De uitdaging van de cancelcultuur voor de historische herinnering

 

Onlangs is in verschillende talen het essay van Frank Furedi, The War Against the Past: Why The West Must Fight For Its History gepubliceerd[1], een heldere en tijdige analyse van een cultureel proces dat de fundamenten van de westerse maatschappij aan het herdefiniëren is.

Furedi, socioloog en emeritus hoogleraar aan de Universiteit van Kent, beweert dat de cancelcultuur niet alleen een geheel is van geïsoleerde episoden of buitensporigheden van de media, maar een echte strategie van ostracisme die erop gericht is de historische erfenis (van de symbolen en waarden ervan), tegenwoordig meer ervaren als een morele last dan als een bron van wijsheid, af te breken.

Volgens de auteur zijn wij verwikkeld in de “meest fundamentele culturele strijd van onze tijd”. En als tot voor kort het verschijnsel werd beschouwd als een academische uitvoer van de Verenigde Staten, is het tegenwoordig intussen duidelijk dat het niet alleen een breed intellectueel debat aanwakkert, maar het terrein van een centrale botsing vormt voor de westerse identiteit en voor het uithoudingsvermogen van de liberale democratieën. De inzet van het spel is volgens Furedi de vrijheid van het woord en de mogelijkheid zelf om een collectieve herinnering te bewaren die niet vervormd wordt door de waarden van het heden.

De mechanismen van de cancelcultuur en haar doel

Door boycot, censuur en het aan de kaak stellen in de media richt de cancelcultuur zich erop de maatschappelijke of professionele ondersteuning voor beroemde personen, bedrijven of instellingen te verwijderen, die ervan beschuldigd worden dragers te zijn van racistische, kolonialistische, seksistische of niet met de hedendaagse gevoeligheden verenigbare ideeën. De manifestaties hiervan strekken zich uit van het virtuele naar het fysieke en betrekken verschillende culturele terreinen hierbij.

Een van deze verschijnselen is het iconoclasme, ofwel het neerhalen van standbeelden (zoals die van Lincoln of Columbus), symbolen die tegenwoordig uitsluitend opnieuw geïnterpreteerd worden door de lens van onderdrukking, racisme en kolonialisme. Zij sluit het literaire revisionisme met het emenderen van klassieke teksten (Shakespeare inbegrepen) in om termen die beschouwd worden als beledigend of niet inclusief te elimineren; het herinterpreteren van de musea met het invoeren van waarschuwingsborden (trigger warnings), die de bezoeker predisponeren voor het genieten van een kunstwerk dat hem schuldig doet voelen; het historisch en cinematografisch revisionisme met kritieken op meesterwerken zoals “Gejaagd door de wind”, dat ervan wordt beschuldigd de “blanke blik” te laten voortbestaan, of zoals verschillende klassieke tekenfilms van Disney, die er op hun beurt van worden beschuldigd schadelijke stereotypen over te brengen en niet representatief te zijn voor een wereldpubliek.

Furedi onderstreept hoe het protest de gehele culturele canon van Aristoteles tot Kant aanvalt, die wordt geliquideerd met de minachtende formule “pale, male and stale” (blank, mannelijk en oudbakken).

Dit perspectief neigt ernaar de groten van het denken niet naar de universele waarde van hun ideeën, maar naar hun culturele conditioneringen te beoordelen als onvermijdelijk kinderen van de tijd waarin zij leefden, en hun het etiket opplakt van racisten of mensen die zich superieur voelen.

Degenen die deze beweging ondersteunen, presenteren hun activiteiten als een noodzakelijk zoeken naar maatschappelijke gelijkheid en inclusie, gericht op het corrigeren met terugwerkende kracht van de fouten van de geschiedenis, met het verklaarde doel de minderheden een stem te geven en de instellingen te dwingen om in te staan voor de historische ongerechtigheden.

De analyse van Furedi waarschuwt echter dat dit proces van “het emenderen van de fouten” dreigt te veranderen in een censuur en een veroordeling zonder onderscheid van het verleden en zo de nieuwe generaties verhindert de complexiteit van de geschiedenis te begrijpen en hen berooft van een fundamenteel moreel “kompas” en van de kritische instrumenten die noodzakelijk zijn om de toekomst op te bouwen.

De ideologie van het jaar nul, het “presentisme” en de gevolgen ervan

Het uitwissen treft vandaag hetzij boeken hetzij personen. Men wordt “uitgewist”, omdat men wetenschappelijke evidenties heeft ondersteund, opvattingen zoals het biologisch geslacht heeft verdedigd of omdat men kritiek heeft gehad op politieke en maatschappelijke hedendaagse bewegingen (zoals Black Lives Matter). Deze praktijk wordt vertaald in een databank van “slachtoffers” van de cancelcultuur en voedt zo een klimaat van onverdraagzaamheid en censuur die iedere afwijkende mening verandert in een voorwendsel voor een aan de kaak stellen in de media.

De kern van deze tendens hoort bij de ideologie van het jaar nul, de anachronistische pretensie om de fouten van het verleden te verbeteren en het verleden zelf te elimineren. De poging is een totale breuk met de historische erfenis te bewerkstelligen om opnieuw te beginnen. Een moderne versie van de Romeinse damnatio memoriae. Terwijl in de oudheid de breuk met het verleden vaak het opbouwen van een nieuwe wereld ten doel had, lijkt vandaag de cancelcultuur alleen maar geleid te worden door een destructieve en irrationele drang.

Degenen die deze ideologie ondersteunen, worden volgens Furedi meer gedreven door een wil van “postume symbolische wraak” en zijn meer erin geïnteresseerd “de rekening te vereffenen” met de geschiedenis dan een maatschappelijke vernieuwing te bevorderen. Wat ontbreekt, is de projectie op de toekomst: de geschiedenis wordt veranderd in een ideologisch slagveld.

De intellectuele motor van deze kruistocht is het “presentisme”, of de overtuiging dat het heden de enige maat is voor een geldig oordeel. Men wijst de historische complexiteit af en oordeelt over figuren en beschavingen van het verleden overeenkomstig de gevoeligheid en de waarden van de eigen tijd. Men is getuige van een soort “archeologie van het protest/beklag”, daarbij gebruik makend van de wandaden van het verleden om de ideologieën van het heden te legitimeren: historische figuren worden geplunderd voor aanspraken betreffende de identiteit, waarbij de feiten (zoals de veroordeling van de Griekse democratie, alleen omdat de slavernij bestond) gedecontextualiseerd worden.

Voor Furedi is het “presentisme” een ware culturele pathologie, die het historisch begrip vervangt door morele voorschriften en summiere veroordelingen.

De auteur stelt dat het systematische delegitimatie van de historische, religieuze en antropologische herinnering van het Westen enorme risico’s met zich meebrengt voor de intellectuele vrijheid. De oorlog verklaren aan het verleden betekent het vermogen verliezen om te leren van de fouten en wie tracht het uit te wissen, omdat het onderdrukkend is, zoals voorspeld door George Orwell in “1984”, neemt uiteindelijk dezelfde autoritaire mentaliteit aan die zij verklaart te bestrijden.

Furedi waarschuwt hoe de tendens van de cancelcultuur het kwaad te verwijderen om een fictief gevoel van veiligheid te creëren, ertoe leidt het begrip van de wortels van de menselijke conflicten te verarmen. En wanneer men het historisch erfgoed vervuilt, wordt het onmogelijk aan het leven in het heden een zin te geven. De maatschappij verliest haar oriëntatie en vervalt in “de razernij van het doen verdwijnen”, die het kritisch vermogen verduistert. Het huidige collectieve verwijderen zou alleen maar een cognitief “gat” creëren dat de maatschappelijke fragmentatie alleen maar voedt.

“Er is geen toekomst zonder herinnering”

De reflectie van Furedi loopt uit op een essentiële waarheid: een maatschappij die het contact verliest met de eigen geschiedenis, raakt zichzelf kwijt. Het gaat er hier niet om kritiekloos ieder aspect van de geschiedenis – die doordrenkt is van ongerechtigheden en onderdrukking – te verdedigen, maar te erkennen dat zij het enige fundament is waarop men de toekomst moet bouwen.

De breuk tussen herinnering en toekomst, gevoed door een obsessie voor het heden, dat Finkielkraut[2] definieert als “tijd van ondankbaarheid”, riskeert de mens te beroven van zijn wortels en identiteit.La guerra contro il passato 2DFAT1P Alamy

De herinnering staat ons geen ondankbaarheid toe jegens wie in het goede en het kwade een erfgoed in bewaring heeft gegeven waarmee wij ons moeten meten; zij laat ons niet stil blijven staan bij herinneringen, sluit ons niet op in het verleden, geeft ons niet het vergeten van het heden, maakt ons niet onverantwoordelijk voor de toekomst.

Zoals in herinnering gebracht door Primo Levi en Johannes Paulus II “is er geen toekomst zonder herinnering”: alleen door het verleden, hoewel met zijn wonden, te verwerken kan men bewust in het heden leven en de verantwoordelijkheid voor het morgen op zich nemen. Het doen verdwijnen van dat erfgoed betekent de verworvenheden van de mensheid verraden.

De “zuivering van de herinnering” blijft een noodzakelijk traject: de fouten van het verleden erkennen zonder gevangene ervan te blijven en de illusie afwijzen dat men een nieuwe en smetteloze mensheid is.

Zonder een gedeelde herinnering verliest de beschaving haar eigen morele oriëntatie en de mogelijkheid om aan een bewuste toekomst te bouwen. De oorlog tegen het verleden wordt uiteindelijk een oorlog tegen het vermogen van de mens om zin te geven aan zijn eigen bestaan.

Emanuela Furlanetto

 

 

__________________

[1] F. Furedi, The War Against the Past: Why The West Must Fight For Its History, Polity publisher, Cambridge-Oxford-Boston-New York 2024.

[2] Vgl. A. Finkielkraut, L’ingratitudine. Conversazione sul nostro tempo, Excelsior 1881, Milano 2007.

 

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 

 

14/04/2026