Pater Cyprian Michael Iwene Tansi

Deel een

 

Liefde zonder beperkingen of grenzen

Pater Tansi werd bezield door de stellige overtuiging dat hij door God werd bemind, en dat wat hij deed, alleen de manier was om Hem te antwoorden. Dit lag ten grondslag aan zijn werken en hieruit kwam de rijkdom van leven en woord voor de anderen voort. Hierin kunnen wij reeds het geheim van de volgende ontwikkelingen van zijn ervaring vermoeden.

Hij zei vaak dat als er iets gedaan moet worden, omdat dit door God wordt gewild, dit goed gedaan moet worden, ook al is het iets kleins, omdat het voor Hem is. Als wij God niets kunnen geven, daar het onmogelijk is Hem te overtreffen in edelmoedigheid, kunnen wij Hem tenminste het beste van ons aanbieden.

Het is niet voldoende te geloven dat God bestaat, daar het geloof zonder liefde dood is (vgl. Jak. 2, 17), het is noodzakelijk een relatie van authentieke gave. Zonder deze relatie, die niets in de weg staat, zou men het waarom niet begrijpen van zijn beslissing alles wat hij met succes aan het verwezenlijken was, achter te laten om zich op te sluiten in het klooster van de cisterciënzerorde van de strikte observantie (de trappisten) van Mount Saint Bernard in Coalville (Engeland).

Hij gaf zichzelf met verstand en pastorale intuïtie aan een bevolking, die zijn onderricht waardeerde, en veranderde daarbij de voorouderlijke gewoonten en levenskeuzes. Andere parochies zouden hem zeker nog nodig hebben. Origineel is het feit dat juist zijn bisschop, mgr. Charles Heerey, die hem zozeer waardeerde als pastoor, de verdiensten en voordelen van het kloosterleven beschreef in een retraite voor priesters en ten overstaan van een verzoek van pater Tansi aan de deur van verschillende kloosters klopte om concreet een mogelijkheid voor hem te vinden. Hij begeleidde hem naar Engeland in 1950.

Pater Tansi was tevoren in contact gekomen met enkele geschriften over het kloosterleven van de benedictijnse abt Columba Marmion.

In het klooster moest pater Cyprian – zo noemde hij zich – verschillen in taal, cultuur, klimaat overwinnen. De kou moest geen geringe belemmering zijn geweest. Hij had echter in de voorafgaande jaren veel geoefend in het zoeken naar de wil van God, in het aanvaarden van  de menselijke bemiddeling waardoor deze wil zich manifesteert, en in het zich ten diepste toevertrouwen hieraan. Hij vertelde nooit over zijn vorige successen, hij wilde alleen maar datgene goed doen dat hem op dat ogenblik werd toevertrouwd. Daarom herhaalde hij: “Prijs  mij niet, vertel mij mijn fouten”.

Ondanks zijn grote pastorale activiteit bracht hij als jongeling veel uren door in gebed. Er is dus een continuïteit met het kloosterlijk gebed, de centraliteit van de eucharistie en het dagelijks overdenken van het woord van God, waardoor God hem heeft geroepen zoals Abraham een onbekende reis, steeds hoger, maar zonder angst, te ondernemen. Pater Cyprian, die zichzelf definieerde als “een dwerg in alles”, heeft laten zien dat wie zich aan God toevertrouwt en de zekerheid heeft voor Hem en met Hem te werken, voor niets en niemand bang is.

Men zou zijn apostolaat van monnik als raadsman van priesters, missionarissen, politici en Afrikaanse studenten  kunnen prijzen, maar men zou geen rekenschap geven van zijn ware evangeliserende activiteit. Zijn authentieke zending is meer gelegen in het “otium monasticum”, dat een betekenis heeft aan die welke gewoonlijk tegengesteld is aan het woord “otium”. Het wordt ook in een zekere traditie van de cisterciënzers, verstaan als contemplatie, als voortdurende aandacht voor de tegenwoordigheid van God. Het betreft de staat die brengt tot innerlijke vrede, maar die actief en dynamisch is: als werk het gebed van de handen van de monnik is (voor pater Cyprian “is werken bidden”), is de contemplatie, het gebed van het hart, de activiteit die zijn ziel in beslag neemt. In de tegenwoordigheid van God en in gemeenschap met Hem zijn roept de monnik ertoe om te overwegen wat er in het goddelijk hart gelegen is: hierin ziet hij het universele heilsplan, de verlossende lading van het kruis van Christus voor iedere mens en hij neemt er met al zijn eigen krachten aan deel. In een van de zovele getuigenissen die in het proces voor de zaligverklaring werden gegeven, wordt onderstreept hoe hij in het klooster intrad om door middel van het gebed en het lijden het werk van evangelisatie in zijn land en in de wereld te blijven bevorderen. Zijn liefde zou zo een universele dimensie aannemen.

Dit aspect lijkt ons nog verrassender, als men in overweging neemt dat pater Tansi in Nigeria ruimschoots had laten zien hoe ondenkbaar voor hem niet werken was. Unaniem wordt geconstateerd dat hij wilde dat iedereen hard werkte. Hijzelf was hierin een voorbeeld, omdat, zoals hij vaak herhaalde: “Als iemand niet wil werken, zal hij ook niet eten” (2 Thess. 3, 10). Hij zei graag dat “de grootste moord die men kan begaan, is de tijd doden”.

Pater Tansi zou nooit iets aanbevolen hebben dat hij niet beleefde. Hij zei immers altijd tegen de zovelen die hem kenden, hetgeen hij dacht, en beleefde hetgeen hij zei zonder dubbelzinnigheden of onredelijkheden. Voor hem in de Afrikaanse context, evenals elders, mobiliseren zich door het werk de menselijke krachten en de bronnen van de natuur in een aannemen van zichzelf. Het werk heeft als deelname aan het scheppende en verlossende werk van God een eigen waardigheid en een heilzame waarde. Pater Tansi liet op een creatieve wijze zien dat er zeer veel manieren waren om het leefmilieu en de mogelijkheden die ons omgeven, nuttig te gebruiken. 

Prediken hetgeen men beleeft, en beleven wat men predikt

Hij was de eerste Nigeriaan die het kloosterleven ondernam en het was vanaf het begin zijn verlangen ook in Nigeria een klooster te stichten. Het project werd echter niet verwezenlijkt en pater Cyprian begreep dat zijn plaats in Europa was. Hij legde dus de gelofte van stabiliteit af, een laatste toets van zijn geloof.

Op de vraag hoe hij het Afrikaanse monnikendom zag, antwoordde hij dat het niets anders moest zijn dan de authentieke monastieke geest, ofwel hetgeen de plaatsen vervult waar Christus niet gepredikt, maar beleefd wordt.

In 1963 leek een stichting van de trappisten in Kameroen, in de buurt van Bamenda, zich voor te doen. Pater Cyprian werd onder degenen die zouden vertrekken, aangewezen als novicemeester, maar hij werd getroffen door ziekte en stierf op 20 januari 1964 aan een aneurysma van de aorta. Met een geest van gave aanvaardde hij zijn vroegtijdige dood als een geven van zijn leven voor eigen vrienden, intussen alle mensen, in dat hart dat letterlijk barstte van een universele liefde.

Vandaag zijn de trappisten ook aanwezig in Nigeria. Onitsha is een van de bloeiendste bisdommen van Afrika. Duizenden actieve leken in verschillende sectoren beroepen zich op pater Cyprian.

Pater Cyprian, die in zijn leven zich nooit illusies heeft gemaakt en altijd alles heeft achtergelaten, juist wanneer hij de vruchten van zijn coherentie leek te kunnen plukken, herinnert ons echter eraan dat wij nog in de tijd, in strijd leven. Hij was ervan overtuigd dat het enige dat de mens werkelijk kan bevredigen, God zien is. In een retraite die werd gepreekt voor mgr. Godfrey Okoye, die zich opmaakte om zijn dienstwerk als bisschop te beginnen, onderstreepte hij dat het niet belangrijk is hoe wij dicht bij God zijn, er altijd ruimte is voor een nauwere vereniging met Hem. En wij kunnen niet de illusie hebben Hem lief te hebben, als wij onze naaste niet liefhebben. Anderzijds kunnen wij echter, gezien onze natuur, niet volmaakt zijn in het liefhebben van anderen, als er in ons niet een grote liefde voor God is. Dit alles begint bij het hebben van dezelfde gevoelens als Christus, een andere Christus willen worden. Wij zijn echter alleen op de goede weg, als het innerlijk en uiterlijk aspect met elkaar overeenkomen.

Het leven van pater Cyprian is een bevestiging: men getuigt van hem dat hij altijd zei wat hij dacht, en vooral dat hij goed beleefde wat hij predikte.

“Wat wij zijn, telt”

Wat zijn visie op het priesterlijk leven betreft, dacht pater Cyprian dat de aan de priester toevertrouwde kudde vlees is van zijn vlees, ofwel gebeente van zijn gebeente, dag en nacht in zijn dromen, zijn gedachten moet zijn. Wat belangrijk is, is echter de relatie van een “liefdevolle persoonlijke vriendschap” met de Heer, daar God de belangrijkste bewerker is van ieder goed werk: “Los van Mij kunt gij niets” (Joh. 15, 5). In deze zin telt niet wat wij doen of zeggen, telt wat wij zijn, en tegen het volk kunnen zeggen: “Kom achter mij die de herder van Gods kudde ben, aan, ik weet waar wij heengaan, jullie zijn behouden”.

Benedictus XVI heeft op 25 juli 2005 bij de ontmoeting met de geestelijkheid van het bisdom van Aosta naar aanleiding van de moeilijkheden van de evangelisatie gezegd:

“Verlies bij al dit lijden niet alleen de zekerheid dat Christus werkelijk het Gezicht van God is, maar verdiep deze zekerheid en de vreugde deze te kennen en zo werkelijk dienaren te zijn van de toekomst van de wereld, van de toekomst van iedere mens. En verdiep deze zekerheid in een persoonlijke en diepe relatie met de Heer. ... Het is niet zo belangrijk wat je doet, maar belangrijk is wat je bent in onze inzet als priester. Wij moeten ongetwijfeld zeer veel doen en niet toegeven aan luiheid, maar al onze inzet brengt alleen vrucht voort, als hij een uitdrukking is van wat wij zijn. Als in onze daden ons ten diepste verbonden zijn met Christus  blijkt: instrumenten zijn van Christus, de mond waardoor Christus spreekt, de hand waardoor Christus handelt. Het zijn overtuigt en het doen overtuigt alleen in zoverre het werkelijk de vrucht en de uitdrukking is van het zijn”[1].

Aan het einde van dit geschrift dat de spiritualiteit van pater Cyprian heeft doorlopen en denkend aan de zeer vele jongeren die nu aan het leven beginnen met het verlangen het intens te beleven, komen deze woorden weer voor de geest: “Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat gij zoudt doen zoals Ik u gedaan heb” (Joh. 13, 15).

Mariangela Mammi

 

 

_______________________

[1] Benedictus XVI, De ontmoeting en de dialoog met de geestelijkheid van het bisdom Aosta (25 juli 2005), in Insegnamenti van Benedictus XVI, I, Libreria Editrice Vaticana 2006, 353.361.

 

(Vertaald uit het Italiaans door Drs.H.M.G. Kretzers)

   

 

05/07/2026