Deel een 

 

De jongeren begeleiden in het ontdekken van hun hart

Hier komen wij tot de kern van ons discours.

Wij zeiden dat woorden niet onschuldig zijn. Dat wil zeggen, zij brengen altijd een idee over het leven en relaties met zich mee.

Wanneer men de term vormen gebruikt, geeft men al een bepaalde visie op de relatie, ook als de relatie vervolgens inAcompañar a los jóvenes 2 1 shutterstock 1409926466 werkelijkheid anders zal zijn.

Wij denken dat het gebruik van de term begeleiden juister is dan vormen, in zoverre onder de term vormen een relatie wordt verstaan waarbij de leraar de materie, dat wil zeggen de jongere, modelleert, overeenkomstig een vorm die hij al kent, die hij al in gedachten heeft. En de vormer zou – zoals wij gezien hebben – “een gezag op de gewetens” uitoefenen “en aan hem zal men respect, vertrouwen, volgzaamheid verschuldigd zijn”.

Daarom kan men methodologieën van actieve pedagogie aanwenden, namen veranderen en verschillende tactieken gebruiken. Dat neemt echter niet weg dat men enerzijds al weet wat een leraar is, en anderzijds wat de jongere moet worden.

De term begeleiden houdt daarentegen op zich niet de structuur van aristotelisch-thomistische causaliteiten in. Het is een term die een respectvoller vorderen van de vrijheid van de jongeren aanduidt.

Laten wij nu komen tot de kern van het probleem dat bestaat uit twee vrijheden die elkaar ontmoeten of die misschien met elkaar botsen.

Van de ene kant hebben wij de jongere die zijn vrijheid poneert als vrijheid om te kiezen. Van de andere de leraar die in zijn vrijheid om te kiezen ervoor heeft gekozen om te begeleiden.

De ontmoeting komt niet tot stand op het niveau van een gemaakte keuze, noch op het niveau van een keuze die nog gemaakt moet worden. Dit op grond van het feit dat de keuze asymmetrisch is. Van de ene kant hebben wij immers de jongere die nog moet kiezen, en van de andere de leraar die al heeft gekozen.

De relatie is zeer delicaat, juist omdat zij asymmetrisch is.

Als de relatie op het niveau van de vrijheid om te kiezen (het niveau van de jongere) tot stand zou komen, zouden wij een onechte relatie hebben. De leraar zou moeten doen alsof hij zich op hetzelfde niveau als de jongere bevindt, zou hij een nog te bepalen vrijheid moeten voorwenden die niet authentiek is. Dat zou tot vormen van paternalisme en infantilisme leiden waarvan veel pseudo-leraren ons getuige doen zijn. De leraar zou om zich bij hen geliefd te maken pretenderen als de jongere te zijn door te proberen op dezelfde wijze te leven als de jongeren leven.

Van de andere kant zou ook een relatie onecht zijn waarbij men de tijden van de jongeren niet zou respecteren, de tijden van de overgang van de vrijheid: van een overgang van de vrijheid om een keuze te maken (“het vrij zijn van”) naar een vrijheid als gave voor een liefde die ontmoet wordt (“het vrij zijn om”). Dat zou een trauma met zich meebrengen in het leven van de jongeren met het aannemen van gedragingen die i.p.v. innerlijk gevoeld, aanvaard en gerijpt, integendeel relaties zijn die van buiten af worden opgelegd of nagebootst worden.

De waarheid van een relatie bestaat nu juist uit de asymmetrie. Alleen door deze asymmetrie ten diepste te beleven is een relatie authentiek.

Het is alleen mogelijk deze asymmetrie te beleven en het is alleen mogelijk dat de relatie voor beiden vruchtbaar is, als zowel deAcompañar a los jóvenes 2 2 shutterstock 305122934 jongere als de leraar open blijven staan voor de nieuwheid die binnenvalt.

De asymmetrische ontmoeting zal op een hoger punt symmetrisch worden.

Een van de grote leraren van de tweede helft van de afgelopen eeuw, een controversiële, maar centrale figuur als referentiepunt voor een authentiek bevrijdende pedagogie, is en blijft don Lorenzo Milani[1].

In zijn Storia della Chiesa in Italia (Geschiedenis van de Kerk in Italië) spreekt pater Penco over hem als over “een van de meest bijzondere figuren en in zekere zin unieke figuur van de Kerk van de tweede naoorlogse periode”[2].

De evangeliserende keuze staat centraal in het pastorale project van don Milani. Het is de heldere keuze van wie zich slechts als een instrument in Gods handen erkent, een kanaal in de ontmoeting tussen Gods genade en de vrijheid van de mens.

“God zal mij – schrijft hij in Esperienze pastorali (Pastorale ervaringen) – geen rekenschap vragen over het aantal van degenen die in mijn volk gered zijn, maar over het aantal geëvangeliseerden. Hij heeft mij een Boek, een Woord toevertrouwd, Hij heeft mij gezonden om te prediken en ik kan het niet van mij verkrijgen tegen Hem te zeggen dat ik gepredikt heb, wanneer ik met zekerheid weet dat ik tot nu toe niet heb gepredikt, maar alleen maar ondoorgrondelijke woorden heb afgevuurd op ondoordringbare muren, woorden waarvan ik wist dat ze niet zouden aankomen en die niet konden aankomen”[3].

Het gaat erom het “minimum aan technisch instrumentarium” te geven “zonder hetwelk het niet mogelijk is een dialoog te onderhouden”[4].

Blijft vervolgens het probleem van de persoonlijke keuze van ieder. En hierover is don Milani uiterst helder.

“Niet dat ik een magisch vertrouwen heb in de cultuur, alsof zij een onfeilbaar recept zou zijn, alsof universitaire professoren automatisch allemaal christelijker zouden zijn en verzekerd zouden zijn van het paradijs terwijl het paradijs versperd zou zijn voor de domme schaapherders van deze bergen. Als de professoren het willen, kunnen zij een evangelie of een catechismus ter hand nemen, ze lezen en begrijpen. Daarna zullen zij vervolgens alles kunnen doen wat ze willen: ze het raam uitgooien of ter harte nemen, ze zoeken het maar uit, als ze de verkeerde keuze maken, zal dat des te erger voor hen zijn”[5].

Er staat in een brief van hem een van de meest veelbetekenende uitdrukkingen betreffende de relatie jongere-leraar.

“De school – zo schrijft don Milani – zit tussen het verleden en de toekomst en moet beide voor ogen houden. ... de leraar moet, voor zover hij kan, profeet zijn, de tekens van de tijd onderzoeken, in de ogen van de jongeren de mooie dingen raden die zij morgen duidelijk zullen zien en die wij alleen maar onduidelijk zien”[6].

Er staat de term toekomst die alleen de mogelijkheid van een authentieke ontmoeting mogelijk maakt. Deze toekomst roeptHome Acompañar a los jóvenes 2 shutterstock 218846467hetzij de jongere hetzij de leraar op tot bekering en maakt de relatie mogelijk.

Daarom ontmoet men elkaar niet in de wereld van vandaag van de jongeren, noch in de wereld van vandaag van de leraren. Maar men ontmoet elkaar door het nieuwe op te bouwen dat binnendringt; het nieuwe dat van beiden vereist dat men opstaat en op weg gaat.

Deze wereld, zegt don Milani op schitterende wijze, dient in de ogen van de jongeren te worden gelezen. Zij dragen deze in zich, maar zullen deze alleen morgen helder zien. Wij zien die vandaag al, maar alleen op een onduidelijke manier.

Daarom geven wij de voorkeur eraan te spreken van het begeleiden in plaats van het vormen van de jongeren. Want de vorm is niet in ons, zoals die ook niet in de jongeren is. Deze vorm kunnen wij alleen bereiken in de inspanning van beiden om buiten zichzelf te treden om de ander te ontmoeten.

Als deze vorm nog niet bepaald is, kan de school geen overdracht van kennis zijn, maar wel een plaats waar men leert te zijn en te beleven wat wij zullen zijn. Want die vorm van mens, van christen, die vorm van verkondiger van het evangelie moet helemaal nog gecreëerd worden.

Hierin bestaat ook de crisis van zeer veel gemeenschappen waar schitterende apostelen, leken, priesters, religieuzen, catechisten, leraren, missionarissen hun vorming hebben gehad. Zij waren schitterend overeenkomstig een bepaalde vorm. Daar deze vorm in een tijd van de crisis van modellen onder de voet is gelopen, zijn ook zij onder de voet gelopen.

Emilio Grasso

(Wordt vervolgd)

 

 

_______________________

[1] Vgl. E. Grasso, Cultura e annunzio del Vangelo. Il messaggio pedagogico di don Lorenzo Milani, in E. Grasso, Il Volto in ogni volto. Uomini e donne alla periferia del mondo, EMI, Bologna 1999, 39-49. Ibid. uitgebreide bibliografische verwijzingen.

[2] G. Penco, Storia della Chiesa in Italia, II. Dal Concilio di Trento ai nostri giorni, Jaca Book, Milano 1978, 562.

[3] L. Milani, Esperienze pastorali, Libreria Editrice Fiorentina, Firenze 1957, 201.

[4] L. Milani, Esperienze..., 189.

[5] L. Milani, Esperienze..., 200.

[6] L’obbedienza non è più una virtù. Documenti del processo di Don Milani, Libreria Editrice Fiorentina, Firenze 1971, 36-37.

 

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 

 

30/04/2023