De retraite van de catechisten van Loma Pytâ, een volkswijk van Asunción, die door Emilio werd gegeven aan de vooravond van het hoogfeest van de Heilige Drie-eenheid, is een kostbare gelegenheid geweest voor een theologische en geestelijke verdieping van de fundamentele waarheden van ons geloof, de menswording en de Drie-eenheid. Er zijn interessante overwegingen uit voortgevloeid over de identiteit van de catechist als missionaire leerling.

 

Het gelaat van God worden

“Als u niet het gelaat van God voor de mensen, voor de jongeren en de kinderen, tot wie u zich richt, wilt worden, wees dan geen catechist”.

Met deze inleiding heeft de overweging van Emilio het veertigtal catechisten dat aanwezig was bij de retraite, verrast, vooral de jonge paren, en bevrijd van zoveel gemeenplaatsen om hen te helpen het ware profiel van de catechist opnieuw te ontdekken: een christen die geroepen is om op een radicale wijze de trouw aan zijn doopsel te beleven. Als gedoopten zijn wij inderdaad allen “missionaire leerlingen”[1] van de Heer en niet alleen geroepen om Hem te doen kennen, maar door ons leven Zijn gelaat van liefde tegenwoordig te stellen onder de mensen.

Binnen de gemeenschappelijke roeping van gedoopten spelen de catechisten in het spoor van de apostelen de rol van opvoeders in het geloof van kinderen, jongeren en volwassenen om hen in te wijden in de volheid van het christelijk leven[2]. Zij zijn de dragers van de herinnering aan God[3] en herinneren de mensen aan de waardigheid van kinderen die geroepen zijn als God te worden[4].

Door het mysterie van de menswording, immers, “heeft Christus zijn heerlijkheid getoond, opdat ieder menselijk gelaat dat van de Gods Zoon zou worden”[5].

Catechisten zijn leden en gezondenen van de Kerk, het Lichaam van Christus, en spreken in zijn naam. Zij hebben daarom een immense verantwoordelijkheid ten opzichte van de aan hen toevertrouwde mensen, daar deze laatsten in hun gelaat de trekken van de Heer trachten te ontwaren.

Deze mooie en tegelijkertijd delicate roeping mag nooit ondergewaardeerd worden, vooral ten overstaan van kinderen, die, overeenkomstig hetgeen ook de ontwikkelingspsychologie leert, kijken naar degenen die hen begeleiden op de weg van de opvoeding, en hen imiteren. Zij letten meer op wat volwassenen zijn, op wat ze doen, en niet zozeer op wat ze zeggen.

Ten overstaan van jongeren, die zich in een fase van hun persoonlijkheidsbevestiging bevinden, moeten de catechisten een zeker discreter voorbeeld zijn, maar zij zijn nog altijd geroepen een hart te zijn dat hen opvangt en luistert naar hun moeilijkheden.

Een catechist speelt in deze zin een rol die vaak noch een gezin, noch een priester kan uitoefenen ten opzichte van adolescenten. Hij begeleidt hen om hun existentiële wonden te ontdekken en te genezen, die vaak zijn ontstaan uit gebrek aan de liefde van een gezin, die naar boven komen zodra de vernis van een vrolijke houding, enthousiaste verhalen, rijk aan superlatieven en eigen aan hun leeftijd, barsten begint te vertonen.

De volwassenen zelf moeten in de catechist een leiding en de wezenlijke richtlijnen vinden om ook op moeilijke momenten, vooral in het gezinsleven, op een volwassen en consequente wijze het eigen geloof te beleven.

Catechisten moeten daarom goed gevormd zijn, maar zij zijn vooral geroepen mensen te zijn die bereid zijn zich te laten “eten” als eucharistisch brood.

“Geef uw leven, opdat de kinderen en jongeren die u vormt, een mooi en gelukkig leven kunnen opbouwen”. Deze uitnodiging van Emilio om mannen en vrouwen te zijn die zich hebben gegeven, is de rode draad door heel de retraite geweest en heeft op aanwezigen een beroep gedaan niet alleen begrippen door te geven, maar ook een getuigenis van liefde te geven.

De opvoeding in het geloof is een langzaam en geleidelijk proces; het is de ander genereren in het eigen hart, zo heeft Emilio met klem gezegd.

Zoals Maria Jezus door de Heilige Geest in haar maagdelijke schoot heeft ontvangen en voortgebracht, is de catechist geroepen in zijn eigen hart de geestelijke rijping van het kind en de jongere te ontvangen en te volgen; hij moet hun stappen gadeslaan en volgen met een vrije en oplettende blik, die vertrouwen heeft in het handelen van God in zichzelf en in hen. Bij iedere vormende activiteit, in het gezin, evenals in de catechese, moet men immers zich herinneren dat de ander heilig is, ons niet toebehoort, ons wordt toevertrouwd om hem te begeleiden naar de Heer.

Het leven van de schoonheid

Tijdens de retraitedagen is een passage uit de brief van de heilige Jakobus op de voorgrond geplaatst: “Weest uitvoerders van het woord en niet alleen toehoorders; dan zoudt gij uzelf bedriegen” (Jak. 1, 22).

Het commentaar op deze passage heeft de catechisten het basisprincipe van hun ambt gegeven: trouw in het in praktijk brengen van Gods woord, te beginnen bij de kleine dingen om dan over te gaan tot de grote (vgl. Luc. 16, 20).

Beleven wat men verkondigt, is derhalve een eerste voorwaarde voor een authentiek communiceren van het geloof en is tegelijkertijd een traject dat de catechist iedere dag moet hernieuwen. Hij zal derhalve niet anders kunnen dan deze concrete trouw onderrichten en er een methode van vorming en controle voor de catecheseleerlingen van maken.

Als catechisten - zo heeft Emilio in antwoord op de bezorgdheid van een deelnemer aan de retraite onderstreept - moet men, nog voordat men zich afvraagt waarom een jongere niet naar de catechese komt, zichzelf de vraag stellen of wijzelf die verkondigen, over ons geloof enthousiast zijn, of het voor ons mooi is en ons van vreugde vervult. Pas na persoonlijk op deze vragen antwoord te hebben gegeven kunnen wij ons het probleem stellen van de methoden van overdracht en uiteindelijk de ander de vrijheid van het antwoord laten.

Men moet zich inderdaad niet autoritair tot de jongeren richten en daarbij teveel het woord “moeten” gebruiken, maar het gaat veeleer erom hen uit te nodigen de schoonheid van de Heer te volgen.

“De weg van de schoonheid” is in een tijd die wars is van moralistische verhalen, een traject waaraan men in het bijzonder aandacht moet schenken, vooral bij jongeren. Deze benadering benadrukt het zijn dat aan ieder handelen voorafgaat en een weg is waarop door het leergezag wordt gewezen voor de nieuwe evangelisatie: “Christus verkondigen betekent laten zien dat geloven in Hem en Hem volgen niet alleen een ware en juiste, maar ook een mooie zaak is, in staat om het leven te vervullen van een nieuwe glans en een diepe vreugde, ook te midden van beproevingen”[6].

Zoals paus Franciscus catechisten op een congres had aangespoord, gaat het uiteindelijk niet erom te “werken” als catechist, maar “het te zijn”, daar catechese engagerend is; men leidt tot een ontmoeting met Jezus met woorden en leven, met getuigenis[7].

De Waarheid verkondigen

Tijdens de retraite heeft Emilio de aandacht van de catechisten gevestigd op het korte Bijbelverhaal van de profeet Jona: God had verdriet gehad om het volk van Ninive, de grote stad waar de bewoners door hun verdorven bewustzijn “het verschil tussen hun rechterhand en hun linkerhand niet weten” (Jona 4, 11), en had Jona uitgekozen en gezonden om bekering en boetedoening te vragen.

Deze zending naar het volk van Ninive om opnieuw te leren onderscheiden tussen goed en kwaad vroeg vóór alles van de profeet zelf een exodus en een bekering, zonder welke zijn verkondiging niet doeltreffend kon zijn. Jona vlucht daarentegen en sleept het schip waarop hij was scheep gegaan, mee in de storm. Na drie dagen van verblijf op zee, diep in de zonde ondergedompeld, zal hij, teruggegeven aan het leven, uiteindelijk vertrekken om in Ninive te verkondigen.

Het Bijbelverhaal van Jona is, wanneer het vandaag wordt gelezen bij de huidige problematiek van de overdracht van het geloof, een krachtige herinnering aan het eerste fundament van een bekering van hem die het barmhartige plan van God verkondigt.

Jona, zo stelde de paus, toen hij tot de catechisten sprak, is het icoon van hem die wordt gezonden, maar rigide is in zijn zienswijze, niet verder weet te gaan dan de eigen oordeelscriteria, niet de randgebieden van de wereld weet te bereiken[8].

Het Bijbelverhaal van Jona, die naar Ninive wordt gezonden, beschrijft in zijn literair genre een werkelijkheid van morele desoriëntatie van de grote stad. Vandaag zou het het heersende relativisme van de cultuur van deze tijd en de daaruit voortvloeiende antropologische desoriëntatie kunnen voorstellen, die een profetische moed vereist om de Waarheid in een vijandige context te verkondigen.

Met toepassing van deze parabel van Jona op de catechisten is gedurende de retraite met talrijke voorbeelden onderstreept dat zij geroepen zijn het woord van God te lezen en het zonder aanpassingen te verkondigen en niet te vluchten voor de soms ondankbare en impopulaire noodzaak van de verkondiging van de Waarheid.

Het catechetische traject begint, zowel voor degene die verkondigt, als voor degene die luistert, bij het “verschil” weten te maken “tussen de rechterhand en de linkerhand”, om het beeld uit het boek Jona te gebruiken, dat wil zeggen gevormd te zijn voor de onderscheiding tussen goed en kwaad om tot een authentieke vrijheid en de liefde te komen. Het is de pedagogie die de Heer heeft gebruikt in de heilsgeschiedenis bij het volk Israël (vgl. Deut. 30, 15 vv.).

Jezus zelf stelde door dialogen en parabels altijd vragen aan wie naar hem luisterde, om te onderscheiden, om een standpunt in te nemen. Wij herinneren onder andere aan de parabel van de Barmhartige Samaritaan en de slotvraag van de Heer: “‘Wie van deze drie lijkt u de naaste te zijn van de man die in de handen van de rovers gevallen is?’ Hij antwoordde: ‘Die hem barmhartigheid betoond heeft’. En Jezus sprak: ‘Ga dan en doet gij evenzo’” (Luc. 10, 36-37).

In de tijd van de Geest en de zending van de Kerk, zo heeft Emilio onderstreept, zijn wij dus niet alleen geroepen om het goede te onderscheiden, maar ook tot een keuze van liefde, tot het beleven van een geloof dat werkzaam is in de naastenliefde.

Wij zullen alleen worden geplaatst aan de “rechterhand” van God als zijn “schaapjes”, zijn vrienden, als wij de concrete naastenliefde jegens de armsten en meest lijdenden zullen hebben beleefd, omdat wij telkens al wij iets zullen hebben gedaan voor een van de kleinsten, wij dit voor Hem zullen hebben gedaan (vgl. Mat. 25, 31 vv.).

(Verzorgd door Antonietta Cipollini)

(Wordt vervolgd)

 

 

 ________________________

[1] Paus Franciscus, Evangelii gaudium, 119-121.

[2] Vgl. Catechismus van de Katholieke Kerk, 5.

[3] “De catechist is dus een christen die in zich de herinnering aan God draagt, zich zijn hele leven laat leiden door de herinnering aan God en deze weet op te wekken in het hart van de ander”, paus Franciscus, Heilige mis voor de Dag van de catechisten ter gelegenheid van het Jaar van het geloof (29 september 2013).

[4] “Erken, christen, je waardigheid en keer, deelgenoot gemaakt van de goddelijke natuur, door onwaardig gedrag niet terug tot de verworpenheid van eens...”, Leo de Grote, Sermo 1 voor Kerstmis, 1-3; PL 54, 190 vv.

[5] V. Zelinskij, Come un mosaico restaurato: il Volto di Cristo, cuore dell’incontro con Dio, Effatà Editrice, Cantalupa (TO) 2011, 33.

[6] Paus Franciscus, Evangelii gaudium, 167.

[7] Vgl. paus Franciscus, Tot de deelnemers aan het Internationale Congres over de catechese (27 september 2013).

[8] Vgl. paus Franciscus, Tot de deelnemers aan het Internationale Congres...

 

 (Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 

 

31/07/2015