Homilie van don Emilio Grasso, stichter van de Gemeenschap Redemptor hominis ter nagedachtenis van don Maurizio Fomini

 
Ypacaraí, 17 november 2011

 


Zeer geliefde Maurizio,

Lang geleden, in september 1967, werd ik tot kapelaan benoemd in de parochie Sint-Jozef-Arbeider in de wijk Tiburtino-Portonaccio van Rome.

Enkele dagen na mijn komst kwam je met andere jongens van jouw leeftijd bij mij om mij te vragen of ik, evenals de vorige kapelaan, voetbalwedstrijden organiseerde. Ik antwoordde jullie dat ik voetbal wel zeer leuk vond, maar priester was geworden alleen maar om mensen te trainen in het spelen van de wedstrijd van het leven en jullie enkel voor deze match zou kunnen trainen.

Jullie waren teleurgesteld en één van jullie vroeg mij of ik voor jullie dan tenminste op zaterdagavond de pizza betaalde. Ik antwoordde jullie dat de wedstrijd van het leven persoonlijke verantwoordelijkheid met zich meebrengt en er zeker niet in bestaat zich met mensen omgeven die bij jou zijn, omdat ze altijd iets krijgen.

Toen dreigden jullie mij bijna, zoals je je goed zult herinneren, niet meer bij mij te komen. Ik antwoordde jullie dat ik priester was en er geen behoefte aan had dat iemand bij mij was om mij te laten worden wat ik wilde.

Als een priester niet alleen kan leven, is hij niet vrij; en als hij niet vrij is, zal hij altijd iedereen bedriegen, omdat hij nooit de moed zal hebben om voor de waarheid uit te komen.

Nog meer teleurgesteld gingen jullie weg, maar één van jullie zei mij: "Maar kun je ons dan minstens een sigaret geven?". Ik antwoordde jullie dat ik niet rookte, dat roken slecht is voor de gezondheid en dat het bovendien nutteloos geld verspillen is.

Jullie begonnen te zeggen dat ik geen goede priester was. Mijn voorganger was pas een echte priester, hij had jullie gewend aan voetbalwedstrijden, pizza's, sigaretten en uitstapjes naar de sneeuw. Die priester verliet enkele maanden, nadat hij van parochie was veranderd, uiteraard het ambt en trouwde.

Velen van jullie kwamen na enkele maanden mij weer opzoeken. Wij werden vrienden en begonnen de wedstrijd van het leven te spelen.

Enkelen werden het gauw moe en verdwenen voorgoed. Anderen gingen door en overwonnen zeer veel hindernissen; wanneer echter het erom ging geen algemene, maar hun eigen hindernissen te overwinnen, verdwenen zij als sneeuw voor de zon. Zij hadden niet begrepen dat de gezaaide graankorrel geen vrucht kan dragen als hij niet sterft in de aarde.

Anderen hielden vasthoudend stand. En jij was een van hen.

Men wint de wedstrijd van het leven, wanneer men de goal van de eindoverwinning scoort. En deze wordt gemaakt, wanneer men met de bal aan de voet, zoals jij dat kon in een onnavolgbare stijl, de doellijn van de tegenstander passeert: de drempel van de dood.

Al wat je hebt moeten ondergaan en lijden om met de bal aan de voet alle tegenslagen te overwinnen, de doellijn van de dood te passeren en zo het doelpunt van jouw overwinning te maken, is een geheim tussen jou en God.

In de allerlaatste woorden die ik je aan de telefoon heb gezegd, heb ik je herhaald wat jij altijd hebt erkend: ik heb de woorden van de eerste dag dat wij elkaar hebben ontmoet, nooit verraden. Aan die woorden ben ik ontzettend trouw gebleven. Hiervoor ben je mij dankbaar geweest tot aan je laatste woorden toe, toen je mij geschreven hebt: "De barmhartige God is mij zeer genadig geweest. Hij heeft in zijn goedertierenheid neergekeken op mijn ellende. Hij heeft mijn in mijn lichaam getroffen om mijn hart te bevrijden".

Ik heb je ook nog iets anders gezegd. Niets nieuws, maar alleen wat de zin van mijn priesterschap is, dat jij met mij hebt willen delen: ik zal mij onverzoenlijk en vijandig blijven opstellen ten opzichte van al degenen die met hun vuile handen aan de droom van liefde willen komen die God in het hart van een mens legt.

Toen jij werd verwekt, legde God in jouw hart een droom van liefde. Die droom heb jij ontdekt en verwezenlijkt. Nu is het God zelf die deze droom voor jou beschermt. Ik ben het die jou tot de vreugde van dit ogenblik heeft gebracht. Dat weten jouw zeer geliefde broer en zus, Luigi en Maddalena heel goed, die zoveel van jou houden.

Nu vraag ik jou om een begin te maken met mij terug te geven wat jij mij verschuldigd bent.

Wees van boven uit de hemel zo gewelddadig mogelijk. Het is het evangelie dat het je zegt: "Regnum caelorum vim patitur, et violenti rapiunt illud" ("Het Rijk der hemelen breekt zich met geweld baan en geweldenaars maken het buit", Mat. 11, 12).

En vraag met jouw geweld de Heer Jezus dat Hij, ook tegen mij en ons allen, de droom verdedigt van zoveel jongeren die gelukkig willen zijn; een gelukkig zijn dat niet bestaat uit een pizza, een voetbalwedstrijd en een sigaret, maar overvloedig is en dat alleen maar hij kan genieten die, zoals jij, tot het laatste ogenblik zijn leven heeft verenigd met het kruis van de verrezen Heer.

Enkele uren voordat jij het bewustzijn begon te verliezen, hebben jou deze woorden bereikt van Mary, een van de mooiste vruchten uit onze geschiedenis, een jong Paraguayaans meisje van onze gemeenschap die in Tacuatí woont, een van de meest afgelegen gebieden van Paraguay. Men heeft ze je voorgelezen en jij hebt geglimlacht:

Tacuatí, 13 november 2011

 

Zeer geliefde Maurizio,

Jij bent werkelijk een braaf kind, jij klaagt niet, jij gedraagt je zeer goed en bent zeer geduldig.

Ik waag het je eventjes alleen te laten. Ik ga een paar borden tallarinada (pasta met kip) naar enkele heel arme zieken en oudjes brengen.

De tallarinada is opgezet door de familie van Isabelino, een heel arme jongen die aan kanker lijdt, om wat geld bijeen te brengen voor zijn medische behandelingen.

Met het geld dat Hipólita aan Emilio had gegeven, heb ik de kaartjes gekocht om mee te doen aan de tallarinada en bied ik deze maaltijd in jouw naam aan deze armen die waarlijk het gelaat van Christus zijn.

Un tierno abrazo

Mary 

 

Deze woorden hebben vervolgens de plechtige bevestiging gekregen van onze zeer geliefde Bisschop , die met grote pastorale gevoeligheid je is komen bezoeken, lange tijd aan je sterfbed is gebleven, je heeft gezegend en heeft gebeden. Jij hebt hem herkend en jij bent erin geslaagd woorden uit te spreken die niet een formele titel inhouden, maar een diepe betekenis hebben: "Monseigneur... Mijn Heer". In het gelaat van onze zeer geliefde Mgr. Hoogmartens heb jij het gelaat van Jezus herkend.

Ciao, vriend van mijn hart. Wees gerust. Ik ben helemaal niet moe.

Ook ik zal erin slagen met de bal aan de voet de doellijn van de tegenstander te passeren en de dood te overwinnen.

Un grande abbraccio tiburtino, die reikt tot aan de uiteinden der aarde.

 
Emilio Grasso