De missionaire roeping van de Kerk vandaag

 

In deze geplaagde tijden, waarin de mensheid door een winter van de geschiedenis schijnt te gaan, weerklinkt de Boodschap van paus Franciscus voor de 99ste Wereldmissiedag als een vurige oproep tot hoop. Als laatste missionaire tekst van zijn pontificaat neemt zij de vorm aan van een geestelijk testament, geworteld in het evangelie en in zijn apostolische exhortatie Evangelii gaudium.

De Boodschap nodigt ons uit in de voetsporen van Christus te treden, de naasten van de armen te worden en “het volk van de lente” te worden: getuigen van een hoop die niet teleurstelt, zelfs niet midden in de beproevingen.

 

Separador oro 3

 

Op 25 januari 2025 heeft paus Franciscus tot alle gelovigen een Boodschap gericht ter gelegenheid van de 99ste Wereldmissiedag met de titel “Missionarissen van de hoop onder de volken”[1].

In deze laatste Boodschap van hem vinden wij de richtlijnen terug van zijn eerste apostolische exhortatie Evangelii gaudium, die uitvoerig wordt geciteerd, in het bijzonder de uitnodiging om de armsten nabij te zijn met een meer gemarkeerd geestelijk accent, in overeenstemming met de context van het jubeljaar. In deze innerlijke geestelijke gesteldheid willen wij enkele punten van de Boodschap lezen, die rond drie hoofdassen wordt gestructureerd.

Lopen in de voetsporen van Jezus Christus

De Boodschap nodigt vóór alles uit om te lopen in de voetsporen van de Persoon van Jezus Christus, de Missionaris van de hoop bij uitstek.

Jezus Christus is – zo brengt paus Franciscus ons in herinnering – in de synagoge van Nazaret het jubeljaar, “een genadejaar van de Heer”, voor heel de mensheid begonnen[2].

“In dit mystieke ‘heden’, dat duurt tot het einde van de wereld, is Christus de vervulling van het heil voor allen, vooral voor hen wier enige hoop God is. In zijn aardse leven ‘ging Hij weldoende rond en genas allen’ van het kwaad en de Boze en gaf aan de behoeftigen en het volk de hoop op God terug. ... Zo is Hij de goddelijke Missionaris geworden van de hoop, het hoogste voorbeeld voor allen die al eeuwenlang de van God ontvangen zending ook in de uiterste beproevingen voortzetten”[3].

Paus Franciscus nodigt iedere missionaris en iedere christen uit om onder te gaan in dit “mystieke heden” van de zending van Christus, op Hem zijn blik te richten.

De zending vindt haar plaats in deze horizon en alle werken die hiermee gepaard gaan, zijn geroepen dit grote mysterie, dat de kern vormt van de geschiedenis, te tonen.

Ook in de hardste beproevingen die met de zending gepaard kunnen gaan, zijn wij geroepen om de hoop niet te verliezen. Christus heeft immers het kwaad op het kruis overwonnen.

Er is geen zending zonder kruis, daarom is de Kerk in het voetspoor van haar Meester geroepen om het lijden dat zij in de hoop van de verrijzenis tegenkomt, te beleven.

De armen nabij zijn in de “stijl van God”

De tweede aansporing die de Boodschap richt tot de christenen, is hoop te brengen door zich ten dienste van de armsten te stellen, door hun vreugden en lijden te delen.

Het is een thema dat aan paus Franciscus bijzonder dierbaar is: de armen nabij zijn om voor wie lijdt, de liefkozing, de tederheid van God te zijn.

Hoewel hij onderstreept dat de horizon van onze hoop “de vergankelijke wereldse werkelijkheden overstijgt en zich opent voor de goddelijke, die wij reeds bij voorbaat in het heden genieten”[4], hernieuwt Franciscus de uitnodiging om de werken van lichamelijke barmhartigheid te verrichten waarop wordt gewezen in de bul van de afkondiging van het Jubeljaar en “een bijzondere aandacht aan de armsten en de zwaksten, de zieken, de ouderen, degenen die van de materialistische en consumistische maatschappij uitgesloten zijn te schenken. En dit te doen in de stijl van God: met nabijheid, medelijden en tederheid en door te zorgen voor een persoonlijke relatie met de broeders en de zusters in hun concrete situatie”[5].

Het betreft dus niet eenvoudigweg een sociale verplichting: “De Kerk is niet een NGO”, had de paus meermalen vanaf het begin van zijn pontificaat beklemtoond. Het is vóór alles een kwestie van liefde[6].

In feite heeft Franciscus onderstreept dat in het aan de armen nabij zijn de missionarissen geroepen zijn om de liefde van het medelijdend Hart van de Heer over te dragen. Zo “zullen wij ervaren dat ‘het hart van Christus ... de levende kern is van de eerste verkondiging’”[7].

Het volk van de lente zijn

Ten slotte wordt de Kerk uitgenodigd om haar zending te hernieuwen de hoop over te dragen en zich daarbij te voeden met het gebed, de sacramenten en de broederlijke gemeenschap in een gemeenschappelijke dynamiek.

De Boodschap herinnert ons onder nr. 3 eraan dat “bidden de eerste missionaire daad is”; wij kunnen dus in de levende relatie met de Heer boodschappers worden van de hoop.

Evangeliseren – zo benadrukt de Boodschap nog in continuïteit met de reflectie over de synodaliteit – is nooit een geïsoleerde, individuele of private, maar altijd kerkelijke daad.

Zorg voor de innerlijkheid, de gemeenschap en het gericht zijn op de zending: drie onafscheidelijke elementen die elkaar wederzijds impliceren.

Ten slotte is een bijzonder mooie en ontroerende reflectie van de Boodschap van paus Franciscus deze: het Pasen van de Heer is de eeuwige lente van de geschiedenis. Wij zijn dus geroepen “het volk van de lente” te zijn:

“Wij zijn gedoopt in de dood en de verlossende verrijzenis van Christus, in het Pasen van de Heer, dat de eeuwige lente van de geschiedenis aanwijst. Wij zijn dus ‘het volk van de lente’ met een steeds hoopvolle blik die met allen gedeeld moet worden, omdat ‘wij’ in Christus ‘geloven en weten dat de dood en de haat niet de laatste woorden zijn’ over het menselijk bestaan”[8].

Terwijl de wereld verstrikt lijkt te raken in de duisternis van de winter – getekend door conflicten, onrecht en stil lijden – is de Kerk geroepen om het licht van de eeuwige lente, begonnen met de verrijzenis van Christus, te belichamen.

Volk van de lente zijn betekent ervoor kiezen te geloven dat de liefde sterker is dan de haat, dat vrede mogelijk is en dat het kruis nooit het einde van de geschiedenis is.

Op weg met paus Leo XIV

Deze boodschap van hoop, in het bijzonder voor de vrede nagelaten door paus Franciscus, wordt krachtig hernomen door zijn opvolger paus Leo XIV, wanneer hij uitroept: “Oorlog is altijd een nederlaag!”[9]. Hij heeft de wereld voor de eerste keer gezegend met het aanbieden van “de vrede van de verrezen Christus, een ontwapende en ontwapenende, nederige en voortdurende vrede”[10].

Onze harten hebben zich verheugd bij de verkondiging van de verkiezing van een paus met een lange missionaire ervaring, die ook in staat is om ons de paden te wijzen van een evangelisatie die aandacht heeft voor het bevragen van de geschiedenis.

Vanaf zijn eerste homilie heeft paus Leo XIV zich tot de gelovigen met deze woorden gericht:

“Laten wij met het licht en de kracht van de Heilige Geest bouwen aan een Kerk, gebaseerd op de liefde van God en teken van eenheid, een missionaire Kerk, die de armen opent voor de wereld, het Woord verkondigt, die zich laat verontrusten door de geschiedenis en die desem van eensgezindheid wordt voor de mensheid”[11].

Dat is onze christelijke roeping: desem van eensgezindheid zijn, getuigen van een hoop die doet veranderen, en handwerkers van een verzoende wereld.

Antonietta Cipollini

 

 

_________________

[1] Paus Franciscus, Boodschap voor de 99ste Wereldmissiedag 2025. Missionarissen van de hoop onder de volken (van nu af zullen wij deze citeren met Boodschap).

[2] Vgl. Boodschap, 1.

[3] Boodschap, 1.

[4] Boodschap, 2.

[5] Boodschap, 2.

[6] Vgl. Paus Franciscus, Boodschap voor Wereldmissiedag 2013, 4.

[7] Boodschap, 2.

[8] Boodschap, 3.

[9] Leo XIV, Algemene audiëntie (18 juni 2025).

[10] Leo XIV, Eerste zegening Urbi et Orbi (8 mei 2025).

[11] Leo XIV, Eucharistieviering voor het begin van het Petrinisch ambt (18 mei 2025).

  

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 

 

02/12/2025