Overwegingen betreffende het jubileum van het Heilig Jaar 2025
Wij zijn op weg gegaan naar het jubileum van het Heilig Jaar 2025 met de uitnodiging die paus Franciscus tot ons heeft
gericht in de bul van de instelling van afgelopen mei: Spes non confundit. Het is de “hoop die niet wordt teleurgesteld” en dus de weg van het jubileum leidt.
De hoop, een theologale deugd
Hoe wordt de “hoop” niet teleurgesteld. Vóór alles, omdat zij niet misleidt. Vervolgens, omdat zij niet alleen werkt. Op zich genomen, zou zij immers gemakkelijk eindigen in de menigte van “gemakkelijke illusies” of in het eenvoudige optimisme van de “positieve kant van de dingen” of het fameuze “half volle” glas. Daar zij integendeel hand in hand gaat met het “geloof” en de “liefde”, theologale deugden zoals zij, openbaart de “hoop” zich door wat zij is: een zekere verwachting van de vervulling van de beloften van God. Het is derhalve een theologale deugd, omdat zij gebaseerd is op de relatie met God.
Deze band wordt door de paus onderstreept met het citeren van een fundamentele passage uit de Brief aan de Romeinen, die wordt aangehaald in de bul bij nr. 2:
“Gerechtvaardigd door het geloof, leven wij in vrede met God door Jezus Christus onze Heer. Hij is het, die ons door het geloof de toegang heeft ontsloten tot die genade waarin wij staan; door Hem ook mogen wij ons beroemen op onze hoop op de heerlijkheid Gods. ... En de hoop wordt niet teleurgesteld, want Gods liefde is in ons hart uitgestort door de heilige Geest die ons werd geschonken” (Rom. 5, 1-2.5).
De hoop, zo gaat het document verder, wordt geboren uit de liefde en is gebaseerd op de liefde die opwelt uit het hart van Jezus, dat op het kruis is doorboord. Samen met het geloof en de liefde vormt zij het drieluik van de “theologale deugden”, die de essentie van het christelijk leven tot uitdrukking brengen. In hun onafscheidelijke dynamiek is de hoop de deugd die om zo te zeggen oriëntatie inprent, de richting en het doel van een gelovig bestaan wijst (vgl. Spes non confundit, 3.18).
Benedictus XVI had er in de encycliek Spe salvi al aan herinnerd dat de christelijke hoop “reeds” bezit is van hetgeen wij geloven, omdat zij nauw verbonden is met het heil. Krachtens de hoop “kunnen wij ons heden onder ogen zien: het heden, ook een moeizaam heden, kan geleefd en aanvaard worden, als het naar een doel leidt en als wij zeker kunnen zijn van dit doel, als dit doel zo groot is dat het de moeite van de weg rechtvaardigt” (Spe salvi, 1).
Wij verwijzen naar het beroemde gedicht van Charles Péguy, De hoop. Het portaal van het mysterie van de tweede deugd, dat in zijn geheel gelezen moet worden en waarin de auteur God een stem geeft en Hem als volgt laat spreken over de drie theologale deugden: het geloof is als een trouwe echtgenote, de liefde als een moeder en de hoop als een meisje dat ze bij de hand neemt en ze beide ver de wereld in en nog verder brengt. “Het geloof ziet wat is; de liefde bemint wat is; de hoop ziet wat nog niet is en wat zal zijn, en bemint wat zal zijn in de tijd en voor de eeuwigheid”.
Een wijd openstaande deur
Het jubileum is een weg die symbolisch begint met het openen van een deur, te beginnen bij die van de Sint Pieters-basiliek in het Vaticaan op 24 december aanstaande. Als men als pelgrim van de hoop echter door die deur gaat, is het voornamelijk om opnieuw het woord van Jezus te verwezenlijken “Ik ben de deur” (Joh. 10, 9) en omdat men ervan overtuigd is dat Jezus de Goede Herder is die het leven voor zijn schapen geeft (vgl. Joh. 10, 14-17). Het is dus een deur die wijd openstaat naar de gelukzaligheid en ons eraan herinnert dat onze hoop gebaseerd is op de gave die Christus van zichzelf geeft, en dat wij de deuren voor Christus kunnen openen, zoals de heilige Johannes Paulus II ons met kracht aanspoorde, als ook wij in staat zijn het leven voor onze broeders en zusters te geven. Als wij alleen aan onszelf denken, kunnen wij immers honderd duizend jubilea vieren, maar zullen wij altijd een gesloten deur en een stem vinden die ons zegt: “Ik ken u niet” (vgl. Mat. 25, 12). “Hoop” betekent dan onze lamp brandend te houden voor de ontmoeting met de Bruidegom.
Hoop en zending in de Geest van de Heer
De hoop is ten diepste verbonden met de zending van de Kerk: het devies van het jubileum, dat wij kunnen samenvatten in deze frase: “Pelgrims van de Hoop”, voert ons nu juist terug naar deze missionaire dimensie van de Kerk.
De hoop is immers niet alleen maar een weg, maar zij is zelf “op weg” om alle moedelozen, dorstigen, verlangenden te bereiken en om besmettelijk te zijn door de kracht van de missionaire geest die in de gelovige moet wonen (vgl. Spes non confundit, 25). Zoals Benedictus XVI in herinnering brengt, weten wij echter dat, als de grote of kleine verwachtingen van de mens ons in beweging houden, die niet voldoende zijn, omdat alleen in God de ware weg van de mens begint en eindigt (vgl. Spe salvi, 31).
Juist hierom wenst paus Franciscus allen toe dat de pelgrimstocht van het jubileum van 2025 een ogenblik is van een levende en persoonlijke ontmoeting met de Heer Jezus, die de Kerk als zending overal en aan allen altijd moet verkondigen als “onze hoop” (1Tim. 1, 1). En hij herinnert eraan dat de Heilige Geest met zijn eeuwige tegenwoordigheid op de weg van de Kerk in de gelovigen het licht van de hoop uitstraalt (vgl. Spes non confundit, 3). Zoals de heilige Paulus schrijft, is het nu juist krachtens de Heilige Geest dat wij in het geloven vervuld zijn van iedere vrede en vreugde, zodat wij overvloeien van hoop (vgl. Rom. 15, 13).
Het beeld van het anker
De hoop vindt in de Moeder van God de hoogste getuige. Zij, die het leven van haar Zoon heeft begeleid, daarbij altijd
naar de toekomst kijkend, en die met haar nederige tegenwoordigheid heeft meegewerkt aan het heil, wordt niet toevallig Stella maris genoemd, een titel die ons bevestigt in de zekere hoop dat in de woelige omstandigheden van het leven de Moeder van God ons te hulp komt, ons ondersteunt en ons uitnodigt vertrouwen te hebben en te blijven hopen (vgl. Spes non confundit, 24).
Hier wordt dus opnieuw het beeld van het anker opgeroepen dat altijd de icoon van de hoop is geweest. De paus schrijft:
“De stormen zullen nooit de overhand kunnen krijgen, omdat wij verankerd zijn in de hoop van de genade, die in staat is ons in Christus te doen leven en zonde, angst en dood te overwinnen” (Spes non confundit, 25).
Met deze zekerheid gaan wij vol hoop op weg naar de deur die reeds andere keren werd geopend, maar die wij weer openen, als was het de eerste keer, opdat, zoals Péguy zou zeggen, geloof en liefde in ons niet oud worden, maar steeds opnieuw verjongd worden door dat meisje dat de Hoop is, die aan de hand ze naar buiten doet gaan en ze, vernieuwd langs de wegen van de wereld brengt, overal en altijd.
|
Het “jubileum”
Zich beroepend op de tekst van Lucas waar Jezus zegt dat Hij is gekomen om een genadejaar af te kondigen van de Heer (vgl. Luc. 4, 19), is de katholieke Kerk in 1300 gedurende het pontificaat van Bonifatius VIII de traditie van een Heilig Jaar begonnen, dat elke 100 jaar gevierd moest worden. In 1343 besloot paus Clemens VI dat de vieringen elke 50 jaar gehouden moesten worden, en ten slotte bracht Paulus II in 1470 de periode terug tot 25 jaar om iedere generatie de ervaring van haar “eigen” jubileum toe te staan. Het eerste Heilige Jaar dat volgens dit principe werd gevierd, was in 1475. Een gewoon jubileum begint in Rome vanaf de eerste vespers van Kerstmis (dat wil zeggen wanneer het jaar a nativitate Domini begint) met het openen van de heilige deur in de vier hoofdbasilieken van Rome, te beginnen bij die van de Sint Pieter in het Vaticaan; door die deuren zullen gedurende heel het Heilige Jaar de gelovigen gaan die een jubileumaflaat willen verdienen. |
(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)
18/12/2024