Benedetta Bianchi Porro
Wij brengen hier de geestelijke ervaring van de zalige Benedetta Bianchi Porro (8 augustus 1936 - 23 januari 1964). Als jonge studente geneeskunde bezield door het verlangen om haar broeders en zusters te ontmoeten en te dienen, werd zij getroffen door de zeldzame neurofibromatose, die haar beroofde van haar vijf zintuigen en tot immobiliteit dwong en haar bijna van de wereld afzonderde.
Vanaf haar bed toonde Benedetta op een verrassende wijze een grote moed en straalde een geloof in het kruis van Christus en een diepe naastenliefde uit waarvan haar hart vervuld was.
Zij deelde met een zwakke stem een verbijsterende levensvreugde mee aan haar jonge vrienden die haar omringden tot aan het einde van haar dagen. Deze jongeren, die voor altijd getekend waren door deze ervaring, werden “De vrienden van Benedetta”, die zich vervolgens organiseerden in een vereniging[1], gesticht met het doel te laten weten dat de ziekte en het extreme lijden van deze jonge vrouw voor altijd een bron van zin en liefde waren geworden.
![]()
“Als wij alleen maar bewonderen...”
Men kan het leven van Benedetta om verschillende redenen benaderen, maar het is moeilijk zich niet te laten besmetten, onmogelijk onverschillig te blijven: ten opzichte van haar ervaring voelt men immers aanvankelijk ongemak, vervolgens bewondering, ten slotte laat men zich, zoals al degenen die haar benaderden, aansteken door een vreugde die bewondering
en dank is voor wat God kan opwekken.
De ontmoeting met Benedetta wekt ook een dieper begrip op van het mysterie van de Liefde en een biddende stilte:
“Ten overstaan van een schepsel als Benedetta kan men alles zeggen, van alles denken en uiteindelijk toch verward blijven, zelfs bedroefd dat men hardop gedacht heeft, en angstig dat men iets ontheiligd heeft: misschien de terughoudendheid van God”[2].
Wie het leven van Benedetta wil beschrijven, laat daarom zoveel mogelijk haarzelf spreken door haar dagboeken, brieven, de getuigenissen van de mensen die haar het meest nabij waren.
In dit geestelijke traject is het echter Benedetta zelf die ons op onze hoede doet zijn voor een houding van alleen maar toeschouwers, en die ons waarschuwt:
“Als wij alleen maar lezen, als wij alleen maar bewonderen, als wij stil blijven staan, dan zij wij alleen maar nieuwsgierigen en geen mensen die naar God dorsten”[3].
Zij zou de jongste arts van Italië geworden zijn...
Benedetta wordt in 1936 in Dovadola (Forlì) geboren. Zij is vanaf haar geboorte getekend door ziekte en krijgt daarom een nooddoop; vervolgens wordt zij getroffen door polio: haar rechterbeen zal korter dan het linker blijven en jaren hierna zal zij correctieve operaties moeten ondergaan.
Het klinische kader beschrijft ons een kruisweg van lijden die haar tot het einde van haar dood zal begeleiden.
Met 13 jaar merkt zij de eerste symptomen van doofheid, een eerste teken van een verschrikkelijke ziekte: uitgebreide neurofibromatose, een soort tumor van het centrale zenuwstelsel. Zijzelf zal als studente geneeskunde het eerste haar kwaal diagnosticeren, die de artsen nog niet hadden weten te onderkennen. Om haar doofheid te genezen was zij aanvankelijk immers toevertrouwd aan de zorgen van een psychoanalist. Met 17 jaar is zij bijna doof.
Een gegeven dat in haar biografie treft, is de hardnekkigheid waarmee zij haar studie voortzette, terwijl de ziekte al vergevorderd en zij reeds doof was, en daarbij verdroeg zij de moeilijkheden en ook de met haar toestand verbonden
vernederingen in het universitaire milieu.
Het ontbrak haar alleen nog aan één examen om af te studeren, toen zij aan bed gekluisterd werd: met 23 jaar zou zij de jongste arts van Italië zijn geweest...
Vanaf 20 jaar gaat haar toestand steeds meer achteruit ondanks de talrijke operaties die zij moest ondergaan om de tumoren te verwijderen. Zij wordt door een gedeeltelijke verlamming getroffen, die vervolgens totaal zal worden en haar gedurende de overblijvende vier jaar van haar leven in bed immobiliseert; zij verliest ook het gebruik van de andere zintuigen: reuk, smaak en tastzin. Alleen twee vingers van de rechterhand behouden het gevoel van de tastzin en zullen een toegang worden om met haar te communiceren dankzij een conventioneel handalfabet. Er moesten ook al haar tanden getrokken worden.
Met 25 jaar is zij blind; Benedetta behoudt alleen maar haar levendige intelligentie en een zwakke stem.
Reeds het lezen van deze gegevens van haar biografie zonder hun existentiële last treft ons en stelt ons vragen over het mysterie van het lijden van de mens, over de felheid van de verschrikkelijke ziekte, die van Benedetta als het ware een “levende gevangenis” maakte en die haar stortte in een duisternis en een woestijn.
“Ik weet dat aan het einde van de weg Jezus op mij wacht...”
Ondanks de ziekte werd haar kamer een kruispunt van ontmoetingen met jongeren en volwassenen. Vooral aan de jongeren deelde zij haar immense liefde voor het leven mee; zij ontdekte bovendien dankzij hen de weg die God haar wees[4].
De laatste maanden van haar leven kenden een intensieve correspondentie. Haar brieven, die zij haar moeder dicteerde, en die welke zij “vertaald” door deze laatste ontving, volgden elkaar in een intensief ritme op. Zij voelde scherp de verantwoordelijkheid voor de tijd die haar werd toegewezen, en wilde deze tot het uiterste uitbuiten[5].
Onvergetelijk is de brief van Benedetta aan Natalino, een jongere die lijdt aan een ernstige misvorming die hem dwingt op zijn knieën en ellebogen te lopen, die over zijn wanhoop had geschreven in een correspondentierubriek van het tijdschrift Epoca.
Benedetta brengt in haar brief heel haar menselijke en geestelijke ervaring en haar hoop tot uitdrukking: “Tot drie maanden geleden kon ik nog zien: nu is het nacht. Ik ben echter in mijn kruisweg niet wanhopig. Ik weet dat aan het einde van de weg Jezus op mij wacht”[6] (zie kader).
Benedetta volgde met interesse de correspondentierubriek van Epoca en zal ook antwoorden op de brief van een andere jonge student geneeskunde die zei dat hij niet in God kon geloven en kon liefhebben[7]; alvorens te sterven zal zij tot hem een van haar laatste gedachten richten, wanneer zij tegen haar moeder zegt: “Zeg hem dat ik van hem houd”[8].
De fases van de zaligverklaring
Zij was zevenentwintig en een half, toen zij op 23 januari 1964 stierf in Sirmione.
Haar stoffelijk overschot rust vandaag in de kerk van de heilige Andreas in Dovadola.
In 1971 werd er voor het eerst contact opgenomen met de Congregatie voor de heiligverklaringen en in 1993 zal Benedetta door paus Johannes Pauls II eerbiedwaardig verklaard worden.
Op 7 november 2018 erkende paus Franciscus een wonder dat aan de voorspraak van Benedetta Bianchi Porro werd toegeschreven, en opende zo de weg voor haar zaligverklaring.
Op 2 april 2019 heeft de canonieke erkenning plaatsgevonden van het stoffelijk overschot van de toekomstige zalige, een stoffelijk overschot dat vijfenvijftig jaar na haar dood intact werd gevonden[9].
Op 14 september 2019 is Benedetta Bianchi Porro gedurende een plechtige eucharistieviering zaligverklaard in de kathedraal van Forlì[10].
Het decreet van de zaligverklaring onderstreept voor altijd de samenwerking van Benedetta aan het kruis van Christus, haar innerlijke schoonheid, de troost die zij anderen heeft gegeven als een waar en vruchtbaar apostolaat. Benedetta – zo zegt het decreet verder – heeft gedurende heel haar leven ervan getuigd dat Christus niet is gekomen om het kruis weg te nemen, maar om het met ons te dragen en ons de schoonheid en de oneindige gave van de inwoning van God in ons te openbaren[11].
|
Beste Natalino, In “Epoca” is een brief van jou gepubliceerd die mijn moeder mij door middel van haar handen heeft overgebracht. Ik ben doof en blind, daarom worden de dingen voor mij moeilijk. Ik ben ook zoals jij zeventwintig jaar en allang ziek. Een ziekte heeft mij geatrofieerd, toen ik op het punt stond om mijn lange jaren van studie te bekronen: ik zou het doctoraalexamen geneeskunde in Milaan behalen. Ik voelde allang een doofheid waarin de artsen zelf aanvankelijk niet geloofden. En ik ging zo verder, terwijl men mij niet geloofde, en stortte mij op mijn studie, waarvan ik wanhopig veel hield. Ik was zestien jaar, toe ik al aan de universiteit werd ingeschreven. Vervolgens heeft de kwaal mij volledig doen stoppen, toen ik bijna de studie had beëindigd. Ik stond voor het laatste examen en mijn bijna-doctoraalexamen heeft mij alleen maar gediend om mijzelf te diagnosticeren: want tot dan toe had nog niemand begrepen wat het was. Tot drie maanden geleden zag ik nog: nu is het nacht. Ik ben echter in mijn kruisweg niet wanhopig. Ik weet dat aan het einde van de weg Jezus op mij wacht. Ik heb eerst in een leunstoel, nu in bed dat mijn verblijf is, een wijsheid gevonden die groter is dan die van de mensen. Ik heb gevonden dat God bestaat en Liefde is. Trouw, Vreugde, Sterkte tot aan het einde van de eeuwen. Binnenkort zal ik niet meer dan een naam zijn, maar mijn geest zal leven, hier onder de mijnen, onder wie lijdt en ook ik zal niet tevergeefs geleden hebben. En jij, Natalino, voel je niet alleen. Ga rustig verder op de weg van de tijd en je zult licht, waarheid ontvangen, – de weg waarop werkelijk de Gerechtigheid bestaat, die niet die van de mensen is, maar de gerechtigheid die God alleen kan geven. Mijn dagen zijn niet gemakkelijk: ze zijn hard, maar zoet, omdat Jezus bij mij is, bij mijn lijden en Hij mij zoetheid geeft in mijn eenzaamheid en licht in de duisternis. Hij glimlacht tegen mij en aanvaardt mijn samenwerking met Hem. Ciao, Natale, het leven is kort; het gaat snel voorbij. Alles is een zeer korte loopbrug, gevaarlijk voor wie ongebreideld wil genieten, maar veilig voor wie met Hem samenwerkt om het Vaderland te bereiken. Veel liefs, Jouw zuster in Christus Benedetta
|
____________________
[1] Vgl. www.amicidibenedetta.altervista.org; Associazione Benedetta Bianchi Porro (Vereniging Benedetta Bianchi Porro), www.beatabenedetta.org
[2] D.M. Turoldo, Profilo spirituale della serva di Dio Benedetta Bianchi Porro, in Benedetta Bianchi Porro. Scritti completi. A cura di A. Vena, San Paolo, Milano 2006, 24 (van nu af Scritti completi).
[3] B. Bianchi Porro, A Maria Grazia Bolzoni (16 ottobre 1963), in Scritti completi, 656.
[4] Vgl. de bijdragen van Emanuela Bianchi Porro, zuster van Benedetta, op www.amicidibenedetta.altervista.org; vgl. ook www.tv.2000.it/dibuonmattino/video/la-vita-della-beata-benedetta-bianchi-porro
[5] Vgl. W. Amaducci, Biografia di Benedetta Bianchi Porro, in www.amicidibenedetta.altervista.org; vgl. ook W. Amaducci, Benedetta Bianchi Porro, Ed. Stilgraf, Cesena 2012.
[6] B. Bianchi Porro, A Natalino Diolaiti (1o giugno 1963), in Scritti completi, 607-608.
[7] Vgl. “Dalla parte delle vittime” al settimanale “Epoca” (19 gennaio 1964), in Scritti completi, 693.
[8] D.M. Turoldo, Profilo spirituale..., 66. Vgl. ook het antwoord van de jonge student, die ten diepste getroffen is door de woorden die Benedetta hem toestuurde door middel van haar vriendin Maria Grazia, “Dalla parte delle vittime” a Maria Grazia Bolzoni (26 gennaio 1964), in Scritti completi, 696.
[9] Vgl. Il percorso verso la santità, in Associazione Benedetta Bianchi Porro, www.beatabenedetta.org/la-santità
[10] Vgl. R. Barbi, È beata Benedetta Bianchi Porro, una vita che sconcerta (14 settembre 2019), op www.vaticannews.va
[11] Vgl. paus Franciscus, Venerabili Dei Servae Benedictae Bianchi Porro caelitum Beatorum tribuitur dignitas, in Acta Apostolicae Sedis 113/2 (2021) 174-176.
(Vertaald uit het Italiaans door Drs.H.M.G. Kretzers)
25/02/2026