Aan de gelovigen van de parochie Sagrado Corazón de Jesús van Ypacaraí (Paraguay)

 

Mijn beste vrienden,

Er bestaat een heel mooie en liefdevolle uitdrukking die ingang heeft gevonden in het kerkelijk taalgebruik en de dagelijkse inzet heeft gevormd en vormt van veel en authentieke volgelingen van de Heer: “De stem zijn van hen die geen stem hebben”.

Dit motto is een pastoraal programma geworden waarop velen zich baseren en dat wij aanwezig vinden in verschillende pastorale brieven en programma’s.

Deze uitdrukking kan echter op de lange duur gevaarlijk worden en nieuwe vormen van afhankelijkheid scheppen waarmee zoveel mensen beroofd blijven van de mogelijkheid om zichzelf te uiten en daarom zonder eigen huis blijven – zoals de Duitse filosoof Martin Heidegger stelt – “de taal is het huis van het zijn”.

Wij zijn allen geroepen onze persoonlijke verantwoordelijkheid uit te oefenen, ook al is het altijd een verantwoordelijkheid die afhankelijk is van een vrijheid die gesitueerd is in tijd en ruimte, verbonden met een natuur die wij hebben gekregen, en niet een absolute vrijheid waarmee wij zonder limiet kunnen handelen.

De mens is geroepen een antwoord te geven op het woord dat hem roept en zijn vrijheid bevraagt. En in deze dialoog die zich afspeelt tussen de Genade van God en de Vrijheid van de mens treedt het menselijk subject op als een verantwoordelijk wezen.

Ook al hebben grote filosofen gesproken over de “vrijheid als tragedie van de mens”, dan kunnen wij voor geen enkele vorm van valse liefde de mens die wij ontmoeten, vrijstellen van het op zich nemen van zijn verantwoordelijkheid.

De vrijheid van de mens kan ook tot een mislukking van God en de dood van de mens zelf worden. Maar God heeft ons niet onze vrijheid en verantwoordelijkheid om te luisteren naar het woord willen afpakken.

In de wereldliteratuur vindt men een van de hoogste uitdrukkingen van deze inspanning voor de vrijheid in het hoofdstuk De legende van de Groot-Inquisiteur van het boek De gebroeders Karamazow van Fedor Dostojewski.

“Ik zeg u dat de mens geen kwellender zorg kent dan om zo gauw mogelijk de gave van de vrijheid, waarmee dat ongelukkige wezen geboren wordt, aan iemand anders over te dragen. Maar alleen hij die in staat is hun geweten gerust te stellen, kan van de vrijheid van de mensen bezit nemen. ... In plaats van de vrijheid van de mensen in handen te nemen – is het verwijt dat de Groot-Inquisiteur Christus maakt – hebt u hun een nog veel grotere vrijheid gegeven! Of hebt u soms vergeten dat de rust en zelfs de dood een mens dierbaarder is dan de vrijheid om goed en kwaad van elkaar te kunnen onderscheiden? Niets is voor de mens verleidelijker dan de gewetensvrijheid, maar niets ook pijnlijker. Maar u hebt hun geen vaste beginselen gegeven om hun geweten eens en voor altijd tot rust te brengen, in plaats daarvan echter bracht u hun allerlei vreemde, raadselachtige en vage ideeën, al datgene wat de kracht van de mensen te boven gaat en daarom handelde u als iemand die hen helemaal niet lief heeft, en dat nog wel terwijl u gekomen was om uw leven voor hen te geven! U hebt u niet weten meester te maken van de menselijke vrijheid, maar in plaats daarvan hebt u die nog doen toenemen en de menselijke ziel voor altijd belast met de daaraan verbonden kwellingen. U begeerde dat de mens u in vrijheid zijn liefde zou geven en u eigener beweging zou volgen, bekoord en aangetrokken door uw persoonlijkheid. In plaats van de harde wet van het Oude Verbond kreeg de mens nu de vrijheid om voor zichzelf uit te maken wat goed en wat kwaad was, alleen geleid door uw lichtend voorbeeld, maar hebt u er werkelijk niet aan gedacht dat hij tenslotte zelfs uw lichtende voorbeeld en uw waarheid zal loochenen en bestrijden, als hij gebukt moet gaan onder zo’n vreselijke last als vrijheid van keuze?”.

Volgens de filosoof Nikolaj Berdjaev, ongetwijfeld een van de grootste interpreten van het denken van Dostojewski, is er voor de auteur van De gebroeders Karamazow een niet te onderdrukken neiging tot een dwaze vrijheid. Het menselijk lot is niet gebaseerd op de eenvoudige waarheid dat twee plus twee vier is, legt zich niet neer bij de rationele orde van het leven; vandaar de vijandschap van Dostojewski betreffende iedere vorm van dwingende rationalisering en utopie van een aards paradijs.

Om met een uitdrukking in de categorieën van de guaranì-cultuur te spreken, zeggen wij dat er in deze wereld geen “tierra sin mal” (een aarde zonder het kwaad) bestaat.

Berdjaev laat naar voren komen hoe in Dostojewski het probleem van de mens en zijn bestemming vóór alles verschijnt als het probleem van zijn vrijheid. God neemt de mens niet het gewicht van de vrijheid af; vanuit dit aspect is Hij wreed, omdat vrijheid met verdriet, met lijden gepaard gaat. God roept de mens tot een enorme verantwoordelijkheid, die overeenkomt met de waardigheid van vrije personen, die ook de kwestie van het kwaad veronderstelt.

In De legende van de Groot-Inquisiteur worden twee universele beginselen onder ogen gezien en botsen met elkaar: enerzijds de ontwapende vrijheid en anderzijds het geweld van de dwang; enerzijds het geloof in de zin van het leven en anderzijds het wantrouwen hiertegen; enerzijds de goddelijke liefde en anderzijds het atheïstische medelijden met de mensen.

Dat wil zeggen, Christus en de Antichrist treffen elkaar.

Na het geloof te hebben verloren heeft de Groot-Inquisiteur begrepen dat een enorme massa mensen niet de kracht heeft om de last van de door Christus geopenbaarde vrijheid te verdragen. De Inquisiteur wil aan een betere orde bouwen, hij beschuldigt Christus de mens niet bemind te hebben, omdat Hij de mensen heeft belast met een vrijheid die hun krachten te boven gaat, en daarom staat hij in naam van de mens tegen God op.

Voor Dostojewski gaat elk menselijk lot of in de richting van de Groot-Inquisiteur of van Christus en moet er gekozen worden, omdat iedere middenweg een voorbijgaande staat zou zijn waarin de uiterste grenzen nog niet opgehelderd zijn.

De gelaatstrekken van de Groot-Inquisiteur kunnen in de geschiedenis veranderen, maar zijn pretentie blijft dezelfde: in naam van zijn geluk de mens zijn vrijheid en verantwoordelijkheid afnemen.

Laten wij, terwijl wij in deze dagen de weg naar het Heiligdom van Caacupé afleggen, niet vergeten dat wij de Moeder van Smarten gaan ontmoeten, die bij het kruis waaraan haar Zoon hing, stond te huilen.

Er bestaat in deze wereld geen aarde zonder het kwaad. Op deze aarde is echter de Zoon van God gekomen, de Mens zonder kwaad, naar wie ons zijn Moeder leidt.

Moge de Heilige Maagd van Caacupé ons vandaag en altijd leiden naar het Heilig Hart van Jezus, de bron van iedere troost.

En moge de zegen van de almachtige God,

Vader en Zoon en Heilige Geest,

over u neerdalen en altijd bij u blijven.

Amen.

 

Emilio firmaDon Emilio Grasso

 

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 

 

15/12/2021