Aan de gelovigen van de parochie Sagrado Corazón de Jesús van Ypacaraí (Paraguay)

 

Mijn beste vrienden,

Aan het begin van de adventstijd is een naam die in Latijns Amerika onmiddellijk de aandacht van alle vrienden van Jezus trekt, ongetwijfeld die van Antonio de Montesinos.

In de geschiedenis van de Kerk in Latijns Amerika schittert zijn naam samen met andere moedige strijders voor de gerechtigheid die ook met het offer van hun eigen leven de inboorlingen tegen de veroveraars hebben beschermd.

De beschrijving van de gebeurtenissen waarmee de homilie van Montesinos gepaard gaat op die zondag in december 1511, is van Bartolomé de Las Casas.

Las Casas beschrijft de verschillende passages van de homilie van Montesinos, een homilie die wordt geboren binnen de gemeenschap van de dominicanen en de vrucht ervan is.

  1. De bestudering van de situatie: Las Casas zegt dat de dominicaanse religieuzen lange tijd het trieste leven en de zeer zware gevangenschap bestuderen waarin de indios leven. Zij zien, observeren, beoordelen en beginnen “recht en feiten met elkaar te verbinden” door zich vragen te stellen.
  2. Deze verdieping bezielt hen met een brandende hartstocht en ijver voor de heerlijkheid van God en doet hun verdriet vanwege het onrecht dat tegen zijn geboden wordt bedreven.
  3. De analyse en het begrip van de feiten brengt de gemeenschap weer tot God, tot wie zij zich wenden met de vraag om verlicht te worden.
  4. Tenslotte besluiten zij samen na herhaalde en wijze vergaderingen vanaf de preekstoel publiekelijk te prediken en te verklaren dat degenen die vanwege hun hebzucht hun broeders en zusters onderdrukken, in staat van zonde verkeren.

De eenheid van de gemeenschap van de dominicanen komt niet alleen naar voren in de gemeenschappelijke vorming van een oordeel, maar ook in haar verkondiging en het accepteren van de gevolgen die er ten gevolge van de nieuwheid van de boodschap uit zullen voortkomen.

Met instemming van allen schreven de meest geletterden van de gemeenschap de preek. Allen ondertekenden deze met hun eigen naam om te onderstrepen dat zij voortkwam uit de instemming en de goedkeuring van allen, en zij vertrouwden vervolgens de taak toe om te prediken aan Antonio de Montesinos, die werd beschouwd als de hartstochtelijkste en doeltreffendste prediker van de gemeenschap.

De preek van Montesinos is gebaseerd op het thema dat eigen is aan de adventstijd: “Ik ben de stem van iemand die roept in de woestijn” (Joh. 1, 23).

Na een inleiding over de adventstijd analyseerde Montesinos de onvruchtbaarheid van de woestijn van de gewetens van de Spanjaarden van het eiland Hispaniola en hun verblinding.

Hijzelf is de stem van Christus in de woestijn van dit eiland. En deze stem zegt tegen hen dat allen in zonde verkeren, erin leven en sterven vanwege de tirannie die zij uitoefenden, en de wreedheid die zij betoonden tegen onschuldige mensen. Hier stelt Montesinos een reeks persoonlijke vragen die het verdienen in hun geheel weergegeven te worden:

“Met welke gerechtigheid en welk recht houden jullie deze indios in een zo wrede en verschrikkelijke slavernij? Met welk gezag hebben jullie zoveel verfoeilijke oorlogen gevoerd tegen deze mensen die volgzaam en vreedzaam in hun gebieden leefden, en hebben jullie velen van hen uitgeroeid met ongehoorde moordpartijen en slachtingen? Waarom onderdrukken jullie hen zo en matten jullie hen af zonder hun te eten geven of hen te genezen van hun ziekten die zij oplopen en waaraan ze zelfs sterven ten gevolge van buitensporig werken? Of om het beter te zeggen, waarom doden jullie hen om iedere dag goud te verwerven? En hoe zorgen jullie ervoor dat zij de leer en hun God en schepper leren kennen, gedoopt worden, de mis bijwonen, de feesten en zondagen in acht nemen?”.

Montesinos tracht, zoals wij gezien hebben, “recht en feiten met elkaar te verbinden”. Daarom stelt hij na vragen, uitgaande van de feiten, vragen over het recht, dat wil zeggen over de grond van de feiten.

De theoretisch vragen die door Montesinos worden gesteld, raken het diepste van de gewetens:

“Zijn dezen geen mensen? Hebben zij geen redelijke ziel? Zijn jullie niet verplicht hen lief te hebben zoals jezelf? Begrijpen jullie dat niet? Voelen jullie dat niet? Hoe krijgen jullie het voor elkaar volkomen ingeslapen te zijn in de diepte van een lethargische slaap?”.

De fundamentele vraag: “Zijn jullie niet verplicht hen lief te hebben zoals jezelf?” is niets anders dan een herinnering aan de nieuwe wet van het evangelie, die altijd telkens een nieuwe leer is en zal zijn, wanneer zij met haar consequenties gepredikt zal worden: “Zoals Ik u heb liefgehad, zo moet ook gij elkaar liefhebben. Hieruit zullen allen kunnen opmaken dat gij mijn leerlingen zijt: als gij de liefde onder elkaar bewaart” (Joh. 13, 34-35).

Deze waarheid vormde aan het begin van de moderne tijd een zo revolutionair feit dat zij de geesten in vervoering bracht en de grondslagen van de rechten van de mens en de volken deed ontstaan.

Van al deze aangegeven elementen lijkt het ons gepast nog te wijzen op de nauwe band die de vrijheid en de identiteit van Montesinos verenigt met de dominicaanse gemeenschap van het eiland Hispaniola en het volk van het eiland. De keuze bij voorkeur voor de indios (de armen) is niet exclusief, maar verbonden met de verkondiging van het evangelie aan de encomenderos (degenen aan wie de indios werden toevertrouwd) en de Spanjaarden in het algemeen.

Daarom bestaat er een triade die wordt gevormd door een bijzonder innerlijkheid, een gemeenschap en een volk. Wanneer een element van de triade ontbreekt, vervalt de mogelijkheid van de prediking.

Een ander element dat naar voren gebracht moet worden, is het vermogen theorie en praktijk met elkaar in verband te brengen. De verkondiging zal des te authentieker en doeltreffender zijn, naarmate zij leer en feiten van elkaar gescheiden en met elkaar verbonden zal weten te houden door een historische interpretatie van de feiten in het licht van de evangelische waarheid en tegelijkertijd een interpretatie van de evangelische waarheid in het licht van de feiten te geven.

Bartolomé de Las Casas zal in het spoor van Montesinos “de gegeselde, geslagen, gekruisigde arme drommels van de Indieën” alleen maar liefhebben, in zoverre hij naar de Christus van het evangelie en het gelaat van de mensen kijkt.

Onder de grote homilieën die de geschiedenis van de Kerk markeerden, nieuwe structuren van liefde opbouwden en inspiratie en een reden voor bekering voor zeer velen waren, boezemt ook nu nog de homilie van Antonio de Montesinos gezag in vanwege de liefde en de kennis van het hart van God en het hart van de wereld.

Indien, zoals de heilige Gregorius de Grote zegt, het om de liefde is die wij kennen, en nog beter, “liefde kennis zelf is”, dan kunnen wij zeker zeggen dat in Montesinos liefde en kennis één waren. Hij stierf, misschien als martelaar, in 1545 in Venezuela en zijn dood was als het ware christelijk zegel van zijn leven en spreken.

Moge een diepe kennis van God en de mensen, die geboren wordt uit een verlicht verstand en een brandende liefde, die ontspruit uit een gezuiverd hart, het ons mogelijk maken in deze tijd van synodale bekering, waartoe paus Franciscus ons oproept in het spoor te treden van de grote en moedige strijders voor de opbouw van het Rijk van Jezus: “Een eeuwig en universeel rijk, een rijk van waarheid en leven, een rijk van heiligheid en genade, een rijk van gerechtigheid, liefde en vrede”.

En moge de zegen van de almachtige God,

Vader en Zoon en Heilige Geest,

over u neerdalen en altijd bij u blijven.

Amen.

 

Emilio firmaDon Emilio Grasso

 

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 

 

18/12/2021