Benedetta Bianchi Porro

 Deel een

 

Wij gaan hier verder met het publiceren van de geestelijke ervaring van de zalige Benedetta Bianchi Porro, die haar lijden tot bloei wilde en kon brengen[1].

“Zij kende ogenblikken van duisternis en angst, ogenblikken van verleiding en opstandigheid, maar niets kon haar vreugde verstikken, niets haar gezang onderdrukken. Het leven van Benedetta is een werk van poëzie: het boeit als een heroïek van deugd, maar nog meer als de openbaring van geestelijke schoonheid”[2].

 

Separador de poemas

 

Wij zijn in het paradijs, maar wij willen het niet weten...

Wat Benedetta tegen de immense achtergrond van het lijden van de mens doet opvallen is niet alleen de gruwelijkheid van de ziekte noch haar morele kracht. We moeten immers niet geloven dat het beeld van het leven van Benedetta alleen maar het werk is van een verandering van een melancholisch gevoel dat de vroegtijdige dood van een jonge vrouw opwekt.

Het leven van Benedetta, dat door de genade van God gevormd is, wordt een kunstwerk van zijn liefde en een hymne op het leven.

Wat verbijstert, is dat Benedetta in haar blindheid en haar doofheid tegen ons zegt:

“Wij zijn in het paradijs, maar wij willen het niet weten, maar als wij het zouden willen weten, zouden wij morgen allen in het paradijs zijn”[3].

Deze frase van Dostojevski, die Benedetta in haar adolescentie, toen zij deze las, zeer had getroffen, zal ook heel goed de zekerheid en rijpheid van haar geloof tot uitdrukking brengen. Een geloof dat ook op de moeilijkste ogenblikken haar een diepe en onbedwingbare vreugde zal geven, die haar bed in een paradijs verandert en getuigt van de aanwezigheid van God in ons.

De God-Persoon

Het voortdurend verder gaan van de kwaal en het vastberaden en steeds volledigere antwoord van Benedetta maken het in een eerste ogenblik moeilijk om een bijzonder moment te ontdekken dat wijst op haar bekering.

“Wanneer Benedetta haar instemming heeft gegeven, kan men niet zeggen. Misschien is het een instemming van alle dagen en alle uren geweest. Het is een kwestie van liefde. En men bemint niet eens en voor altijd, wanneer men werkelijk bemint; maar men bemint iedere dag, als was het voor de eerste keer; en iedere keer is het een overgave aan de beminde en tegelijkertijd een verovering. ... Van Benedetta kunnen wij zeggen dat naarmate de kwalen toenamen, zij steeds meer bereid was dat God bij haar binnenviel; en zich tegelijkertijd steeds menselijker en echter voorkwam, ‘aards en universeel’... Maar alles is op een zeer verfijnde en bijna onmerkbare wijze verlopen”[4].

Bij het onderzoeken van haar leven hebben wij inderdaad de indruk van een voortdurende opgang naar de Heer. Reeds haar naam Benedetta, gekozen op het laatste ogenblik van een nooddoop ten gevolge van een darmbloeding, lijkt een voorgevoel.

Het lezen van het persoonlijke dagboek dat Benedetta schreef vanaf haar vijfde jaar, laat ons niet alleen een intelligent en gevoelig kind en meisje zien dat van de natuur en het leven in alle uitdrukkingsvormen hield, maar ook een oprechte persoonlijkheid die de waarheid liefhad. Vervolgens maakt het indruk hoe zij haar ziekte wist te aanvaarden en haar handicap niet zwaar te laten wegen[5].

Hoewel deze langzame voorbereiding van de genade in de kinderjaren en de jeugd van Benedetta belangrijk is en ons beter de grootheid van de deugden van haar volwassenheid doen begrijpen, is het mogelijk enkele bijzonder belangrijke ogenblikken te preciseren.

Benedetta zelf licht ons hierover in; in een brief aan haar moeder schreef zij over het binnenstormen van God in haar leven, over Christus als de Levende:

“Jij zult mij zeggen dat ik in Jezus Christus geboren ben. Ja, maar eerste voelde ik Hem zo ver weg! Nu weet ik daarentegen dat God overal is, ook al zien wij Hem niet: ‘Gods rijk is’ zelfs ‘in ons[6].

Haar weg mondt uit in de ervaring van de God-Persoon, die niet alleen maar de waarheid, een gevoel, een deugd is, maar die een Iemand is. Zij kent de intimiteit van God en neemt eraan deel; dientengevolge verruimt haar ziel zich tot het leven van de Kerk en van haar broeders en zusters.

De ontdekking van het innerlijk leven wordt liefde volgens de mooie definiëring van Benedetta: “In elkaar wonen”[7].

“Ja, ik geloof in de Liefde!”

In 1961 schreef Benedetta ook nog aan haar moeder:

“Wat mij betreft, het gaat met mij zoals altijd, maar sinds ik weet dat er Iemand is die mij ziet strijden, probeer ik sterk te worden: hoe mooi is het zo!! Mammaatje, ik geloof in de Liefde die uit de Hemel is neergedaald, in Jezus Christus en zijn ‘roemrijk Kruis’ (de heilige Theresa van de het Kind Jezus)!! Ja, ik geloof in de Liefde!”[8].

“Benedetta heeft intussen het goede bericht gekregen dat God Liefde is en haar leven verandert radicaal ... Dit geloof zal voortaan voor haar het criterium worden om de feiten van het leven te lezen; dit geloof zal licht zijn in het lijden, wat meer is, het zal de inhoud zijn van haar lijden, omdat het lijden langzamerhand ‘weg van liefde’ zal worden”[9].

In een van haar Gedachten zal zij schrijven: “Het is genoeg te geloven om alles in een ander zacht licht te zien”[10]. En verder: “In de handen van God kunnen ook de onbelangrijkste dingen onze komeet worden”[11].

“Ja, de Liefde van God zal de komeet zijn die heel het leven van Benedetta zal leiden en ieder ogenblik ervan groot zal maken”[12].

De ontwikkeling van haar houding ten opzichte van de ziekte beschrijft goed haar geestelijke weg. In het begin streed Benedetta en verlangde zij naar genezing, maar vervolgens wordt het totale en vertrouwvolle overgave aan de wil van God.

Zij maakte twee reizen naar Lourdes, in 1962 en 1963.

De eerste keer vertrok zij naar Lourdes om voor zichzelf om een wonder te vragen, en hierbij deed zij de gelofte zuster te worden. Er was geen wonder voor haar, maar voor een andere zieke, iemand naast haar in de ziekenzaal, die ook verlamds was. Deze vrouw, Maria Della Bosca had wanhopig gehuild om haar toestand, omdat ook haar moeder ziek was en het deze onmogelijk was gemaakt om haar bij te staan. Benedetta had haar bemoedigd in geloof de Maagd Maria te vragen om de genade en samen met haar, elkaar bij de hand houdend, te bidden voor de grot. Na korte tijd stond Maria, genezen, op en begon te lopen tussen de zieken, het uitschreeuwend van vreugde...

Benedetta drukte bij haar terugkeer haar emotie uit voor dit wonder dat in haar aanwezigheid was gebeurd, zij begreep en zei dat het criterium en het plan van God voor haar anders waren.

Ook het volgende jaar vertrok zij naar Lourdes, maar deze keer bewust voor de andere zieken; de verhalen over hoe haar sereniteit en vreugde rondom haar aanstekelijk waren, zijn ontroerend.

Op een dag had een priester die de zieken begeleidde, pater Graziano, Benedetta gevraagd hoe het met haar ging. Zij informeerde naar de zieken die naast haar lagen, en toen zij het wist, antwoordde zij: “Wel, pater, ik zal u zeggen dat ik dicht bij deze zieken mij schaam dat ik niet de moed heb mijn stem aan te bieden...”. En op de terugweg naar Milaan schreef zij: “Ik heb mij meer dan ooit de rijkdom van mijn toestand gerealiseerd en verlang niets anders deze te behouden. Dat is voor mij het wonder van Lourdes dit jaar”[13].

Het geheim van Benedetta is dus dat zij haar lijden aan dat van Christus heeft opgedragen en het daarmee heeft verenigd. Zoals zijzelf had geschreven: “De Heer is bij mij... Hij glimlacht naar mij en aanvaardt mijn samenwerking met Hem”[14].

Antonietta Cipollini

(Wordt vervolgd)

 

 

_____________________

[1] Vgl. B. Bianchi Porro, A Francesca Romolotti (22 aprile 1963), in Scritti completi, 591.

[2] D. Barsotti, Il cammino verso la luce, Fondazione Bianchi Porro (Quaderni di Benedetta 1), Dovadola 2007, 22; de volledige tekst is online beschikbaar: www.amicidibenedetta.altervista.or/img/upload/Il_cammino_verso_la_luce.pdf

[3] Het lezen van Dostojevski had Benedetta diep getroffen en in haar dagboek had zij geschreven: “Vandaag is de eerste lentedag en het is mijn naamdag: wat een wonderbaarlijk samenvallen! Ik heb voortdurend twee gedachten in mijn hoofd die ik heb gelezen in de Gebroeders Karamazov. ‘Wij zijn in het paradijs, maar wij willen het niet weten, maar als wij het zouden willen weten, zouden wij morgen allen in het paradijs zijn’ en ‘Wij zijn schuldig aan alles en voor allen’”, B. Bianchi Porro, Diari (21 marzo 1953), in Scritti completi, 390.

[4] D.M. Turoldo, Profilo spirituale..., 28-29.

[5] “Wanneer zij met vijf jaar uit school komt, hoort Gabriele, de broer van Benedetta, dat zij haar uitlachen: ‘Zij is kreupel! Zij is echt kreupel’. Als Gabriele tussen beiden komt, gaat de kwaadspreker ervandoor. Wanneer zij weer thuis zijn, belooft Gabriele dat jongetje een lesje te leren. Maar Benedetta brengt hiertegenin: “Gabriele, wind je niet op om deze dwaasheid! Ik ben werkelijk kreupel. Dat jongetje heeft mij zo genoemd, omdat hij mijn naam niet wist. Er zullen anderen zijn die mij zo zullen noemen. Laten wij er niet meer aan denken... Wij moeten vergeven en medelijden hebben”, D. Bovo - G. De Roma, Benedetta Bianchi Porro. Dal buio. Dal silenzio, Ed. Messaggero, Padova 1984, 15.

[6] B. Bianchi Porro, Alla mamma Elsa Gianmarchi (28 febbraio 1961), in Scritti completi, 550.

[7] B. Bianchi Porro, Pensieri (12 maggio 1962), in Scritti completi, 423. Pater Luciano Viale, een minderbroeder, “legde” Benedetta “op” iedere dag een gedachte op te schrijven, omdat hij de rijkdom van haar geestelijke leer had begrepen.

[8] B. Bianchi Porro, Alla mamma Elsa Gianmarchi (28 febbraio 1961), in Scritti completi. 549.

[9] A.M. Comastri, Dio mi ama, Fondazione Benedetta Bianchi Porro (Quaderni di Benedetta, 2), Dovadola 2008, 10. Men kan de volledige tekst online lezen: www.yumpu.com/it/document/read/16502087/dio-mi-ama-benedetta-bianchi-porro

[10] B. Bianchi Porro, Pensieri (22 giugno 1962), in Scritti completi, 424.

[11] B. Bianchi Porro, Pensieri (13 gennaio 1962), in Scritti completi, 419.

[12] A.M. Comastri, Dio mi ama..., 10.

[13] D.M. Turoldo, Profilo spirituale..., 46.

[14] B. Bianchi Porro, A Natalino Diolaiti (1° giugno 1963), in Scritti completi, 608.

 

(Vertaald uit het Italiaans door Drs. H.M.G. Kretzers)

 

  

06/03/2026