om het samenvattend te zeggen, het was voldoende om te zeggen dat wie een niet welgevallig oordeel tot uitdrukking bracht, een argel was en de kwestie was afgedaan, en men kon rustig verder gaan alsof er niets was gebeurd.
De kwestie is in feite dat de mens in Paraguay of in ieder ander land van de wereld nooit zijn gewoonten wil veranderen.
De mens installeert zich daarin en wil met rust gelaten worden, omdat iedere verandering iets kost en hem oproept tot een breuk met een verworven en geconsolideerd evenwicht.
Ook een snelle en oppervlakkige lectuur van het evangelie laat ons nu zien dat Jezus in zijn tijd zonder meer werd beoordeeld als een lastige argel, die met zijn harde en scherpe oordelen zijn gesprekspartners stoorde.
In onze tijd zou men Hem met dit woord eerst hebben geïsoleerd en vervolgens Hem zonder er lang over na te denken ter zijde geschoven hebben. En wie dat gedaan zou hebben, zou niet het volk gedaan hebben, maar een kaste, een kleine groep die zichzelf “heel het volk” noemt, die het niet
getolereerd zou hebben te zien dat bepaalde privileges, waarvan zij niet wil afzien, ter discussie gesteld werden.
Voor een met een argument gestaafde bewering vraagt de logica dat er met een andere versterkte bewering wordt geantwoord.
Men kan het met een bewering wel of niet eens zijn en men kan het argument dat die ondersteunt verrijken of weerleggen.
Wat ons van het zoeken naar de waarheid verwijdert, is de gesprekspartner met een epitheton een stempel op te drukken en met dit epitheton beschouwt men iedere redenering als afgedaan.
Het heeft geen zin met de Argel te praten, omdat de eenvoudige reden is dat hij...een argel is.
Het kan zijn dat wij om niet van onze gewoonten af te zien ook paus Franciscus een argel noemen, wanneer hij zegt:
“Wanneer wij uit deze pandemie zullen komen, zullen wij niet kunnen blijven doen wat wij aan het doen waren en hoe wij het aan het doen waren. Nee, het zal heel anders zijn. Wij zijn geroepen tot de apostolische moed leven te brengen en van ons leven geen museum van herinneringen te maken”.
En om dit te doen moeten wij het avontuur van de moderne tijd aangaan die ons bevraagt.
En moge de zegen van de almachtige God,
Vader en Zoon en Heilige Geest,
over u neerdalen en altijd bij u blijven.
Amen.
(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)
16/10/2021
