Voor zover ons bekend werd de uitdrukking “nieuwe evangelisatie” voor het eerst gebruikt door Johannes Paulus II in zijn toespraak tot de negentiende algemene vergadering van de Latijns-Amerikaanse bisschoppenconferentie (CELAM), gehouden op Haïti in maart 1983.
De paus pleitte er voor een evangelisatie die nieuw moest zijn in “haar aanpak, haar methodes en haar uitdrukking”. Het jaar daarop – op 12
oktober 1984 – kwam hij op de gedachte terug in een andere toespraak tot de Latijns-Amerikaanse bisschoppen, die ditmaal in Santo Domingo samengekomen waren om er het vijfde eeuwfeest te vieren van de eerste evangelisatie van het nieuwe continent.
De doctrinaire basis en de pastorale oriëntering van Vaticanum II en van de apostolische exhortatie Evangelii Nuntiandi van Paulus VI hadden de evangelisatie reeds in de kern van het ecclesiale denken geplaatst, maar het is de huidige paus die de nadruk legde op de “nieuwe” evangelisatie. Waar het woord aanvankelijk in een Latijns-Amerikaanse context gebruikt werd, werd het spoedig nadien ruimer gezien, als een opdracht namelijk voor de wereldwijde Kerk.
In de loop van de geschiedenis heeft de westerse cultuur een hele evolutie doorgemaakt. Het humanisme van de Renaissance was nog een godsdienstig humanisme, al viel het de Kerk ook toen reeds moeilijk de dialoog aan te gaan met de moderne cultuur die zich hoe langer hoe meer van de bevoogding door de Kerk probeerde vrij te maken. Met het rationalisme van de Verlichting werd een bres geslagen in het absolute gezag van de Openbaring. De cultuur evolueerde naar deïsme, vervolgens naar agnosticisme en goddeloosheid. De van vele zijden rijzende kritiek op de godsdienst heeft sterk bijgedragen tot het secularisatieproces dat we thans beleven. Dit proces is in de loop van de tijd van het academisch niveau neergedaald en heeft greep gekregen op de sociale, politieke en economische instellingen, zodat zich een seculiere en laïcistische volkscultuur heeft ontwikkeld. Van een confessioneel christelijke maatschappij kan men helemaal niet meer spreken. Het secularisatieproces heeft zich in alle landen doorgezet en heeft aanleiding gegeven tot het wijdverspreide fenomeen van ongeloof en van massale religieuze onverschilligheid.
Van theologisch standpunt uit kan het fenomeen van de secularisatie op een dubbele manier geduid worden. Vaticanum II bevestigde de autonomie van de wereld en van de aardse realiteiten. In deze zin kan men aan de secularisatie een positieve betekenis geven en een bestaansrecht toekennen. Ook de post-conciliaire theologie heeft de autonomie van de aardse realiteiten erkend. De theologen hebben evenwel ook gewezen op het gevaar van een ontsporing, van een afglijden naar een secularisme, gebaseerd op de eigen immanentie en op een weigering van elke vorm van transcendentie. Een dergelijk secularisme is deel gaan uitmaken van onze hedendaagse cultuur. De ongelovige en de religieus-onverschillige is niet langer een uitzondering of een sociaal onaangepaste zoals hij dat was in de tijd van het christelijk Europa. Hij is de gewone burger die, in sommige plaatsen, als het prototype geldt van de geëmancipeerde volwassene.
Wanneer men deze religieuze en culturele context voor ogen houdt, begrijpt men de dringende oproep voor een nieuwe evangelisatie. Zogauw deze uitdrukking in het kerkelijk spreken haar intrede deed ging men zich de vraag stellen in welke zin deze evangelisatie “nieuw” diende te zijn. Sommigen vreesden klaarblijkelijk dat de Kerk vanuit een heimwee naar het verleden een restauratie van het oude model van de verhouding Kerk/Staat nastreefde, eerder dan creatief naar de toekomst te blikken. Maar zo wordt godsdienst als een machtsmechanisme gezien of als een ideologie die een politieke overheersing in de hand moet werken - of althans in dienst staan van een politiek. Godsdienst wordt dan gezien als het opperste criterium in alle domeinen van het sociale leven. Goed christen zijn is dan absolute voorwaarde om een goed burger te zijn. Het is duidelijk dat zoiets niet in de bedoeling van de Kerk mag liggen.
Een authentieke nieuwe evangelisatie impliceert een aantal aspecten die niet uit het oog mogen verloren worden.
Vooreerst: eerder dan een indoctrinatie van de mensen moet de evangelisatie gericht worden op een existentiële initiatie tot een christelijk leven en beleven. Hoe belangrijk de catechese ook is, het existentiële aspect van de Blijde Boodschap moet voorrang hebben.
Vervolgens is er het enorme belang van het getuigenis. Het woord van het evangelie moet door de verkondiger beleefd worden, vóórgeleefd. Hoezeer het woord ook nodig is voor het verkondigen van het heilsgebeuren, dat woord verliest zijn geloofwaardigheid als het niet met heilsdaden gepaard gaat.
De nieuwe evangelisatie moet ook de verbondenheid impliceren van de Kerk met het streven naar rechtvaardigheid en solidariteit dat onder de mensen leeft. De Kerk moet opkomen voor de mensenrechten. Evangelisatie moet bevrijdend zijn. In verband daarmee is het duidelijk dat de nieuwe evangelisatie moet opteren voor de armen. Sinds Vaticanum II is de Kerk er zich duidelijk bewust van geworden dat het voor de armen moet opnemen. De armen zijn menigvuldig en men treft ze aan in alle geledingen van de maatschappij, bij leken en priesters, bij religieuzen, bij vrouwen en bij mannen. Overal zijn er armen die het evangelie opnieuw als een Blijde Boodschap moeten ontdekken.
Tenslotte veronderstelt de nieuwe evangelisatie een authentieke inculturatie van de Blijde Boodschap in het christelijk leven. Ze moet boven elke vorm van kolonialisme, imperialisme of prozelytisme staan. Ze moet de veelheid van culturele uitingen van het christelijk geloof aanvaarden. Inculturatie van geloof en Kerk vindt uiteindelijk haar wortel in een theologie van de Incarnatie. Het christendom moet dus ook openstaan voor een dialoog met alle culturen. Meer allicht dan ze dat tot nog toe heeft gedaan.
Het boek dat de lezer hier in handen heeft is niet een academische of systematische uiteenzetting van wat onder nieuwe evangelisatie dient verstaan te worden. Zoals de ondertitel suggereert, worden hier een aantal suggesties geboden die alle op een of andere manier met de problematiek van de ‘nieuwe evangelisatie’verband houden. Oorspronkelijk waren het artikelen of toespraken die bij verschillende gelegenheden en voor een verschillend publiek neergeschreven of uitgesproken werden. De toon verschilt dan ook enigszins naar gelang de bestemmelingen waartoe de uiteenzettingen zich richtten. Duidelijk blijft in ieder geval dat het hele boek ontstaan is vanuit een levend contact en in een voortdurende dialoog met de realiteit die thans, meer dan ooit te voren, pluralistisch en veelzijdig is. De cultuur die men in de jaren zestig gekend heeft, eist een vernieuwd taalgebruik en een nieuwe benadering.
De auteur schenkt ruime aandacht aan de missiesituatie waarin de Kerk zich thans in het Westen bevindt. Hij spreekt altijd vanuit het besef dat de nieuwe evangelisatie steeds zal moeten gepaard gaan met een “missie ad gentes”. Vanuit die ‘geestelijke Sahel’ zal dan de Kerk van het oude continent tot nieuw leven worden gewekt.
Centraal in het boek staan de waarde en de noodzaak van het “getuigenis”. Zogauw men het inleidend hoofdstuk (“Suzanne”) gelezen heeft, zal men er zich rekenschap van geven dat het getuigenis gezien wordt als het hermeneutisch principe waarmee de nieuwe evangelisatie benaderd wordt. Altijd, ook in de theologische beschouwingen, wordt uitgegaan van de concrete persoon in zijn historische context, in de situatie waarin hij zich bevindt. Men zal getroffen zijn door de scherpzinnige, directe benadering. “De Kerk is daartoe geroepen het Hooglied opnieuw te lezen, niet in de vrede van de middeleeuwse kloosters... maar in het hart van de tegenstrijdigheid van de wereld waarin wij leven”.
Dit wil de titel van het boek “Lieve Clown” betekenen: opnieuw de verwondering, de armoede, de vrijheid, de fantasie, de geest van het feest, de vreugde en het avontuur leren en ons voorbereiden op de ontmoeting van “Diegene die in deze wereld kwam, niet in het teken van de macht en van de wijsheid van deze wereld, maar in het teken van de dwaasheid”: dit streeft de nieuwe evangelisatie na.
We kunnen dit boek enkel een ruime verspreiding toewensen. Mensen die aan de toekomst van de Kerk geloven, zullen hier een steun in de rug krijgen.
Prof. Dr. Robrecht Boudens o.m.i.
Emilio Grasso, Lieve Clown. Aantekeningen bij de nieuwe evangelisatie, Colomba, Oegstgeest 1992, 200 blz.
INHOUDSOPGAVE
|
Ter verantwoording |
7 |
|
Voorwoord |
11 |
|
Lijst van afkortingen |
16 |
|
Inleiding Suzanne: het hermeneutische principe van de nieuwe evangelisatie |
17 |
|
I. Grondhoudingen voor de nieuwe evangelisatie Eerder getuigen dan leraren |
29 |
|
Geloofwaardig is alleen de Liefde |
30 |
|
Uitgaan van de persoon |
33 |
|
Levend contact met het Woord |
36 |
|
Getuigenis, martelaarschap en dialoog |
39 |
|
II. Nieuwe evangelisatie: in dialoog met de wereld Auschwitz, waar was God? |
43 |
|
Een nieuw taalgebruik: |
|
|
1. De ander ontmoeten waar hij zich bevindt |
50 |
|
2. Laat het hart spreken |
56 |
|
3. Rock generation |
61 |
|
In dialoog met de instanties van de Reformatie “Contemplatief in actie” (RM 91): |
75 |
|
Maria Magdalena, beeld van de Kerk op missie |
82 |
|
III. Nieuwe evangelisatie en missie “Ad gentes” Uitgaan van Lazarus |
97 |
|
De historische Lazarus zal de “geestelijke Sahel” redden |
102 |
|
Missie nu in Europa |
105 |
|
Een eerste lektuur van “Redemptoris Missio” in Europa |
110 |
|
Geboorte - verwondering - missie |
120 |
|
Mijn leven is als de wind |
124 |
|
In het holst van de grot... |
127 |
|
IV. Fragmenten uit open gesprekken Durven geloven |
133 |
|
Geloof en cultuur |
138 |
|
Het “ik” van de Westerse mens |
141 |
|
De katholieke school |
144 |
|
“Wij bevinden ons altijd voor een Gelaat”: een interview |
150 |
|
V. Nieuwe evangelisatie en... Een uitstervende Kerk |
155 |
|
Pessimisme van het verstand en optimisme van de wil |
163 |
|
Het Concilie |
176 |
|
De val van het communisme |
187 |
|
Om te besluiten Lieve Clown |
195 |